Vragen Beverbeleid: doden of nieuwe bevernatuur?

Geacht college,

In de Mededeling portefeuillehouder beverbeleid (GS 2017-12198) wordt een actualisering van het Faunabeheerplan voor de bever aangekondigd. Het nieuwe faunabeheerplan bever zal ter goedkeuring aan GS worden voorgelegd, met het verzoek om de benodigde ontheffing(en) te verkrijgen. Naar verwachting, aldus de mededeling, zal ook voor de optie doden om ontheffing worden gevraagd.

Bekend is uit wetenschappelijke publicaties dat bevers niet alleen schade veroorzaken, maar ook positieve effecten hebben voor biodiversiteit en waterberging. Ze zorgen voor meer variatie in de oeverbegroeiing en in het water. Daarvan profiteren allerlei planten- en diersoorten, o.a. amfibieën, libellen, de ijsvogel, de zeer bijzondere zwarte ooievaar en ook vissen. Gunstig voor het toerisme – er worden o.a. in Maastricht en de Maasplassen excursies georganiseerd - en ook waterberging is ermee gebaat: bever habitats kunnen tot 60% meer water vasthouden.

1. Erkent GS dat bevers niet alleen schade veroorzaken, maar ook positieve effecten hebben voor biodiversiteit, toerisme en waterberging?

2. Zouden de specifieke natuurlijke habitats die bevers creëren, kunnen bijdragen aan de natuurambities van de provincie?

Tussen 2002 en 2005 heeft de provincie zelf bevers uitgezet (het project “Toekomst voor de bever in Limburg”), en daarvoor vergunning gekregen van (indertijd) het Ministerie van LNV.

3. Deelt GS de opvatting dat de provincie, vanwege het zelf actief uitzetten in het verleden, een speciale verantwoordelijkheid heeft t.o.v. de bevers in Limburg? Zo nee, waarom niet?

Volgens mededelingen van de Faunabeheereenheid in de pers zal het nieuwe Faunabeheerplan bever ook maatregelen bevatten als formele bescherming en/of aankoop van leefgebieden. De nieuwe Wet natuurbescherming maakt het mogelijk (art. 1.12) om bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. T/m 2016 was er een provinciaal budget voor “bevermanagement” van € 125.000,-1,m.n. gericht op schadepreventie, waarbij de waterschappen een gelijk bedrag ter beschikking stellen.

4. Overweegt GS om leefgebieden van bevers, nieuwe “bevernatuur”, formeel te beschermen en/of aan te kopen?

5. Zou ook het agrarisch natuurbeheer kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door bij agrarische activiteiten een strook van 10 meter tot de oever aan te houden?

6. Wordt het in 2016 beschikbaar gestelde budget voor bevermanagement van € 125.000,-, op 50/50 basis met de waterschappen, in 2017 opnieuw ter beschikking gesteld? Zo nee, waarom niet?

7. Als hierover nog geen besluitvorming heeft plaats gevonden: is GS bereid dit alsnog te doen en daarbij ook een beroep te doen op het waterschap om een (gelijke) bijdrage te leveren?

De wet eist dat een ontheffing om te doden alleen mogelijk is als er geen alternatieven zijn.

8. Is een ontheffing om doden mogelijk te maken juridisch houdbaar, als alternatieven zoals het aanwijzen, formeel beschermen en aankopen van leefgebieden, en aangepast agrarisch natuurbeheer, nog niet zijn uitgeput?

9. Bij welk schadebedrag, c.q. welk bedrag aan preventiekosten, per dier acht GS een ontheffing om te doden gerechtvaardigd?

Graag beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn,

Pascale Plusquin,

fractievoorzitter Partij voor de Dieren