Inbreng Boven Over­brug­gings­krediet Ruimte voor Ruimte (“Commandiet BV”)


18 november 2022

Voorzitter,

dit is wat je krijgt als je als provincie in business gaat als projectontwikkelaar. Je krijgt voorlopige aanslagen, en dan zit er niets anders op: die zul je dan moeten voorschieten vanuit publieke middelen. Met toch altijd weer een bepaald risico.

En dan is het nog een mazzel - zo staat het ook in de stukken, eerst zag het er minder goed uit – dat er uiteindelijk, naar verwachting, geen verliezen zullen optreden. Omdat de woningmarkt zo aantrekt. Maar dat had dus ook anders gekund. Dan had de provinciale belastingbetaler kunnen opdraaien voor de kosten van het slopen van stallen. Nu doet gelukkig de woningkoper dat – die zal daar vast ook heel blij mee zijn.

Voorzitter, deze hele deal – woningen neerzetten, niet vanuit ruimtelijke ordeningsoverwegingen, maar om stallensloop te financieren, is vanaf het begin principieel onjuist, en wij vinden ook: dubieus geweest. Dubieus, want die woningen komen daar niet vanuit een woningbouwplanning, maar om financiële redenen. Om een niet ingeloste schuld van een economische sector, in casu de agrarische sector (heel toevallig), in te lossen.

Betaalplanologie is dit geweest, van het zuiverste water. En dat deden we toch niet in dit land. Daarom zegt de Partij voor de Dieren – en hopelijk andere fracties met ons: dit is niet voor herhaling vatbaar.

Wij dienen daarom de volgende wens c.q. bedenking in:

Betaalplanologie, dat wil zeggen het realiseren van bouwprojecten niet vanuit ruimtelijke ordeningsoverwegingen, maar om financiële redenen, is onwenselijk. De Ruimte voor Ruimte Regeling was een voorbeeld daarvan, wat niet voor herhaling vatbaar is.

Daarnaast, principieel, vinden wij het onjuist dat de publieke sector – in welke rol dan ook, ook als projectontwikkelaar – opdraait voor de kosten van sloop van bedrijfsgebouwen. Of het nu de agrarische sector is, zoals in dit geval, of een andere. Als je als bedrijf een gebouw neerzet ben je ook – dat noemen we producentenverantwoordelijkheid, in het afval beleid – verantwoordelijk voor de sloop ervan. Nu is het achteraf, als een bedrijf gestopt moeilijk of onmogelijk kosten verhalen,. Daarom zou je hiervoor aan een vorm van statiegeld moeten denken.

Vandaar de volgende wens:

Voor het oprichten van bedrijfsgebouwen is een vorm van statiegeld wenselijk, vanuit een oogpunt van producentenverantwoordelijkheid, om daarmee achteraf sloop te kunnen financieren, zodat dit niet ten laste van de gemeenschap komt.

Dit heeft ook als voordeel dat bedrijven een financiële prikkel krijgen om hun gebouwen herbruikbaar, c.q. recyclebaar, neer te zetten. Omdat ze opdraaien voor de kosten van sloop.