Vragen Bescherming Donker Pimper­nel­blauwtje en andere kwetsbare soorten in wegbermen


Maastricht, 27 juli 2018

Vragen Bescherming Donker Pimpernelblauwtje en andere kwetsbare soorten in wegbermen

Geacht College,

Sinds de 70-er jaren zijn zowel het Pimpernelblauwtje als het Donker Pimpernelblauwtje verdwenen uit Nederland. Het Donker Pimpernelblauwtje is afhankelijk van één voedsel- en waardplant, de grote Pimpernel (Sanguisorba officinalis) én van de aanwezigheid van de gewone steekmier (Myrmica rubra). Ook legt de vlinder zijn eitjes alleen tussen de pimpernelbloemetjes, in tegenstelling tot andere soorten die ook eitjes op bladeren leggen.

Het is heel bijzonder te noemen dat er in 2001 een spontane vestiging heeft plaatsgevonden van het Donker Pimpernelblauwtje (Maculinea nausithous) in het Roerdal, op provinciaal grondgebied nog wel, langs een provinciale weg in Posterholt. Het is nu de enige plek in Nederland waar het Donker Pimpernelblauwtje voorkomt.

Door de aanhoudende droogte, het maaibeheer en wrang genoeg door de massale toeloop van vlinderliefhebbers en natuurfotografen wordt het Donker Pimpernelblauwtje wederom in zijn voortbestaan bedreigd, zo lezen we in de Limburger:

https://www.limburger.nl/cnt/dmf20180709_00067118/leefgebied-zeldzame-vlinder-in-posterholt-vertrapt

Dat leidt tot de volgende vragen van de Partij voor de Dieren-fractie:

1) Bent u bekend met bovenstaand krantenbericht, waaruit blijkt dat deze unieke, alleen op de betreffende Limburgse locatie vóórkomende soort nu weer in haar voortbestaan wordt bedreigd?

2) Omdat het Donker Pimpernelblauwtje alleen eitjes legt in de bloemen van de grote Pimpernel is het belangrijk dat er vanaf 1 juni t/m 15 september niet wordt gemaaid. Provincie Limburg is eigenaar van de habitat van het Donker Pimpernelblauwtje. Kan het college van GS toezeggen dat er in voornoemde periode niet wordt gemaaid?

3) Het Donker Pimpernelblauwtje valt onder de Habitatrichtlijn en daardoor dient er o.a. een verplichte monitoring plaats te vinden. Vindt deze monitoring al plaats en zo ja op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

4) Bent u het met de PvdDieren fractie eens dat Provincie Limburg niet alleen alle maatregelen dient te treffen die binnen haar bevoegdheden vallen om het Donker Pimpernelblauwtje te beschermen, maar ook het daarbij behorende leefgebied inclusief de waardplanten? En dat leefgebied uit te breiden binnen het Natura 2000 gebied Roerdal, zodat een gunstige staat van instandhouding verzekerd is? Zo nee, waarom niet?

5) Er zijn inmiddels beschermende maatregelen genomen zoals het plaatsen van borden en het aanleggen van een gemaaid kijkerspad. Ook zijn er via Nature Today en Social Media oproepen gedaan om vooral niet het leefgebied te betreden. Toch komt het nog steeds voor dat vlinderspotters en fotografen over het monitoring traject lopen en in hun enthousiasme de habitat (ook van de mieren) vernielen. In de Limburger lezen we dat er niet continue een handhaver aanwezig is. Is het College het met de PvdDieren fractie eens dat in de kritieke periode continu toezicht nodig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke frequentie vindt er toezicht plaats?

6) Een veel gehoorde reactie is dat vlinderaars/ vlinderspotters, aangesproken op hun gedrag, aangeven dat ze in hun opwinding bij het zien van deze uiterst zeldzame vlinder onbewust verder doorlopen dan de bedoeling is. Is het College het met de PvdDieren fractie eens dat een simpel draadje op ca. heuphoogte een doeltreffend middel is om de al te enthousiaste vlinderspotter tegen te houden? In Moerputten gebeurt dit al ter bescherming van het Gewone Pimpernelblauwtje. Zo nee waarom niet? Zo ja, is het College bereid om deze voorziening te treffen?

7) Het uiterst zeldzame Donker Pimpernelblauwtje vestigt zich in een provinciale berm. Is het College het met de PvdDieren fractie eens dat bermen een belangrijke ecologische verbindingszone vormen? Zo ja, hoe vertaalt zich dat in het maaibeleid?

8) Is het College bereid om de ecologische verbindingszone van bermen te prioriteren en andere veiligheidsmaatregelen voor wegverkeer te nemen zoals snelheidsbeperkingen en signaleringsborden? Zo nee, is er aangetoond dat het maaien van bermen leidt tot minder ongelukken?

9) Landelijk gezien zijn er ook andere soorten die bedreigd worden door de vermaatschappelijking in de natuur getuige onderstaand bericht:
a. https://www.tubantia.nl/reggestreek/zandhagedis-heeft-geen-kans-tegen-de-mountainbiker-op-sallandse-heuvelrug~abde12a5/

b. Hoe monitort de Provincie kwetsbare soorten als hagedissen en reptielen en hun habitat in vergelijkbare gebieden in Limburg? Worden er kwetsbare soorten in Limburg langs paden, holle wegen en wegen ook het slachtoffer van wandelaars, fietsers en/of ruiters? Zo ja, welke maatregelen gaat het College treffen inzake soorten- en gebiedsbescherming in relatie tot recreatie in kwetsbare gebieden?

Wij zien de antwoorden graag tegemoet binnen de daarvoor gestelde termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren Limburg

Antwoorddatum: 4 sep. 2018

Vraag 1) Bent u bekend met bovenstaand krantenbericht, waaruit blijkt dat deze unieke, alleen op de betreffende Limburgse locatie vóórkomende soort nu weer in haar voortbestaan wordt bedreigd?

Antwoord: Ja, hiermee zijn wij mee bekend.

Vraag 2) Omdat het Donker Pimpernelblauwtje alleen eitjes legt in de bloemen van de grote Pimpernel is het belangrijk dat er vanaf 1 juni t/m 15 september niet wordt gemaaid. Provincie Limburg is eigenaar van de habitat van het Donker Pimpernelblauwtje. Kan het college van GS toezeggen dat er in voornoemde periode niet wordt gemaaid?

Antwoord: Ja, in het onderhoudscontract van de berm met de aannemer is al opgenomen dat er niet wordt gemaaidin de periode 1 juni – 15 september en dat er ieder jaar maar één zijde van de wegberm word gemaaid.Wij zien toe op een correcte uitvoering van het contract.

Vraag 3) Het Donker Pimpernelblauwtje valt onder de Habitatrichtlijn en daardoor dient er o.a. een verplichte monitoring plaats te vinden. Vindt deze monitoring al plaats en zo ja op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, deze monitoring vindt al plaats via het landelijk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) in opdrachtvan de provincies en het Ministerie van LNV. De monitoring wordt sinds de ontdekking van de soort in2001 uitgevoerd door de Vlinderstichting. Vanaf 2004 worden twee vaste routes gelopen. Omdat deverspreiding in het landschap verschuift is er in 2008 een derde route aan toe gevoegd. Met behulp vandeze gegevens kan een trend worden bepaald over de aantalsontwikkeling van het donkerpimpernelblauwtje in Nederland. De trend van deze soort is als volgt:

Schermafbeelding 2019 09 27 om 16 14 23

Hieruit blijkt dat de soort na een opleving zich weer heeft gestabiliseerd. De grilligheid is inherent aan deleefwijze van de soort.

Vraag 4) Bent u het met de Partij voor de Dieren-fractie eens dat Provincie Limburg niet alleen alle maatregelen dient te treffen die binnen haar bevoegdheden vallen om het Donker Pimpernelblauwtje te beschermen, maar ook het daarbij behorende leefgebied inclusief de waardplanten? En dat leefgebied uit te breiden binnen het Natura 2000 gebied Roerdal, zodat een gunstige staat van instandhouding verzekerd is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, hier zijn wij het mee eens. Daarom hebben wij de laatste jaren op verschillende plekken in Posterholten Herkenbosch, nieuw leefgebied ontwikkeld. Dit najaar wordt in het Herkenboscherbroek een aantalpercelen ingericht als leefgebied. De ontwikkeling van nieuw leefgebied is mede mogelijk door het treffenvan PAS maatregelen. De gemeente Roerdalen gaat in het Herkenboscherbroek het beheer gericht ophet Donker Pimpernelblauwtje uitvoeren. Dit past binnen het Natura 2000-plan Roerdal.

Informatie over de inrichting van het Herkenboscherbroek voor het Donker Pimpernelblauwtje vindt u hier:https://www.roerdalen.nl/docum...ttachment=0
Aandacht voor de inrichting van leefgebied in 2017 langs de Bolbergweg vindt u hier:

https://www.1limburg.nl/eigen-...

Vraag 5) Er zijn inmiddels beschermende maatregelen genomen zoals het plaatsen van borden en het aanleggen van een gemaaid kijkerspad. Ook zijn er via Nature Today en Social Media oproepen gedaan om vooral niet het leefgebied te betreden. Toch komt het nog steeds voor dat vlinderspotters en fotografen over het monitoring traject lopen en in hun enthousiasme de habitat (ook van de mieren) vernielen. In de Limburger lezen we dat er niet continue een handhaver aanwezig is. Is het College het met de PvdDieren fractie eens dat in de kritieke periode continu toezicht nodig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met welke frequentie vindt er toezicht plaats?

Antwoord: Wij zijn het niet eens met het gegeven dat er continu toezicht aanwezig moet zijn tijdens de, voor hetDonker Pimpernelblauwtje, kritieke periode. Toezichthouders van de Provincie Limburg houden, samenmet andere partijen, toezicht in het buitengebied, hoofdzakelijk op basis van signalen van de omgevingvia klachten en meldingen. Meldingen kunnen digitaal gemeld worden via het milieuklachtenformulier opde provinciale website. Bij spoedeisende klachten kan 24 uur per dag gebeld worden met deMilieuklachtentelefoon. Het toezicht op het Donker Pimpernelblauwtje heeft hierin geen bijzondereprioriteit maar maakt onderdeel uit van het totale toezicht in het buitengebied.

De genomen maatregelen en aandacht in de media hebben ertoe geleid dat er meer sociale controleaanwezig is. Vlinderspotters, fotografen en natuurbeschermers spreken elkaar aan op fout gedrag.Hierdoor hebben ook minder mensen de berm betreden.

Vraag 6) Een veel gehoorde reactie is dat vlinderaars/ vlinderspotters, aangesproken op hun gedrag, aangeven dat ze in hun opwinding bij het zien van deze uiterst zeldzame vlinder onbewust verder doorlopen dan de bedoeling is. Is het College het met de PvdDieren fractie eens dat een simpel draadje op ca. heuphoogte een doeltreffend middel is om de al te enthousiaste vlinderspotter tegen te houden? In Moerputten gebeurt dit al ter bescherming van het Gewone Pimpernelblauwtje. Zo nee waarom niet? Zo ja, is het College bereid om deze voorziening te treffen?

Antwoord: Nee, hier zijn wij het niet mee eens. Een simpel draadje in of aan de rand van de berm is één van demaatregelen die besproken is in het kader van het wegbeheer. Een draadje is echter niet veilig voor deweggegebruikers. Een verbodsbord voor wandelaars aan het begin van de berm, met aan de bovenkantvan het talud een wandelpad met daarbij een informatiebord kwam naar voren als beste en veiligsteoplossing.

Vraag 7) Het uiterst zeldzame Donker Pimpernelblauwtje vestigt zich in een provinciale berm. Is het College het met de PvdDieren fractie eens dat bermen een belangrijke ecologische verbindingszone vormen? Zo ja, hoe vertaalt zich dat in het maaibeleid?

Antwoord: Ja, bermen kunnen voor een aantal plant- en diersoorten een ecologische verbinding vormen. Het maaibeleid van de provincie is vooral gericht op een kruidenrijke berm dat leefgebied is voor veelplanten en een aantal diersoorten zoals bijen en vlinders. Hiertoe wordt de berm op het juiste tijdstipgemaaid en wordt het maaisel afgevoerd. Dit is ook afgestemd met de bijenstichting. Ook gebruikt deprovincie al twintig jaar geen chemische bestrijdingsmiddelen.

Vraag 8) Is het College bereid om de ecologische verbindingszone van bermen te prioriteren en andere veiligheidsmaatregelen voor wegverkeer te nemen zoals snelheidsbeperkingen en signaleringsborden? Zo nee, is er aangetoond dat het maaien van bermen leidt tot minder ongelukken?

Antwoord: Daar waar dat vanuit verkeersveiligheid kan zal het beheer en onderhoud afgestemd zijn op deaanwezigheid van soorten en de verspreiding daarvan. Bij beheer en wegonderhoud wordt gebruikgemaakt van werkprotocollen die erop gericht zijn om kwetsbare soorten te ontzien.
Daarnaast is het onwenselijk dat dieren zich gaan ophouden in de berm omdat ze daardoor in aanvaringkunnen komen met het verkeer. Het gaat dan vooral om grote zoogdieren en vogels (muizeneters).

Het maaibeleid is gericht op het behoud en de ontwikkeling van een kruidenrijke berm (maaien envegetatie afvoeren). Door een berm te verschralen (maaien en afvoeren) neemt de variëteit aan vegetatieaf, waardoor de wegberm minder biomassa en daardoor minder voeding bevat voor dieren. Ook wordthiermee struik- en boomopslag voorkomen, waarmee de dieren en het verkeer beter zichtbaar wordenvoor elkaar waardoor minder verkeersaanrijdingen plaatsvinden. Signaleringsborden blijven echternoodzakelijk waar dieren veelvuldig de weg oversteken en worden al ingezet. Ook wordt met rastersvoorkomen dat dieren in de berm terecht komen. De Faunabeheereenheid Limburg is bezig met eenvalwildregeling waarmee kan worden vastgesteld op welke locaties aanvullende maatregelennoodzakelijk zijn.

Vraag 9) Landelijk gezien zijn er ook andere soorten die bedreigd worden door de vermaatschappelijking in de natuur getuige onderstaand bericht:
a. https://www.tubantia.nl/reggestreek/zandhagedis-heeft-geen-kans-tegen-de-mountainbiker-op-sallandse-heuvelrug~abde12a5/

b. Hoe monitort de Provincie kwetsbare soorten als hagedissen en reptielen en hun habitat in vergelijkbare gebieden in Limburg? Worden er kwetsbare soorten in Limburg langs paden, holle wegen en wegen ook het slachtoffer van wandelaars, fietsers en/of ruiters? Zo ja, welke maatregelen gaat het College treffen inzake soorten- en gebiedsbescherming in relatie tot recreatie in kwetsbare gebieden?

Antwoord: Monitoring van de zandhagedis en overige reptielen vindt plaats via het landelijk Netwerk EcologischeMonitoring (NEM) in opdracht van de provincies en het Ministerie van LNV. In vaste gebieden worden elkjaar op vaste tijden door vrijwilligers de dieren geteld. Ook in Limburg liggen telgebieden. Met deverzamelde gegevens worden landelijke trends van de soorten bepaald. Er wordt niet systematischvlakdekkend in Limburg gekarteerd voor deze soorten. Wel komt er veel informatie binnen via het NatuurHistorisch Genootschap, soortbeschermende organisaties (zoals de vlinderstichting en RAVON) enWaarneming.nl.

Er vallen in Limburg incidenteel slachtoffers onder kwetsbare soorten door wandelaars, fietsers en/ofruiters. Het betreft vooral amfibieën en reptielen en het vliegend hert. Waar en hoeveel dieren het betreftwordt niet systematisch bijgehouden. Er zijn ons geen gevallen bekend dat soorten hierdoor in eenongunstige staat van instandhouding zijn gekomen. Beheerders dienen in eerste instantie zelfmaatregelen te nemen om slachtoffers te voorkomen. Bij de inrichting van nieuwe natuurgebieden hoorteen goede zonering van de recreatie. Bij de aanleg of reconstructie van paden, holle wegen en wegenzullen wij daarbij ook letten op het doorkruisen van leefgebieden voor beschermde soorten om tevoorkomen dat soorten worden gedood of het leefgebied te versnipperd raakt. Indien een beschermdesoort in een ongunstige staat van instandhouding dreigt te komen doordat een knelpunt niet wordtopgelost, zullen wij hier de eigenaar en/of beheerder op aanspreken. Vanuit de actievesoortenbescherming kan worden bijgedragen aan het oplossen van knelpunten.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris