Vragen over nach­te­lijke vuur­werkshow bij de Maas­plassen


Zaterdagnacht 30 sept/1 oktober jl. is er bij resort Boschmolenplas, gelegen in natuurgebied de Maasplassen, een vuurwerkshow geweest, waarover meerdere omwonenden bij de gemeente hebben geklaagd. De provincie heeft de melding van de vuurwerkshow geaccepteerd (https://www.limburg.nl/Beleid/Milieu/Vergunningen/Vuurwerkbesluit/Besluiten_Vuurwerk/Vuurwerk_30_september_en_1_oktober_2017_te_Heel_melding_2017_204743)..

1) In het gebied v/d vuurwerkshow bij de Maasplassen zitten o.m. bevers, ijsvogel, sperwers, haviken, spechten en bedreigde diersoorten als veldkrekel, heikikker en diverse salamander- en libelle soorten. Is er door de organisator van het evenement een ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd?

2) Zo niet, is er door de organisator contact opgenomen met de provincie om na te gaan of een dergelijke vergunning nodig is? Zo ja, op welke gronden is er aangegeven dat een aanvraag niet nodig is?

3) In de mededeling portefeuillehouder van 28 maart 2017 inzake motie Plusquin (GS 2017-20721), is aangegeven dat er interprovinciaal een stappenplan wordt opgesteld als Wnb-toetsingskader bij vuurwerkevenementen. Wat is de voortgang bij dit stappenplan? Op welke manier wordt nu in Limburg de afstemming tussen de vergunningverlening Vuurwerkbesluit (incl. acceptatie van meldingen) en voor de Wet natuurbescherming vorm gegeven?

4) Volgens de uitspraak van de Raad van State van 12 augustus 2015 inzake een vuurwerkshow bij Toverland (nr. 201410424/1/A4) valt onder de bescherming van gezondheid o.g.v. het Vuurwerkbesluit ook de bescherming van dieren en de risico’s van het uitbreken van vee, ook buiten de veiligheidszones. Op welke manier wordt deze jurisprudentie nageleefd door de provincie Limburg?

5) In bovengenoemde mededeling portefeuillehouder wordt gerefereerd aan de Ministeriele Regeling “Bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk”, met daarin veiligheidsafstanden voor de aanwezigheid van dieren. Binnen 100/150 meter van de locatie v/d show is een zorgmanege en op 250 meter een kinderboerderij: valt dit binnen deze veiligheidsafstand? Zo ja, waarom is de melding dan geaccepteerd?

6) Op welke manier wordt de inhoud van deze rechtstreeks werkende regeling gecommuniceerd naar organisatoren van evenementen?

7) Is in die communicatie naar organisatoren verbetering mogelijk? Zo ja, hoe gaat de provincie Limburg daaraan (mogelijk ook interprovinciaal) vorm geven?

Graag beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn,

Met vriendelijke groet,

P. Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 31 okt. 2017

Vraag 1.
Zaterdagnacht 30 sept/1 oktober jl. is er bij resort Boschmolenplas, gelegen in natuurgebied de Maasplassen, een vuurwerkshow geweest, waarover meerdere omwonenden bij de gemeente hebben geklaagd. De provincie heeft de melding van de vuurwerkshow geaccepteerd (https://www.limburg.nl/Beleid/...eptember_en_1_oktober_2017_te_Heel_melding_2017_204743).

In het gebied v/d vuurwerkshow bij de Maasplassen zitten o.m. bevers, ijsvogel, sperwers, haviken, spechten en bedreigde diersoorten als veldkrekel, heikikker en diverse salamander- en libelle soorten. Is er door de organisator van het evenement een ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd?

Antwoord.
Nee, door de organisator is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd.

Vraag 2.
Zo niet, is er door de organisator contact opgenomen met de provincie om na te gaan of een dergelijke vergunning nodig is? Zo ja, op welke gronden is er aangegeven dat een aanvraag niet nodig is?

Antwoord.
Nee, door de organisator is geen contact opgenomen met de provincie met de vraag of er een ontheffingin relatie tot beschermde soorten of een vergunning in relatie tot Natura 2000-gebieden op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk was.

Vraag 3.
In de mededeling portefeuillehouder van 28 maart 2017 inzake motie Plusquin (GS 2017-20721), is aangegeven dat er interprovinciaal een stappenplan wordt opgesteld als Wnb-toetsingskader bij vuurwerkevenementen. Wat is de voortgang bij dit stappenplan? Op welke manier wordt nu in Limburg de afstemming tussen de vergunningverlening Vuurwerkbesluit (incl. acceptatie van meldingen) en voor de Wet natuurbescherming vorm gegeven?


Antwoord.

Afwegingskader Dat er mogelijk sprake kan zijn van conflicterende belangen van evenementen met vuurwerk enerzijds en natuurbelangen anderzijds lijkt voor de hand te liggen. Dat die mogelijke tegenstrijdigheid nu nadrukkelijker op tafel is komen te liggen heeft zeker ook te maken met het feit dat sedert 1 januari 2017
de provincies bevoegd gezag zijn geworden voor de soortenbescherming in het kader van de wet natuurbescherming. Door een extern bureau is er op interprovinciaal niveau een kennisdocument en een concept afwegingskader voor toezichthouders opgesteld. Op interprovinciaal niveau is bestuurlijk
toegezegd dat iedere provincie start met een pilot waarbij wordt gewerkt met het afwegingskader. Het doel van deze pilot is het verkrijgen van meer kennis van het houden van toezicht op grond van de Wet natuurbescherming bij vuurwerkevenementen.

Afstemming Vuurwerkbesluit en Wet natuurbescherming
Wettelijk gezien is er geen verplichte afstemming/coördinatie tussen besluitvorming op grond van het Vuurwerkbesluit en de Wet natuurbescherming. In de ontvangstbrief inzake een Vuurwerkmelding of de oplegbrief bij de ontbrandingstoestemming wordt vermeld dat nog andere wettelijke bepalingen van
toepassing kunnen zijn waaraan tevens moet worden voldaan. Daarbij wordt expliciet gewezen op de Wet natuurbescherming en vermeld dat de initiatiefnemer daarvoor zelf verantwoordelijk is. Dat is ook in de geest van de Wet natuurbescherming en de Natuurvisie die veel verantwoordelijkheid legt bij de
initiatiefnemer; die moet zelf nagaan welke gevolgen zijn initiatief kan hebben voor beschermde natuurwaarden. Tot op heden is in nog geen enkel geval, naast een aanvraag/melding op grond van het Vuurwerkbesluit, een aanvraag om ontheffing en/of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming
ingediend. Zodoende heeft er tot op heden geen informele/ambtelijke afstemming plaatsgevonden over concrete vuurwerkevenementen.

Het vermoeden bestaat dat de verantwoordelijkheid aangaande het naleven van de Wet natuurbescherming door initiatiefnemers nog onvoldoende wordt genomen. Met de uitkomsten van de pilot kan worden beoordeeld of dit vermoeden recht doet aan de werkelijkheid.

Vraag 4.
Volgens de uitspraak van de Raad van State van 12 augustus 2015 inzake een vuurwerkshow bij Toverland (nr. 201410424/1/A4) valt onder de bescherming van gezondheid o.g.v. het Vuurwerkbesluit ook de bescherming van dieren en de risico’s van het uitbreken van vee, ook buiten de veiligheidszones. Op welke manier wordt deze jurisprudentie nageleefd door de provincie Limburg?

Antwoord.

Om geoorloofd vuurwerk te kunnen ontbranden moeten vuurwerkbedrijven in het bezit te zijn van een door de minister van I&M verleende toepassingsvergunning. Vervolgens moet voorafgaande aan het ontbranden van vuurwerk als het niet meer is dan 20 kg theatervuurwerk of 200 kg consumentenvuurwerk tenminste een melding worden ingediend. Als er meer vuurwerk wordt ontbrand moet een ontbrandingstoestemming worden aangevraagd.

Op een melding op grond van het Vuurwerkbesluit, zoals in het onderhavige geval is ingediend, volgt geen besluit. Bij een ontbrandingstoestemming, waarbij door GS een besluit wordt genomen, bestaat de mogelijkheid voor een afweging op grond van de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu en daarmee indirect de bescherming van dieren/vee. Voor een vuurwerkmelding is het niet
mogelijk om deze afweging te maken, maar wordt enkel gekeken naar de voorwaarden die hiervoor zijn opgenomen in het Vuurwerkbesluit dan wel de bijbehorende regeling.

De betreffende uitspraak van de Raad van State moet ons inziens gelezen worden dat bij een ontbrandingstoestemming ook mogelijke risico’s buiten de veiligheidszone beschouwd moeten worden. Indien hier aanleiding toe is gebeurt dit, zoals onder andere in de ontbrandingstoestemming voor vuurwerk bij Toverland. In dat geval zijn ook aanvullende voorschriften in de ontbrandingstoestemming opgenomen om paniek bij het vee te voorkomen.

Opgemerkt wordt dat gedomesticeerde dieren niet worden beschermd tegen de effecten van vuurwerk door de Wet natuurbescherming, maar door het Vuurwerkbesluit.

Vraag 5.
In bovengenoemde mededeling portefeuillehouder wordt gerefereerd aan de Ministeriele Regeling “Bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk”, met daarin veiligheidsafstanden voor de aanwezigheid van dieren. Binnen 100/150 meter van de locatie v/d show is een zorgmanege en op 250 meter een kinderboerderij: valt dit binnen deze veiligheidsafstand? Zo ja, waarom is de melding dan geaccepteerd?


Antwoord.
Zoals reeds onder punt 4 is aangegeven, volgt op een vuurwerkmelding geen besluit. Dit betekent dat het afwegen van mogelijke risico’s als gevolg van het ontbranden van vuurwerk in de nabijheid van een zorgmanege dan wel kinderboerderij niet aan de orde is.

Vraag 6.
Op welke manier wordt de inhoud van deze rechtstreeks werkende regeling gecommuniceerd naar organisatoren van evenementen?


Antwoord.
Er is een wezenlijk verschil tussen een organisator van een evenement en een aanvrager/initiatiefnemer (vuurwerkbedrijf) voor het ontbranden van vuurwerk. Bij besluitvorming bij een ontbrandingstoestemming dan wel afhandeling van een vuurwerkmelding is er enkel contact met de indiener van de aanvraag of vuurwerkmelding. Deze laatste is namelijk verantwoordelijk voor naleving van de rechtstreeks werkende regels in het kader van het Vuurwerkbesluit. Een organisator van een evenement kan niet aangesproken worden op naleving van de rechtstreeks werkende regels.

Vraag 7.
Is in die communicatie naar organisatoren verbetering mogelijk? Zo ja, hoe gaat de provincie Limburg daaraan (mogelijk ook interprovinciaal) vorm geven?


Antwoord.
Een aanvraag voor een ontbrandingstoestemming dan wel het indienen van een vuurwerkmelding kan alleen door een vuurwerkbedrijf dat tevens over een toepassingsvergunning beschikt. Dergelijke bedrijven zijn op de hoogte van de rechtstreeks werkende regels. Communicatie in het kader van het Vuurwerkbesluit en de rechtstreeks werkende regels naar organisatoren is niet aan de orde. Zie ook het antwoord onder vraag 6.

Wel is vermoedelijk een verbetering mogelijk in de communicatie richting organisatoren van evenementen over de mogelijke neveneffecten van vuurwerk, in het bijzonder de effecten op de beschermde natuur. Deze opgave tot mogelijke verbetering van de communicatie zal wordenmeegenomen in de onder 3 geschetste pilot.



Gedeputeerde Staten van Limburg