Inbreng Plusquin Benoeming nieuwe gede­pu­teerden


2 juli 2021

Voorzitter, beoogde collegeleden,

Misschien heb ik de beoogde collegeleden jl. woensdag een beetje overvallen met mijn inhoudelijke vragen.

Maar het is een ongebruikelijke situatie, dat vraagt om ongebruikelijke interventies. En misschien is de Partij voor de Dieren ook wel een ongebruikelijke partij.

Laat ik het vandaag breder trekken. En een drietal essentiële politieke vragen aan de orde stellen. Voor een deel ook gericht aan andere fracties in de Staten.

Als eerste: hoe moeten wij dit college zien? Niet als een conventioneel college, met politieke binding – en, wat daar dan bij hoort, een aan iedere Statenvergadering voorafgaand, dichttimmerend coalitieberaad. Dat willen wij als PvdD niet terugzien hier - en als ik me niet vergis, de andere fracties in deze Staten ook niet. Er is altijd een brede voorkeur geweest voor een extraparlementair college.

Maar wat hoor ik de fractievoorzitter van de PvdA jl. woensdag zeggen? Dat dit geen extraparlementair college is. Is dat zijn opvatting? En hoe zien de andere fracties dat, van de, ik noem het maar “steun partijen”, die kandidaat-collegeleden hebben geleverd. CDA, VVD, GroenLinks, D’66 en Lokaal Limburg? Hoe zien de beoogde collegeleden dat zelf – stemmen zij, klassiek, vooral af met de steunpartijen, of zoeken zij steun in de hele Staten?

Voorzitter, zonder een duidelijk antwoord op die vraag kunnen wij niet op een zinnige manier een stem uitbrengen als ons gevraagd wordt in te stemmen met de kandidaten.

Dan nog een punt waarop wij als Staten nog in de mist zitten. Er is geen uitgewerkte portefeuilleverdeling. Zoals die er tot nu toe wel altijd ligt als een College zich presenteert. Het maakt voor onze fractie, en wij waarschijnlijk niet als enige, nogal uit wie, vanuit welke politieke windrichting, op bepaalde portefeuilles zit. Zo hebben we woensdag al gewezen op de onduidelijkheid over de portefeuilles stikstof en natuur.

Wij stellen dan ook voor om de stemming van vandaag uit te stellen totdat de portefeuilleverdeling bekend is.

Een politieke vraag is ook of het a.s. college aangenomen moties van de Staten gaat respecteren en uitvoeren. Wij verwachten dan ook dat motie 2744, waarvan het dictum (o.a.) luidde dat de stikstofproblematiek, en de zo urgente verduurzaming van de landbouw, wordt uitgevoerd. Met als consequentie een significante reductie van de veestapel.

Gaat het nieuwe college reeds aangenomen moties, w.o. deze motie 2744, uitvoeren. Wij verwachten een politiek signaal hierover.

En dan wordt er gezegd: de 32 beleidskaders uitvoeren. Dat vinden wij nogal armzalig. En dat moet u, en dan richt ik me tot de kandidaat college leden, ook armzalig vinden. U bent hier toch niet gekomen als een stel managers met vooraf gegeven opdrachten en targets?

Wat wordt uw bestuursstijl?

Staat u open voor actuele ontwikkelingen, voor nieuwe uitdagingen, voor de duurzaamheidscrisis waar we mee te maken hebben? Staat u voor een open debat over heikele kwesties, en het serieus nemen van bijdragen vanuit de samenleving?

Vanwege die actuele ontwikkelingen vraag ik hier en nu ook aandacht voor de kritieke situatie rond de maatschappelijke taken van het IKL. Ik denk dan met name aan het uitgebreide vrijwilligersnetwerk, en de scholenprojecten: hoe houden we dat in stand? Staat het a.s. college dan open voor het loslaten van het dogma van het IKL als zelfstandige organisatie. Het onderbrengen bij echte landschapsbeschermers, nl. het Limburgs landschap? Zoals succesvol al gebeurt in Brabant en Overijssel?

Een open debat, en serieus nemen van bijdragen vanuit de samenleving.

Denk dan aan MAA. De discussie over MAA is opener geworden: na het advies van Geel, door hoogkwalitatieve bijdragen vanuit de samenleving. Daar hoort dan bij om als college het behoud van MAA als luchthaventerrein niet als dogma aan te nemen. Maar open te staan voor andere invullingen.

Voorzitter, voor ons moet de integriteit van het nieuwe college buiten kijf staan. Voor alle leden gezamenlijk en voor alle leden afzonderlijk. Ieder is immers even verantwoordelijk voor het uitgevoerde beleid.

We hebben allemaal kunnen zien waartoe het stapelen van functies en gronddeals bij gedeputeerden kunnen leiden. Als er maar één gedeputeerde in opspraak raakt, schaadt dat het hele college.

Daarom vinden wij het belangrijk om nu alle mogelijke integriteitskwesties te mijden. Zeker nu, na het opstappen van het vorige college. Met deze voorgeschiedenis, hebben wij vragen met betrekking tot de integriteit van een van de kandidaat-gedeputeerden.

Deze was wethouder in Venlo, en tegelijkertijd Muntmeester als nevenfunctie bij de Koninklijke Nederlandse Munt. Dit was dan weer zojuist overgenomen door de Groep Heylen. En juist met dit bedrijf sloot de gemeente Venlo meermaals overeenkomsten af. Ook al was de wethouder niet van plan opnieuw wethouder te worden; toch had hij nog tijdens zijn ambt zijn nevenfunctie aan ditzelfde bedrijf te danken.

Een wethouder die dus een betaalde functie heeft bij een rechtstreekse zakelijk partner van de gemeente. De schijn van belangenverstrengeling stond daarbij wel degelijk op het spel, blijkt uit schriftelijke vragen van de lokale GroenLinks-fractie. Er zat niets anders op dan dat de wethouder zich zou laten vervangen als er weer een deal met Heylen gesloten zou worden.

Voorzitter, met gronddeals en nevenfuncties hebben wij slechte ervaringen. Ook het CDA adviseert om niet langer bestuurlijke functies te combineren; en de gouverneur onderschrijft dit. Eigenlijk vinden wij dat dit vanuit de persoon zelf zou moeten komen, vanuit een innerlijk moreel kompas.

Zelfs als het stapelen conform de regels al mag, wil dat niet zeggen dat daarmee de schijn weggenomen wordt. Of dat dit handelen integer of handig is.

Voorzitter, Limburg is gebaat bij integere bestuurders. Daarom is het zaak dat we nu met een schoon blazoen kunnen beginnen. Als dit soort zaken nu al opborrelt, wat komt er later dan niet nog allemaal boven water?

Dank u wel.