Spoed­vragen Plusquin Over Sluiten van de jacht vanwege extreme koude en sneeuwval


Indiendatum: 5 feb. 2021

Geacht college,

In de huidige jachtperiode mogen jagers op wilde eenden, fazanten, houtduiven, vossen en konijnen jagen. Daarnaast zijn er ontheffingen verleend voor andere soorten (in het kader van populatiebeheer en schadebestrijding). Het college van gedeputeerde staten is op grond van artikel 3.22, vierde lid, van de Wet natuurbescherming, bevoegd de jacht te sluiten als bijzondere weersomstandigheden dat vergen.

Volgens het KNMI wordt er vanaf dit weekeinde gedurende langere tijd winterweer verwacht met matige tot strenge vorst en met een gevoelstemperatuur tot -15 graden Celsius. Naar aanleiding van deze verwachte extreme weersomstandigheden legt de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan u voor.

Vraag 1) Bent u met de Partij voor de Dieren-fractie van mening dat tijdens strenge vorstperiodes in het wild levende dieren het zwaar hebben, door de koude en sneeuwval moeilijk aan voedsel kunnen komen, geen schuilplekken kunnen vinden, daardoor sneller hun natuurlijke schuwheid opgeven, waardoor ze kwetsbaarder zijn en een al te makkelijke prooi worden voor jagers? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2) Is GS bereid, als het extreme weer zich in de komende dagen voordoet, om van haar expliciet voor dat doel gegeven wettelijke bevoegdheid gebruik te maken om de jacht tijdelijk te sluiten? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3) Is GS tevens bereid de wildbeheereenheden te vragen om ook populatiebeheer en schadebestrijding gedurende de extreme weersomstandigheden op te schorten? Zo nee, waarom niet?

Graag beantwoording, en vooral actie, op de kortst mogelijke termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 5 feb. 2021
Antwoorddatum: 2 mrt. 2021

Vraag 1) Bent u met de Partij voor de Dieren fractie van mening dat tijdens strenge vorstperiodes in het wild levende dieren het zwaar hebben, door de koude en sneeuwval moeilijk aan voedsel kunnen komen, geen schuilplekken kunnen vinden, daardoor sneller hun natuurlijke schuwheid opgeven, waardoor ze kwetsbaarder zijn en een al te makkelijke prooi worden voor jagers? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 2) Is GS bereid, als het extreme weer zich in de komende dagen voordoet, om van haar expliciet voor dat doel gegeven wettelijke bevoegdheid gebruik te maken om de jacht tijdelijk te sluiten? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 3) Is GS tevens bereid de wildbeheereenheden te vragen om ook populatiebeheer en schadebestrijding gedurende de extreme weersomstandigheden op te schorten? Zo nee, waarom niet?

Een gezonde populatie wilde dieren kan een periode van strenge vorst en sneeuwval goed aan. Naarmate de periode langer duurt en de beschikbaarheid van voedsel, drinkwater en schuilplaatsen minder wordt zullen zwakke en zieke dieren het eerst sterven. Dit is een natuurlijk proces, dat bijdraagt aan een natuurlijke populatie-dynamiek.

Op basis van artikel 3.22, lid 4 van de Wet natuurbescherming is ons college bevoegd om de jacht voor de hele provincie, of een gedeelte daarvan, voor een bepaalde tijd te sluiten, zolang bijzondere weersomstandigheden dat vergen. Omdat echter het wettelijk jachtseizoen op deze soorten per 31 januari al volledig is gesloten is er geen aanleiding (of mogelijkheid) om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

Naast de jacht op de vijf wildsoorten mogen jagers handelen op basis van de verleende ontheffingen voor populatiebeheer en schadebestrijding. Ook hiervoor geldt dat de provincie bevoegd is deze ontheffingen op te schorten als bijzondere weersomstandigheden daar aanleiding voor geven. Ontheffingen voor populatiebeheer worden alleen ingezet om een vooraf bepaalde omvang van de populatie te bereiken, rekening houdend met natuurlijke sterfte. Winterweer kan er daarom niet toe leiden dat populaties overmatig worden beheerd. Bij ontheffingen voor schadebestrijding wordt vooraf bij de toetsing vastgesteld dat de gunstige staat van instandhouding van de populatie niet in het geding komt. Er zijn echter situaties denkbaar waarin afschot in het kader van schadebestrijding een negatief effect heeft op de betreffende populaties, bijvoorbeeld in het geval van lang aanhoudend winterweer waarbij voedsel onbereikbaar is geworden en veel extra dieren sterven. Van een dergelijke situatie is op dit moment geen sprake. Wij schorten het gebruik van de ontheffingen voor faunabeheer op dit moment daarom niet op.

Voor de volledigheid merken wij op dat er ook afschot wordt gepleegd op basis van een landelijke vrijstelling. De provincie is niet bevoegd om deze op te schorten, ook niet bij bijzondere weersomstandigheden. De bevoegdheid hiervoor ligt bij het Rijk.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris