Schrif­te­lijke vragen over stal­branden


Indiendatum: mei 2015

Geacht College,

In de nacht van 14 op 15 mei brandde in Ysselsteyn een stal af, waarbij 60.000 kippen levend verbrandden of stikten. Omdat er in de provincie Limburg veel stallen zijn, is de kans op een stalbrand hier groter dan in de meeste andere provincies. Bovendien kent Limburg relatief grote stallen, die veel dieren bevatten.

In het rapport “Onderzoek naar brandveiligheid voor dieren in veestallen – Knelpunten en verbetermogelijkheden” (Livestock Research Wageningen UR, november 2012, geschreven in opdracht van het Ministerie van Economi-sche Zaken) staan aanbevelingen om stalbranden waar mogelijk te voorkomen. De onderzoekers wijzen in het rapport nadrukkelijk ook op een taak die de Provincie heeft in het voorkomen van stalbranden. De onderzoekers stellen bij de aanbevelingen:

“Provincies en gemeenten wordt geadviseerd om na te gaan op welke wijze ze binnen het ruimtelijke ordeningsbeleid voldoende recht kunnen doen aan de brandveiligheid van veestallen voor mens en dier. Een mogelijkheid om ‘ruimte te creëren’ is bijvoorbeeld door onderscheid aan te leggen tussen grootte van het bouwblok en maximale invulling met gebouwen.”

Met het laatste wordt bedoeld dat bouwblokken worden volgezet met zo groot en hoog mogelijke stallen, zonder daarbij veilige afstanden in acht te nemen. Maatregelen die de Provincie kan nemen om stalbranden te voor-komen zijn onder meer het voorschrijven van minimumafstanden tussen gebouwen en het beperken van bouw-volumes van individuele stallen, zodat er kleinere brandveilige compartimenten kunnen komen.

Vraag 1) Onderschrijft u de aanbeveling van het onderzoeksrapport dat ook provincies binnen hun ruimtelijke ordeningsbeleid maatregelen zouden moeten nemen om stalbranden te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2) Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt: op welke wijze bent u voornemens om in het ruimtelijke ordeningsbeleid maatregelen op te nemen om stalbranden te voorkomen (zoals minimumafstanden tussen gebouwen, maximale bouwvolumes )?

Op pagina 64 van het eerder genoemde onderzoeksrapport waarschuwen de onderzoekers voor stallen met meer verdiepingen, omdat deze nog minder evacuatiemogelijkheden voor dieren hebben dan gelijkvloerse stallen.

Vraag 3) Bent u voornemens om in de Omgevingsverordening beperkingen op te nemen met betrekking tot de hoogte van stallen, om zo te voorkomen dat er stallen met meer verdiepingen worden gebouwd, die minder evacuatiemogelijkheden voor dieren bieden?

Hoogachtend,

Namens de Partij voor de Dierenfractie in de Provinciale Staten van Limburg,

Drs. F.P. Wassenberg (Frank)

Fractievoorzitter

Indiendatum: mei 2015
Antwoorddatum: 16 jun. 2015

Vraag 1) Onderschrijft u de aanbeveling van het onderzoeksrapport dat
ook provincies binnen hun ruimtelijke ordeningsbeleid maatregelen zouden
moeten nemen om stalbranden te voorkomen? Zo nee, waarom niet?


De aanbeveling van het onderzoeksrapport luidt: "Provincies en gemeenten wordt geadviseerd om na tegaan op welke wijze ze binnen het ruimtelijke ordeningsbeleid voldoende recht kunnen doen aan debrandveiligheid van veestallen voor mens en dier. Een mogelijkheid om 'ruimte te creëren' is bijvoorbeelddoor onderscheid aan te brengen tussen de grootte van het bouwblok en de maximale invulling metgebouwen."

Binnen het provinciale ruimtelijke beleid voor agrarische bedrijven sturen we op integrale kwaliteit en nietop maximale bouwblokgroottes. Hiermee brengen we de ondernemer in de positie om verantwoord tekunnen ondernemen en te opereren binnen de wettelijke vereisten ten aanzien van brandveiligheid, zoalsvastgelegd in het Bouwbesluit, welk op 21 januari 2014 gewijzigd is voor wat betreft de brandveiligheidvan het bedrijfsmatig houden van dieren. De gemeente is derhalve primair aan zet.

Vraag 2) Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt: op welke wijze bent u voornemens om in hetruimtelijke ordeningsbeleid maatregelen op te nemen om stalbranden te voorkomen (zoalsminimumafstanden tussen gebouwen, maximale bouwvolumes)?

Zie beantwoording vraag 1.

Vraag 3) Bent u voornemens om in de Omgevingsverordening beperkingen op te nemen met betrekking tot dehoogte van stallen. Om zo te voorkomen dat er met meer verdiepingen worden gebouwd, die minderevacuatiemogelijkheden voor dieren bieden?

Nee, de veehouder is primair verantwoordelijk voor de organisatie van zijn bedrijfsvoering en voor hetvoorkómen van brand in zijn stallen. De gemeente is verantwoordelijk voor de toetsing vanbouwaanvragen aan het Bouwbesluit. De provincie zal binnen de Omgevingsverordening hier niet dubbelop sturen.