Schrif­te­lijke vragen Plusquin over Opslag van kernafval in Limburg en besluit­vorming SMR’s


Indiendatum: 17 jul. 2023

Geacht College,

Uit TNO-onderzoek blijkt dat zeven gemeenten in het midden van Limburg in beeld zijn als mogelijk geschikte locatie voor de opslag van kernafval. Al deze gemeenten wisten van niets, totdat De Limburger hen om een reactie vroeg.

Op 18 juni 2023 stond er in dagblad “De Limburger” een artikel: “Wordt Limburg een opslagplaats voor kernafval? ‘We zijn verbaasd dat er nauwelijks discussie is’” (http://www.limburger.nl/cnt/dm...). Eerder, 14 juni 2023, stond in datzelfde dagblad een commentaar met als titel: “Commentaar: Dat zeven Limburgse gemeenten niet wisten dat zij in beeld zijn als mogelijke locatie voor de opslag van kernafval is eigenlijk onvoorstelbaar” (http://www.limburger.nl/cnt/dm...)

Definitieve opslag van kernafval, is een heel grote stap om te zetten, die toekomstige generaties tot in lengte van jaren belast, en waarover in ieder geval volledige transparantie moet bestaan. De fractie van de Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen.

1. In de artikelen van “De Limburger” worden specifiek zeven Limburgse gemeenten genoemd als mogelijke locatie voor eindberging van kernafval. Is het College bekend met het TNO-onderzoek genoemd in beide, hierboven genoemde artikelen van dagblad “ De Limburger”? Zo nee, hoe kan het dat u als College niet van het onderzoek op de hoogte was?

2. Bent u voornemens om, eventueel, mee te werken aan de mogelijkheid om kernafval op te bergen in Limburgse grond?

3. Zo ja, op welke wijze gaat u de inwoners van Limburg beschermen tegen de gevaren die kernafval met zich meebrengt? Heeft u daartoe ook de wettelijke bevoegdheden, of is dit geheel en al overgelaten aan de landelijke overheid?

4. Bent u ervan op de hoogte dat het voorgestelde gebied een aardbevingsgevoelig gebied is? (1) Vindt u dat het genoemde gebied, los van het feit dat zich daar “Boomse klei” bevindt, geschikt is voor eindberging? Zo ja, wat zijn uw bevindingen? Zo nee, laat u een en ander onderzoeken zodat u daar een gedegen mening over kunt vormen?

Voor de plaatsing van zgn. SMR’s is een voorbereidingsproces opgestart, waarin de “SMR-alliantie” een cruciale rol speelt. .Het College vervult hierbij de rol van trekker

5. In antwoord op schriftelijke vragen geeft het College aan dat de SMR-alliantie o.a. het maatschappelijk debat over SMR’s gaat faciliteren. Bent u bereid om inwoners van Limburg en omstreken te laten deelnemen aan de SMR-alliantie, anders dan in “inspraakrondes en bezwaarprocedures”? Zo nee, waarom niet?

6. Houdt dit in dat ook onafhankelijke en kritische experts, zoals bijv. dhr. Damveld (3), bij de alliantie betrokken worden? Zo nee, zal dhr. Damveld worden uitgenodigd voor bijeenkomsten in het kader van het maatschappelijk debat?

7. Zo nee, kunt u dan in een reactie geven op het bijgevoegde overzichtsartikel van dhr. Damveld “Nieuwe kleinere kerncentrales in vogelvlucht”?

8. Kunt u een inschatting geven, nu of in een latere fase, van de te verwachten kosten vanaf onderzoek tot en met realisatie en eindberging/ontmanteling van een Limburgs SMR-project? Hoeveel van die kosten gaat de provincie Limburg zelf dragen?

9. Hoe groot is de evacuatiecirkel bij een kernramp met een SMR? Kan worden
uitgesloten dat een SMR in de omgeving van het Chemelot-terrein wordt gevestigd? Zo nee, waarom niet?

10. Nucleaire opwekking in Limburg gaat ook nucleair afval opleveren. Vindt u het ethisch aanvaardbaar om bij productie door SMR’s in Limburg andere provincies met het probleem van de afvalberging te belasten?

Wij verzoeken u vriendelijk deze vragen te beantwoorden binnen de in het reglement van orde vastgelegde termijn, waarvoor dank.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin
Partij voor de Dieren


Bronnen:

(1) https://www.atlasleefomgeving....
(2) https://limburg.bestuurlijkein...
(3) Zie o.a. H. Damveld “Nieuwe kleinere kerncentrales in vogelvlucht”, als bijlage bij deze vragen gevoegd.

Indiendatum: 17 jul. 2023
Antwoorddatum: 12 sep. 2023

Antwoord van Gedeputeerde Staten op schriftelijke vragen van Pascale Plusquin inzake Opslag van kernafval in Limburg en besluitvorming SMR's

Vraag 1.
In de artikelen van “De Limburger” worden specifiek zeven Limburgse gemeenten genoemd als mogelijke locatie voor eindberging van kernafval. Is het College bekend met het TNO-onderzoek genoemd in beide, hierboven genoemde artikelen van dagblad “De Limburger”? Zo nee, hoe kan het dat u als College niet van het onderzoek op de hoogte was?

Antwoord.
Het College is bekend met het betreffende TNO-onderzoek uit 2014. Zo is het onderzoek onlangs nog ter sprake gekomen tijdens een door Provincie Limburg georganiseerd symposium van 13 april j.l voor onder andere alle Limburgse gemeentes (ambtelijk, bestuurlijk en raadsleden) en uw Staten. De betreffende presentatie waarin de COVRA, eindverantwoordelijk voor al het Nederlandse radioactief afval, het TNOonderzoek aanhaalt, kunt u nog terugzien (zie voetnoot).1

Het College onderschrijft overigens niet de analyse van de Limburger dat specifiek zeven Limburgse gemeente in beeld zouden zijn voor de eindberging van kernafval. Het TNO-onderzoek uit 2014 geeft slechts een generiek (niet-locatie specifiek) beeld waar de eindberging geologisch gezien mogelijk zou kunnen zijn.

Vraag 2.
Bent u voornemens om, eventueel, mee te werken aan de mogelijkheid om kernafval op te bergen in Limburgse grond?

Antwoord.
Het college kan momenteel nog niet eenduidig antwoorden op deze vraag. Hierbij spelen de volgende overwegingen. Het huidige voornemen is om in Nederland de eindberging vanaf 2100 te gaan realiseren. Het is daarbij voorzien dat er in de komende jaren geen locatiekeuze wordt gemaakt noch een keuze voor opslag in klei of in zout. De besluitvorming over eindberging van radioactief afval is dus een lange termijn proces dat stapsgewijs uitgevoerd zal worden. Zoals ook opgenomen in het coalitieakkoord, op basis van het lopende haalbaarheidsonderzoek en consortiumvorming naar kernenergie met ‘Small Modular Reactors’ (SMR’s), worden mogelijke vervolgstappen genomen. Hierbij kijken wij met grote aandacht naar aspecten van veiligheid en voorgestelde oplossingen voor afval. De Rijksoverheid en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) zijn en blijven verantwoordelijk. In de context van deze vraag verwijzen we dan ook naar het nationale programma radioactief afval waarin is beschreven hoe Nederland nu en in de toekomst omgaat met radioactief afval.

Vraag 3.
Zo ja, op welke wijze gaat u de inwoners van Limburg beschermen tegen de gevaren die kernafval met zich meebrengt? Heeft u daartoe ook de wettelijke bevoegdheden, of is dit geheel en al overgelaten aande landelijke overheid?

Antwoord.
Zodra er zicht is rondom het besluitvormingsproces over hoe in de toekomst zal worden besloten over de eindberging, zullen ook kwesties als wettelijke bevoegdheden aan de orde komen.

Vraag 4.
Bent u ervan op de hoogte dat het voorgestelde gebied een aardbevingsgevoelig gebied is? Vindt u dat het genoemde gebied, los van het feit dat zich daar “Boomse klei” bevindt, geschikt is voor eindberging?

Zo ja, wat zijn uw bevindingen? Zo nee, laat u een en ander onderzoeken zodat u daar een gedegen mening over kunt vormen?

Antwoord.
Het college is op de hoogte dat aardbevingsgevoeligheid een rol speelt bij de uiteindelijke realisatie van het eindbergingsconcept rondom radioactief afval. Door het ontbreken van besluitvorming over de wijze waarop en waar radioactief afval geborgen gaat worden, acht het College het momenteel te prematuur uitspraken dan wel onderzoek te doen over de (on)geschiktheid van Limburgse bodem voor eindberging.

Vraag 5.
In antwoord op schriftelijke vragen geeft het College aan dat de SMR-alliantie o.a. het maatschappelijk debat over SMR’s gaat faciliteren. Bent u bereid om inwoners van Limburg en omstreken te laten deelnemen aan de SMR-alliantie, anders dan in “inspraakrondes en bezwaarprocedures”? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
De alliantie bestaat uit partners die een mogelijke rol hebben bij de realisering van een SMR. De alliantie is er onder andere om met inwoners in gesprek te gaan. Dat proces wordt momenteel vormgegeven. Tevens is de afgelopen maanden gesproken met bijna alle gemeenten van Limburg. Daarnaast zijn en blijven we met maatschappelijke organisaties in gesprek.

Vraag 6 en 7
Houdt dit in dat ook onafhankelijke en kritische experts, zoals bijv. dhr. Damveld, bij de alliantie betrokken worden? Zo nee, zal dhr. Damveld worden uitgenodigd voor bijeenkomsten in het kader van het maatschappelijk debat?

Zo nee, kunt u dan een reactie geven op het bijgevoegde overzichtsartikelen van dhr. Damveld “Nieuwe kleinere kerncentrales in vogelvlucht” en “opslag kernafval in vogelvlucht” (separate bijlage)?

Antwoord.
Nee, nog niet gesproken. Maar het college blijft uiteraard in gesprek met alle relevante experts op het gebied van kernenergie. Bij de voortgangsrapportage van de SMR-alliantie, welke 2024 wordt verwacht, zullen wij een algemene reflectie geven van alle gesprekken die zijn gevoerd op het gebied kernenergie.

Vraag 8.
Kunt u een inschatting geven, nu of in een latere fase, van de te verwachten kosten vanaf onderzoek tot en met realisatie en eindberging/ontmanteling van een Limburgs SMR-project? Hoeveel van die kosten gaat de provincie Limburg zelf dragen?

Antwoord.
Het is aan private partijen om daadwerkelijk SMR-projecten financieel te realiseren. De alliantie is er alleen om partijen (industriële afnemers in Limburg en SMR-leveranciers) bij elkaar te brengen en om kennis te delen en het maatschappelijk debat te faciliteren. Hoeveel een SMR kost, zal vooral afhangen van de grootte van de specifieke SMR. Andere kosten zoals u noemt, zullen mee variëren. Conform het coalitieakkoord is de Provincie Limburg niet voornemens om financieel bij te dragen aan de realisatie van een SMR. De SMR-leveranciers zijn hier ook niet op uit. De projecten (indien ze tot de realisatiefase komen) worden volledig privaat gefinancierd.

Vraag 9.
Hoe groot is de evacuatiecirkel bij een kernramp met een SMR? Kan worden uitgesloten dat een SMR in de omgeving van het Chemelot-terrein wordt gevestigd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
Er bestaat geen vaste afstandsnorm voor een SMR. De ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) stelt dit vast en dit zal ook per specifieke SMR anders kunnen zijn. Bij een vergunningaanvraag moet de aanvrager (SMR-leverancier) aantonen dat de centrale veilig gebouwd en in bedrijf kan worden genomen en deze dus voldoet aan de laatste stand der techniek, waarin bepaalde extreme situaties al zijn meegenomen. De presentatie die de ANVS heeft gegeven tijdens het symposium en die dieper in gaat op de regelgeving treft u in de voetnoot aan.

In deze fase is de SMR-alliantie allereerst een rondgang langs alle Limburgse gemeentes aan het maken om kennis te delen over de (on)mogelijkheden van SMR’s en politiek draagvlak te peilen. Ook ligt de focus op het in kaart brengen van factoren die locaties meer of minder geschikt maken. Naast bovengenoemde veiligheidseisen, zijn dit onder andere factoren als elektriciteitsvraag in de nabijheid of infrastructuur om elektriciteit te kunnen transporteren. Maar zeker ook maatschappelijke inbedding. Er vindt in deze fase geen onderzoekende locatiekeuzes plaats.

Vraag 10.
Nucleaire opwekking in Limburg gaat ook nucleair afval opleveren. Vindt u het ethisch aanvaardbaar om bij productie door SMR’s in Limburg andere provincies met het probleem van de afvalberging te belasten?

Antwoord.
Het College realiseert zich allereerst dat er vele ethische vragen spelen in het maatschappelijk debat omtrent de (on)wenselijkheid van kernenergie, zoals hoe willen wij als maatschappij omgaan met dit afval, welke risico’s zijn wij bereid te lopen, nemen wij zelf een besluit of laten we dat over aan toekomstige generaties? Hoe werkt Nederland hierin samen met andere landen? En in de nationale context, hoe stellen regio’s zich op waar mogelijk in de toekomst naar verhouding meer kernafval geproduceerd gaat worden?

De regie voor de beantwoording van dit soort vragen rondom ethische aanvaardbaarheid ligt echter bij de landelijke politiek, zie nationale programma radioactief afval, maar de lokale/provinciale bestuurders dragen ook verantwoordelijkheid om uiteenlopende ethische opvattingen over eindberging van nucleair afval een plek te geven in het debat. Zoals gezegd bij de beantwoording van vraag 5 onderzoeken we momenteel hoe het maatschappelijk debat over kernenergie met onze inwoners moet worden vormgegeven en zijn daarover allereerst in gesprek met maatschappelijke organisaties en gemeenten. Hierbij handelt het college in lijn met het coalitieakkoord waarbij met grote aandacht gekeken wordt naar aspecten van veiligheid en voorgestelde oplossingen voor afval. De Rijksoverheid en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) zijn en blijven verantwoordelijk. Zij staan aan de lat voor eventuele realisatie, bekostiging, uitvoering, nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en regels rondom opslag van kernafval.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter


Interessant voor jou

Schriftelijke vragen Plusquin over Vergunningverlening Wnb na de PAS-uitspraak

Lees verder

Schriftelijke vragen Plusquin over de jacht op Wilde Zwijnen in woonkern Bunde

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer