Vervolgvragen Handhaving en opvang dassen


Geacht college, 
 
De beantwoording van de schriftelijke vragen over grootschalige vernielingen van dassenburchten (GS 2017-29385, 2 mei 2017) leidt bij de fractie van de Partij voor de Dieren tot aanvullende vragen. De overtredingen zijn ernstig, grootschalig, en hebben in brede kring verontwaardiging gewekt. 
 
1. In de beantwoording van vraag 3 (GS 2017-29385) heeft GS aangegeven dat er door de provincie wordt opgetreden, maar het is onduidelijk hoe dat gebeurt, voor welke geconstateerde overtredingen en of daarbij met de strafrechtelijke autoriteiten wordt samengewerkt (zoals bijv. wel in de provincie Drenthe gebeurt). Kunt u duidelijkheid verschaffen hierover? Bent u bereid Vereniging Das en Boom op de hoogte te houden, gevraagd en ongevraagd, van de voortgang van het provinciale optreden?

2. In beantwoording op vraag 7 geeft u aan dat de preventieve maatregelen die volgens de LLTB door boeren zijn genomen op niet op zodanige wijze geplaatst mogen worden dat het foerageergebied niet meer bereikt kan worden voor de das. Bent u voornemens daar een controle op uit te voeren en zo ja, hoe?

3. U geeft aan (bij vraag 8) dat het beleid erop gericht is om de relatie tussen de agrariër en de das te normaliseren. Dat impliceert dat de verhouding tussen das en boer nu niet normaal is. Hoe gaat u de normalisering van deze verhouding aanpakken?

4. Tot 2015 werden er gedoogovereenkomsten gesloten met boeren die een dassenburcht op hun terrein hadden. Omdat de das bij wet beschermd is, zijn deze gedoogovereenkomsten afgeschaft. Kan het in ere herstellen van de gedoogovereenkomsten een bijdrage leveren aan de normalisering van de relatie? Is GS bereid deze mogelijkheid te onderzoeken? 

5. Er zijn dassenburchten aangetroffen met een hoogzit voor de dassenburcht waarbij het schootsveld richting de dassenburcht is gericht. Hoe kan dit gebeuren zonder dat de WBE’s dit gemeld hebben? De WBE presenteert zich immers als de oren en ogen in het veld. 

6. Doordat “verstoring” van de das in de nieuwe Wet natuurbescherming niet meer verboden is, maar de dassenburchten en directe omgeving nog steeds beschermd blijven, is het valse beeld ontstaan dat de burchten en de functionele leefomgeving vogelvrij zijn. Wat gaat de provincie doen om dit beeld te corrigeren? Welke rol is hierin weggelegd voor de Faunabeheereenheid als formeel adviseur van de provincie, en overkoepelende organisaties van de wildbeheereenheden?

7. Uit het onderzoek van Das en Boom, en recente veldwaarnemingen, blijkt dat er vlakbij dassenburchten hoogzitten zijn neergezet. Wordt daarmee in strijd met de wet de functionele leefomgeving van de burchten niet verstoord? Welke rol ziet de provincie voor zich weggelegd, al dan niet via de faunabeheereenheid, om te zorgen dat deze hoogzitten worden verwijderd?
 
8. Bent u bekend met het artikel uit De Jachtopzichter, voorjaar 2017, over de constatering dat in het landelijk gebied de politie steeds minder actief is? Hoe verhoudt zich dat met de capaciteit van de Groene Boa’s in Limburg - welgeteld 5 voor heel Limburg met zowel groene als grijze taken? Is het een correcte aanname dat de grijze meldingen prioriteit krijgen? Het zou toch niet zo moeten zijn dat een stichting als Das en Boom binnen twee dagen zoveel misstanden heeft ontdekt en nu cameratoezicht gaat plaatsen uit hun beperkte middelen omdat de handhaving tekort schiet?

9. Bent u bereid een onderzoek te doen naar de benodigde capaciteit voor toezicht en handhaving in het groene VTH-spoor? Zoals in de evaluatie van het VTH-beleidsplan (Rapport Berenschot Benchmark VTH-taken provincies, Bijlage III VTH-Beleidsplan 2017) wordt aanbevolen? En de resultaten daarvan aan PS voor te leggen, met een voorstel voor de benodigde formatie groene VTH-taken?

10. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat er voor overtredingen van de Wet natuurbescherming  een meer klantvriendelijke en toegankelijke manier zou moeten komen om deze te melden? Bent u het met de PvdD eens dat de huidige naam van de “Milieumeldlijn”, waaronder de Groene Brigade kennelijk bereikbaar is, de lading niet dekt?  

11. Bent u bereid om de naamsbekendheid en de bereikbaarheid van de Groene Brigade te vergroten door bijv. een (Social)media campagne?

12. Het uitgraven van dassen is een tijdrovende klus die vaak in verband wordt gebracht met illegale das-hondgevechten. In het verleden zijn er aanwijzingen dat dit ook in Limburg gebeurd(e). Bent u bereid de bevoegde autoriteiten (NVWA en politie) te vragen om nader onderzoek te doen naar het voorkomen van das-hondgevechten?

13. Naar aanleiding van een zienswijze in het kader van de Natuurvisie heeft het college toegezegd zich in te spannen om de samenwerking met het Natuurhulpcentrum te Opglabbeek voort te zetten. Geldt dit ook voor de samenwerking m.b.t het opvangen van jonge dassen? En zo ja, hoe moeten die dassen de grens over komen? Vindt u het een goede zaak dat we onze burgers laten opdraaien voor het vervoer en onze zuiderburen laten opdraaien voor de kosten van medische zorg en opvang?

14. Bent u bereid om een onderzoek te doen naar leefgebieden waar geredde dassen (verweesde jongen) uitgezet kunnen worden? Zo nee, waar moeten die verweesde dassen anders naartoe?
 
Wij vertrouwen op beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn,
 
Hoogachtend
 
P. Plusquin Partij voor de Dieren