Uitvoering natuur­be­heerplan 'Goud­groene Natuurzone'


Voorzitter,

Het is voor dit extraparlementaire College kennelijk nog best wennen dat er een Limburgs Parlement is.

Want, zo bleek ons uit signalen die wij van anderen kregen: er is door het College, op 19 augustus jl., eenzijdig een fikse inperking van de begrenzing van de goudgroene natuur bekend gemaakt, van meer dan 400 hectare.

Ik noem dat “eenzijdig”, want het vaststellen van begrenzingskaarten is een bevoegdheid van de Staten. De Verordening wordt door de Staten vastgesteld, dat zal niemand ontkennen - en dat geldt dan ook voor de kaarten die daarbij horen. En niet voor niets, want die kaarten bepalen voor de natuur wat er wel en niet beschermd wordt. En ook wat de ambities zijn voor nieuwe natuur.

De uitleg en motivering hiervoor is in de bekendmaking, die bij de stukken voor dit agendapunt gevoegd is, afwezig. Daar staan alleen de kaarten. De bekendmaking is kort en krachtig, u hebt dat kunnen nalezen - als een oekaze van een Russische tsaar.

Na stevig zoeken vonden we als motivering een passage in een document “Nota van wijzigingen Natuurbeheerplan”, op pag. 8 (van de 23), volgnummer 26, in een paar zinnen. Die komt erop neer dat voor dit College nieuwe goudgroene natuur alleen nog aan de orde is als het bijdraagt aan Natura 2000 doelstellingen en prioritaire soorten.

De uitleg die wij hebben vernomen, is dat het hier vooral om gebieden gaat waar landbouw plaatsvindt. Dat zou inderdaad veel verklaren, gezien de prioriteiten van het College. Maar ook gebieden in landbouwgebruik kunnen gebieden zijn die juist wel bijdragen aan Natura2000 en prioritaire soorten. Die uitleg, waarom dat voor de gebieden die er nu uit zouden vallen dan kennelijk niet zo is, ontbreekt. Maar goed, zo hoort het ook in een oekaze: je legt niet te veel uit. Nu is er misschien een escape, een vluchtheuvel voor het College – en mogelijk loop ik daarmee vooruit op het antwoord van de gedeputeerde. De Omgevingsverordening (art. 2.6.6.) geeft het College de bevoegdheid tot wijzigen van de begrenzing van de Goudgroene natuurzone “teneinde de ecologische kwaliteit te verbeteren, voor zover de oorspronkelijke kwalitatieve en kwantitatieve ambities van de Goudgroene natuurzone worden behouden, of versterkt”.

Ik leg bewust de klemtoon op “oorspronkelijke”. Want die verbetering van de ecologische kwaliteit van goudgroen is niet de motivering van het College – die zegt juist dat het aan die oorspronkelijke ambities wil afdoen, en niet meer wil doen dan strikt nodig voor Natura 2000. Kortom, de motivering is juist een ontmanteling van de oorspronkelijke ambities van goudgroen. En daarmee een handeling in strijd met de eigen verordening.

Daarnaast vereist artikel 2.6.6 dat de totale oppervlakte Goudgroen niet kleiner wordt, kortom dat er op een andere plek goudgroen bijkomt. Ook dat is hier niet het geval. Er gaat alleen maar 439,56 hectare af. Dat komt bij zilvergroen, maar de bescherming daarvan is geringer, en er is ook geen verwervingsambitie meer. Een degradatie, kortom. We nemen daarbij dan aan dat er bij de tweede kaart uit de bekendmaking geen wijziging van de begrenzingen Intensieve veehouderij in het geding is. Graag een correctie, en een uitleg, van de gedeputeerde indien dat wel het geval is.

Ik vat het samen: het College handelt met deze oekaze in strijd met de eigen verordening. En, last but not least, het passeert de Staten. Als dat de betekenis van extraparlementair wordt…

Voorzitter, er is hier een oplossing voor. We kennen allemaal het motto: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. De kaartwijziging wordt ingetrokken, en aan de Staten voorgelegd. Met een motivering erbij, want het gaat hier niet om niets: ruim 400 hectare, een gebied van ca. 2 bij 2 kilometer.

De onwettige en ondemocratische kaartwijzigingen zijn niet de enige reden waarom we dit Natuurbeheerplan aan de Cie voorleggen. Want op het plan zijn zeer kritische zienswijzen binnengekomen, o.m. van een grote TBO en van het waterschap. De betreffende TBO voelde zich overvallen, omdat (via de “kaart subsidiabele gebieden”) beheersubsidies indirect werden ingetrokken – zonder bericht aan de betreffende organisatie – voor gebieden waar al lang beheersubsidie wordt ontvangen.

In het definitieve NBP is dat voor een groot deel recht getrokken, maar is dit een manier om met partners in het natuurbeleid om te gaan? Het college struikelde kennelijk over hun eigen voeten in hun drang om het natuurminimalisme uit te voeren. En is er dan nu wel het geld om die subsidies te verschaffen – een vraag aan het college, immers het openstellingsbesluit moet nog komen.

Fundamenteel is het punt, ingebracht door Waterschap en de TBO, dat het college zich kennelijk niet meer geroepen voelt om eerder gedane toezeggingen bij natuurontwikkelingsprojecten na te komen. Toezeggingen dat gronden die door externe partijen, zoals het waterschap en gemeentes, zijn verworven na afwaardering aan TBO’s kunnen worden overgedragen en er dan recht op beheersubsidie is.

Opnieuw, voor een van de projecten (Corio Glana, Beekdalherstel) is dit na de zienswijze van het onaangenaam verraste waterschap rechtgetrokken. Maar bij projecten als Pio Swentibold en nieuw bos Sittard-Geleen staan de projectpartners wel met lege handen. Voorzitter, is dat een betrouwbare overheid?

Meer in het algemeen is het nieuwe beleid om geen beheersubsidie meer te geven voor gronden die zijn verkregen van (semi-)overheden en het waterschap. Ook niet voor compensatienatuur. Ook dit komt voor als een eenzijdige beleidswijziging. En ARK natuurontwikkeling moet de Taurosgronden tegen landbouwwaarde wegzetten, omdat er geen vergoeding meer wordt gegeven voor afwaardering naar natuurgrond. Opnieuw: is dat een betrouwbare overheid?

Reden genoeg voor de Partij voor de Dieren om het College - naast de intrekking van het kaartenbesluit - te vragen om een beleidsvoorstel voor de Staten. Waarin het voorgenomen beleid t.a.v. de goudgroene ambities, en het subsidiebeleid (beheer, functieverandering en –inrichting) uiteen wordt gezet. Zodat we daar een voldragen, en democratisch gelegitimeerde, discussie over kunnen hebben. Is het college daartoe bereid?

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren