Schrif­te­lijke vragen Plusquin Dreigende vestiging megastal Egchel in af te schaffen LOG


Indiendatum: 30 jan. 2023

Geacht College,

Vlakbij de kern van Egchel dreigt de vestiging van een zeer grote varkenshouderij (38.000) varkens, waartegen veel verzet is gerezen binnen de gemeente. Deze ontwikkeling binnen een af te schaffen Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) dreigt tussen de mazen van de wet door te glippen omdat de nieuwe Omgevingsverordening 2021 met het uitstel van de Omgevingswet pas op 1 januari 202r4 van kracht zal zijn.

In aanvulling op vragen van de SP-fractie van 22 december jl. heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1) Zodra de nieuwe Omgevingsverordening 2021 in werking is, zou de ontwikkeling van de varkensstal van bedrijf Rutten bij Egchel (zie vragen SP fractie terzake van 22-12-2022) dan in strijd zijn met het nieuwe artikel 10.1, een verbod op nieuwvestiging van intensieve veehouderijen?

2) Zou, deze ontwikkeling vergund kunnen worden onder het nieuwe artikel 10.2, een uitzonderingsbepaling voor incidentele niueuwvestiging, terwijl er in dit geval, afgaande op de ter inzage gelegde NRD voor de m.e.r. en de eerder verstrekte vergunning Wet natuurbescherming (dd. 20 augustus 2020) geen sprake is van beëindiging van vergelijkbare activiteiten elders?

3) Zal de ontwikkeling, indien als ontwerp bestemmingsplan nog voor 1 januari a.s. ingediend, wel voldoen aan de nu nog geldende Omgevingsverordening Limburg 2014, waarvan de werking nu door het uitstel van de Omgevingswet is verlengd tot 1 januari 2024?

4) Is het juist dat, zoals in de ontwerp NRD voor de m.e.r. gesteld wordt, er voor deze ontwikkeling geen Passende Beoordeling Wet natuurbescherming nodig is, zolang er maar een regel in het bestemmingsplan staat dat de deposities niet mogen toenemen ten opzichte van de eerder verleende vergunning Wet natuurbescherming (dd. 20 augustus 2020)? Is daarvoor niet toch eerst een door de provincie te toetsen Passende Beoordeling nodig?

5) Kan de eerder verleende vergunning Wet natuurbescherming wel als referentie gelden, nu de rechter heeft uitgesproken dat de daarin opgenomen emissie arme stallen w.b. emissiebeperking niet doen wat er in de geldende regelingen is opgenomen? Is het College bereid deze betreffende vergunning in te trekken of te actualiseren, zo nee, waarom niet?

6) Acht het college het wenselijk dat deze ontwikkeling nu nog doorgaat in een tijd van terugdringing van stikstofemissies, en nu besloten is de LOG’s af te schaffen?

7) Is het college bereid aan de Staten een voorstel te doen om de betreffende nieuwe bepalingen van de Omgevingsverordening eerder in werking te laten treden, in ieder geval niet later dan 1 juli a.s., zoals oorspronkelijk beoogd?

8) Zo niet, is het College bereid om met de gemeente Peel en Maas in overleg te treden over het later in procedure brengen van de betreffende planwijziging, zodat deze onder de nieuwe regels van de Omgevingsverordening 2021 zal vallen?

Bij voorbaat dank voor beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 30 jan. 2023
Antwoorddatum: 21 mrt. 2023

1) Zodra de nieuwe Omgevingsverordening 2021 in werking is, zou de ontwikkeling van de varkensstal van bedrijf Rutten bij Egchel (zie vragen SP fractie terzake van 22-12-2022) dan in strijd zijn met het nieuwe artikel 10.1, een verbod op nieuwvestiging van intensieve veehouderijen?

Antwoord:

Nee. De ontwikkeling gaat om de uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderijbedrijf. Zowel de nu geldende Omgevingsverordening 2014, als de nieuwe Omgevingsverordening Limburg 2021 (vastgesteld door PS op 17 december 2021 en van kracht vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet) zien op het verbod van nieuwvestiging. In beide verordeningen is enkel een verbod op uitbreiding van een bouwvlak IV in een extensiveringsgebied opgenomen. Buiten deze gebieden zijn geen ruimtelijke regels gesteld aan uitbreiding. Dat betekent dan ook dat beide verordeningen geen uitspraak doet over de uitbreiding van een bestaand bouwvlak ter plekke.

2) Zou, deze ontwikkeling vergund kunnen worden onder het nieuwe artikel 10.2, een uitzonderingsbepaling voor incidentele niueuwvestiging, terwijl er in dit geval, afgaande op de ter inzage gelegde NRD voor de m.e.r. en de eerder verstrekte vergunning Wet natuurbescherming (dd. 20 augustus 2020) geen sprake is van beëindiging van vergelijkbare activiteiten elders?

Antwoord:

Het gaat hier niet om een incidentele nieuwvestiging. Artikel 10.2 is een uitzonderingsbepaling voor incidentele nieuwvestiging en ziet niet – zoals in onderhavige casus – op uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderij. De drie bijbehorende voorwaarden, waaronder beëindiging van vergelijkbare activiteiten elders, zijn niet aan de orde in geval van een uitbreiding van een bestaand bouwvlak voor intensieve veehouderij.

3) Zal de ontwikkeling, indien als ontwerp bestemmingsplan nog voor 1 januari a.s. ingediend, wel voldoen aan de nu nog geldende Omgevingsverordening Limburg 2014, waarvan de werking nu door het uitstel van de Omgevingswet is verlengd tot 1 januari 2024?

Antwoord:

Nee. De nu van kracht zijnde Omgevingsverordening Limburg 2014 doet evenals de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021), die in werking treedt zodra de Omgevingswet in werking treedt, geen uitspraken over uitbreiding van een bestaand bouwvlak intensieve veehouderij in een ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij. Zie ook beantwoording vraag 1.

4) Is het juist dat, zoals in de ontwerp NRD voor de m.e.r. gesteld wordt, er voor deze ontwikkeling geen Passende Beoordeling Wet natuurbescherming nodig is, zolang er maar een regel in het bestemmingsplan staat dat de deposities niet mogen toenemen ten opzichte van de eerder verleende vergunning Wet natuurbescherming (dd. 20 augustus 2020)? Is daarvoor niet toch eerst een door de provincie te toetsen Passende Beoordeling nodig?

Antwoord:

Een eerder verleende natuurvergunning kan inderdaad worden ingepast in een bestemmingsplan. In de eerder verleende Wnb-vergunning is geoordeeld dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Op grond van artikel 2.7 lid 1 en 2.8 lid 1 Wnb mag een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied alleen worden vastgesteld als daaraan een passende beoordeling ten grondslag wordt gelegd. Artikel 2.8 lid 2 Wnb bevat echter een uitzondering op de plicht tot het afzonderlijk opstellen van een passende beoordeling. Indien er sprake is van een herhaling of voorzetting van een plan of project dat eerder passend beoordeeld is of waarbij reeds in een vigerende (Wnb-)verguninning significant negatieve effecten zijn uitgesloten, hoeft er niet opnieuw een passende beoordeling te worden gedaan. De Raad van State spreekt in het kader van een dergelijke herhaling of voortzetting over een ‘één-op-één inpassing van de Wnb-vergunning’. Dat is het geval als een (onherroepelijke) natuurvergunning één-op-één wordt ingepast in de planregels van het bestemmingsplan. Dat kan bijvoorbeeld door in de planregels te borgen dat gronden en gebouwen binnen een bestemming uitsluitend mogen worden gebruikt voor zover dat in overeenstemming is met het project zoals vergund in het kader van de Wnb. Vereist is dan wel dat een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van het plan.

5) Kan de eerder verleende vergunning Wet natuurbescherming wel als referentie gelden, nu de rechter heeft uitgesproken dat de daarin opgenomen emissie arme stallen w.b. emissiebeperking niet doen wat er in de geldende regelingen is opgenomen? Is het College bereid deze betreffende vergunning in te trekken of te actualiseren, zo nee, waarom niet?

Antwoord:

De vigerende Wet natuurbeschermingsvergunning ziet toe op de exploitatie van een varkenshouderij, waarbij de varkens worden gehuisvest in een emissiearme stal. Uit jurisprudentie (uitspraken van Raad van State) blijkt dat er twijfels zijn over de emissiebeperking van bepaalde emissiearme huisvestingssystemen voor rundvee en kippen. De jurisprudentie zegt niets over mogelijke twijfel bij emissiearme huisvestigingssystemen voor varkens. Er is dan ook geen juridische reden om op basis van genoemde uitspraken de betreffende vergunning aan te passen of in te trekken.

6) Acht het college het wenselijk dat deze ontwikkeling nu nog doorgaat in een tijd van terugdringing van stikstofemissies, en nu besloten is de LOG’s af te schaffen?

Antwoord:

Wij begrijpen dat het moeilijk uitlegbaar is dat er in een tijd van stikstofcrisis en reductie van stikstof toch uitbreiding van stallen plaatsvindt en kan plaatsvinden. In Nederland kan latente ruimte in vergunningen opgevuld worden. Middels intern salderen is dat na de uitspraak van de Logtsebaan niet eens meer vergunningplichtig. De Provincie roept het Rijk al tijden op hier iets aan te doen. Op basis van vigerend provinciaal beleid , waaronder de provinciale verordening is er thans geen (juridische) grond om het initiatief tegen te houden. Het betreft hier een Wnb-vergunning die in 2020 verleend is en die de initiatiefnemer dit recht geeft. Die Wnb-vergunning uit 2020 was gebaseerd op een vergunning van 2015 en de verwachtte uitstoot in de vergunning van 2020 is lager dan die van 2015. In de POVI is onderbouwd waarom de ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij (voorheen: LOG’s) zijn afgeschaft. Echter dit heeft pas werkingskracht wanneer de Omgevingswet en daarmee de Omgevingsverordening 2021 in werking treedt.

Tijdens het Statendebat op vrijdag 10 februari 2023 heeft het College toegezegd in de gebiedsprocessen de (natuur)vergunningen (zowel provinciale als gemeentelijke vergunningen) en de feitelijke situatie daarvan (latente ruimte) inzichtelijk te maken. Daarnaast heeft het College toegezegd om in de gebiedsprocessen t.a.v. het ruimtelijk spoor inzichtelijk te maken welke (agrarische) ontwikkelingen gewenst en mogelijk zijn op welke plek.

7) Is het college bereid aan de Staten een voorstel te doen om de betreffende nieuwe bepalingen van de Omgevingsverordening eerder in werking te laten treden, in ieder geval niet later dan 1 juli a.s., zoals oorspronkelijk beoogd?

Antwoord:

Vervroeging van de bepalingen in paragraaf 10.1.1. “Intensieve veehouderij” uit de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) heeft geen effect op het al dan niet kunnen mogelijk maken uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen. In de Provinciale Omgevingsvisie (vastgesteld door PS op 1 oktober 2021) is benoemd dat we niet sturen op dieraantallen (met uitzondering van het geitenmoratorium, via de Omgevingsverordening Limburg). Dit is ook de lijn die het Rijk vooralsnog hanteert. De Provincie stuurt op verlaging van stikstofdepositie (emissies) door innovatie te stimuleren en door te sturen op maximale toegestane emissies bij nieuwe stallen via de Omgevingsverordening Limburg. PS heeft de mogelijkheid om te sturen op dieraantallen. Hier is echter nog nooit voor gekozen. In de Rijksbrief ‘Voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging uitspraak Raad van State over Porthos’ 25 november jl. heeft het Rijk een aanpak latente ruimte aangekondigd. Indien PS ervoor kiest dan kan er provinciaal intrekkingsbeleid worden opgesteld, welke in de gebiedsprocessen kan worden vormgegeven

8) Zo niet, is het College bereid om met de gemeente Peel en Maas in overleg te treden over het later in procedure brengen van de betreffende planwijziging, zodat deze onder de nieuwe regels van de Omgevingsverordening 2021 zal vallen?

Antwoord:

Nee. De ontwikkeling gaat om de uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderij. Zowel de nu geldende Omgevingsverordening 2014, als de nieuwe Omgevingsverordening Limburg 2021 (vastgesteld door PS op 17 december 2021 en van kracht vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet) zien op een verbod voor nieuwvestiging. In beide verordeningen is enkel een verbod op uitbreiding van een bouwvlak IV in een extensiveringsgebied opgenomen. Buiten deze gebieden zijn geen ruimtelijke regels gesteld aan uitbreiding. Dat betekent dan ook dat beide verordeningen geen uitspraken doen over de uitbreiding van een bestaand bouwvlak ter plekke.

Gedeputeerde staten van Limburg

voorzitter

secretaris

Interessant voor jou

Schriftelijke vragen Plusquin Juridische vraagtekens omtrent leefgebied vermiljoenkever in het Sterrebos en natuurcompensatie door VDL/Nedcar

Lees verder

Schriftelijke vragen Plusquin Vermarkting natuurbeheer Maasoevers

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer