Vragen Volks­ge­zondheid en vergun­ning­ver­lening geiten­hou­de­rijen


Geacht College,

Een aantal Limburgse gemeentes is vanwege volksgezondheidsaspecten overgegaan tot een bouwstop voor geitenhouderijen of heeft deze in voorbereiding (Nederweert, Weert). De gemeente Gulpen-Wittem heeft een vergunning voor een grote geitenhouderij in Eys uiteindelijk vanwege voortschrijdend inzicht geweigerd, nadat deze aanvankelijk was toegekend. De provincies Noord-Brabant, Gelderland in 2017 en recentelijk Utrecht hebben een bouwstop voor geitenhouderijen ingesteld,. Deze is mede gebaseerd op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek (het VGO-2 onderzoek) waaruit o.a. een verhoogd risico op longontsteking naar voren kwam in een omtrek van 2 kilometer rond geitenhouderijen.

In een recente uitspraak van de Raad van State (ECL:NL:RVS:2018:2189 van 4 juli jl.) oordeelde dit hoogste bestuursrechtelijke rechtscollege dat de gemeente Lingewaard terecht een uitbreidingsvergunning voor een geitenhouderij had geweigerd. Deze gemeente had zich vanwege het voorzorgbeginsel daarbij o.m. gebaseerd op het VGO-2 onderzoek.

Desondanks heeft de gemeente Gennep onlangs vergunning verleend voor een bedrijf met 2000 geiten (3 x de gemiddelde grootte). De fractie van D’66 in de gemeenteraad heeft daarover kritische vragen gesteld (1).

Vanwege deze recente ontwikkelingen heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1) Hoe beoordeelt het College de bouwstop voor geitenhouderijen van de gemeentes Nederweert en Weert?

2) Volgt u de gemeente Gulpen-Wittem in het weigeren van een vergunning vanwege voortschrijdend inzicht m.b.t. de gezondheidsrisico’s voor omwonenden? Of volgt u de gemeente Gennep, die deze risico’s bij de vergunningverlening voor een grote geitenhouderij niet meeneemt?

3) Bent u het met de Raad van State(2) eens dat het niet verantwoord is de uitkomsten van het VGO-2 onderzoek te negeren? In het bijzonder m.b.t. de risico’s van longontsteking voor omwonenden binnen een afstand van 2 kilometer?

4) Gaat u . in de eigen vergunningverlening m.b.t. geitenhouderijen de lijn volgen die de Raad van State heeft neergezet met de uitspraak van 4 juli?

5) De sector is sterk groeiende en heeft onlangs nog een ambitieus toekomstplan gepubliceerd(3). Is het mogelijk dat vanwege de bouwstop in Gelderland, Noord-Brabant en nu ook Utrecht steeds meer geitenhouderijen zullen kiezen voor het aanvragen van een vergunning in Limburg?

6) Hoe beoordeelt het College een dergelijke ontwikkeling, nu het hoogste bestuursrechtelijke rechtscollege de lijn volgt van het voorzorgbeginsel vanwege de volksgezondheidsrisico’s?

Graag beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor gestelde termijn,


Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren


1https://gennep.news/nieuws/ottersum/d66-bezorgd-over-ottersumse-megastal/?platform=hootsuite

2 Raad van State 4 juli 2018 (ECL:NL:RVS:2018:2189)

3 https://platformmelkgeitenhouderij.nl/toekomstvisie-geitenzuivelketen/

1) Hoe beoordeelt het College de bouwstop voor geitenhouderijen van de gemeentes Nederweert en
Weert?

Antwoord.
Binnen de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die aan de gemeenten Nederweert en Weert zijn
toebedeeld, hebben zij een voorbereidingsbesluit genomen. Dat besluit respecteren wij.

2) Volgt u de gemeente Gulpen-Wittem in het weigeren van een vergunning vanwege voortschrijdend inzicht
m.b.t. de gezondheidsrisico's voor omwonenden? Of volgt u de gemeente Gennep, die deze risico's bij de
vergunningverlening voor een grote geitenhouderij niet meeneemt?

Antwoord.
Zoals ook bij het antwoord op vraag 1 aangegeven, respecteren wij besluiten van individuele gemeenten
die zij binnen de aan hen toebedeelde bevoegdheden en verantwoordelijkheden nemen.

3) Bent u het met de Raad van State eens dat het niet verantwoord is de uitkomsten van het VGO-2
onderzoek te negeren? In het bijzonder m.b.t. de risico's van longontsteking voor omwonenden binnen
een afstand van 2 kilometer?

4) Gaat u in de eigen vergunningverlening m.b.t. geitenhouderijen de lijn volgen die de Raad van State heeft
neergezet met de uitspraak van 4 juli?

Antwoord 3. en 4.
Opmerking verdient dat er geen geitenhouderijen in Limburg zijn, ten aanzien waarvan ons college het tot
vergunningverlening bevoegde gezag is. Beantwoording van de door u opgeworpen vragen door ons
college is niet aan de orde aangezien hier dus geen sprake is van ‘door ons college gevoerde bestuur’
zoals bedoeld in artikel 39, eerste lid, Reglement van orde voor Provinciale Staten van Limburg 2016.

Ten overvloede merken wij nog op dat algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over eventuele
gezondheidsrisico’s ten gevolge van het wonen rondom een veehouderij voorshands ontbreken. Mitsdien
is het nemen van een generiek voorbereidingsbesluit niet aan de orde. Immers, een voorbereidingsbesluit
is een instrument dat een bevoegd gezag één jaar de tijd geeft om beleid te herijken. De Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een brief aan de Tweede Kamer
aangegeven dat het totale vervolgonderzoek van de VGO-rapportages naar verwachting pas in 2020 wordt opgeleverd.
Een herijking van beleid kan pas op zijn vroegst plaatsvinden na oplevering van dit rapport, al dan niet
met nieuwe inzichten. Een voorbereidingsbesluit nemen heeft in deze fase dan ook geen zin, omdat er
geen nieuwe inzichten over deze kwestie gepresenteerd zullen worden in de tijd dat een dergelijk
voorbereidingsbesluit van kracht is.

5) De sector is sterk groeiende en heeft onlangs nog een ambitieus toekomstplan gepubliceerd. Is het
mogelijk dat vanwege de bouwstop in Gelderland, Noord-Brabant en nu ook Utrecht steeds meer
geitenhouderijen zullen kiezen voor het aanvragen van een vergunning in Limburg?

Antwoord.
Wij hebben de IV-gemeenten gevraagd om alert te zijn op initiatieven met betrekking tot geitenhouderijen.
Op dit moment zijn er geen signalen dat er een sterke toename is van bedrijven die hun bedrijvigheid
naar Limburg willen verplaatsen. Via de meest recente wijziging van de provinciale verordening worden
geiten als IV aangemerkt. Nieuwvestiging van geitenhouderijen is dan uitsluitend binnen
landbouwontwikkelingsgebieden mogelijk.
Verplaatsing van de bedrijvigheid vanuit andere regio’s naar Limburg kan dan alleen nog maar tot
problemen voor omwonenden leiden als een bestaande bedrijfslocaties wordt opgekocht en omgevormd
tot geitenhouderij. In overleg met de gemeenten bezien we de mogelijkheden om de mogelijkheden tot
het omvormen van bedrijven te beperken.

6) Hoe beoordeelt het College een dergelijke ontwikkeling, nu het hoogste bestuursrechtelijke rechtscollege
de lijn volgt van het voorzorgbeginsel vanwege de volksgezondheidsrisico's?

Antwoord.
Zie het antwoord op de vragen 3 en 4.

Gedeputeerde Staten van Limburg