Schrif­te­lijke vragen Plusquin over Onderzoek naar vergun­ningen waarbij veroor­deeld advies­bureau was betrokken


Indiendatum: 21 dec. 2022

Geacht College,

Agrarisch adviesbureau Bergs Advies in het Limburgse Heythuysen en zijn vier bestuurders vormden jarenlang een criminele organisatie, gespecialiseerd in grootschalige mestfraude in de agrarische sector. Dat oordeelde de rechtbank Den Bosch dinsdag 20 december jl.. De rechtbank legde celstraffen, beroepsverboden en geldboetes op.

In de woorden van de Rechtbank:

“Verdachte, één van de grootste agrarische adviesbureaus van Nederland, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die werd gevormd door verdachte en haar vier (oud) bestuurders (feit 7). Binnen verdachte werd door de bestuurders een werkwijze gehanteerd waarbij de grenzen van de wet werden opgezocht en overschreden op het moment dat de situatie dat in het belang van de klant – naar het oordeel van de bestuurders – verlangde. Door middel van diverse vervalsingen (feit 1 tot en met 6) en het gebruiken van valse geschriften werd wat krom was, recht getrokken en werden (financiële) voordelen van klanten bewerkstelligd. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 400.000,- waarvan 200.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.”

“Met deze werkwijze heeft verdachte de integriteit van het systeem van regulering en toezicht op alle aspecten van de meststoffenwetgeving doelbewust aangetast en geen rekening gehouden met de schade die aan het milieu, volks- en diergezondheid door de niet-naleving van de meststoffenwetgeving kan ontstaan.”

De rechtbank vindt onder meer bewezen dat in 2017, 2018 en 2019 allerlei documenten zijn vervalst en gebruikt. Op de bouwtekening van een silo werd bijvoorbeeld een andere inhoudsmaat vermeld, zodat een mogelijk langdurig en kostbaar vergunningstraject werd omzeild. Voor een andere klant werden cijfers over niet geleverde en daadwerkelijk geproduceerde melk vervalst om meer fosfaatrechten te krijgen.

Adviesbureau Bergs is en was ook (zeer) actief in Limburg. Het is dus alleszins mogelijk, en in feite zeer aannemelijk gezien het structurele patroon binnen het veroordeelde adviesbureau, dat er in Limburg vergunningen zijn verleend op basis van frauduleuze gegevens.

  • Op grond van artikel 5.4 lid 1 sub b) Wet natuurbescherming kan een verleende vergunning worden gewijzigd of ingetrokken als blijkt dat deze gebaseerd is op onjuiste gegevens. Gaat het College onderzoeken, voor wat betreft provinciale vergunningen, bij welke vergunningen bureau Bergs betrokken was? En of daarbij aannemelijk is dat er bij de aanvraag, en aanvullende documenten, (bewust) onjuiste gegevens zijn verstrekt? Zo nee, waarom niet?
  • Ook andere betrokken wetten, zoals de Wet milieubeheer en de meststoffenwetgeving kennen bepalingen overeenkomend met art. 5.4 lid 1 sub b Wnb. In antwoord op eerdere schriftelijke vragen over fraude bij adviesbureaus (31 januari 2018 GS 2018/6309) gaf het college aan dat, voor wat betreft door gemeentes verleende vergunningen, de provincie kan optreden via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Gaat het College dat doen, met hetzelfde doel? Zo nee, waarom niet?
  • In het bestuur van de RUD werkt de provincie samen met gemeentes. Gaat het College deze kwestie aan de orde stellen in het bestuur, met het doel dat ook gemeentes ook een controle gaan doen op met betrokkenheid van adviesbureau Bergs verleende vergunningen?
  • Voor zover vergunningen verleend zijn onder Rijksverantwoordelijkheid, m.n. de NVWA, gaat het College de kwestie van onderzoek naar in het bovenstaande bedoelde vergunningen bij het Rijk aankaarten? Zo nee, waarom niet?

Bij voorbaat dank voor beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 21 dec. 2022
Antwoorddatum: 15 feb. 2023

Vraag 1) Op grond van artikel 5.4 lid 1 sub b) Wet natuurbescherming kan een verleende vergunning worden gewijzigd of ingetrokken als blijkt dat deze gebaseerd is op onjuiste gegevens. Gaat het College onderzoeken, voor wat betreft provinciale vergunningen, bij welke vergunningen bureau Bergs betrokken was? En of daarbij aannemelijk is dat er bij de aanvraag, en aanvullende documenten, (bewust) onjuiste gegevens zijn verstrekt? Zo nee, waarom niet?

Nee, wij zijn niet voornemens om een onderzoek te starten. De aanvrager is op grond van artikel 4:2 lid 2 Awb verplicht de gegevens en bescheiden te verstrekken die voor de beslissing nodig zijn en waarover hij de beschikking kan krijgen. Wanneer een vergunningaanvraag in behandeling wordt genomen, beoordeelt de provincie Limburg (als zijnde bevoegd gezag) of de aangevraagde situatie (die nog gerealiseerd moet worden) binnen de referentie situatie past van de betreffende inrichting. De vergunninghouder dient zich te houden aan de vergunde situatie. Indien blijkt dat dit niet het geval is, wordt dit een handhavingskwestie. Ambtshalve intrekken aan de hand van artikel 5.4 lid 1 sub b is in dezen niet het gewezen middel. Daarnaast zijn er tot op heden geen vergunningaanvragen bekend waarbij onjuiste gegevens zijn aangeleverd.

Vraag 2) Ook andere betrokken wetten, zoals de Wet milieubeheer en de meststoffenwetgeving kennen bepalingen overeenkomend met art. 5.4 lid 1 sub b Wnb. In antwoord op eerdere schriftelijke vragen over fraude bij adviesbureaus (31 januari 2018 GS 2018/6309) gaf het college aan dat, voor wat betreft door gemeentes verleende vergunningen, de provincie kan optreden via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Gaat het College dat doen, met hetzelfde doel? Zo nee, waarom niet?

Op de beantwoording van de vragen zoals hierboven door u omschreven hebben wij eerder aangegeven: De provincie heeft hierin geen directe rol. Wel heeft de provincie de mogelijkheid om in het kader van het Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT), zijnde het tweedelijns toezicht op gemeenten, de gemeente te wijzen op hun verantwoordelijkheid.

Bij de jaarlijkse beoordeling van het systeemtoezicht van gemeenten op het Wabo/Wro doen wij dit en zullen wij dit blijven doen.

Vraag 3) In het bestuur van de RUD werkt de provincie samen met gemeentes. Gaat het College deze kwestie aan de orde stellen in het bestuur, met het doel dat ook gemeentes ook een controle gaan doen op met betrokkenheid van adviesbureau Bergs verleende vergunningen?

Zoals onder 1 aangegeven zullen wij geen onderzoek starten en zullen wij de gemeentes hier dan ook niet toe aansporen.

Vraag 4) Voor zover vergunningen verleend zijn onder Rijksverantwoordelijkheid, m.n. de NVWA, gaat het College de kwestie van onderzoek naar in het bovenstaande bedoelde vergunningen bij het Rijk aankaarten? Zo nee, waarom niet?

Zoals onder 1 aangegeven zullen wij geen onderzoek starten en zullen wij het Rijk hier dan ook niet toe aansporen.

Gedeputeerde staten van Limburg

voorzitter

secretaris