Vragen Besmetting Q-koorts in Stamproy


In Stamproy heeft, naar nu blijkt uit bloedproeven afgenomen door het RIVM, liefst 10 procent van de bewoners een besmetting met Q-koorts opgelopen. Tot nu toe was van deze besmetting niets bekend. Onbehandeld kan de ziekte zeer ernstige, ook dodelijke gevolgen hebben. Volgens ex-huisarts Alfons Oude Loohuis (in 2014 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau voor zijn bijdragen aan de kennis over Q-koorts) telt Limburg veel meer dorpen die, zonder het te weten, besmet zijn geraakt.

1) Kent GS de berichtgeving van L1 over de tot nu toe onbekende besmetting met Q-koorts in Stamproy (zie http://www.1limburg.nl/meer-dorpen-zonder-het-te-weten-besmet-met-q-koorts)

2) Is het mogelijk dat er in woonkernen in de omgeving van Stamproy ook mensen besmet zijn geraakt door de Q-koorts, zonder het te weten?

3) Zo ja, is GS van mening dat ook in deze woonkernen onderzocht moet worden of er mensen besmet zijn? Zo nee, waarom niet?

4) Is GS bereid de verantwoordelijke instanties te vragen om een dergelijk onderzoek te doen? Zo nee, waarom niet?

5) Is uit te sluiten dat deze besmetting te maken heeft met het grote aantal intensieve veehouderijbedrijven in de omgeving van de woonkern(en) waar zich besmettingen voordoen?

6) Zo niet, welke maatregelen gaat GS treffen om te zorgen dat besmettingshaarden vanuit de veehouderij worden uitgeschakeld?

Graag beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn,

Hoogachtend,

P. Plusquin

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 13 dec. 2016

Vraag 1.
Kent GS de berichtgeving van L1 over de tot nu toe onbekende besmetting met Q-koorts in Stramproy (zie http://www.1limburg.nl/meer-dorpen-zonder-het-te-weten-besmet-met-q-koorts).

Antwoord.
Ja.

Vraag 2
Is het mogelijk dat er in woonkernen in de omgeving van Stramproy ook mensen besmet zijn geraakt door de Q-koorts, zonder het te weten?

Antwoord.
Ja, Q-koorts is niet altijd te herkennen. Besmet raken wil niet zeggen dat men ook ziek wordt. 60% merkt niets van besmetting, De overige 40% krijgt verschijnselen die variëren van een milde griepachtige ziekte tot een ziekte met een ernstig beloop (2-5%). Het overgrote deel van de mensen met Q-koorts heeft geen of slechts milde griepachtige klachten. Q-koorts klachten worden dus niet altijd herkend als Q-koorts vanwege het vaak milde verloop.

De besmettingen in Stramproy zijn per toeval naar voren gekomen. Het RIVM heeft in het oosten van Noord-Brabant en Noord- en Midden Limburg onderzoek uitgevoerd naar mogelijke gezondheidseffecten van veehouderijen op omwonenden (RIVM-rapport 2016-0058).

Hierbij is in 2015 in Stamproy bij 229 mensen bloed afgenomen en onder andere getest op de aanwezigheid van antistoffen tegen Q-koorts. Bij 9,2% was dit aanwezig (ten opzichte van 6,0% in het gehele onderzoeksgebied).

Het feit dat er antistoffen zijn aangetoond wil zeggen dat men in contact is geweest met de Q-koortsbacterie en dat het lichaam daarop heeft gereageerd met de aanmaak van beschermende antistoffen die nu aangetoond zijn bij het bloedonderzoek. Tijdens de grote Q-koortsuitbraak van 2007-2010 zijn geen ziektegevallen uit het dorp gemeld. Tevens zijn er in de omgevingen geen geiten- of schapenbedrijven waar Q-koorts is geconstateerd.

Vraag 3.
Zo ja, is GS van mening dat ook in deze woonkernen onderzocht moet worden of er mensen besmet zijn? Zo nee, waarom niet?


Antwoord.

De aanpak van zoönosen (van dier op mens overdraagbare ziekten) waaronder het nemen van maatregelen ter voorkomen, signaleren en bestrijden is taak van de nationale overheid. Onlangs heeft het deskundigenberaad zoönosen vragen van de minister van VWS inzake Q-koorts besproken waaronder ook een vraag over een gerichte screening van patiënten. In een brief d.d. 2 december werd de Tweede Kamer hierover door de minister van VWS geïnformeerd. Ten aanzien van screening adviseerde het deskundigenberaad “om op korte termijn opnieuw een discussie te voeren over de wenselijkheid van gerichte screening van de risicogroepen waarbij aan de hand van epidemiologisch onderzoek moet worden nagegaan in welke regio(’s) een eventuele screening zinvol zou kunnen zijn”. De minister neemt deze aanbeveling over en zal het RIVM opdracht geven zo spoedig mogelijk te adviseren over gerichte screening. Wij zullen deze advisering volgen.

Vraag 4.
Is GS bereid de verantwoordelijke instanties te vragen om een dergelijk onderzoek te doen? Zo nee, waarom niet?


Antwoord.

Nee, zoals in het antwoord op vraag 3 is aangegeven wordt door de verantwoordelijke instanties al bezien of, en in welke regio’s een gerichte screening zinvol zou kunnen zijn. Indien hieruit naar voren komt dat er in Limburg regio’s zijn waar een screening zinvol zou kunnen zijn en wordt hiervoor nadere steun van de Provincie gevraagd dan zullen we dat in overweging nemen.

Vraag 5.
Is uit te sluiten dat deze besmetting te maken heeft met het grote aantal intensieve veehouderijbedrijven in de omgeving van de woonkern(en) waar zich besmettingen voordoen?


Antwoord.

Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat de nabijheid van een geitenbedrijf een zeer belangrijke factor speelt bij het hebben van antistoffen tegen Q-koorts. Dat geldt vooral voor bedrijven waar Q-koorts is opgetreden. In Nederland zijn geiten en schapen de belangrijkste besmettingsbron voor de mens. Dat besmetting te maken kan hebben met een groot aantal intensieve veehouderijbedrijven in de omgeving is niet uit te sluiten, maar er zijn ook geen aanwijzingen voor.

Vraag 6.
Zo niet, welke maatregelen gaat GS treffen om te zorgen dat besmettingshaarden vanuit de veehouderij worden uitgeschakeld?


Antwoord.

Zoals bij antwoord 3 is aangegeven is het nemen van maatregelen ter voorkomen van Q-koorts een landelijke taak. In de bij antwoord 3 genoemde brief aan de Tweede Kamer is over de maatregelen het volgende opgenomen: “Het deskundigenberaad ziet adequate vaccinatie van schapen en geiten als de meest effectieve interventie om het risico op Q-koorts in Nederland te beperken en blijft continuering daarvan nodig achten….. Het deskundigenberaad adviseert ook om de rest van de veterinaire maatregelen te handhaven….. De staatssecretaris van Economische Zaken neemt deze aanbevelingen over”.


Gedeputeerde Staten van Limburg