Schrif­te­lijke vragen Plusquin over Onbesuisd maai­beheer op gesub­si­di­eerde gronden


Indiendatum: 22 jul. 2021

Geacht college,

Op zondag 18 juli jl. werd kruiden- en faunarijk grasland (perceelnummer: HLNN01 W 189) te Heerlen gemaaid. In een kort tijdsbestek werd daarbij werd van buiten naar binnen gemaaid. Aanwezige dieren konden geen kant op en werden gedood door de maaimachines. Ook de nodige bijzondere flora werd compleet afgemaaid. Op deze bewuste graslanden rusten provinciale subsidiegelden. Dit leidt bij de Partij voor de Dieren-fractie tot de volgende vragen.

  • Uit waarneming van ooggetuigen zijn bij het maaien met zekerheid een woelrat en een haas gedood. Het is verboden deze zoogdieren opzettelijk te doden. Vóór het maaien vond er geen quick-scan plaats. Ook werd er niet van binnen naar buiten gemaaid om fauna de kans te geven om het grasland te ontvluchten. Men kan dus stellen dat het risico op het doden van de soorten door de maaier voor lief is genomen, waardoor er dus sprake is van voorwaardelijk opzet. Is er in casu een vrijstelling verleend van voornoemde verboden? Zo nee, is het college van mening dat er sprake is van voorwaardelijk opzet, en dus van een overtreding in de zin van de Wet natuurbescherming? Zo ja, wat is daarvan de consequentie voor het college? Zo nee, waarom niet?
  • De gemaaide graslanden worden beheerd middels provinciale subsidiegelden. Deze subsidie is verleend voor natuur- en landschapsbeheer. Vindt het college dat het maaien in casu voldoet aan gestelde subsidievoorwaarden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en welke gevolgen verbindt het college daaraan?
  • De gedragscode natuurbeheer is bij veel organisaties leidend om flora en fauna zoveel mogelijk te beschermen. Pas na een quick-scan en nadat bijzondere flora met linten is afgezet, wordt er van binnen naar buiten gemaaid. Dit had bovenstaande overtredingen mogelijk kunnen voorkomen. De eigenaar wil er echter niet aan. Het college kan als subsidieverlener voorwaarden verbinden aan subsidieverlening. Is het college ook van mening dat deze voorzorgsmaatregelen deze overtredingen hadden kunnen voorkomen? Zo ja, zijn deze voorzorgsmaatregelen opgenomen in de subsidiebeschikking? Zo nee, waarom niet?
  • Wil het college deze voorzorgsmaatregelen in het vervolg opnemen in de subsidiebeschikking om bovenstaande overtredingen te voorkomen? Zo ja, op welke termijn en hoe gaat het college dit handhaven? Zo nee, waarom niet?
  • Volgens de subsidiebeschikking zijn er ook kosten gemoeid met de monitoring. Omwonenden stellen dat er niet aan de monitoringsverplichting wordt voldaan. Kan het college dit bevestigen? Zo ja, hoe kan het dat niet voldaan wordt aan de monitoringsverplichting?

De eigenaar van het bewuste perceel is eerder meermaals in de fout gegaan. Voor een weglekkende, illegale mesthoop is een officiële melding gedaan, waarna er gehandhaafd is door de Groene Brigade. Ook over eerdere misstanden in het maaibeheer zijn er eerder meldingen gedaan bij de provincie Limburg.

  • Kan het college bovenstaande gang van zaken bevestigen? Zo ja, waarom is er niet eerder gehandhaafd op deze misstanden, en hoe verhoudt dit zich tot de beginselplicht tot handhaving?

Gaarne beantwoording binnen de daarvoor geldende termijnen.

Hoogachtend,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Bijlage

Whats App Image 2021 07 18 at 14 53 43

Woelrat

Whats App Image 2021 07 18 at 14 52 34


Haas


Vraag 1) Uit waarneming van ooggetuigen zijn bij het maaien met zekerheid een woelrat en een haas gedood (foto’s bijgevoegd). Het is verboden deze zoogdieren opzettelijk te doden. Voor het maaien vond er geen quick-scan plaats. Ook werd er niet van binnen naar buiten gemaaid om fauna de kans te geven om het grasland te ontvluchten. Men kan dus stellen dat het risico op het doden van de soorten door de maaier voor lief is genomen, waardoor er dus sprake is van voorwaardelijke opzet. Is er in casu een vrijstelling verleend van voornoemde verboden? Zo nee, is het college van mening dat er sprake is van voorwaardelijke opzet, en dus van een overtreding in de zin van de Wet natuurbescherming? Zo ja, wat is daarvan de consequentie voor het college? Zo nee, waarom niet?

Er is vastgesteld dat er in opdracht van de eigenaar van het desbetreffende perceel maaiwerkzaamheden door een derde zijn uitgevoerd op 18 juli 2021 waarbij – op basis van aangeleverde foto’s door ooggetuigen – aannemelijk is dat bij het (laten) uitvoeren van de maaiwerkzaamheden een haas en een woelrat zijn gedood.

Naar aanleiding van de uitgevoerde maaiwerkzaamheden hebben twee van onze toezichthouders op dinsdag 24 augustus 2021 fysiek gesproken met de eigenaar van het perceel.

Laatstgenoemde heeft tijdens dit gesprek onder meer aangegeven dat de maaiwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het kader van het noodzakelijk beheer en er is gewerkt met twee akoestische wildredders.

Gebleken is dat het desbetreffende perceel aangemerkt wordt als kruidenrijk grasland. Op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) geldt dat wanneer in een specifiek geval gehandeld wordt overeenkomstig een door onze Minister goedgekeurde gedragscode en onder meer plaatsvindt in het kader van bestendig natuurbeheer, het verbod bedoeld in artikel 3.10 Wnb niet van toepassing is.

In aansluiting hierop heeft er op vrijdag 27 augustus 2021 telefonisch contact plaatsgevonden tussen een van onze toezichthouders en de feitelijk uitvoerder van de (maai)werkzaamheden. Laatstgenoemde heeft verklaard dat niet van binnen naar buiten is gemaaid. Eveneens is gebleken dat er geen QuickScan is uitgevoerd voorafgaand aan het uitvoeren van de maaiwerkzaamheden. In overeenstemming met de eigenaar van het perceel is tevens door de feitelijk uitvoerder verklaard dat tijdens het maaien wel gebruik is gemaakt van een tweetal akoestische wildredders.

De Gedragscode natuurbeheer 2016-2021 (Gedragscode) is van toepassing op de onderhavige situatie voor wat betreft het maaien van bijzondere graslanden. Vastgesteld is echter dat niet volgens voornoemde Gedragscode is gehandeld gelet op het feit dat de vereiste algemene voorbereidingsmaatregelen, beschreven in hoofdstuk 7 van de Gedragscode, niet in acht zijn genomen voorafgaand het uitvoeren van de (maai)werkzaamheden. Er is in casu derhalve geen sprake van een vrijstelling van artikel 3.10 Wnb.

Er zijn in casu onvoldoende maatregelen genomen waardoor gesteld kan worden dat bewust de aanmerkelijke kans is aanvaard dat de maaiwerkzaamheden zouden leiden tot overtreding van het verbod van het doden van beschermde dieren. Dit betekent dat er sprake is van een overtreding van 3:10 lid 1, sub a, van de Wnb en dat wij handhavend zullen gaan optreden volgens de door ons vastgestelde landelijke handhavingsstrategie (LHS). Rekening houdend met de in de LHS opgenomen interventiematrix, waarin de gevolgen van de overtreding en het gedrag van de overtreder wordt bepaald, betekent dit concreet dat wij handhavend zullen optreden middels het sturen van een waarschuwingsbrief.

Vraag 2) De gemaaide graslanden worden beheerd middels provinciale subsidiegelden. Deze subsidie is verleend voor natuur- en landschapsbeheer. Vindt het college dat het maaien in casu voldoet aan gestelde subsidievoorwaarden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en welke gevolgen verbindt het college daaraan?

Het beheer voldoet aan de gestelde subsidieverplichting. De beheerder dient het beheertype in stand te houden. De wijze waarop hij deze instandhoudingsverplichting invult, is aan de beheerder zelf. De gemaaide graslanden zijn in het veld te kwalificeren als kruiden- en faunarijkgrasland en zodoende wordt aan de instandhoudingsverplichting voldaan.

De kwaliteit van het beheer wordt geborgd middels een certificeringsystematiek. Het hebben van een certificaat natuurbeheer is een voorwaarde voor het kunnen aanvragen van natuurbeheersubsidie. Dit certificaat wordt verleend door de stichting Certificering Natuur en Landschapsbeheer (door twaalf provincies toe gemachtigd) op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld programma van eisen. De subsidie voor het perceel is verleend aan het natuurcollectief Natuurrijk Limburg –IKL. Deze partij is in het bezit van een certificaat natuurbeheer. Deze partij begeleidt de particulier bij het uitvoeren van natuurbeheer.

Vraag 3) De gedragscode natuurbeheer is bij veel organisaties leidend om flora en fauna zoveel mogelijk te beschermen. Pas na een quick-scan en nadat bijzondere flora met linten is afgezet, wordt er van binnen naar buiten gemaaid. De eigenaar wil er echter niet aan. Het college kan als subsidieverlener voorwaarden verbinden aan subsidieverlening. Is het college ook van mening dat deze voorzorgsmaatregelen deze overtredingen hadden kunnen voorkomen? Zo ja, zijn deze voorzorgsmaatregelen opgenomen in de subsidiebeschikking? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 4.

Vraag 4) Wil het college deze voorzorgsmaatregelen in het vervolg opnemen in de subsidiebeschikking om bovenstaande overtreding te voorkomen? Zo ja, op welke termijn en hoe gaat het college dit handhaven? Zo nee, waarom niet?

De natuurbeheersubsidie ziet op het in stand houden van het kruiden- en faunarijke grasland. Het stellen van aanvullende beheerverplichtingen is niet in lijn met de landelijk afgesproken (Natuurpact) uniforme uitvoering van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap.

Het beheeradvies voor kruiden- en faunarijkgrasland bestaat uit een combinatie van maatregelen waaronder maaien. In het beheeradvies wordt de periode juni/juli aangewezen als de beste periode om te maaien. In het beheeradvies wordt erop gewezen dat beheer een nadelige invloed kan hebben op beschermde soorten en wordt erop gewezen dat het belangrijk is om te inventariseren waar op grond van de Wet natuurbescherming beschermde planten en diersoorten voorkomen en indien nodig, verwijzend naar de Gedragscode Natuur, extra maatregelen te treffen

In verwijzing naar de Gedragscode Natuurbeheer wordt in het beheeradvies aangegeven dat tot half juli een ontheffingsplicht voor hoofdstuk 3 van de Wnb aannemelijk is en vanaf half juli nog steeds gezien als kwetsbare periode waarvoor voorzorgsmaatregelen moeten worden getroffen. Er wordt ook geadviseerd om van binnen naar buiten te maaien.

Zoals hierboven aangegeven betreft dit een advies. Het niet opvolgen van het advies kan leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Een overtreding van de Wet natuurbescherming kent haar eigen handhavingsregime, het stellen van overeenkomstige verplichtingen in de natuurbeheersubsidie voegt daar niets aan toe.

Vraag 5) Volgens de subsidiebeschikking zijn er ook kosten gemoeid met de monitoring. Omwonenden stellen dat er niet aan de monitoringsverplichting wordt voldaan. Kan het college dit bevestigen? Zo ja, hoe kan dat dat niet voldaan wordt aan de monitoringsverplichting?

De monitoring van dit perceel wordt niet door de natuurbeheerder uitgevoerd en ontvangt daarvoor ook geen monitoringsbijdrage. De monitoring van dit perceel wordt door de provincie zelf uitgevoerd. Deze monitoring voldoet aan de ‘Werkwijze Monitoring Beoordeling Natuurnetwerk – Natura/PAS’. Volgens deze systematiek is een broedvogelmonitoring van het beheertype flora- en faunarijk grasland (type N 12.02) niet nodig.

De Provincie Limburg is echter van mening dat een dergelijke monitoring wel waardevol is en zorgt er voor dat die ook voor dit type wordt uitgevoerd. Een florakartering voor dit type is wel verplicht en die is in 2018 door ons voor het laatst uitgevoerd. Tijdens die kartering werden op dit perceel geen bijzondere planten aangetroffen. De meest recente broedvogelkartering heeft in 2021 plaatsgevonden (bezoekdatums 8 april, 12 mei en 9 juni). De resultaten van deze monitoring worden momenteel door de ambtelijke organisatie uitgewerkt en komen in de loop van oktober beschikbaar.

Vraag 6) De eigenaar van het bewuste perceel is eerder meermaals in de fout gegaan. Voor een weglekkende, illegale mesthoop is een officiële melding gedaan, waarna er gehandhaafd is door de Groene Brigade. Ook over eerdere misstanden in het maaibeheer zijn er eerder meldingen gedaan bij de provincie Limburg.

Kan het college bovenstaande gang van zaken bevestigen? Zo ja, waarom is er niet eerder gehandhaafd op deze misstanden, en hoe verhoudt dit zich tot de beginselplicht tot handhaving?

Wij kunnen niet bevestigen dat de eigenaar van het desbetreffende perceel eerder (meermaals) in de fout is gegaan inzake het (laten) uitvoeren van maaiwerkzaamheden.

Voor wat betreft de mesthoop kunnen wij u het volgende mededelen. Naar aanleiding van een ingediende melding heeft een van onze toezichthouders de desbetreffende mesthoop eind november 2020 waargenomen. Deze waarneming is vervolgens gedeeld met de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid- Limburg (RUDZL), gezien de RUDZL normaliter uitvoering geeft aan het Activiteitenbesluit milieubeheer dat in onderhavige kwestie van toepassing is. De desbetreffende collega van de RUDZL heeft onze toezichthouder vervolgens geïnformeerd dat niet zij, maar de Gemeente Heerlen bevoegd gezag is in onderhavige casu vanwege de specifieke hoeveelheid aangetroffen vierkante meters mest.

Onze toezichthouder heeft vervolgens zijn waarnemingen in navolging van het voorgaande gedeeld met Team Handhaving van de Gemeente Heerlen. Verder zijn er geen verzoeken tot handhaving ingediend voor wat betreft bemesting voor het desbetreffende perceel.

De beginselplicht tot handhaving houdt in dat het bevoegd gezag verplicht is om tot handhaving over te gaan zodra zij van een overtreding op de hoogte raakt. Reden hiervoor is het algemeen belang dat met handhaving gediend wordt. In casu is het bevoegd gezag de Gemeente Heerlen en niet de Provincie Limburg. Derhalve is de melding omtrent de illegale mesthoop zoals voornoemd doorgezonden/overgedragen aan de Gemeente Heerlen.

Naast het handhavingstraject is vorig jaar ook ambtelijk contact geweest met de indiener van de meldingen en heeft hij zijn bevindingen gedeeld. Vervolgens heeft de provincie contact opgenomen met natuurcollectief Natuurrijk Limburg – IKL over de meldingen. Deze ontkent dat bemesting wordt toegediend op standplaatsen van bijzondere flora. Tevens geeft het collectief aan dat bijzondere flora wel gespaard wordt bij het maaien. Het natuurcollectief Natuurrijk Limburg-IKL heeft teruggekoppeld aan de provincie dat zij contact opgenomen heeft met de beheer naar aanleiding van de meldingen.

Naar aanleiding van de recente melding gaat de provincie opnieuw in overleg met natuurcollectief Natuurrijk Limburg – IKL om te zorgen dat het natuurbeheer op de juiste wijze wordt uitgevoerd.

Gedeputeerde staten van Limburg

voorzitter

secretaris