Schrif­te­lijke vragen verdrin­kingen Zuid Willems­vaart en uitvoering motie 2358


Geacht College,

In november 2014 is er landelijke ophef ontstaan nadat een jager wilde zwijnen dood schoot die eerder uit het kanaal in Weert werden gered.

Omdat er bleek dat deze verdrinkingen geen op zichzelf staand geval waren, heeft de PvdDieren op 3 november 2017 een breed gesteunde motie ingediend. Motie 2358 is uiteindelijk afgedaan met de vermelding dat tijdens een werkbezoek in de Kempen speciale aandacht is besteed aan de verdrinkingen. Hoewel de PvdDieren bij dit werkbezoek aanwezig was, is ons de speciale aandacht voor de oplossing van verdrinkingen van wilde zwijnen niet opgevallen. Wel dat er weerstand was bij de LLTB om het verdrinken van wilde zwijnen tegen te gaan en dat er niet gekozen is voor een ecoduct. Ook werd er gesproken over otter en bever.

Dat leidt tot de volgende vragen van de PvdD fractie:

  1. Is het juist dat er door het College is gekozen voor een natte passage in plaats van een ecoduct? Zo ja, op basis van welk onderzoek is het besluit genomen om te kiezen voor de natte passage in plaats van een ecoduct? Heeft er een weging plaatsgevonden op basis van ecologische of financiële voordelen?

  2. Wat zijn volgens het College én volgens deskundigen de voordelen van een natte passage boven een ecoduct?

  3. Zijn de lokale of landelijke groene belangenorganisaties zoals Stichting Groen Weert, de Natuur- en milieufederatie, , de Faunabescherming en/of de Dierenbescherming uitgenodigd om mee te denken over de beste oplossing om de faunaverdrinkingen tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

  4. Is de LLTB uitgenodigd om mee te denken over de faunapassage? Indien het antwoord op vraag 3 nee is en op vraag 3 ja, waarom de LLTB wel en de belangenorganisaties voor fauna niet?

  5. Is het College bereid een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de optimale manier om in het wild levende dieren het “kanaal des doods” over te laten steken, en daarbij de faunabeschermende organisaties te betrekken? Zo nee, waarom niet?

  6. De stroomsnelheid in de Zuid Willemsvaart zal aanmerkelijk toenemen (door het afsluiten van de Noordervaart en de sluis van Lozen) om meer water te laten toestomen naar het Peelgebied. Is er in de plannen voor een natte oversteek voor de dieren rekening gehouden met het effect dat deze stroomversnelling heeft op de overstekende dieren?

  7. Er zijn volwaardige ecoducten gebouwd over de A2 in Weert en over de spoorlijn Weert – Eindhoven. De Zuid Willemsvaart bij Weert is nu een grote, voor veel dieren niet te nemen, hindernis. Het Kempenbroek wordt hierdoor in tweeën gesplitst. Is het College het met de PvdD fractie eens dat de investeringen in de twee genoemde ecoducten pas de moeite waard zijn als er daadwerkelijk een groot gebied verbonden wordt? En is het College het met de PvdD fractie eens dat kiezen voor een goedkope oplossing, de natte passage, dan een verkeerde bezuiniging is, de grotere gebiedverbinding in aanmerking nemende?

  8. In eerdere plannen werd het ecoduct erg luxe gepresenteerd. Is er onderzoek gedaan naar een financieel aantrekkelijkere variant van de combinatie ecoduct / fietsbrug? Zo nee, waarom niet?

  9. Is er door de Centrale Zandwinning Weert al een maatschappelijke tegenprestatie geleverd? Zo nee, is het College bereid om met CZW in gesprek te gaan om te bekijken of de combinatie eco-/fietsbrug een passende maatschappelijke tegenprestatie is? Zo nee, waarom niet?

  10. Is het College, in tegenstelling tot de PvdD fractie, van mening dat recht is gedaan aan de uitvoering van de breed gesteunde motie 2358?

Graag beantwoording op korte termijn, gezien de vele dierenlevens die verloren gaan.

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 26 feb. 2019


  1. Is het juist dat er door het College is gekozen voor een natte passage in plaats van een ecoduct? Zo ja, op basis van welk onderzoek is het besluit genomen om te kiezen voor de natte passage in plaats van een ecoduct? Heeft er een weging plaatsgevonden op basis van ecologische of financiële voordelen?

    Ja, het college heeft gekozen voor de realisatie van een natte passage in plaats van een ecoduct. Het college participeert in het Bestuurlijk Overleg Samenwerking Grensgebied De Kempen (SGDK). Door het BO SGDK is onderzoek gedaan naar oplossingen voor het probleem van verdrinkende dieren in de Zuid-Willemsvaart. Het BO SGDK heeft een voorkeur uitgesproken voor een natte faunapassage boven een ecoduct.

    Basis voor deze keuze vormen de reeds eerder verrichte onderzoeken naar de mogelijkheden voor een faunapassage, alsmede de raadpleging van stakeholders in het gebied. Dit laatste is gebeurd door Samenwerking Grensgebied De Kempen (SGDK), waarin de provincies Noord-Brabant en Belgisch en Nederlands Limburg vertegenwoordigd zijn, alsmede de gemeenten Cranendonck, Weert, Hamont-Achel en Bocholt. Na analyse van het reeds aanwezige documentatie- en onderzoeksmateriaal heeft SGDK opdracht gegeven aan Sweco om voor een aantal varianten de verschijningsvorm, functionaliteit en kosten uit te werken. De uiteindelijke weging heeft plaatsgevonden op basis van een stelsel van criteria, waaronder ook ecologische en financiële criteria. Het College heeft zich aangesloten bij de keuze van het BO SGDK voor een natte passage.

  2. Wat zijn volgens het College én volgens deskundigen de voordelen van een natte passage boven een ecoduct?

    De voordelen van een natte passage boven een ecoduct zijn:
    a. de veel geringere impact op het landschap van een natte passage;
    b. het faciliteren van de doelsoorten in het kader van de taakstelling ontsnipperingsbeleid;
    c. de aanzienlijk lagere kosten.

  3. Zijn de lokale of landelijke groene belangenorganisaties zoals Stichting Groen Weert, de Natuur- en milieufederatie, , de Faunabescherming en/of de Dierenbescherming uitgenodigd om mee te denken over de beste oplossing om de faunaverdrinkingen tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

    De Zuid-Willemsvaart is een barrière voor mens en dier. Bij het zoeken naar de beste oplossing om dezebarrière te slechten is tegelijkertijd gekeken naar een ecologische en een toeristisch-recreatieve oplossing. Bij het zoeken naar oplossingsmogelijkheden zijn, behalve de landelijke organisaties met een lokale grondpositie ter plekke – zoals RWS, RVO (Ministerie van Defensie) en Natuurmonumenten – met name de lokale belangenorganisaties betrokken. De betrokken lokale groene belangenorganisaties zijn Stichting Groen Weert en IVN.

  4. Is de LLTB uitgenodigd om mee te denken over de faunapassage? Indien het antwoord op vraag 3 nee is en op vraag 3 ja, waarom de LLTB wel en de belangenorganisaties voor fauna niet?

    Met de LLTB is één maal bilateraal over de faunapassage gesproken nadat de everzwijnenproblematiek en de opvattingen van de LLTB dienaangaande in de publiciteit kwamen. Daarna is met de LLTB, net als met de andere belangenorganisaties, gesproken tijdens de groepsbijeenkomst met de stakeholders.

  5. Is het College bereid een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de optimale manier om in het wild levende dieren het “kanaal des doods” over te laten steken, en daarbij de faunabeschermende organisaties te betrekken? Zo nee, waarom niet?

    In het kader van de gebiedsontwikkeling is uitgebreid geïnventariseerd welke oplossingen mogelijk zijn, en is een afweging gemaakt op basis waarvan de keuze bepaald is (zie ook vraag 2). Onafhankelijk onderzoek gebeurde in opdracht van Samenwerking Grensgebied De Kempen door adviesbureau Sweco. Sweco heeft daarbij gebruik gemaakt van eerder uitgevoerd onderzoek en daarbij ook de opvattingen van terreinbeheerders, beheerders van infrastructuur en de landbouworganisatie betrokken. Zie antwoorden 1, 3 en 4.

  6. De stroomsnelheid in de Zuid Willemsvaart zal aanmerkelijk toenemen (door het afsluiten van de Noordervaart en de sluis van Lozen) om meer water te laten toestomen naar het Peelgebied. Is er in de plannen voor een natte oversteek voor de dieren rekening gehouden met het effect dat deze stroomversnelling heeft op de overstekende dieren?

    De Noordervaart wordt op dit moment aangepast om in perioden van grote droogte meer water naar de Peel te kunnen voeren. RWS heeft nog niet besloten of het in die droogteperioden extra benodigde waterzal worden opgepompt of aangevoerd via de Zuid-Willemsvaart. De eventuele extra aanvoer via de Zuid-Willemsvaart zal maximaal 20% bedragen. De verwachting is, dat de breedte van de natte passage dermate groot is (15 meter) dat, ook bij de iets hogere doorstroming, overzwemmende dieren voldoende in de gelegenheid zijn om veilig de overkant te halen. Te zijner tijd zal in overleg met Rijkswaterstaat bekeken worden of aanvullende maatregelen genomen dienen te worden ter voorkoming van incidenten.

  7. Er zijn volwaardige ecoducten gebouwd over de A2 in Weert en over de spoorlijn Weert – Eindhoven. De Zuid Willemsvaart bij Weert is nu een grote, voor veel dieren niet te nemen, hindernis. Het Kempenbroek wordt hierdoor in tweeën gesplitst. Is het College het met de PvdD fractie eens dat de investeringen in de twee genoemde ecoducten pas de moeite waard zijn als er daadwerkelijk een groot gebied verbonden wordt? En is het College het met de PvdD fractie eens dat kiezen voor een goedkope oplossing, de natte passage, dan een verkeerde bezuiniging is, de grotere gebiedverbinding in aanmerking nemende?

    Met de ecoducten over de A2 in Weert en over de spoorlijn Weert-Eindhoven is een aantal natuurgebieden verbonden tot grotere eenheden. Eenheden die voor veel soorten een voldoende ruime habitat bieden, met name voor de kleinere soorten. Het toevoegen van de natte ecologische verbinding sluit de zo gecreëerde grotere eenheden op elkaar aan. Met name de grotere soorten (goede zwemmers) kunnen hiervan profiteren.

    Het college is van mening dat een natte verbinding de voorkeur verdient boven een ecoduct omdat daarmee de doelsoorten in het kader van het ontsnipperingsbeleid worden gefaciliteerd, maar ook vanwege de geringe landschappelijke impact en de lagere kosten. (zie ook antwoord 2).

  8. In eerdere plannen werd het ecoduct erg luxe gepresenteerd. Is er onderzoek gedaan naar een financieel aantrekkelijkere variant van de combinatie ecoduct / fietsbrug? Zo nee, waarom niet?

    Ja, de kosten van de goedkoopste uitvoering van een combinatie ecoduct / fietsbrug zijn daarbij geraamd op € 6,9 miljoen (exclusief 40% bijkomende kosten t.b.v. planvorming, BTW en dergelijke). De kosten van de eenvoudigste uitvoering van een separate fiets-/voetgangersbrug en een natte ecologische verbinding zijn daarentegen geraamd op € 2,3 miljoen (eveneens excl. 40% bijkomende kosten).

  9. Is er door de Centrale Zandwinning Weert al een maatschappelijke tegenprestatie geleverd? Zo nee, is het College bereid om met CZW in gesprek te gaan om te bekijken of de combinatie eco-/fietsbrug een passende maatschappelijke tegenprestatie is? Zo nee, waarom niet?

    Ja, de Centrale Zandwinning Weert (CZW) levert een, in de ontgrondingsvergunning afgewogen, maatschappelijke meerwaarde als tegenprestatie. De CZW levert die door extra natuuraanleg en het realiseren van een aantal toeristisch-recreatieve voorzieningen. De meerwaardebepaling is in overleg met de gemeente tot stand gekomen. De CZW heeft een realisatieovereenkomst met de gemeente gesloten. De vergunning is in stand gebleven na behandeling bij de Raad van State, waarbij ook het aspect meerwaarde ter discussie was gesteld.

  10. Is het College, in tegenstelling tot de PvdD fractie, van mening dat recht is gedaan aan de uitvoering van de breed gesteunde motie 2358?

    Ja, de realisatie van de verbinding faunapassage wordt planologisch voorbereid in 2019. Afhankelijk van het verloop van de planologische procedure, zal de verbinding in 2020 / 2021 gerealiseerd worden. Op dat moment is naar de mening van het college recht gedaan aan uitvoering van motie 2358.



    Gedeputeerde Staten van Limburg voorzitter secretaris