Schrif­te­lijke vragen Plusquin Correcte, open en trans­pa­rante beje­gening van burgers


Indiendatum: 31 mei 2021

Geacht college,

Blijkens de besluitenlijst van 29 april jl. (nr. 2021/10798) heeft GS een aantal bezwaarschriften van faunabeschermingsorganisaties (Animal Rights en Fauna4life) niet ontvankelijk verklaard. Dat was vanwege een - door het college als zodanig beoordeelde - termijnoverschrijding. Door de niet-ontvankelijkverklaring worden de inhoudelijke bezwaren tegen de ontheffingen, die o.m. afschot mogelijk maken, niet behandeld. Dit houdt in beginsel ook in dat de casus onttrokken wordt aan een eventuele toetsing door de bestuursrechter.

De betreffende organisaties zijn echter in goed vertrouwen afgegaan op de publicatiedatum, maar hebben nu hun werk voor niets gedaan.

De Partij voor de Dieren vindt dat het college, in het kader van een correcte, open en transparante bejegening van de burger, ook als derde-belanghebbende, bezwaarschriften ruimhartig moet behandelen. Dit leidt tot de volgende vragen:

  1. Het college heeft vier ontheffingen op basis van de Wet natuurbeheer afgegeven voor de kolgans, brandgans, vos1 en wild zwijn op 22 december jl. Pas een maand na bekendmaking aan de Faunabeheereenheid zijn deze in het provinciaal blad gepubliceerd, op 22 januari 2021. Waarom is daarmee zo lang gewacht?

  2. Erkent het college, dat normaliter (derden-)belanghebbenden ervan uit moeten kunnen gaan dat een bezwaartermijn gaat lopen op de datum van (openbare) publicatie?

  3. Belanghebbenden hebben zes weken om bezwaar aan te tekenen.2 Juridisch gaat de bezwaartermijn al lopen op de datum van bekendmaking aan de belanghebbenden,3 in dit geval dus al op 22 december. Deze datum werd bij de publicatie in het provinciaal blad echter niet vermeld. Ziet het college dit als een correcte, open en transparante wijze van publicatie? Zo ja, kan het zijn antwoord toelichten?

  4. Erkent het college dat door deze wijze van publicatie in het provinciaal blad bij derden-belanghebbenden, zoals in dit geval de stichtingen Animal Rights en Fauna4life, een verkeerde indruk is gewekt over de uiterste datum van indiening van bezwaar? Zo nee, waarom niet?

  5. Doordat de betreffende stichtingen uitgingen van de datum publicatie in het PB, hebben zij hun bezwaarschriften na de formele bezwaartermijn, maar wel binnen zes weken na de publicatie in het PB, ingediend. Het college heeft vervolgens vanwege termijnoverschrijding de betreffende bezwaarschriften niet ontvankelijk verklaard.4 Dat was conform het dictum v/h juridische advies van de Adviescommissie bezwaarschriften, die overigens bij de motivering wees op de gebrekkige wijze van publicatie (zie vraag 3). Is het voor het college mogelijk om van het dictum van een advies van een bezwarencommissie af te wijken, bijvoorbeeld vanwege een bestuurlijke weging? Zo nee, waarom niet?

  6. Ziet het college, in het licht van de verlate publicatie, het desondanks niet-ontvankelijk verklaren als een correcte, open en transparante bejegening van de burger?

  7. Het is juridisch mogelijk om een termijnoverschrijding als verschoonbaar aan te merken.5 Daardoor is een bezwaarschrift alsnog inhoudelijk in behandeling te nemen. Ook blijven de ontheffingen dan vooralsnog gelden. Waarom heeft het college niet voor deze optie gekozen?

  8. Is GS bereid de niet-ontvankelijkverklaring in te trekken, en de bezwaarschriften alsnog inhoudelijk in behandeling te nemen? Zo nee, waarom niet?

  9. Met instemming van het bestuursorgaan is het mogelijk dat rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter wordt aangetekend, zonder bezwaarschriftprocedure.6 Dit zou veel tijd en moeite kunnen schelen. Daarvoor is het echter wel noodzakelijk dat het bezwaarschrift alsnog ontvankelijk verklaard wordt. In navolging van de vorige vraag: is het college in casu bereid in te stemmen met een rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, mits het bezwaarschrift ontvankelijk verklaard wordt? Zo nee, waarom niet?

De Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om via elektronische weg berichten te sturen tussen bestuursorganen en burgers;7 dit geldt ook voor bezwaarschriften. Zo was het voor belanghebbenden betreffende het Roermondse dassendrama wél mogelijk om via elektronische weg een bezwaarschrift in te dienen.8 De ontheffing in casu vermeldt deze mogelijkheid via elektronische weg echter níet.

10) Hoe kan het college deze willekeur verklaren? Hoe verhoudt dit zich tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dan het gelijkheidsbeginsel9 in het bijzonder?

11) Waarom vermeldde de ontheffing in casu de mogelijkheid tot bezwaar via elektronische weg niet? Hoe gaat het college dit gebrek in het vervolg voorkomen?

12) De niet-ontvankelijkverklaring had mogelijk voorkomen kunnen worden als de bezwaarschriftprocedure via elektronische weg ingediend kon worden. Is het college gelet op dit gebrek en de schijn van willekeur alsnog bereid de niet- ontvankelijkheidsverklaring te doen herstellen10 door belanghebbenden? Of wil het college het gebrek de termijnoverschrijding alsnog verschonen, waardoor belanghebbenden alsnog ontvankelijk zijn? Zo nee, waarom niet?

Graag beantwoording vinnen de daarvoor geldende termijnen.

Hoogachtend,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 31 mei 2021
Antwoorddatum: 6 jul. 2021

Blijkens de besluitenlijst van 29 april jl. (nr. 2021/10798) heeft GS een aantal bezwaarschriften van faunabeschermingsorganisaties (Animal Rights en Fauna4life) niet ontvankelijk verklaard. Dat was vanwege een - door het college als zodanig beoordeelde - termijnoverschrijding. Door de niet- ontvankelijkheidsverklaring worden de inhoudelijke bezwaren tegen de ontheffingen, die o.m. afschot mogelijk maken, niet behandeld. Dit houdt in beginsel ook in dat de casus onttrokken wordt aan een eventuele toetsing door de bestuursrechter.

De betreffende organisaties zijn echter in goed vertrouwen afgegaan op de publicatiedatum, maar hebben nu hun werk voor niets gedaan.

De Partij voor de Dieren vindt dat het college, in het kader van een correcte, open en transparante bejegening van de burger, ook als derdebelanghebbende, bezwaarschriften ruimhartig moet behandelen.

Vraag 1) Het college heeft vier ontheffingen op basis van de Wet natuurbeheer afgegeven voor de kolgans, brandgans, vos en wild zwijn op 22 december jl. Pas een maand na bekendmaking aan de Faunabeheereenheid zijn deze in het provinciaal blad gepubliceerd, op 22 januari 2021. Waarom is daarmee zo lang gewacht?

De kennisgeving van de genomen besluiten heeft inderdaad plaatsgevonden een maand nadat de besluiten genomen zijn. Dat het vervelend is dat een dergelijke lange periode tussen het verzenden van de besluiten en de publicatie van de kennisgeving zit moge duidelijk zijn. Normaliter is dat ook niet zo. De kennisgeving is echter geen wettelijk vereiste. Die kennisgeving is “bovenwettelijk” en hoeft niet door het bestuursorgaan gepubliceerd te worden. Daaraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Bij de verleende ontheffingen is het juridisch gezien voldoende om het besluit toe te sturen aan de aanvrager. In die zin kan de tijdspanne die tussen het besluit en de kennisgeving zit dus niet aan het bestuursorgaan worden tegengeworpen. Het geeft de bezwaarmakers geen recht om het bezwaar later in te dienen.

In de niet-verplichte kennisgeving is niet expliciet de bekendmakingsdatum van het besluit vermeld, maar is opgenomen dat belanghebbenden binnen zes weken na de dag waarop ‘dit’ besluit is verzonden bezwaar kunnen maken. De verzenddatum is terug te vinden in het besluit zelf. De gehanteerde formulering is op zichzelf bezien niet verkeerd, maar wij zien in dat het opnemen van de bekendmakingsdatum van het besluit in de kennisgeving een volledigere weergave zal geven van de bezwaartermijn. Vanaf heden zal deze datum dan ook worden opgenomen bij kennisgevingen in het provinciaal blad inzake ontheffingen faunabeheer.

Vraag 2) Erkent het college, dat normaliter (derden-)belanghebbenden ervan uit moeten kunnen gaan dat een bezwaartermijn gaat lopen op de datum van (openbare) publicatie?

Zie antwoord vraag 1.

Vraag 3) Belanghebbenden hebben zes weken om bezwaar aan te tekenen. Juridisch gaat de bezwaartermijn al lopen op de datum van bekendmaking aan de belanghebbenden, in dit geval dus al op 22 december. Deze datum werd bij de publicatie in het provinciaal blad echter niet vermeld. Ziet het college dit als een correcte, open en transparante wijze van publicatie? Zo ja, kan het zijn antwoord toelichten?

Zie antwoord vraag 1.

Vraag 4) Erkent het college dat door deze wijze van publicatie in het provinciaal blad bij derden- belanghebbenden, zoals in dit geval de stichtingen Animal Rights en Fauna4life, een verkeerde indruk is gewekt over de uiterste datum van indiening van bezwaar? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 1.

Vraag 5) Doordat de betreffende stichtingen uitgingen van de datum publicatie in het provinciaal blad, hebben zij hun bezwaarschriften na de formele bezwaartermijn, maar wel binnen zes weken na de publicatie in het provinciaal blad, ingediend. Het college heeft vervolgens vanwege termijnoverschrijding de betreffende bezwaarschriften niet ontvankelijk verklaard. Dat was conform het dictum v/h juridische advies van de Adviescommissie bezwaarschriften, die overigens bij de motivering wees op de gebrekkige wijze van publicatie (zie vraag 3). Is het voor het college mogelijk om van het dictum van een advies van een bezwarencommissie af te wijken, bijvoorbeeld vanwege een bestuurlijke weging? Zo nee, waarom niet?

Het is mogelijk voor GS om van een advies van de bezwarencommissie af te wijken, echter komt dit in deze erop neer dat GS de bezwaarmakers tegen de juridische werkelijkheid in ontvankelijk zou moeten verklaren. Dat is niet mogelijk. De reden hiervoor is dat de ontvankelijkheid van bezwaren een ambtshalve door de rechter te beoordelen vraag is. Zelfs al zouden GS het bezwaar alsnog ontvankelijk achten, dan is dit geen grond om dit aspect in een beroepsprocedure bij de rechter buiten beschouwing te laten. Het gaat immers om ambtshalve door de rechter te toetsen bepalingen, die niet ter vrije beschikking van partijen staan. Als de rechter concludeert dat GS de bezwaren ten onrechte ontvankelijk heeft geacht, betekent dit dat de rechter het bestreden besluit zal vernietigen en met toepassing van artikel 8:72, lid 3 Awb zelf bezwaarmakers alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren. Uit jurisprudentie kan worden geconcludeerd dat een bezwaar van een niet-ontvankelijke bezwaarmaker niet inhoudelijk behandeld mag worden.

Uiteraard is een voorwaarde voor het vorenstaande oordeel van de rechter dat de kwestie aan de rechter wordt voorgelegd. De kans dat dit gebeurt is aanwezig. Immers, hetzij de Stichting Faunabeheereenheid Limburg hetzij de Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4life kunnen beroep bij de rechter aantekenen. Met alsnog ontvankelijk verklaren komen bezwaarmakers dus niet verder.

Hierbij wordt opgemerkt dat Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4Life inmiddels beroep hebben aangetekend tegen de beslissing op bezwaar waarin deze partijen niet-ontvankelijk zijn verklaard.

Op basis van het voorgaande is rechtstreeks beroep niet aan de orde. Als de bezwaarschriften wél ontvankelijk zouden zijn dan is rechtstreeks beroep om de volgende redenen niet aan de orde. De mogelijkheid van rechtstreeks beroep is immers slechts voor een beperkt aantal gevallen bedoeld, bijvoorbeeld wanneer in het vooroverleg al een uitgebreide gedachtewisseling heeft plaatsgevonden of wanneer het geschil een zuivere rechtsvraag betreft. Hiervan is geen sprake. Bovendien volgt uit artikel 7:1a, eerste lid, Awb dat bezwaarmakers een verzoek tot rechtstreeks beroep direct bij het indienen van de bezwaarschriften hadden moet doen. Als het verzoek wordt gedaan nadat de bezwaarschriften zijn ingediend, bestaat de mogelijkheid dat de rechter het bezwaar terugverwijst. Ook in de Memorie van Toelichting bij artikel 7:1a Awb is vermeld dat het niet mogelijk is dat een belanghebbende tijdens de bezwaarschriftenprocedure alsnog voorstelt om van verdere behandeling af te zien en het bezwaarschrift door te zenden naar de rechter.

Vraag 6) Ziet het college, in het licht van de verlate publicatie, het desondanks niet-ontvankelijk verklaren als een correcte, open en transparante bejegening van de burger?

Zie antwoord vraag 1.

Vraag 7) Het is juridisch mogelijk om een termijnoverschrijding als verschoonbaar aan te merken. Daardoor is een bezwaarschrift alsnog inhoudelijk in behandeling te nemen. Ook blijven de ontheffingen dan vooralsnog gelden. Waarom heeft het college niet voor deze optie gekozen?

Het is juist dat een termijnoverschrijding kan worden gepasseerd als deze verschoonbaar is (dat volgt uit artikel 6:11 Awb). Bezwaarmakers zijn in de gelegenheid gesteld om te motiveren waarom de bezwaarschriften te laat zijn ingediend. Daarvan hebben bezwaarmakers echter geen gebruik gemaakt, waardoor GS dit ook niet hebben kunnen betrekken bij de beslissing op bezwaar. Daardoor bleef geen andere optie open dan bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren.

Vraag 8) Is GS bereid de niet-ontvankelijkverklaring in te trekken, en de bezwaarschriften alsnog inhoudelijk in behandeling te nemen? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 5.

Vraag 9) Met instemming van het bestuursorgaan is het mogelijk dat rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter wordt aangetekend, zonder bezwaarschriftprocedure. Dit zou veel tijd en moeite kunnen schelen. Daarvoor is het echter wel noodzakelijk dat het bezwaarschrift alsnog ontvankelijk verklaard wordt. In navolging van de vorige vraag: is het college in casu bereid in te stemmen met een rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, mits het bezwaarschrift ontvankelijk verklaard wordt? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 5.

De Algemene wet bestuursrecht biedt de mogelijkheid om via elektronische weg berichten te sturen tussen bestuursorganen en burgers; dit geldt ook voor bezwaarschriften. Zo was het voor belanghebbenden betreffende het Roermondse dassendrama wél mogelijk om via elektronische weg een bezwaarschrift in te dienen. De ontheffing in casu vermeldt deze mogelijkheid via elektronische weg echter níet.

Vraag 10) Hoe kan het college deze willekeur verklaren? Hoe verhoudt dit zich tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dan het gelijkheidsbeginsel in het bijzonder?

Medio 2020 hebben GS ingestemd met het openstellen van de elektronische weg voor het indienen van bezwaarschriften. Het is aldus juist dat een bezwaarschrift schriftelijk (per post) of elektronisch met gebruikmaking van een daartoe ontwikkeld webformulier kan worden ingediend. Het is echter niet mogelijk om een bezwaarschrift in te dienen per e-mail of fax. Abusievelijk is de mogelijkheid tot het indienen van een bezwaarschrift via het daartoe ontwikkelde webformulier niet vermeld in de besluitbrief behorende bij de ontheffingen. Er zal dan ook op worden toegezien dat deze elektronische weg wordt vermeld bij de toekomstige ontheffingen faunabeheer.

Ondanks het ontbreken van de vermelding met betrekking tot de elektronische weg, hebben bezwaarmakers de mogelijkheid gehad om binnen de bezwarentermijn zelf of door tussenkomst van een belangenbehartiger een (pro forma) bezwaarschrift tijdig per post in te dienen. Van deze mogelijkheid is niet (tijdig) door bezwaarmakers gebruik gemaakt. Voor wat betreft de ontvankelijkheid wordt verwezen naar de beantwoording bij de vragen 5, 8 en 9.

Vraag 11) Waarom vermeldde de ontheffing in casu de mogelijkheid tot bezwaar via elektronische weg niet? Hoe gaat het college dit gebrek in het vervolg voorkomen?

Zie antwoord vraag 10.

Vraag 12) De niet-ontvankelijkverklaring had mogelijk voorkomen kunnen worden als de bezwaarschriftprocedure via elektronische weg ingediend kon worden. Is het college gelet op dit gebrek en de schijn van willekeur alsnog bereid de niet-ontvankelijkheidsverklaring te doen herstellen door belanghebbenden? Of wil het college het gebrek de termijnoverschrijding alsnog verschonen, waardoor belanghebbenden alsnog ontvankelijk zijn? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 10.

Gedeputeerde staten van Limburg

voorzitter

secretaris