Bijdrage Plusquin Plan van aanpak Invasieve uitheemse exoten


15 januari 2021
Het huidige Statenvoorstel komt voort uit de EU-exotenverordening. Deze verordening heeft als doel: de biodiversiteit te beschermen. En niet: het voorkomen of beperken van economische schade. We zijn dan ook blij dat het beschermen van biodiversiteit vooropgesteld wordt in de Limburgse aanpak.


De biodiversiteit staat dus voorop. Om die te beschermen, wordt zowel in de verordening als in het Statenvoorstel een onderscheid gemaakt in lijsten.

Om met de eerste lijst te beginnen: deze invasieve soorten moeten verwijderd worden. Maar dat kan ook door niet-dodelijke middelen gebeuren, zoals opvang van wasberen. Goed dat dit conform de verordening sinds 2019 ook in Limburg gebeurt.

Wel plaatsen wij hierbij een kanttekening. 2 ton per jaar lijkt ons hiervoor vrij weinig. Zeker als dit gebruikt wordt voor zowel:

  • Onderzoek naar het verwijderen en beheren van invasieve exoten;
  • Het verwijderen en beheren van planten;
  • Het nemen van herstelmaatregelen;
  • En het toepassen van niet-dodelijke middelen op dieren zonder toebrengen van pijn en lijden.

Als het doel ‘zo min mogelijk dieren te doden’ is, lijkt 2 ton per jaar ons aan de magere kant. Het vangen door professionals is het duurste. Daarnaast wordt er niet meer gevangen plaats als het ‘redelijkerwijs niet mogelijk is’. Het is dus kortom een geldkwestie. In 2018 hebben wij al gevraagd of hiervoor extra budget beschikbaar is vanuit het Rijk. Graag een toelichting van de gedeputeerde.

Bovendien willen we graag weten hoe deze niet-dodelijke maatregelen verder ingezet worden. De wasbeer wordt gevangen, maar hoe zit het met de overige diersoorten?

Ook vragen wij ons af of de provincie deze niet-dodelijke maatregelen meegeeft aan externe terreinbeheerders of -eigenaren en in pachtovereenkomsten. Niet alleen voor wat betreft de eerste categorie, maar ook de tweede (de te beheersen) en derde (Limburgse) categorie. Hierbij speelt de provincie een ondersteunende rol. Wordt ook hier voorrang gegeven aan de niet-dodelijke middelen?

Voor de tweede (de te beheersen) categorie hebben de provincies meer keuzes. Zoals niet-dodelijke maatregelen om de populatie in te dammen of te beheersen. In het Statenvoorstel staat dat provincies over beheersmaatregelen een kosten-batenafweging ‘kunnen’ maken. Als we in art. 19 lid 1 van de Exotenverordening kijken, staat dit toch een stuk dwingender voorgeschreven. Bij beheersmaatregelen moeten er kosten-batenafwegingen en risicoanalyses worden gemaakt. Op basis hiervan moeten vervolgens de beheersmaatregelen gerangschikt worden. Anders gezegd: je mag alleen van beheersmaatregelen afzien als dat bewezen erg duur en niet effectief is. Dat is niet zo gek: je moet doden motiveren!

Gaat dit in Limburg bij de beheersmaatregelen gebeuren? Anders ga je in strijd met de EU-verordening over tot dodelijke maatregelen, - en dus pijn en leed toebrengen, terwijl dat volgens de verordening niet mag.

Dan de Limburgse lijst: soorten op deze lijst kunnen een bedreiging vormen voor de Limburgse biodiversiteit. Deze lijst is niet-limitatief, dus niet volledig opgesomd, en samengesteld op verzoek door twee of meer organisaties in Limburg. Het is wel belangrijk om ook bij de Limburgse lijst bescherming van biodiversiteit voorop te stellen. Wordt dat voldoende geborgd, zodat niet landbouw- en recreatieredenen de boventoon voeren? Hoe is de huidige Limburgse lijst precies tot stand gekomen? En worden Provinciale Staten in de toekomst ingelicht bij verdere uitbreiding daarvan?

Nadat er ingegrepen is, moeten er herstelmaatregelen volgen. Toegebrachte schade aan biodiversiteit moet hersteld worden. Bijvoorbeeld door herplanting van een inheemse soort na kap van een invasieve exoot als de Amerikaanse eik of Amerikaanse vogelkers. Hiermee wordt ook de kans op een nieuwe invasie van een exoot verkleind. Herplanting wordt niet vermeld in de nieuwe Limburgse aanpak. Waarom komt herplanting niet als herstelmaatregel naar voren? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Tot slot, wordt in het Statenvoorstel onder voetnoot 14 op p. 14 verwezen naar de achterhaalde ministeriële regeling van 18 februari 2018. Sinds 12 december 2020, ruim een maand geleden alweer, geldt een nieuwe ministeriële regeling Natuurbescherming. Is de gedeputeerde zich daarvan bewust? Is deze nieuwe regeling voldoende doorberekend in het huidige Statenvoorstel?

Dank u wel.