Schrif­te­lijke vragen over Subsidie voor lokken van wild naar akkers des doods


Indiendatum: 13 aug. 2020

Maastricht, 13 augustus 2020

Geacht College,

Vrijdag 6 augustus jl. bezocht gedeputeerde Brugman een aantal terreinen waar jagers met subsidie van de provincie zaadmengsels inzaaien, zodat die terreinen aantrekkelijker worden voor bejaagbaar wild. Geen wonder dat de bereidheid onder jagers om mee te werken, volgens het persbericht, zeer groot was. De Partij voor de Dieren is verontwaardigd over deze nieuwe provinciale steun aan de hobby “jacht”, naast de ton die jaarlijks al voor opleiding wordt gesubsidieerd, en heeft hierover de volgende vragen:

Vraag 1) Zijn “wildakkers” bestemd voor wild, of voor jagers om op het daar naar toe gelokte wild te jagen?

Vraag 2) Volgens het provinciale persbericht hebben de ingezaaide mengsels als effect dat de “wildakkers” aantrekkelijker worden voor de wildsoorten houtduif, haas, konijn en fazant die vrij bejaagbaar zijn. Het leggen van lokvoer is aan jagers wettelijk verboden, en bijvoeren van wilde zwijnen wordt bij het algemene publiek actief ontmoedigd: hoe kan het dat de provincie dan wel door het inzaaien van bepaalde gewassen actief meewerkt aan het lokken van bejaagbaar wild naar “wildakkers?

Vraag 3) Is het GS bekend dat de fazant en houtduif de laatste 12 jaar een significante afname vertonen, en dat de haas en het konijn blijkens de Verspreidingsatlas sinds 2011 een dalende trend vertonen, en een gevoelige status hebben na een grote daling door de konijnenziekte myxomatose?

Vraag 4) Zo ja, acht de provincie het in het licht van deze gegevens aanvaardbaar om actief mee te werken aan bejaging van deze bedreigde soorten door het stimuleren van “wildakkers”?

Vraag 5) Is er al voldoende geld voor het bloemenlint “van Mook tot Maastricht”, waarvan de gedeputeerde terecht hoog opgaf in de PS van 25 juni?

Vraag 6) Zo niet, had de € 20.000 voor zaadmengsels (300 euro per hectare), niet beter aan dit bloemenlint kunnen worden uitgegeven?

Vraag 7) Ligt het niet meer voor de hand om een stichting als The Pollinators, die samen met lokale initiatiefnemers zorgt voor een gezonde leefomgeving t.b.v. bestuivende diersoorten, in te zetten bij het inzaaien van het bloemenlint dan de Jagersvereniging/Jagers in het Groen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 8) Hoeveel procent van de locaties van deze ingezaaide “wildakkers” is voor het publiek toegankelijk?

Vraag 9) Waarom worden de locaties van deze extra ingezaaide “wildakkers” actief bekend gemaakt? Om te laten zien dat provincie en jagers nauw samenwerken? Of is het handig dat jagers nu weten waar ze moeten zijn?

Graag beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 13 aug. 2020
Antwoorddatum: 25 sep. 2020

Vraag 1) Zijn “wildakkers” bestemd voor wild, of voor jagers om op het daar naar toe gelokte wild te jagen?

De betreffende gronden zijn ingezaaid als habitat voor wilde bijen en bedreigde akkervogels, zoals de patrijs.

Vraag 2) Volgens het provinciale persbericht1 hebben de ingezaaide mengsels als effect dat de “wildakkers” aantrekkelijker worden voor de wildsoorten houtduif, haas, konijn en fazant, die vrij bejaagbaar zijn.

De ingezaaide terreinen zijn niet alleen aantrekkelijk voor bovengenoemde doelsoorten maar functioneren ook als verblijfplaats en voedselgebied voor vele soorten van het agrarisch cultuurlandschap, waaronder wildsoorten als hazen en fazanten.

Vraag 3) Het leggen van lokvoer is aan jagers wettelijk verboden, en bijvoeren van wilde zwijnen wordt bij het algemene publiek actief ontmoedigd: hoe kan het dat de provincie dan wel door het inzaaien van bepaalde gewassen actief meewerkt aan het lokken van bejaagbaar wild naar “wildakkers?

De ingezaaide gebieden zijn bedoeld als verbetering van het habitat in het gebied zelf, niet om dieren van elders te lokken. Het leggen van lokvoer is overigens niet verboden. Het is jagers verboden op wildsoorten te jagen binnen 200 meter afstand van een lokvoerplaats die is aangelegd met de bedoeling om wildsoorten te lokken.

Vraag 4) Is het GS bekend dat fazant en houtduif de laatste 12 jaar een significante afname vertonen, en dat haas en konijn blijkens de Verspreidingsatlas resp. sinds 2011 een dalende trend vertonen, en een gevoelige status hebben na een grote daling door de konijnenziekte myxomatose?

Ja, dit is ons bekend.

Vraag 5) Zo ja, acht de provincie het in het licht van deze gegevens aanvaardbaar om actief mee te werken aan bejaging van deze bedreigde soorten door het stimuleren van “wildakkers”?

Het stimuleren van natuurvriendelijk akkerbeheer is niet hetzelfde als het actief meewerken aan bejaging van deze diersoorten. De staat van instandhouding van deze soorten is voldoende om gedurende een beperkte periode in het jaar de jacht te openen. Hierover wordt door het Rijk besloten, niet door de provincie. De jachthouder heeft vervolgens de wettelijke verplichting om op lokaal niveau een afweging te maken waarbij hij de “redelijke wildstand” moet bewaken of bevorderen.

Vraag 6) Is er al voldoende geld voor het bloemenlint “van Mook tot Maastricht”, waarvan de gedeputeerde terecht hoog opgaf in de PS van 25 juni?

Het bloemenlint van Maastricht tot Mook krijgt voor een belangrijk deel vorm door het verder ecologisch aanpassen van het maaibeheer langs provinciale wegen. Hiervoor is het benodigde budget gereserveerd in het budget voor wegbeheer. Daarnaast werken we een plan uit waarin bomen worden geplant op kleine stukjes grond in provinciaal eigendom die als “verkavelingsresten” buiten de beheergrens van de provinciale wegen liggen.

Vraag 7) Zo niet, had de € 20.000 voor zaadmengsels (300 euro per hectare), niet beter aan dit bloemenlint kunnen worden uitgegeven?

Dit is niet van toepassing omdat er voor het bloemenlint voldoende middelen zijn.

Vraag 8) Ligt het niet meer voor de hand om the Pollinators, een stichting die, samen met lokale initiatiefnemers, zorgt voor een gezonde leefomgeving t.b.v. bestuivende diersoorten, in te zetten bij het inzaaien van het bloemenlint dan de Jagersvereniging / Jagers in het Groen? Kunt u uw antwoord toelichten?

In dit project is gekozen is voor een overeenkomst met de wildbeheereenheden omdat deze een Limburgdekkend netwerk van vrijwilligers hebben. Deze vrijwilligers hebben goede contacten met agrariërs en er is binnen de wildbeheereenheden veel kennis en ervaring met betrekking tot habitatbeheer in het agrarisch gebied, gericht op onder meer de patrijs, een prioritaire soort in het provinciaal soortenbeleid.

Wij staan, vanzelfsprekend, ook open voor samenwerking met andere burgergroepen, naast de wildbeheereenheden, wanneer hun activiteiten passen binnen de doelen van het provinciaal beleid.

Vraag 9) Hoeveel procent van de locaties van deze ingezaaide “wildakkers” is voor het publiek toegankelijk?

Het is ons niet bekend welk deel van de percelen voor publiek toegankelijk is. Het overgrote deel van de ingezaaide oppervlakte (5/6e deel) is niet in eigendom van de provincie maar in eigendom van particulieren of andere overheden, zij kunnen zelf bepalen in hoeverre gronden worden opengesteld. Voor de provinciale gronden die landbouwkundig zijn verpacht geldt dat het aan de grondgebruikers is om te bepalen of deze gronden worden opengesteld voor publieke toegang. Overigens geldt dat door het dichte netwerk van wegen en paden in Limburg vrijwel alle percelen vanaf een openbaar toegankelijke locatie zichtbaar zijn.

Vraag 10) Waarom worden de locaties van deze extra ingezaaide “wildakkers” actief bekend gemaakt? Om te laten zien dat provincie en jagers nauw samenwerken? Of is het handig dat jagers nu weten waar ze moeten zijn?

De locaties die zijn ingezaaid worden bekend gemaakt uit oogpunt van transparantie.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris