Vragen over alar­merend IBT-onderzoek naar gemeen­telijk toezicht op veehou­de­rijen


Maastricht, 15 september 2017

Geacht College,

Uit een IBT-onderzoek van de provincie Noord-Brabant naar het gemeentelijk toezicht op emissies van veehouderijen zijn forse handhavingsachterstanden naar voren gekomen. In 10 van de 15 onderzochte gemeentes waren de handhavingsdossiers niet op orde. In 5 gemeentes worden bedrijven maar eens in de 7 tot 13 jaar gecontroleerd. Ook de bedrijven zelf vertonen slecht nalevingsgedrag. In 12 van 15 gemeentes zijn afwijkingen van de vergunde situatie geconstateerd, waardoor emissies van fijn stof en ammoniak te hoog waren. Bij 10 van de onderzochte bedrijven werkte de verplichte elektronische monitoring van luchtwassers niet. In de provincie Limburg is een dergelijk onderzoek nog niet gedaan.

1. Over de alarmerende uitkomsten van het Brabantse handhavingsonderzoek zijn berichten in de media verschenen, o.a. https://nos.nl/artikel/2192482-steekproef-brabantse-veehouderijen-overtreden-regels.html en http://www.omroepbrabant.nl/?news/269240692/Gemeenten+en+veehouderijen+laks+vergunningen+niet+gecontroleerd+en+afspraken+genegeerd.aspx. Is GS daarmee bekend, en met de inhoud van het provinciale Inspectierapport IBT?

2. Is GS bereid om net als In Noord-Brabant, in het kader van het IBT (Interbestuurlijk toezicht) een dergelijk onderzoek uit te voeren? En de uitkomsten daarvan aan de Staten ter beschikking te stellen?

3. Zo niet, welke concrete aanwijzingen heeft het College dat de situatie in Limburg m.b.t. het toezicht door gemeentes, en het nalevingsgedrag van bedrijven, beter is dan in Noord-Brabant?

4. Eén van de uitkomsten van het IBT-onderzoek was dat de gemeentes te weinig middelen (vast of flexibel) inzetten om de toezichtstaken uit te voeren. Welke aanwijzingen heeft het College dat dit in Limburgse gemeentes anders is? Als die aanwijzingen er niet zijn, is het College bereid daarnaar onderzoek te doen? En bij gebleken achterstanden ervoor te zorgen dat gemeentes daar wel voldoende geld voor uittrekken?

5. Om de handhaving te verbeteren heeft de provincie Noord-Brabant een pilot project met gemeentes opgezet, o.a. om een uniform inspectieprogramma te ontwikkelen zodat veehouderijen tenminste een keer per drie jaar worden gecontroleerd. Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2017/september/meer-en-beter-controleren-veehouderijen-nodig.aspx. Is het College bereid ook een dergelijke pilot op te zetten, en/of de uitkomsten van de Brabantse pilot over te nemen?

Gaarne beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn. De fractie van de PvdD zou het zeer op prijs stellen als de beantwoording gereed is voor de Cie RLN van 6 oktober a.s., waarin naar verwachting de GS-notitie landbouw aan de orde is,

Met vriendelijke groet,

P. Plusquin

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 3 okt. 2017

Vraag 1.
Over de alarmerende uitkomsten van het Brabantse handhavingsonderzoek zijn berichten in de media verschenen, o.a. https://nos.nl/artikel/2192482...en http://www.omroepbrabant.nl/?n...+gecontroleerd+en+afspraken+genegeerd.aspx.

Is GS daarmee bekend, en met de inhoud van het provinciale Inspectierapport IBT?

Antwoord.
Ja, het rapport staat op de website van de Provincie Noord-Brabant. Wij zijn bekend met de uitkomsten.

Vraag 2.
Is GS bereid om net als In Noord-Brabant, in het kader van het IBT (Interbestuurlijk toezicht) een dergelijk onderzoek uit te voeren? En de uitkomsten daarvan aan de Staten ter beschikking te stellen?

Antwoord.
Zowel Provinciale Staten als Gedeputeerde Staten hebben ervoor gekozen om IBT op het omgevingsrecht systeemgericht uit te oefenen. Dat betekent dat er beoordeeld wordt of de onder toezicht gestelden hun verantwoordingscyclus zoals deze in het Besluit Omgevingsrecht verplicht is gesteld, op orde hebben. Daarnaast wordt op basis van klachten (piepsysteem) bemiddeld en eventueel ingegrepen.

Gedeputeerde Staten hebben op 8 mei 2017 besloten de uitkomsten van het zgn. verbeterplan IBT te omarmen hetgeen o.a. inhoudt dat voor het IBT omgevingsrecht, uitgaande van systeemgericht toezicht,1 fte voldoende is. Dit besluit is ter kennisname aan de Statencommissie Financiën, Economische Zakenen Bestuur gestuurd en op 3 juni betrokken bij de behandeling van het Statenvoorstel “Rapport van de Zuidelijke rekenkamer ‘Sturen met risico’s, opzet en uitvoering van interbestuurlijk toezicht door de Provincie Limburg’.” Momenteel zien Gedeputeerde Staten geen aanleiding om binnen het huidige kaderverdiepingsonderzoeken uit te voeren.

Vraag 3.
Zo niet, welke concrete aanwijzingen heeft het College dat de situatie in Limburg m.b.t. het toezicht door gemeentes, en het nalevingsgedrag van bedrijven, beter is dan in Noord-Brabant?


Antwoord.

Gedeputeerde Staten kunnen op basis van eigen onderzoek niet beoordelen of Limburgse gemeenten het beter of slechter doen dan Brabantse gemeenten. Wel zullen wij onze gemeenten er per brief op wijzen dat, gezien de uitkomsten van het Brabantse onderzoek, zij hun toezicht op de naleving van de vergunning/meldings voorwaarden adequaat moeten uitoefenen.

Vraag 4.
Eén van de uitkomsten van het IBT-onderzoek was dat de gemeentes te weinig middelen (vast of flexibeinzetten om de toezichtstaken uit te voeren. Welke aanwijzingen heeft het College dat dit in Limburgse gemeentes anders is? Als die aanwijzingen er niet zijn, is het College bereid daarnaar onderzoek te doen? En bij gebleken achterstanden ervoor te zorgen dat gemeentes daar wel voldoende geld voor uittrekken?


Antwoord.

Wij hebben geen aanwijzingen dat gemeenten te weinig middelen inzetten om hun toezichtstaken uit te voeren. De Provincie oefent enkel systeemgericht toezicht uit. Inhoudelijke verdieping past niet binnen dedoor uw Staten vastgestelde IBT-verordening. Het toezicht op veehouderijen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Op basis van risicoanalyses bepalen gemeenten welke prioriteiten zij willen stellen. Wij willen op dit punt niet op de stoel van de
gemeenten gaan zitten als het gaat om hun wettelijke verantwoordelijkheden. Gezien de uitkomsten van het Brabantse onderzoek zullen wij de Limburgse gemeenten wel wijzen op het nut en de noodzaak van
het adequaat controleren en zo nodig handhavend op te treden als veehouders niet (volledig) aan de vergunning/meldingsvoorwaarden voldoen.

Vraag 5.
Om de handhaving te verbeteren heeft de provincie Noord-Brabant een pilot project met gemeentes opgezet, o.a. om een uniform inspectieprogramma te ontwikkelen zodat veehouderijen tenminste een keer per drie jaar worden gecontroleerd. Zie https://www.brabant.nl/actueel... controleren-veehouderijennodig.aspx.
Is het College bereid ook een dergelijke pilot op te zetten, en/of de uitkomsten van de Brabantse pilot over te nemen?


Antwoord.

Zie antwoord vraag 4.


Gedeputeerde Staten van Limburg