Vragen over Foutieve vergun­ning­aan­vragen door agra­rische advies­bu­reau’s


Geachte College,

Volgens onderzoek van de Limburger kijken plattelandsgemeenten door gebrek aan kennis en tijd te weinig kritisch naar vergunningaanvragen door agrarische bureau’s die boeren bijstaan https://www.limburger.nl/cnt/dmf20171215_00052398/kritiek-op-agrarische-adviesbureaus.

Ook is er sprake van het verstrekken van foutieve informatie.

1) Gedeputeerde Prevoo heeft gemeentes hulp aangeboden bij het controleren van vergunningaanvragen. Zou het niet beter zijn als gemeentes zelf de kennis en kunde hebben om agrarische adviesaanvragen voldoende te controleren?

2) Zo ja, welke rol kan en wil de provincie spelen om te bevorderen dat deze vergunningverlening qua capaciteit en kennis op orde komt?

3) Welke rol kunnen RUD’s, waarin specialistische kennis gepoold wordt, hierin spelen?

Wethouder Walraven van de gemeente Leudal heeft scherpe kritiek geruit op de integriteit van de adviesbureau’s. Volgens hem is er sprake van het verschaffen van foutieve informatie. De gemeente is in gesprek hierover met de adviesbureau’s.

4) Hoeveel gevallen zijn er bekend van vergunningaanvragen waarin onjuiste gegevens zijn verstrekt?

5) Welke adviesbureau’s waren daarbij betrokken? Als GS laatstgenoemde informatie niet wil verschaffen, op welk wetsartikel baseert GS zich daarbij?

6) Zijn er sancties op het vermelden van onjuiste gegevens in vergunningaanvragen? Zo ja, in hoeveel gevallen zijn er sancties toegepast?

7) Bent u bereid provinciale Staten op de hoogte te stellen van de uitkomst van de besprekingen tussen de gemeente(s) en de agrarische adviesbureau’s?

Wij vertrouwen op beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn,

P. Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 31 jan. 2018

Vraag 1.
Gedeputeerde Prevoo heeft gemeentes hulp aangeboden bij het controleren van vergunningaanvragen. Zou het niet beter zijn als gemeentes zelf de kennis en kunde hebben om agrarische adviesaanvragen voldoende te controleren?

Antwoord.
Ja. Het verlenen van omgevingsvergunningen (en daarmee het beoordelen en controleren van vergunningaanvragen) voor agrarische bedrijven, met uitzondering van enkele zeer omvangrijke veehouderijen, is van oudsher een gemeentelijke bevoegdheid. De kennis en kunde om vergunningaanvragen van agrarische bedrijven voldoende te controleren is daardoor zeker aanwezig bij de gemeenten; ons is niet bekend of daar (on)voldoende menscapaciteit voor beschikbaar is.

Vraag 2.
Zo ja, welke rol kan en wil de Provincie spelen om te bevorderen dat deze vergunningverlening qua capaciteit en kennis op orde komt?

Antwoord.
De Provincie heeft hierin geen directe rol. Wel heeft de provincie de mogelijkheid om in het kader van het Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT), zijnde het tweedelijns toezicht op gemeenten, de gemeente te wijzen op hun verantwoordelijkheid.

Vraag 3.
Welke rol kunnen RUD's, waarin specialistische kennis gepoold wordt, hierin spelen?


Antwoord.

Gemeenten kunnen gebruik maken van de (specialistische) kennis die binnen de RUD’s aanwezig is.

Vraag 4.
Hoeveel gevallen zijn er bekend van vergunningaanvragen waarin onjuiste gegevens zijn verstrekt?

Antwoord.

Deze informatie is niet bekend. Een aanvrager is verantwoordelijk voor de aanvraag van zijn bedrijfsactiviteiten. Bij een vergunningaanvraag is voorafgaand aan de vergunningverlening niet (altijd) bekend of sprake is van onjuiste gegevens. Indien vergunningverlening plaatsvindt op basis van die foutieve gegevens blijkt eerst bij toezicht dat sprake is van een discrepantie tussen de
aangevraagde/vergunde situatie en de werkelijke situatie. Er is dan sprake van een (deels) niet vergunde situatie en daarmee van een overtreding.

Vraag 5.
Welke adviesbureaus waren daarbij betrokken? Als GS laatstgenoemde informatie niet wil verschaffen, op welk wetsartikel baseert GS zich daarbij?


Antwoord.

Die informatie is niet bekend. Zie antwoord op vraag 4

Vraag 6.
Zijn er sancties op het vermelden van onjuiste gegevens in vergunningaanvragen? Zo ja, in hoeveel gevallen zijn er sancties toegepast?


Antwoord.

Indien uit een beoordeling blijkt dat een vergunningaanvraag onjuiste en/of onvolledige informatie bevat dient de gemeente / het bevoegd gezag de aanvrager te verzoeken de vergunningsaanvraag aan te vullen. Indien na aanvulling van de vergunningaanvraag het bevoegd gezag nog steeds van mening is dat er sprake is van een onjuiste / onvolledige aanvraag dan wordt de aanvraag niet ontvankelijk
verklaard en wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De provincie beschikt niet over informatie betreffende door gemeenten “buiten behandeling gelaten” aanvragen. Zie ook antwoord op vraag 4 indien sprake is van een vergunde situatie op basis van onjuiste gegevens in een aanvraag.

Vraag 7.
Bent u bereid provinciale Staten op de hoogte te stellen van de uitkomst van de besprekingen tussen de gemeente(s) en de agrarische adviesbureaus?


Antwoord.

Zodra wij informatie van gemeenten hebben ontvangen brengen wij deze ter kennis van Provinciale
Staten.



Gedeputeerde Staten van Limburg