Schrif­te­lijke vragen Plusquin cs inzake Onaf­han­ke­lijke, integrale evaluatie water­overlast


Indiendatum: 17 sep. 2021

Geacht college,

Na de ernstige wateroverlast die Limburg afgelopen zomer heeft getroffen, toont Limburg zijn veerkracht en is het besef dat van de gebeurtenissen geleerd moet worden ingedaald. Verschillende betrokken instanties hebben een eigenstandige evaluatie van de preventie en bestrijding van de wateroverlast aangekondigd of opgestart. Aangezien Limburg de komende jaren waarschijnlijk vaker geconfronteerd zal worden met vergelijkbare overlast, is het van belang dat het optreden en de rol van alle betrokken partijen voorafgaand, gedurende en na de wateroverlast op een onafhankelijke en integrale wijze wordt onderzocht. Dit achten wij vooral van belang om de rol en positiebepaling van iedere entiteit in de gehele keten van de waterbestrijding nader te duiden, zónder het doel daarbij enige waardeoordeel te uiten over het afzonderlijke optreden van een ieder van hen. Inmiddels heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een verkenning naar aanleiding van de wateroverlast in Limburg opgestart.1

Dit heeft geleid tot de volgende vragen:

  1. Deelt het college onze opvatting dat een onafhankelijke, integrale evaluatie de meest geschikte wijze is om inzicht te krijgen in de lessen die geleerd moeten worden na de ernstige wateroverlast?

  2. Deelt het college onze opvatting dat de OVV bij uitstek geschikt is om een dergelijk onderzoek uit te voeren?

  3. Is het college bij monde van de commissaris van de Koning bereid om, zoals artikel 43 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid voorschrijft, een schriftelijk verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het optreden van alle betrokken instanties voorafgaand, gedurende en na de wateroverlast in Limburg en of geldende protocollen gevolgd en toereikend zijn in te dienen bij de OVV en provinciale staten middels een brief te informeren over de reactie?

Graag zien wij, gezien de urgentie van het vraagstuk, beantwoording binnen een zo kort mogelijke termijn tegemoet.

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

M. Van Caldenberg (SP)
A. Fischer-Otten (50+)
T. Jetten (GL)
J. Kuntzelaers (PvdA)
H. Van Wageningen (D66)
H. Van der Linden (LL)
R. Claasen (PVV)
J. Geraats (CDA)
R. Driessen (FvD)
H. Reusser (SvL)
H. Nijskens (VVD)

Indiendatum: 17 sep. 2021
Antwoorddatum: 15 okt. 2021

De vragen raken de rijkstaken van de commissaris van Koning op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing en deels ook de taken en verantwoordelijkheden van het college van gedeputeerde staten met betrekking tot Waterbeleid. Mitsdien worden de vragen vanuit beide portefeuilles beantwoord.

De beantwoording is tot stand gekomen na afstemming met de daartoe verantwoordelijke partners.

Vraag 1) Deelt het college onze opvatting dat een onafhankelijke, integrale evaluatie de meest geschikte wijze is om inzicht te krijgen in de lessen die geleerd moeten worden na de ernstige wateroverlast?

Door de verantwoordelijke partners zijn inmiddels diverse, onafhankelijke evaluatieonderzoeken in gang gezet. Deze evaluaties worden door externe partijen uitgevoerd.

Vanwege de gewenste integrale analyse hebben de beide veiligheidsregio’s en Waterschap Limburg hetzelfde externe (onafhankelijke) instituut ingeschakeld, te weten Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (afgekort COT). Dit bureau bewaakt de hoofdlijnen over de verschillende evaluaties heen en zal waar nodig de verbinding leggen.

De commissaris van de Koning acht het van belang deze evaluatieresultaten af te wachten en op basis van deze evaluatierapporten te beoordelen of een aanvullende, onafhankelijke, integrale evaluatie wenselijk of noodzakelijk is.

Vraag 2) Deelt het college onze opvatting dat de OVV bij uitstek geschikt is om een dergelijk onderzoek uit te voeren?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 3) Is het college bij monde van de commissaris van de Koning bereid om, zoals artikel 43 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid voorschrijft, een schriftelijk verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het optreden van alle betrokken instanties voorafgaand, gedurende en na de wateroverlast in Limburg en of geldende protocollen gevolgd en toereikend zijn in te dienen bij de OVV en provinciale staten middels een brief te informeren over de reactie?

Ja. Het OVV is bij uitstek geschikt, maar ook het reeds ingeschakelde COT is een onafhankelijk gezaghebbend instituut.

Naar aanleiding van de ernstige wateroverlast in Limburg heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid een verkenning gedaan. Deze verkenning is onlangs afgerond en richtte zich op een mogelijk onderzoek naar de veiligheid van de burgers die voor de preventie van wateroverlast en tijdens de crisis afhankelijk waren van overheden. De Raad keek in deze verkenning ook breder naar het thema klimaatadaptatie en de gevolgen daarvan voor de veiligheid van mensen. Daarnaast is een inventarisatie gemaakt van de reeks gestarte onderzoeken naar de wateroverlast in Limburg door andere instanties. Na zorgvuldig afwegen van verkregen informatie heeft de Raad besloten nu geen eigen onderzoek te starten. Wel blijft de Raad de lopende onderzoeken en de daaruit voortkomende acties volgen.

In geval de eindresultaten en conclusies van de lopende evaluaties hiervoor aanleiding geven, zal de Commissaris van de Koning vanuit zijn rijkstaken en in afstemming met het College van Gedeputeerde Staten een integraal advies geven aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid over mogelijke onderwerpen en thema’s die in een breder perspectief en/of bovenregionaal (provincie-breed of landelijk) in kaart moeten worden gebracht of nog nader onderzocht moeten worden. Een eventueel advies aan de Onderzoeksraad hierover wordt met u te zijner tijd gedeeld. Mede op basis daarvan kan de Raad alsnog besluiten aanvullend onderzoek te doen.

Gedeputeerde staten van Limburg

voorzitter

secretaris