Schrif­te­lijke vragen verdrin­kingen mens en dier in Zuid Willems­vaart


Maastricht, 13 oktober 2017

Geacht College,

In 2014 vielen 8 wilde zwijntjes in het kanaal in Weert, die na gered te zijn door de brandweer alsnog werden doodgeschoten door een jager. Dat leidde in het hele land tot verontwaardigde reacties. Tot onze grote verbazing constateren wij dat er nog steeds met grote regelmaat (wekelijks) mensen en wilde dieren als wilde zwijnen, reetjes, hazen en konijnen, in het kanaal in Weert vallen, vaak met fatale gevolgen.

Onlangs is een man overleden omdat hij er op eigen kracht niet uit kon komen. Bijgaand een greep uit de nieuwsberichten: https://www.weertdegekste.nl/2017/10/wild-zwijn-kanaal-sluis-16/ https://www.weertdegekste.nl/2017/09/man-valt-kanaal-tijdens-poepen/ https://www.weertdegekste.nl/2017/08/zoekactie-naar-drenkeling-zuid-willemsvaart/ https://www.weertdegekste.nl/2017/05/brandweer-haalt-overleden-hertje-kanaal-fotos/ https://www.weertdegekste.nl/2016/08/dode-wilde-zwijnen-in-zuid-willemsvaart-fotos/

Een groot deel van de verdronken wilde dieren, met name de kleinere dieren, halen echter niet de nieuwsberichten omdat ze aan het zicht ontrokken blijven. Het kanaal staat plaatselijk inmiddels bekend als het “kanaal des doods”.

Er zijn wel Fauna Uittreed Plaatsen, FUP’s, maar het mag duidelijk zijn dat er in ieder geval niet genoeg FUP’s zijn. Aan de Belgische zijde van het kanaal is de inrichting zo dat de dieren en mensen zelf wel uit het kanaal kunnen komen.

Dat leidt tot de volgende vragen:

1. Vindt het college het aanvaardbaar dat zoveel wilde dieren, en ook mensen, de dood vinden in het kanaal in Weert?

2. Is er naar aanleiding van het incident in 2014 onderzoek gedaan naar de werking van de Fauna Uittreed Plaatsen?

3. Kan het college een antwoord geven op de vraag hoeveel dieren de dood vinden in het kanaal?

4. Het kanaal loopt dwars door de Ecologische Hoofdstructuur. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat het tot de taak van de Provincie behoort om dieren die in natuurgebieden leven te behoeden voor een gruwelijke verdrinkingsdood?

5. Is het college bereid om te zorgen dat er spoedig maatregelen worden getroffen zodat mens en dier niet meer in het kanaal kunnen vallen, bijvoorbeeld door hekken te (laten) plaatsen en door vergroting van het aantal Fauna Uittreedplaatsen? Zo nee, waarom niet en welke andere mogelijkheden ziet het college dan om mens en dier voor een verdrinkingsdood te behoeden bij het kanaal in Weert?

6. Zijn er nog andere plekken in Limburg waar zich soortgelijke problemen voordoen?

Zo ja, welke acties is het college voornemens op die plekken te ondernemen?

Graag beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn, met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 7 nov. 2017

Vraag 1.
Vindt het college het aanvaardbaar dat zoveel wilde dieren, en ook mensen, de dood vinden in het kanaalin Weert?

Antwoord.
Uw vraag suggereert dat er sprake is van een groot aantal verdrinkingsslachtoffers. De Provincie beschiktniet over betrouwbare gegevens over aantallen slachtoffers. Ook Rijkswaterstaat, de beheerder van het kanaal, beschikt niet over deze gegevens. Wel bestaat het beeld dat er incidenten plaatsvinden waarbij dieren te water raken en niet zonder hulp uit het kanaal kunnen komen. Er zijn ons geen gevallen bekend waarbij mensen verdronken omdat ze door de steile oever niet uit het kanaal konden komen.

Vraag 2.
Is er naar aanleiding van het incident in 2014 onderzoek gedaan naar de werking van de Fauna Uittreed Plaatsen?

Antwoord.
Er is geen gericht onderzoek gedaan naar de werking van Fauna Uittreed Plaatsen (FUP’s).

Vraag 3.
Kan het college een antwoord geven op de vraag hoeveel dieren de dood vinden in het kanaal?


Antwoord.

Afgezien van incidenten waarbij door politie, brandweer c.s. dieren uit het kanaal zijn geholpen, zijn er geen betrouwbare cijfers beschikbaar over verdrinkingsaantallen.

Vraag 4.
Het kanaal loopt dwars door de Ecologische Hoofdstructuur. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat het tot de taak van de Provincie behoort om dieren die in natuurgebieden leven te behoeden voor een gruwelijke verdrinkingsdood?


Antwoord.

De provincie heeft het realiseren van het Limburgs deel van het nationaal natuurnetwerk als taak. Het goed functioneren van dit netwerk is echter ook afhankelijk van de inspanningen van beheerders van infrastructuur. Het voorkomen van verdrinkingsslachtoffers is, naast het bieden van de mogelijkheid om
het kanaal over te steken, de reden dat er door Rijkswaterstaat - de beheerder van de kanalen - FUP’s zijn aangelegd. FUP ’s worden aangelegd op plaatsen waar natuurgeleidende structuren de kanalen kruisen. De kans op migrerende soorten, in dit geval vooral zoogdieren die in staat zijn een kanaal zwemmend over te steken, is hier het grootst en de FUP’s hebben op deze plekken de grootste meerwaarde.

Vraag 5.
Is het college bereid om te zorgen dat er spoedig maatregelen worden getroffen zodat mens en dier niet meer in het kanaal kunnen vallen, bijvoorbeeld door hekken te (laten) plaatsen en door vergroting van het aantal Fauna Uittreedplaatsen? Zo nee, waarom niet en welke andere mogelijkheden ziet het college dan om mens en dier voor een verdrinkingsdood te behoeden bij het kanaal in Weert?


Antwoord.

Zoals aangegeven zijn door Rijkswaterstaat in samenspraak met de provincie - o.a. in het kader van het Meerjarenprogramma ontsnippering (MJPO) - de afgelopen jaren FUP’s gerealiseerd in de kanaaloevers. Voor de Zuid-Willemsvaart tussen Lozen (Belgische grens) en de bebouwde kom van Weert en op het traject tussen Nederweert en Someren gaat het om ca. 30 FUP’s.

In stedelijke gebieden is de kans op migrerende diersoorten en daarmee de noodzaak voor het treffen van ontsnipperende maatregelen een stuk geringer. Vanuit landschappelijk oogpunt en met het oog op beheer en onderhoud is het plaatsen van rasters/hekwerken langs (grote) delen van het kanaal niet
gewenst.

In het kader van de gebiedsontwikkeling Samenwerking Grensgebied Kempen~Broek (voorheen gebiedsontwikkeling Cranendonck-Weert-Kempenbroek) hebben we het voornemen om eind dit jaar een samenwerkingsovereenkomst tot stand te brengen. Binnen deze samenwerking (1 gebied, 2 landen, 3 provincies, 4 gemeenten) is één van de initiatieven het realiseren van een oversteekplaats over de Zuid Willemsvaart ter hoogte van de Tungelroyse Beek. Een dergelijke oversteekplaats zal het aantal incidenten verminderen. Zodra dit initiatief is uitgewerkt zullen wij u informeren.

Vraag 6.
Zijn er nog andere plekken in Limburg waar zich soortgelijke problemen voordoen? Zo ja, welke acties is het college voornemens op die plekken te ondernemen?


Antwoord.

In principe kennen alle damwandkanalen het probleem van slechte uittreedbaarheid. Zoals aangegeven heeft Rijkswaterstaat de afgelopen jaren maatregelen getroffen op de trajecten waar de kans op verdrinkingsslachtoffers het grootst is.


Gedeputeerde Staten van Limburg