Schrif­te­lijke vragen wegmaaien leef­gebied Donker Pimper­nel­blauwtje


Indiendatum: 20 jul. 2020

Geacht College,

Met grote verbijstering hebben we kennisgenomen van het wegmaaien van het enige leefgebied in Nederland van het Donker Pimpernelblauwtje. Temeer omdat het niet de eerste keer is dat het leefgebied ernstig bedreigd werd. Dat leidt tot de volgende vragen van de fractie van de Partij voor de Dieren:

Vraag 1) Kunt u de verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen (Waterschap Limburg, provincie Limburg, gemeente Roerdalen en Limburgs Landschap) uiteenzetten ten aanzien van het leefgebied van het Donker Pimpernelblauwtje?

Vraag 2) Is er een beheerplan en zo ja, welke specifieke eisen zijn er opgenomen t.a.v. maaiwerkzaamheden zowel qua periode als werkwijze ?

Vraag 3) Op welke grond gaf waterschap Limburg opdracht tot grasmaaien in een 'verboden periode' (1 juni t/m 15 september)? Hoe is de kwaliteitsborging in deze geregeld? Kan de aannemer aantonen dat hij het kwaliteitssysteem heeft gevolgd aangaande deze opdracht tot grasmaaien in de verboden periode?

Vraag 4) De Vlinderstichting heeft aangifte gedaan. Wat zijn de gevolgen voor het Waterschap vanuit de provincie als bevoegd gezag voor de Wet Natuurbescherming? Limburgs Landschap heeft op initiatief van de Vlinderstichting waardplanten (grote , pimpernel) verplaatst naar de wegberm. Aannemer en Waterschap hebben dit initiatief nagevolgd en zijn ook planten gaan verplaatsen. Is het College bereid om te inventariseren welke kosten het Limburgs Landschap en de Vlinderstichting gemaakt hebben door met spoed waardplanten te verwerven en te planten en is het College bereid deze kosten te vergoeden aan Limburgs Landschap en de Vlinderstichting, ofwel met het Waterschap in gesprek te gaan over de vergoeding van deze kosten?

Uit mediaberichten valt op te maken dat in mei 2020 ook al ten onrechte gemaaid is in het leefgebied van de Donker Pimpernelblauwtjes. Betreft het dezelfde aannemer die ook op 13 juli 2020 in de fout is gegaan? Hoe hebben het Waterschap en de Provincie hierop toen gereageerd en welke lering is eruit getrokken? Hoe kan worden verklaard dat de maaifout uit mei zich in juli toch nog kon herhalen? Hoe wordt GEGARANDEERD en ZEKER GESTELD dat zich een dergelijke onvergeeflijke fout niet nog een keer herhaalt?

Vraag 5) Is er een verband tussen incidenten in maaibeheer en gebrek aan handhavend en ecologisch toezicht? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 6) Bent u bereid te zorgen dat het maaibeheer van wegbermen en watergangen in natuur- en leefgebieden van beschermde soorten voortaan te organiseren als natuurbeheer, in plaats van als infrastructureel beheer, met – dus slecht nageleefde – ecologische randvoorwaarden?

Vraag 7) Heeft de betreffende aannemer een keurmerk voor maaibeheer zoals Kleurkeur? Is het College vanuit zijn rol bij de Wet Natuurbescherming van mening dat groenaannemers die in beschermde gebieden werken, of in leefgebied van beschermde soorten werken, een keurmerk voor maaibeheer zouden moeten hebben? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat het College zich inspannen om samen met gemeenten en waterschappen niet alleen de prijs bij aanbestedingen leidend te laten zijn maar ook het hebben van een
keurmerk zoals bijvoorbeeld Kleurkeur?

Vraag 8) In 2018 stelde de PvdD-fractie vragen over de bescherming van het Donker Pimpernelblauwtje. Bij de beantwoording van vraag 2 door uw College staat dat de provincie toeziet op een correcte uitvoering van het contract. Hoe kan het dan gebeuren dat het in 2020 al twee keer mis is gegaan?

Vraag 9) In antwoord op vraag 4 geeft het College aan dat er in 2018 al een leefgebied voor het Donker Pimpernelblauwtje werd ingericht. Hoe staat het inmiddels met de inrichting van het gebied als leefgebied en als voortplantingsgebied? Zijn er meer mogelijkheden om het leefgebied uit te breiden?

Vraag 10) In antwoord op vraag 5 geeft het College aan dat er geen continue toezicht hoeft te zijn in de kritieke periode, dat er geen bijzondere prioriteit wordt gegeven maar dat het toezicht onderdeel uitmaakt van het totale toezicht in het buitengebied. Het leefgebied werd niet alleen in 2018 ernstig bedreigd maar ook al twee maal in 2019 en 2020. Is het College nog steeds van mening dat het toezicht niet gefaald heeft in het buitengebied? Zo nee, hoe kan het dan gebeuren dat het twee keer misgaat in 2019 en 2020? Is het College van mening dat er voldoende toezicht is in het buitengebied, ook op habitats van kwetsbare soorten? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 11) Eveneens in antwoord op vraag 5 gaf het College aan dat Provincie Limburg samen met andere partijen toezicht in het buitengebied hoofdzakelijk op basis van signalen van klachten en meldingen toezicht houdt. Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat je dan in gevallen als deze gewoon echt te laat bent? Zo nee, waarom niet? Dient de Provincie zich als bevoegd gezag niet ook te richten op het voorkomen van overtredingen van de Wet Natuurbescherming? Is de provincie bereid de regie te nemen om alle partijen in het gebied (weg- en waterbeheerders, natuurbeheerders en Vlinderstichting) bij elkaar te brengen om sluitende afspraken te maken over het optimaal inrichten en beheren van voldoende leefgebied zodat een maaifout niet langer fataal kan zijn.

Vraag 12) In de beantwoording van vraag 6 geeft het College aan dat het niet voornemens is een voorziening te treffen om de berm met een simpel draadje te beschermen zoals dat reeds gebeurde in Moerputten ter bescherming van het Gewone Pimpernelblauwtje? Wel werd er een bord geplaatst. Is het College nog steeds van mening dat het bord voldoende bescherming bood? Zo ja, hoe kan het dan in 2020 twee keer mis gaan met maaien? Deelt u de mening van de PvdD dat als er een voorziening in de vorm vaneen draadje was aangebracht dat dit een extra alarmbel had doen afgaan bij de aannemer? Is het College alsnog bereid een fysieke voorziening aan te brengen?

Vraag 13) Naar aanleiding van de beantwoording van vraag 8. Kan het College de Valwildregeling van de FBE bij de beantwoording van de vragen voegen? Maakt de Valwildregeling deel uit van een breder bermbeheerplan? Zo nee, is het College het met de PvdD fractie eens dat een goed ecologisch bermbeheerplan, in samenwerking met de TBO’s, gemeenten en waterschappen een enorme bijdrage kan leveren aan de biodiversiteit, en daarbij ook nog goedkoper is aldus recent onderzoek?[3] Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het College bereid om met gemeenten, waterschappen en TBO’s in gesprek te gaan en het voortouw te nemen in een ecologisch bermbeheerplan? Zo nee, waarom niet?

Vraag 14) Welke concrete acties worden aangezet, uitgevoerd en bewaakt ten aanzien van de herinvoering van het Donker Pimpernelblauwtje in het betreffende gebied?

We stellen prijs op beantwoording van deze vragen binnen de geldende termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Indiendatum: 20 jul. 2020
Antwoorddatum: 2 sep. 2020

Vraag 1) Kunt u de verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen (Waterschap Limburg, provincie Limburg, gemeente Roerdalen en Limburgs Landschap) uiteenzetten ten aanzien van het leefgebied van het Donker Pimpernelblauwtje?

Iedere organisatie is verantwoordelijk voor het beheren van hun eigen terreinen waarbij rekening moet worden gehouden met de voorwaarden vanuit de Wet Natuurbescherming. Deze voorwaarden zijn grotendeels vastgelegd in het Ontwerp Natura2000-plan Roerdal (beheerplan Roerdal).

De Provincie Limburg is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het Natura2000- plan Roerdal om de soort in een gunstige staat van instandhouding te krijgen. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor een goed waterpeil in het gebied. De provincie Limburg en de gemeente Roerdalen zijn verantwoordelijk voor een veilig bermbeheer. Door niet te maaien in de kwetsbare periode dragen ze bij aan het behoud van de vlinder. Het Limburgs Landschap draagt zorgt voor de realisatie van glanshaverhooilanden op hun percelen. Echter hier heeft het Waterschap op gronden in eigendom van de Provincie Limburg op basis van de Keur het beheer laten uitvoeren. In de keur staan regels over wat er wel en niet mag in en rondom het water in Limburg. Maar hier geldt natuurlijk ook dat er rekening gehouden moet worden aan voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming.

Vraag 2) Is er een beheerplan en zo ja, welke specifieke eisen zijn er opgenomen t.a.v. maaiwerkzaamheden zowel qua periode als werkwijze?

Ons college heeft in juni 2019 het ontwerp Natura2000-beheerplan Roerdal vastgesteld. Hierin staat beschreven welke instandhoudingsdoelen moeten worden gerealiseerd en welke maatregelen hiervoor moeten worden uitgevoerd. Dit plan is tevens het kader voor een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Activiteiten die niet zijn opgenomen in het Beheerplan als huidig gebruik zijn gebonden aan een vergunningplicht. In het Beheerplan is opgenomen dat als het Waterschap Limburg het beheer en onderhoud van oevers en watergangen uitvoert op basis het Beschermingsplan donker pimpernelblauwtje dit niet vergunningplichtig is. De beheermaatregelen van dit Beschermingsplan zijn door het Waterschap voor de Vlootbeek overgenomen in een Beheer- en onderhoudsplan Vlootbeek (BOP). Voor het Herkenboscherbroek moet nog een BOP worden opgesteld waarin de maatregelen vanuit het Beschermingsplan zijn overgenomen.

Het beheer van wegbermen door Gemeente Roerdalen en de Provincie Limburg is vergunningsvrij als er gewerkt wordt volgens het Beschermingsplan Donker pimpernelblauwtje. De Gemeente Roerdalen en de Provincie Limburg werken al sinds 2005 volgens dit Beschermingsplan.
Stichting het Limburgs Landschap heeft binnen het leefgebied in Posterholt een aantal terreinen in beheer genomen waarop een kwalitatieve verplichting rust voor het ontwikkelen van Glanshaverhooiland voor het behoud van de vlinder. De belangrijkste beheermaatregel die zowel in het beschermingsplan als in het Natura2000-beheerplan is opgenomen, is niet maaien tussen 1 juni en 15 september.

Voor het Provinciaal wegbeheer is er ook een beheerplan. In dit beheerplan van de berm staat dat de betreffende berm pas na 15 september gemaaid mag worden. Wel moeten de reflectorstroken regelmatig gemaaid worden voor de verkeersveiligheid.

Vraag 3) Op welke grond gaf waterschap Limburg opdracht tot grasmaaien in een 'verboden periode' (1juni t/m 15 september)? Hoe is de kwaliteitsborging in deze geregeld? Kan de aannemer aantonen dat hij het kwaliteitssysteem heeft gevolgd aangaande deze opdracht tot grasmaaien in de verboden periode?

Er loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar het maaien van de berm. Hieruit moet duidelijkheid komen wie de opdrachtgever voor het maaien is geweest en wie de uitvoerder van het maaiwerk is geweest. Het Waterschap Limburg heeft zelf al aangegeven dat zij een fout heeft gemaakt en dat er onder hun verantwoordelijkheid gemaaid is op een plek waar beschermde flora en fauna staat.

Vraag 4) De Vlinderstichting heeft aangifte gedaan. Wat zijn de gevolgen voor het Waterschap vanuit de provincie als bevoegd gezag voor de Wet Natuurbescherming? Limburgs Landschap heeft op initiatief van de Vlinderstichting waardplanten (grote pimpernel) verplaatst naar de wegberm. Aannemer en Waterschap hebben dit initiatief nagevolgd en zijn ook planten gaan verplaatsen. Is het College bereid om te inventariseren welke kosten het Limburgs Landschap en de Vlinderstichting gemaakt hebben door met spoed waardplanten te verwerven en te planten en is het College bereid deze kosten te vergoeden aan Limburgs Landschap en de Vlinderstichting, ofwel met het Waterschap in gesprek te gaan over de vergoeding van deze kosten?

Uit mediaberichten valt op te maken dat in mei 2020 ook al ten onrechte gemaaid is in het leefgebied van de Donker pimpernelblauwtjes. Betreft het dezelfde aannemer die ook op 13 juli 2020 in de fout is gegaan? Hoe hebben het Waterschap en de Provincie hierop toen gereageerd en welke lering is eruit getrokken? Hoe kan worden verklaard dat de maaifout uit mei zich in juli toch nog kon herhalen? Hoe wordt gegarandeerd en zeker gesteld dat zich een dergelijke onvergeeflijke fout niet nog een keer herhaalt?

De gevolgen voor het Waterschap op grond van de Wet natuurbescherming zijn tweeledig: bestuursrechtelijk en mogelijk strafrechtelijk. Voor wat betreft het bestuursrechtelijk spoor geldt dat er drie overtredingen zijn geconstateerd. Ten aanzien van twee overtredingen is reeds aan het Waterschap Limburg een waarschuwingsbrief verzonden met daarin een aantal door of op kosten van het Waterschap Limburg te nemen maatregelen. Indien het Waterschap Limburg voornoemde maatregelen niet (correct) in acht neemt, zullen wij een bestuursrechtelijke herstelsanctie voorbereiden. Voor wat betreft de derde overtreding wordt momenteel onderzocht wat hier de (mogelijk) juridische gevolgen van zullen zijn.

Naast het bestuursrechtelijk traject is er tevens een strafrechtelijk traject gestart, omdat voornoemde overtredingen van de Wet natuurbescherming strafbaar zijn gesteld in de Wet op de economische delicten. Ten aanzien van dit strafrechtelijk spoor bevinden onze BOA’s zich momenteel in de fase van het strafrechtelijk onderzoek doen naar de feiten en omstandigheden van de zaak. Hierna zal op basis van het opgebouwd dossier een Proces-verbaal worden aangeleverd bij het Openbaar Ministerie. De betreffende Officier van Justitie zal hierna bepalen hoe de zaak verder wordt behandeld/opgepakt.

Dezelfde aannemer heeft in mei 2020 en in juli 2020 gemaaid . Na het maaien in mei 2020 is er overleg geweest met het Waterschap Limburg en is ingezet op het zo veel als mogelijk herstellen van de leefomgeving van het Donker pimpernelblauwtje, door de berm vochtig te houden en zo de Grote pimpernel in bloei te krijgen voor de start van de vliegtijd begin juli 2020. De verklaring van de herhaling van de maaifout zit waarschijnlijk in het feit dat per 1 mei 2020 een nieuwe aannemer door het Waterschap Limburg is aangenomen voor de maaiwerkzaamheden.

Uit het (strafrechtelijk) onderzoek moet blijken hoe de maaifout zich in juli heeft kunnen herhalen. Waterschap Limburg heeft aangegeven dat zij een fout heeft gemaakt en dat er gemaaid is onder hun verantwoordelijkheid op een plek waar in die periode niet gemaaid had mogen worden. Het is voor alle partijen duidelijk dat een dergelijke fout niet nogmaals dient te gebeuren. Waterschap Limburg dient volgens het opgelegde herstelplan maatregelen te nemen en uit te werken die dergelijke fouten in de toekomst moet voorkomen.

Vraag 5) Is er een verband tussen incidenten in maaibeheer en gebrek aan handhavend en ecologisch toezicht? Kunt u uw antwoord toelichten?

Nee. Toezichthouders controleren regelmatig in het kwetsbare seizoen van het leefgebied van het Donker pimpernelblauwtje, vanwege het feit dat dit een prioritaire en kwetsbare soort betreft. Daarbij is met externen de afspraak gemaakt regelmatig het leefgebied van het Donker pimpernelblauwtje te controleren. Er is dus geen sprake van een gebrek aan toezicht.

Vraag 6) Bent u bereid te zorgen dat het maaibeheer van wegbermen en watergangen in natuurgebieden en leefgebieden van beschermde soorten voortaan te organiseren als natuurbeheer, in plaats van als infrastructureel beheer, met – dus slecht nageleefde – ecologische randvoorwaarden?

Wat betreft de Provinciale berm geldt dat het maaibeheer van ecologisch waardevolle bermen nu al anders georganiseerd is dan het infrastructureel beheer. De ecologisch waardevolle bermen zijn terug te vinden in de Nota Realisatie Beheer en Onderhoud (16-02-2016) en zijn ook benoemd in het onderhoudscontract.
Voor de overige beheerders, Gemeenten en Waterschap geldt dat iedere eigenaar/beheerder zelf verantwoordelijk is voor de aanbesteding van het beheer. Bij de aanbesteding kan het een pré zijn dat de aannemer ervaring heeft met natuurbeheer zoals een Kleurkeur. Wel is het mogelijk dat verschillende beheerders in een gebied het beheer op elkaar gaan afstemmen en gaan samenwerken. Hierover zullen wij in het leefgebied van het Donker pimpernelblauwtje nadere afspraken gaan maken.

Vraag 7) Heeft de betreffende aannemer een keurmerk voor maaibeheer zoals Kleurkeur?1 Is het College vanuit haar rol bij de Wet Natuurbescherming van mening dat groenaannemers die in beschermde gebieden werken, of in leefgebied van beschermde soorten werken, een keurmerk voor maaibeheer zouden moeten hebben? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat het College zich inspannen om samen met gemeenten en waterschappen niet alleen de prijs bij aanbestedingen leidend te laten zijn maar ook het hebben van een keurmerk zoals bijvoorbeeld Kleurkeur?

Uit het strafrechtelijk onderzoek moet blijken welke hoe het heeft kunnen gebeuren dat er twee keer gemaaid is in een verkeerde periode. Bij het maaien van bermen kunnen altijd fouten worden gemaakt. Zowel door een aannemer met of zonder keurmerk. Belangrijk is hoe de aannemer uiteindelijk wordt aangestuurd door de opdrachtgever. Bij de aanbesteding van het provinciale maaibeheer is het ecologisch werken één van de aanbestedingspunten. De gemeenten en de waterschappen moeten hier zelf een keuze in maken. Hierbij zal Kleurkleur zeker kunnen helpen maar in dit geval moet nog uitgezocht worden waar het precies fout is gegaan en of Kleurkeur dit had kunnen voorkomen.

Vraag 8) In 2018 stelde de PvdD-fractie vragen over de bescherming van het Donker Pimpernelblauwtje. Bij de beantwoording van vraag 2 door uw College staat dat de provincie toeziet op een correcte uitvoering van het contract. Hoe kan het dan gebeuren dat het in 2020 al twee keer mis is gegaan?

Zowel de Provincie Limburg als het Waterschap Limburg hebben ten aanzien van een deel van de berm langs de N274 een onderhoudscontract voor maaiwerkzaamheden. Voor wat betreft het contract van de Provincie Limburg beperken de maaiwerkzaamheden zich tot het bermgedeelte. De naastgelegen sloot valt qua beheer onder de verantwoordelijkheid van Waterschap Limburg. Wij zien toe op de correcte uitvoering van het door ons afgesloten onderhoudscontract. De maaifout heeft niet plaatsgevonden door de aannemer van de Provincie Limburg. Op de uitvoering van het onderhoudscontract van Waterschap Limburg dient Waterschap Limburg zelf toe te zien.

Vraag 9) In antwoord op vraag 4 geeft het College aan dat er in 2018 al een leefgebied voor het Donker Pimpernelblauwtje werd ingericht. Hoe staat het inmiddels met de inrichting van het gebied als leefgebied en als voortplantingsgebied? Zijn er meer mogelijkheden om het leefgebied uit te breiden?

In 2014 is het Vlootbeekdal heringericht tussen de Boomstraat en de N274. Deze percelen worden door het Limburgs landschap en het Waterschap Limburg beheerd voor de ontwikkeling van Glanshaverhooiland. Hier bloeien nu de Grote pimpernel en zijn nesten steekmieren aanwezig. Sinds 2019 worden hier eiafzettende Donker pimpernelblauwtjes gezien, in de nabijheid van de provinciale berm. Mogelijk is dit de redding voor het behoud van de vlinder. Dit voorjaar is hier nog een extra perceel aangekocht waarvoor dit najaar een inrichtingsplan opgesteld gaat worden. Verder is bij Herkenbosch in 2018 langs de Bolbergweg ca 13,5 hectare nieuw leefgebied aangekocht en ingericht en in beheer genomen door Staatsbosbeheer. Op deze gronden worden nog geen Donker pimpernelblauwtjes aangetroffen. Het kan zijn dat het aantal bloeiende pimpernelplanten nog te laag is of de mierenstand zich nog niet voldoende heeft kunnen ontwikkelen maar waarschijnlijker is dat nog geen vlinders het gebied hebben kunnen bereiken. De verwachting is dat dit de komende jaren wel gaat gebeuren. De gemeente Roerdalen gaat ook circa 30 hectare rondom Kasteel Daelenbroeck beheren voor de ontwikkeling van Glanshaverhooiland. Daarnaast wordt ook onder Agrarisch Natuurbeheer glanshaverhooiland ontwikkeld. De ontwikkeling van meer leefgebied wordt uitgevoerd in het kader van het Natura2000-beheerplan en PIO Roerdalen.

Vraag 10) In antwoord op vraag 5 geeft het College aan dat er geen continu toezicht hoeft te zijn in de kritieke periode, dat er geen bijzondere prioriteit wordt gegeven maar dat het toezicht onderdeel uitmaakt van het totale toezicht in het buitengebied. Het leefgebied werd niet alleen in 2018 ernstig bedreigd maar ook al tweemaal in 2019 en 2020. Is het College nog steeds van mening dat het toezicht niet gefaald heeft in het buitengebied? Zo nee, hoe kan het dan gebeuren dat het twee keer misgaat in 2019 en 2020? Is het College van mening dat er voldoende toezicht is in het buitengebied, ook op habitats van kwetsbare soorten? Kunt u uw antwoord toelichten?

Toezichthouders controleren samen met externen in het kader van het samenwerkingsverband Samen Sterk in Limburg (SSIL) regelmatig het betreffende gebied. Ten aanzien van het onderhoudscontract van de Provincie Limburg geldt dat de afspraken voor wat betreft de maaiwerkzaamheden in acht zijn genomen. De beschikbare capaciteit van toezichthouders binnen het SSIL wordt zo efficiënt mogelijk ingezet voor het toezicht in het buitengebied, ook op habitats van kwetsbare soorten.

Vraag 11) Eveneens in antwoord op vraag 5 gaf het College aan dat Provincie Limburg samen met andere partijen toezicht in het buitengebied hoofdzakelijk op basis van signalen van klachten en meldingen toezicht houdt. Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat je dan in gevallen als deze gewoon echt te laat bent? Zo nee, waarom niet? Dient de Provincie zich als bevoegd gezag niet ook te richten op het voorkomen van overtredingen van de Wet Natuurbescherming? Is de provincie bereid de regie te nemen om alle partijen in het gebied (weg- en waterbeheerders, natuurbeheerders en Vlinderstichting) bij elkaar te brengen om sluitende afspraken te maken over het optimaal inrichten en beheren van voldoende leefgebied zodat een maaifout niet langer fataal kan zijn?

Toezichthouders houden zowel op basis van meldingen als proactief toezicht. Hierbij geldt dat het niet mogelijk noch realistisch is continue toezicht te houden in bepaalde gebieden. Wij delen niet de mening van de Partij voor de Dieren dat wij te laat zijn: gevallen als deze komen niet voort uit het in strijd handelen met de Wnb maar het verkeerd uitvoeren van het onderhoudscontract en het niet-naleven van de afspraken omtrent maaiwerkzaamheden. De snelheid van de maaiwerkzaamheden maakt dat dit door toezichthouden niet is te voorkomen. Voorkomen van overtredingen is wel het streven. In dat kader zijn er in het ontwerp beheerplan van 2019 (nr. 150) concrete afspraken opgenomen betreffende in welke perioden maaiwerkzaamheden uitgevoerd mogen worden. Helaas zijn deze afspraken niet in acht genomen. Bij constatering van overtredingen treden wij handhavend op. Om die reden is er thans een waarschuwingsbrief verstuurd aan Waterschap Limburg met daarin een aantal te nemen (herstel)maatregelen.

In een van de zienswijzen op het Ontwerp Natura2000-beheerplan Roerdal is vraag gesteld om de verschillende beheerders van het gebied bij elkaar te brengen. Het gaat hierbij om de uitwisseling van informatie over het te voeren beheer. Aan dit verzoek zullen wij zeker tegemoetkomen. Maar daarvoor zullen eerst de juridische procedures van dit jaar afgewacht moeten worden.

Samenwerking betreffende de controles is door het samenwerkingsverband SSIL verzekerd.

Vraag 12) In de beantwoording van vraag 6 geeft het College aan dat het niet voornemens is een voorziening te treffen om de berm met een simpel draadje te beschermen zoals dat reeds gebeurde in Moerputten ter bescherming van het Gewone Pimpernelblauwtje? Wel werd er een bord geplaatst. Is het College nog steeds van mening dat het bord voldoende bescherming bood? Zo ja, hoe kan het dan in 2020 twee keer mis gaan met maaien?

Deelt u de mening van de PvdD dat als er een voorziening in de vorm van een draadje was aangebracht dat dit een extra alarmbel had doen afgaan bij de aannemer? Is het College alsnog bereid een fysieke voorziening aan te brengen?

In alle bermen langs de provinciale wegen worden in het voorjaar en zomer alleen maar maaiwerkzaamheden uitgevoerd inzake de verkeersveiligheid. Alle andere stukken berm worden met rust gelaten en zijn voor de van nature aanwezige flora en fauna. Op de betreffende locatie zal alleen de reflectorstrook voor de verkeersveiligheid gemaaid worden en verder niets. De kans dat vanuit infrastructureel oogpunt daar gemaaid wordt is nihil. Bovendien is de locatie apart beschreven in het onderhoudscontract en moet de aannemer aantonen in zijn werkplanning dat hij bekend is met de locaties van de ecologisch waardevolle bermen.
Een draadje in de berm is niet toegestaan inzake de verkeersveiligheid en zal een trekkerchauffeur niet tegenhouden. De maaiers komen regelmatig obstakels tegen en werken er omheen. In het op te stellen Herstelplan moet het Waterschap aangeven hoe ze in de toekomst gaan voorkomen dat dergelijke fouten nogmaals gaan optreden.

Vraag 13) Naar aanleiding van de beantwoording van vraag 8. Kan het College de Valwildregeling van de FBE bij de beantwoording van de vragen voegen?
Maakt de valwildregeling deel uit van een breder bermbeheerplan?
Zo nee, is het College het met de PvdD fractie eens dat een goed ecologisch bermbeheerplan, in samenwerking met de TBO’s, gemeenten en waterschappen een enorme bijdrage kan leveren aan de biodiversiteit, en daarbij ook nog goedkoper is aldus recent onderzoek?3 Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het College bereid om met gemeenten, waterschappen en TBO’s in gesprek te gaan en het voortouw te nemen in een ecologisch bermbeheerplan? Zo nee, waarom niet?

De valwildregeling is momenteel nog in ontwikkeling bij de Faunabeheereenheid Limburg. Er loopt nog een overleg met de meldkamer van de politie over rolverdeling en taakopvatting. De valwildregeling zal voorzien in een valwildregistratiesysteem op basis waarvan knelpunten in verkeersveiligheid kunnen worden gesignaleerd. De verzamelde gegevens zullen ter beschikking worden gesteld aan o.a. wegbeheerders en Wildbeheereenheden om middels maatregelen lokaal risico’s voor de verkeersveiligheid te verminderen. De valwildregeling maakt geen onderdeel uit van een breder bermbeheerplan.

Vraag 14) Welke concrete acties worden aangezet, uitgevoerd en bewaakt ten aanzien van de herinvoering van het Donker Pimpernelblauwtje in het betreffende gebied?

In het Natura2000-beheerplan is hierover het volgende beschreven: “Door het inrichten van percelen in het Vlootbeekdal, het dal van de Roer en Herkenboscherbroek ontstaat een mozaïek van leefgebieden die verbonden zijn via reeds ingerichte gebieden en een aantal geschikte bermen. Als op termijn blijkt dat de nieuwe gebieden niet worden gekoloniseerd kan nagedacht worden over het bijplaatsen of herintroduceren van dieren in nieuwe leefgebieden”.

Als uit de monitoring van 2020 tot 2025 blijkt dat de populatie vlinders door het maaien zodanig klein is geworden, dat deze niet meer levensvatbaar is dan gaan we de haalbaarheid van het herintroduceren of het bijplaatsen versneld onderzoeken. Deze mogelijkheid maakt ook deel uit van het herstelplan dat ons College aan Waterschap Limburg heeft opgelegd.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris