Vragen Bruin­kool­af­graving Hambach


Op 6 oktober j.l. was er een grote demonstratie in Hambach, gelegen in de grensregio met Parkstad, n.a.v. het kappen van een 12000 jaar oud oerbos, ter voorbereiding op een diepe dagbouw afgraving van bruinkool voor vooral energieproductie. Volgens berichtgeving van de Limburger waren er meer dan 50.000 mensen aanwezig.

De dagbouw mijnen zijn zo diep, dat de grondwaterstanden en -stromen in de wijde omgeving beïnvloed worden. De invloed reikt volgens wetenschappelijke publicaties tot 70 km afstand: “Meting bij Broekhuizenvorst toonde aan dat de bruinkoolwinning op grote afstand meer dan 10 meter verlaging had veroorzaakt” Dit betekent dat de mijnen van grote negatieve invloed zijn op de verdroging in onze provincie, en dientengevolge het volledige ecologische systeem binnen onze grenzen.

Bij de fractie van de PvdD is geen overleg dan wel protest vande provincie bekend tegen de diepontwatering, dagmijnbouwvan Hambach en Garzweiler van zo ongeveer milieutechnisch de slechtst denkbare fossiele brandstof, en de catastrofale impact op de gehele regio, ook in Limburg. Naar aanleiding hiervan, heeft de PvdD fractie de volgende vragen:

1. Wat is het standpunt van het College, ook in een eventueel regionaal overleg met Noord Rijn Westfalen,ten aanzien van de voortdurende dagmijnbouw van zeer vervuilende bruinkool en de bijbehorende gevolgen voor natuur, water, atmosfeer en klimaat?

2. In 2003 tekende het College van GS protest aan tegen een andere bruinkoolafgraving in dezelfde regio:

https://www.nrc.nl/nieuws/2003/10/14/nederland-heeft-niet-goed-opgelet-7657787-a136755 vanwege een verlaging van de grondwaterstand in Limburg met tien centimeter, met als consequentie ,,(droogte)schade en mogelijk ook negatieve gevolgen voor landbouw en infrastructuur''. Heeft het College zich ook verzet tegen de afgraving van Hambach en Garzweiler en hoe heeft de monitoring van de effecten op de Limburgse natuur en grondwaterpeil de afgelopen 15 jaar plaatsgevonden, in relatie tot de bruinkoolafgraving bij de Oosterburen?

3. Heeft er een (Euregionaal) bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen Provincie Limburg en NoordrijnWestfalen inzake de afgraving van bruinkool in Hambachen Garzweiler, Duitsland?

4. Zijn er in het verleden Euregionale (bestuurlijke) afspraken gemaakt, met de exploitant van de dagbouwmijn c.q. Noord Rijn Westfalen, om drooggevallen sloten tgv de mijnbouw in het Limburgs grensgebied te compenseren door van grote diepte opgepompt water te leiden naar de bronnen van deze beken?

5. Heeft er sinds het voorkomen van het oppompen en injecteren van water naar beken, monitoring plaatsgevonden naar de mate van vervuiling van dit opgepompte water, en de effecten daarvan op het milieu, in het bijzonder de onverdunde waarden en soorten metaal(verbindingen) en percentages? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan betreffend onderzoek met de Staten gedeeld worden?

6. Is er bij het College bekend of het veranderen van de grondwaterstand in Zuid-Limburg aanleiding zou kunnen geven tot extra risico’s op verzakkingen, aardbevingen en het ontstaan van sinkholes in het voormalige steenkoolmijn gebied omdat de ondergrond onstabiel is door de aanwezigheid van oude mijngangen in Zuid-Limburg? En in aanvulling op deze vraag, of er ook risico’s zijn voor aardbevingen rond de Roerdalslenk in Roermond?

7. Heeft de Provincie enig financieel belang in RWE, de exploitant van deze voorgenomen afgraving en actief in meerdere grensgebieden met vergelijkbare activiteiten en/of in Essent als dochteronderneming van RWE? Zo ja, is het College bereid om zich terug te trekken uit dezefinanciële belangen vanwege de vernietiging van het landschap, de ecologische desintegratie voor energieopwekking door deze verouderde vorm vanenergieopwekking en de vernietiging van een gigantische hoeveelheid CO2 opslag? Zo nee, waarom niet?

8. Wordt er voor enig Provinciaal gebouw energie geleverd opgewekt door bruinkool, al dan niet geleverd door de dochteronderneming van RWE, Essent? Zo ja, tot wanneer lopen deze contracten en is het college bereid om in alle provinciale overheidsgebouwen, waarin een bij deze afgraving betrokken bedrijf mogelijk leverancier is van energie, over te schakelen naar een andere wél duurzame energieleverancier? Zo nee, waarom niet?

9. Indien er sprake is van een financieel belang dan wel afname van door bruinkool opgewekte energie is het College bereid om zich terug te trekken uit financiële belangen en/of in zee te gaan met een energieleverancier die geen door bruinkool opgewekte energie levert?

10. Indien er overleg is geweest over de exploitatie met Noordrijn Westfalen, RWE of een andere dochteronderneming, kunt u de Staten informeren over de inhoud van de notulen, besluiten en afspraken? Zo nee, waarom niet?

11. Volgens een aantal bronnen is er een verband tussen de dagbouwbruinkool mijnen en de in Limburg aanwezige hogere percentages fijnstof en dientengevolge hogere percentage inwoners met longklachten. Heeft de provincie onderzoek laten doen, of is er enig onderzoek bekend bij het College naar de verbanden tussen de hoge fijnstof concentraties en de bruinkoolmijnen?

Zo nee, waarom niet?

Zo ja, door welke onafhankelijke organisatie is dat uitgevoerd en waar zijn de conclusies te lezen?

12. Indien dergelijk onderzoeken niet bij Uw college beschikbaar zijn, of conclusies van andere instituten in Nederland, België of Duitsland, waarin de samenhang tussen longziektes en fijnstof tgv dagbouwwinning van Bruinkool wel gesuggereerd wordt:

Is het College bereid om vanuit het belang van de Limburgse volksgezondheid aan te dringen op onafhankelijk onderzoek, dan wel dit zelf te initiëren? Zo nee, waarom niet?

13. Deelt u de mening van de PvdD fractie dat financiële belangen nooit mogen prevaleren boven belangen van volksgezondheid?

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren Limburg

Antwoorddatum: 13 nov. 2018

Inleiding.

In het kader van de wettelijke procedures rond de vergunningen voor de afgraving van bruinkool en de ontwatering van de groeves heeft Gedeputeerde Staten de provinciale belangen altijd leidend laten zijn. In eerdere procedures is steeds aangegeven dat er geen nadelige invloeden van de ontwatering van de groeves in Limburg merkbaar mogen zijn. Infiltratiemaatregelen voorkomen dat natuur, zoals bijvoorbeeld de Meinweg, nadelige effecten ondervindt.

De invloed van de ontwatering van de bruinkoolgroeves in Duitsland, waar in de inleiding van de schriftelijke vragen aan wordt gerefereerd, heeft betrekking op de stijghoogte op grote diepte (meer dan 500 meter). De invloed van de daling in de diepe pakketten op het bovenste grondwater, waar de natuur van afhankelijk is, wordt door de aanwezigheid van kleilagen in de ondergrond vrijwel volledig weggenomen. In het geciteerde rapport uit 2007 wordt dat op pagina 22 ook aangegeven: “Het is niet bekend wat het effect van de daling op het Nederlandse grondwater of het maaiveld is.” Uit de omvangrijke monitoring die in Nederland en Nordrhein-Westfalen wordt uitgevoerd blijkt geen effect van de daling in de diepe pakketten op het bovenste grondwater in Limburg en toont aan dat sprake is van een stabiele situatie. Uit recente metingen in Nordrhein-Westfalen, Vlaanderen, Noord Brabant en Limburg blijkt een daling van de stijghoogte van het diepe grondwater in de Roerdalslenk. Deze pakketten spelen een belangrijke rol bij de drinkwatervoorziening. Samen met alle betrokken overheden wordt de oorzaak van de daling onderzocht. Eerste resultaten van het onderzoek zijn naar verwachting in het eerste kwartaal van 2019 beschikbaar.

Vraag 1.
Wat is het standpunt van het College, ook in een eventueel regionaal overleg met Noord Rijn Westfalen, ten aanzien van de voortdurende dagmijnbouw van zeer vervuilende bruinkool en de bijbehorende gevolgen voor natuur, water, atmosfeer en klimaat?

Antwoord.
Gedeputeerde Staten is voorstander van het gebruik van duurzame energie om daarmee maximaal bij te dragen aan milieu- en gezondheidsdoelstellingen. Daarom wordt vanaf 2019 rechtstreeks ingekochte groene elektriciteit gebruikt, zie ook het antwoord op vraag 8. Er loopt momenteel geen formele procedure waarin een standpunt van Gedeputeerde Staten kan worden uitgedragen. Er is geen intentie om de bestaande bruinkoolgroeves in Nordrhein-Westfalen uit te breiden. Momenteel loopt de procedure voor het verkleinen van de oppervlakte die wordt afgegraven van de groeve Garzweiler. Daartegen verzet Gedeputeerde Staten zich niet. Bij de aanpassing van het Braunkohlenplan voor de groeve Garzweiler in de periode 1994 - 1995 is door Gedeputeerde Staten aangegeven dat geen nadelige invloeden van de ontwatering van de groeve in Limburg merkbaar mogen zijn. Dit heeft mede geleid tot de verplichting voor de bedrijver van de groeves om maatregelen te nemen om effecten op het Limburgse natuurgebied Meinweg te voorkomen. De afgelopen jaren is tijdens bestuurlijk overleg van de staatssecretaris van het Nordrhein-Westfalen‘Umwelt’ ministerie en de milieugedeputeerden van de grensprovincies inzake grensoverschrijdende milieu-samenwerking, het gebruik van bruinkool in relatie tot het klimaat- en energiebeleid aan de orde gesteld. Daarbij heeft de staatssecretaris aangegeven dat Duitsland bruinkool beschouwt als een noodzakelijk ”overgangs-brandstof” richting een volledig duurzame energievoorziening, zeker nadat Duitsland besloten heeft om te stoppen met kernenergie. In dit verband wijst Duitsland ook op zijn grote inzet voor, c.q. aandeel van, wind- en zonne-energie in de totale energievoorziening.

Vraag 2.
In 2003 tekende het College van GS protest aan tegen een andere bruinkoolafgraving in dezelfde regio: https://www.nrc.nl/nieuws/2003... vanwege een verlaging van de grondwaterstand in Limburg met tien centimeter, met als consequentie (droogte)schade en mogelijk ook negatieve gevolgen voor landbouw en infrastructuur''. Heeft het College zich ook verzet tegen de afgraving van Hambach en Garzweiler en hoe heeft de monitoring van de effecten op de Limburgse natuur en grondwaterpeil de afgelopen 15 jaar plaatsgevonden, in relatie tot de bruinkoolafgraving bij de Oosterburen?

Antwoord.
Zie ook antwoord op vraag 1.
In het kader van de wettelijke procedures rond de bruinkoolafgraving heeft Gedeputeerde Staten altijd de provinciale belangen leidend laten zijn. In dat kader hebben wij in 2003 aangegeven dat er geen nadelige invloed van de ontwatering van de groeve van Limburg merkbaar mag zijn. Dit heeft er toe geleid dat daar waar de ontwatering van de groeve Garzweiler effecten op Nederlandse natuurgebieden kan hebben, zoals de Meinweg, maatregelen zijn genomen om dat te voorkomen. Deze bestaan met name uit het in de ondergrond infiltreren van water zodat de grondwaterstand in het natuurgebied niet daalt. Middels een intensieve monitoring van de grondwaterstand en de grondwaterkwaliteit wordt bewaakt dat er geen nadelige effecten optreden.

Provincie Limburg wordt door de Duitse overheid continu geïnformeerd over de voortgang van de monitoring. Zie bijvoorbeeld de ‘Jahresberichten’ over de monitoring van Garzweiler:
https://www.bezreg-koeln.nrw.d...

Ook in de vergunning voor de exploitatie van de bruinkoolgroeve Inden zijn uitgebreide voorschriften opgenomen die betrekking hebben op het monitoren van de effecten van de onttrekking van grondwater en, indien van toepassing, het nemen van de maatregelen om deze effecten tegen te gaan. De invloed van de ontwatering van de bruinkoolgroeves op de diepe grondwatervoorraden in met name de Roerdalslenk in Midden Limburg is jarenlang stabiel gebleven. Sinds enkele jaren zien we echter een daling in de diepe pakketten. Onduidelijk is nog wat de oorzaak hiervan is, gezamenlijk met de betrokken overheden van Noord Brabant, Vlaanderen en Nordrhein-Westfalen wordt dit onderzocht, zie antwoord op vraag 3.


Vraag 3.
Heeft er een (Euregionaal) bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen Provincie Limburg en Noordrijn Westfalen inzake de afgraving van bruinkool in Hambach en Garzweiler, Duitsland?

Antwoord.
Ten tijde van de aanvraag voor aanpassing van de vergunningen voor Garzweiler eind jaren ’90 en Inden in 2003 heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden. Daarna is er geen bestuurlijk overleg meer geweest
met Nordrhein-Westfalen over de afgraving van bruinkool in Hambach, Inden en Garzweiler. In het in antwoord 1 genoemde bestuurlijk overleg van de staatssecretaris van het Nordrhein-Westfalen- ‘Umwelt’ ministerie en de milieugedeputeerden van de grensprovincies zal de daling van de stijghoogte in het diepe pakket van de Roerdalslenk worden besproken. Dit diepe pakket is van groot belang voor de drinkwatervoorziening in Noord-Brabant, Vlaanderen, Nordrhein-Westfalen en Limburg. Doel is om te komen tot een grensoverschrijdend grondwaterbeheer van de diepe Roerdalslenk.

Vraag 4.
Zijn er in het verleden Euregionale (bestuurlijke) afspraken gemaakt, met de exploitant van de dagbouwmijn c.q. Noord Rijn Westfalen, om drooggevallen sloten tgv de mijnbouw in het Limburgs grensgebied te compenseren door van grote diepte opgepompt water te leiden naar de bronnen van deze beken?

Antwoord.
Door het Duitse bevoegde gezag zijn voorschriften opgenomen in de vergunning voor het onttrekken van grondwater voor het drooghouden van de groeve Garzweiler. Deze voorschriften betreffen onder andere het infiltreren van water bij het natuurgebied Meinweg om op deze wijze te voorkomen dat verlagingen van de grondwaterstand in het natuurgebied optreden.

Vraag 5.
Heeft er sinds het voorkomen van het oppompen en injecteren van water naar beken, monitoring plaatsgevonden naar de mate van vervuiling van dit opgepompte water, en de effecten daarvan op het milieu, in het bijzonder de onverdunde waarden en soorten metaal(verbindingen) en percentages? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan betreffend onderzoek met de Staten gedeeld worden?

Antwoord.
De kwaliteit van het opgepompte water dat in de ondergrond wordt geïnfiltreerd wordt bemonsterd. De parameters die op regelmatige basis worden gemonitord zijn nitraat, sulfaat, ijzer, bicarbonaat, zuurgraad en geleidbaarheid. Uit de monitoring blijkt dat er geen significante negatieve effecten op het milieu zijn van het oppompen en infiltreren van een deel van dat water. De betreffende onderzoeken zijn openbaar en beschikbaar, zie ook het antwoord op vraag 2. Op basis van de resultaten van de monitoring is er geen reden voor Gedeputeerde Staten om actie te ondernemen.

Vraag 6.
Is er bij het College bekend of het veranderen van de grondwaterstand in Zuid-Limburg aanleiding zou kunnen geven tot extra risico’s op verzakkingen, aardbevingen en het ontstaan van sinkholes in het voormalige steenkoolmijn gebied omdat de ondergrond onstabiel is door de aanwezigheid van oude mijngangen in Zuid-Limburg? En in aanvulling op deze vraag, of er ook risico’s zijn voor aardbevingen rond de Roerdalslenk in Roermond?

Antwoord.
Zoals bekend heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in december 2016 de resultaten van uitgebreid onderzoek naar de ´na-ijlende effecten van de steenkoolwinning in Zuid/Limburg’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Uw Staten zijn daar eerder over geïnformeerd. Momenteel loopt er een uitgebreid uitvoeringsprogramma om de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning te monitoren en daar waar nodig te saneren, zoals dat is voorzien voor de historische schachten in Kerkrade en waarvoor de Rijksoverheid middelen ter beschikking heeft gesteld. Uit het onderzoek van EZK wordt tevens met betrekking tot de risico’s voor aardbevingen aangegeven, dat de veranderingen in grondwaterstand op het voormalige mijnbouwgebied klein worden geacht. Het risico op natuurlijke aardbevingen in de Roerdalslenk blijft overigens daarentegen wel aanwezig.

Vraag 7.
Heeft de Provincie enig financieel belang in RWE, de exploitant van deze voorgenomen afgraving en actief in meerdere grensgebieden met vergelijkbare activiteiten en/of in Essent als dochteronderneming van RWE? Zo ja, is het College bereid om zich terug te trekken uit deze financiële belangen vanwege de vernietiging van het landschap, de ecologische desintegratie voor energieopwekking door deze verouderde vorm van energieopwekking en de vernietiging van een gigantische hoeveelheid CO2 opslag? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
De Provincie heeft geen belang in RWE, noch direct noch indirect en daarin ook nooit een belang gehad. Wel heeft de Provincie een belang gehad in Essent, welk belang op 1 oktober 2009 is verkocht aan RWE.

Vraag 8.
Wordt er voor enig Provinciaal gebouw energie geleverd opgewekt door bruinkool, al dan niet geleverd door de dochteronderneming van RWE, Essent? Zo ja, tot wanneer lopen deze contracten en is het college bereid om in alle provinciale overheidsgebouwen, waarin een bij deze afgraving betrokken bedrijf mogelijk leverancier is van energie, over te schakelen naar een andere wél duurzame energieleverancier? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
Neen, vanaf 2016 tot en met 2018 levert de Provinciale Zeeuws Energie Maatschappij (PZEM) elektriciteit. Het stroometiket geeft een energiemix aan waarin géén elektriciteit voorkomt die wordt opgewekt door bruinkool. De ingekochte elektriciteit wordt middels aankoop van garanties van oorsprong van een biomassa centrale vergroend. Vanaf 2019 wordt rechtstreeks ingekochte groene elektriciteit gebruikt. De leverancier Green Choice wekt deze groene elektriciteit in een biomassacentrale in Nederland op.

Vraag 9.
Indien er sprake is van een financieel belang dan wel afname van door bruinkool opgewekte energie is het College bereid om zich terug te trekken uit financiële belangen en/of in zee te gaan met een energieleverancier die geen door bruinkool opgewekte energie levert?

Antwoord.
Zie het antwoord op vraag 7, waarin staat aangegeven dat de Provincie geen financieel belang heeft in RWE.


Vraag 10.
Indien er overleg is geweest over de exploitatie met Noordrijn Westfalen, RWE of een andere dochteronderneming, kunt u de Staten informeren over de inhoud van de notulen, besluiten en afspraken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
Er is (ambtelijk) overleg met het bevoegd gezag in Nordrhein-Westfalen over de monitoring van de effecten van het onttrekken van grondwater voor de bruinkoolwinning, zie ook vraag 2. Notulen, besluiten en afspraken uit deze ambtelijke overleggen zijn openbaar en beschikbaar. Verder zijn er geen overleggen over de exploitatie van de bruinkoolgroeven.


Vraag 11.
Volgens een aantal bronnen is er een verband tussen de dagbouwbruinkool mijnen en de in Limburg aanwezige hogere percentages fijnstof en dientengevolge hogere percentage inwoners met longklachten. Heeft de provincie onderzoek laten doen, of is er enig onderzoek bekend bij het College naar de verbanden tussen de hoge fijnstof concentraties en de bruinkoolmijnen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, door welke onafhankelijke organisatie is dat uitgevoerd en waar zijn de conclusies te lezen?

Antwoord.
De Provincie heeft geen onderzoek laten doen naar dit verband. Bij het bepalen van de achtergrondconcentraties voor fijn stof, door het RIVM, in Nederland worden ook buitenlandse bronnen meegenomen. Het beeld dat deze kaarten laten zien, geeft geen aanleiding om aan te nemen dat de bruinkoolmijnen een relevant bijdrage leveren aan de concentraties fijn stof in Limburg.

Vraag 12.
Indien dergelijk onderzoeken niet bij Uw college beschikbaar zijn, of conclusies van andere instituten in Nederland, België of Duitsland, waarin de samenhang tussen longziektes en fijnstof tgv dagbouwwinning van Bruinkool wel gesuggereerd wordt: Is het College bereid om vanuit het belang van de Limburgse volksgezondheid aan te dringen op onafhankelijk onderzoek, dan wel dit zelf te initiëren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
Wij zien hier, gezien ons antwoord op de vorige vraag, geen aanleiding toe.

Vraag 13.
Deelt u de mening van de PvdD fractie dat financiële belangen nooit mogen prevaleren boven belangen van volksgezondheid?

Antwoord.
Het beleid van de Facilitaire Dienstverlening van Provincie Limburg is dat er een maximale bijdrage aan de milieudoelstellingen en volksgezondheid moet worden geleverd indien dit redelijkerwijs haalbaar is. Hierbij sluit bijvoorbeeld het rechtstreeks inkopen van groene elektriciteit vanaf 2019, in plaats van grijs inkopen en naderhand vergroenen, aan.



Gedeputeerde Staten van Limburg