Vragen over Uitvoering vonnis over vergun­ning­plicht bere­ge­nings­putten bij de Peel


Geacht College,

Op 28 december 2018 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitgesproken, in een beroep aangespannen door Werkgroep Behoud de Peel, dat beregeningsputten in de omgeving van Natura 2000 gebied Groote Peel, Deurnsche Peel & Mariapeel in het beheerplan ten onrechte vrijgesteld zijn van de vergunningplicht o.g.v. de Wet natuurbescherming.

Weliswaar heeft de provincie ter zitting aangegeven een nieuw onderzoek te zullen doen naar de effecten van de beregening, maar de rechter achtte de mogelijke effecten van de beregening zo ingrijpend dat de provincie hiervoor geen uitstel kreeg. De rechter weigerde expliciet hiervoor, bij wijze van herstelkans, de bestuurlijke lus toe te passen. De vergunningplicht voor de beregeningsputten geldt daarom op grond van de uitspraak onmiddellijk.

Nu het betreffende onderzoek dit jaar wordt uitgevoerd, en daarvoor o.m. een inventarisatie van de omvang van de onttrekkingen (aantal en aard van de beregeningsputten), aan de orde is, kan de uitspraak ook relatief eenvoudig worden uitgevoerd. De fracties van de Partij voor de Dieren en de SP dringen aan op een tijdige (vóór het beregenings-seizoen) uitvoering van de uitspraak, en hebben daarom de volgende vragen:

  1. Erkent GS dat er op grond van de uitspraak van de rechter nu een vergunningplicht Wet natuurbescherming is, met onmiddellijke ingang, voor het onttrekken van grondwater, door middel van beregeningsputten van na 1-1-2001, in de omgeving van Natura 2000 gebied Groote Peel, Deurnsche Peel & Mariapeel?

  2. Gaat de provincie het aantal, en aard en omvang van de betreffende beregeningsputten inventariseren?

  3. Zo nee, waarom wordt deze inventarisatie niet ingepast in het op de rechtszitting toegezegde onderzoek naar de effecten van de onttrekkingen?

  4. Zo ja, gaat GS de betreffende ondernemers/personen (die voor het slaan en gebruik van de beregeningsputten verantwoordelijk zijn), wijzen op de verplichting daarvoor een Wet natuurbescherming vergunning aan te vragen? En/of een aanschrijving geven om daarbij in ieder geval de op grond van Hoofdstuk 6 van het Beheerplan verplichte voorwaarden en voorschriften toe te passen?

  5. Zo nee, wat is daarvoor de reden? Kan GS dan uitsluiten dat voortgaan met de betreffende onttrekkingen een overtreding is van de Wet natuurbescherming?

  6. Zo niet, kan de handhaving van de betreffende vergunningplicht dan worden overgelaten aan derden, met name Werkgroep Behoud de Peel? Kan de Werkgroep de daarvoor benodigde kennis (over ligging, grootte en aard van de putten) zelf verwerven?

Welke gevolgen zullen deze handhavingsverzoeken hebben voor de verhoudingen in het gebied?

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin, Partij voor de Dieren SP

Pascale Plusquin Peter Visser, SP

Antwoorddatum: 5 feb. 2019

Vraag 1.

Erkent GS, dat er op grond van de uitspraak van de rechter een vergunningplicht Wet Natuurbescherming is, met onmiddellijke ingang, voor het onttrekken van grondwater door middel van beregeningsputten van na 1-1-2001, in de omgeving van N2000-gebied Groote Peel, Deurnsche Peel & Mariapeel?

Antwoord.

Er is als gevolg van de uitspraak geen nieuwe vergunningplicht ontstaan; de vergunningplicht komt voort uit de wet. Daarom heeft ons college in de afgelopen 10 jaar voor het onttrekken van grondwater door middel van beregeningsputten honderden door het ministerie van LNV tot 2005 verleende vergunningen overgenomen in een koepelvergunning én sindsdien ook nieuwe vergunningen afgegeven op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en later de Wet Natuurbescherming. Deze vergunningen zijn geldig totdat het N2000-plan onherroepelijk is.

Omdat wij voornemens zijn pro-forma beroep in te stellen tegen de uitspraak van de Rechtbank, blijven deze vergunningen vooralsnog rechtsgeldig. Wij beraden ons op de wijze, waarop wij tegelijkertijd met deze regeling en in lijn met de overwegingen van de Rechtbank kunnen voorkomen, dat bij aanhoudende of hernieuwde grote droogte het grondwaterpeil in 2019 te ver zou kunnen uitzakken. In de tussentijd wordt onderzoek gedaan naar de ecologische gevolgen van een dergelijke 6-jarige vrijstelling in het N2000-plan.

Vraag 2.
Gaat de provincie het aantal, de aard en omvang van de betreffende beregeningsputten inventariseren?

Antwoord.
Zoals in het antwoord op vraag 1 is aangegeven, zal nader onderzoek plaatsvinden. Onderdeel daarvan is de vraag omtrent het aantal, de aard en omvang van de betrokken beregeningsputten. Daarbij wordt ook onderzocht in hoeverre de putten al aanwezig waren op 1 januari 2001. In het kader van een goede ecologische onderbouwing is deze informatie onmisbaar. Wij zullen daartoe ook andere dan provinciale kennisbronnen aanboren. Mede op grond daarvan moet worden bekeken voor welke beregeningsputten vrijstelling van de vergunningplicht mogelijk is en onder welke voorwaarden.

Vraag 3.
Zo nee, waarom wordt deze inventarisatie niet ingepast in het op de rechtszitting toegezegde onderzoek naar de effecten van de onttrekkingen?

Antwoord.
Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 4.
Zo ja, gaat GS de betreffende personen/ondernemers (die voor het slaan en gebruik van de beregeningsputten verantwoordelijk zijn) wijzen op de verplichting om daarvoor een vergunning cf. de Wet Natuurbescherming aan te vragen? En/of een aanschrijving geven om daarbij in ieder geval de op grond van Hoofdstuk 6 van het beheerplan verplichte voorwaarden en voorschriften toe te passen?

Antwoord.
Wij nemen de komende tijd verschillende scenario’s in overweging om enerzijds te voorkomen dat bij (extreme) droogte onaanvaardbare schade optreedt ten aanzien van Natura 2000 en anderzijds om te voorkomen dat nodeloos productieverlies in de landbouw ontstaat. Dat doen wij zowel met het oog op din het N2000-plan op te nemen oplossing voor de komende 6 jaar als met het oog op de interimsituatie2019 (de periode waarin zo’n planregeling er nog niet is). Eén van de aspecten die we in die scenario’s moeten bezien is de inzet die van ons wordt gevraagd op het gebied van toestemmingverlening en toezicht, afgezet tegen de impact en het doel van toezicht en toestemmingverlening. Die provinciebrede afweging maken wij jaarlijks in het Uitvoeringsprogramma VTH. Voor het UVP VTH voor 2019 zullen we ten aanzien van dit onderwerp expliciet een keuze (moeten) maken. Binnen enkele maanden zullen wij Uw Staten hierover nader informeren.

Vraag 5.
Zo nee, wat is daarvoor de reden? Kan GS dan uitsluiten dat voortgaan met de betreffende onttrekkingen een overtreding is van de Wet Natuurbescherming?

Antwoord.
Zie het antwoord op vraag 1 en 4.

Vraag 6.
Zo niet, kan de handhaving van de betreffende vergunningplicht dan worden overgelaten aan derden, met name de Werkgroep behoud de Peel? Kan de Werkgroep de daarvoor benodigde kennis (over ligging, grootte en aard van de putten) zelf verwerven? Welke gevolgen zullen deze handhavingsverzoeken
hebben voor de verhoudingen in het gebied?

Antwoord.
De Werkgroep behoud de Peel is in dit dossier een belanghebbende organisatie. Het is niet mogelijk om een formeel aan de provincie opgedragen handhavingsbevoegdheid over te laten aan belanghebbende derden.
In het verlengde van de Habitattoets bij het waterplan Nieuw Limburgs Peil (2010) heeft de provincie de afgelopen jaren gesteund op de handhaving van en het toezicht op de grondwaterputten door het waterschap, op basis van hun bevoegdheid in het kader van de Waterwet. In het verlengde van ons antwoord op vraag 4 en gezien de uitspraak van de Rechtbank en gelet op het verschil in scherpte bij toetsing en beoordeling op grond van de Waterwet c.q. de Wet Natuurbescherming zullen wij nader bepalen hoe we onze verantwoordelijkheid met betrekking tot N2000 het meest efficiënt kunnen uitoefenen.


Eenieder is vrij om handhavingsverzoeken in te dienen. Om te voorkomen, dat handhavingsverzoeken met betrekking tot de nu ontstane interim-situatie 2019 de verhoudingen in het gebied verslechteren, zet ons college zich ervoor in om de partijen in 2019 bij elkaar te brengen om het onderzoek naar de effecten van beregening ingeval van extreme droogte gezamenlijk te begeleiden en te trachten tot een nieuw door alle partijen gedragen voorstel te komen, dat binnen de wettelijke kaders past. De Werkgroep Behoud de Peel heeft ter zitting al laten weten mee te willen denken over de insteek van een nieuw onderzoek.


Gedeputeerde Staten van Limburg



voorzitter