Schrif­te­lijke vragen over Gifpro­bleem bij winning drink­water in Limburg


Geacht College

Landbouwgif bedreigt en bemoeilijkt de winning van drinkwater in Limburg. Dat geeft de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) aan.

De Partij voor de Dieren vindt gifvrij drinkwater van het grootste belang en heeft in dit verband de volgende vragen:

1) Heeft GS kennis genomen van het bericht dat de WML in de waterwingebieden Grubbenvorst en Roosteren extra zuivering moet toepassen vanwege te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen https://www.limburger.nl/cnt/dmf20190423_00102438/gifprobleem-bij-winning-drinkwater-in-limburg?

2) Volgens de WML is een verdere toename van de verontreiniging te verwachten, waardoor zuivering met actieve koolstof voor nog meer gebieden nodig zal zijn. Dit zou uiteindelijk tot een stijging van de prijs van drinkwater van 14% leiden. Vindt u dit aanvaardbaar in het licht van het beginsel “de vervuiler betaalt”?

3) Volgens de Omgevingsverordening Limburg, art. 4.2.3 sub b) en art. 4.3.1. lid 1 is gebruik van “schadelijke stoffen” in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden verboden. Op welke wijze controleert de provincie naleving van dit verbod, met hoeveel fte?

4) Is handhaving van bovengenoemd verbod juridisch wel mogelijk nu het begrip “schadelijke stoffen” in de Omgevingsverordening niet is gedefinieerd? Is GS bereid in de Omgevingsverordening een definitie op te nemen?

5) Volgens bovengenoemd bericht gaat WML het project “Duurzaam Schoon Grondwater” (DSG: voorlichting aan boeren) uitbreiden van Zuid Limburg naar Noord- en Midden Limburg. Is volgens GS het DSG voorlichtingsproject (over mogelijkheden voor minder bestrijdingsmiddelengebruik) in Zuid-Limburg voldoende effectief gebleken? Zo ja, op welke evaluatie, of welke gegevens, is dit gebaseerd?

6) Is GS bereid toezicht en handhaving van bovengenoemd verbod uit de Omgevingsverordening te intensiveren? Zo nee, waarom niet?

Wij zien beantwoording van deze vragen graag tegemoet binnen de daarvoor gestelde termijn,

met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 21 mei 2019

Geacht College

Landbouwgif bedreigt en bemoeilijkt de winning van drinkwater in Limburg. Dat geeft de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) aan.

De Partij voor de Dieren vindt gifvrij drinkwater van het grootste belang en heeft in dit verband de volgende vragen:

1) Heeft GS kennis genomen van het bericht dat de WML in de waterwingebieden Grubbenvorst en Roosteren extra zuivering moet toepassen vanwege te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen https://www.limburger.nl/cnt/dmf20190423_00102438/gifprobleem-bij-winning-drinkwater-in-limburg?

Antwoord: Ja

2) Volgens de WML is een verdere toename van de verontreiniging te verwachten, waardoor zuivering met actieve koolstof voor nog meer gebieden nodig zal zijn. Dit zou uiteindelijk tot een stijging van de prijs van drinkwater van 14% leiden. Vindt u dit aanvaardbaar in het licht van het beginsel “de vervuiler betaalt”?

Antwoord: Het drinkwater dat door WML wordt geleverd voldoet aan alle wettelijke eisen en kan dus veiliggedronken worden.

Voor bestrijdingsmiddelen in grond-, oppervlakte- en drinkwater gelden op grond van Europeseregelgeving (Grondwaterrichtlijn, Kaderrichtlijn water) en nationale regelgeving (Drinkwaterbesluit)normen. Overschrijdingen van de normen voor grond- en oppervlaktewater worden veelvuldiggeconstateerd (zie rapport Grondwaterkwaliteit Nederland 2015-2016 (april 2017)https://www.waterkwaliteitspor... en

Feitenrapport Brede Screening bestrijdingsmiddelen en opkomende stoffen Maasstroomgebied 2016(https://www.brabant.nl/search/brabant?q=Brede%20screening).

Het rijk is verantwoordelijk voor de toelating van bestrijdingsmiddelen en het stellen van regels omtrenthet gebruik daarvan. Voor grondwaterbeschermingsgebieden worden strengere criteria gehanteerd.
De Provincie heeft geen bevoegdheden ten aanzien van de toelating bestrijdingsmiddelen maar heeft inde omgevingsverordening wel meerdere bepalingen opgenomen ter bescherming van degrondwaterkwaliteit ten behoeve van de drinkwaterproductie.

Bedoelde normoverschrijdingen zijn een punt van zorg en maken het ontwikkelen van een aanpak vandeze stoffen noodzakelijk, zoals afgesproken in de Intentieverklaring Delta-aanpak waterkwaliteit enzoetwater, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/11/07/intentieverklaring-delta-aanpak-waterkwaliteit-en-zoetwater-tussen-overheden-maatschappelijke-organisaties-en-kennisinstituten. In genoemde intentieverklaring zijn diverse acties opgenomen. waaronder met name hetuitvoeren van een tussenevaluatie van de nationale beleidsnota Gezonde Groei, Duurzame Oogst

(en onderzoek naar aanvullende emissiereducerende maatregelen in het geval het tussendoel van debeleidsnota niet worden gehaald). Bedoeld tussendoel is om in 2018 de overschrijdingen van drinkwater-en de waterkwaliteitsnormen met 50% gereduceerd te hebben ten opzichte van 2013. Einddoel vangenoemde beleidsnotitie is dat in 2023 nagenoeg geen normoverschrijdingen meer plaatsvinden.

Wij volgen de nationale ontwikkelingen rond de –nog niet afgeronde- tussenevaluatie en het onderzoeknaar eventueel aanvullende maatregelen nauwgezet. De provinciale beleidsambitie, zoals vastgelegd inhet provinciaal Waterplan 2016-2021, houdt in dat er voldoende water van de vereiste kwaliteit blijvendbeschikbaar is tegen een redelijke prijs voor de drinkwatervoorziening en andere gebruiksfuncties. WMLlevert zoals reeds vermeld veilig drinkwater. Vooralsnog vertrouwen wij erop dat de doelstellingen vanvoormelde nationale aanpak van bestrijdingsmiddelen worden gehaald zodat uitbreiding van dezuiveringsinspanning en een daaruit voorvloeiende verhoging van het drinkwatertarief achterwege kanblijven en ook in de toekomst voldoende veilig drinkwater beschikbaar is.

Naast voormelde nationale spoor stimuleert de provincie door middel van de waardenetwerken detoepassing van innovatieve technieken welke leiden tot een reductie van het gebruik vanbestrijdingsmiddelen.

3) Volgens de Omgevingsverordening Limburg, art. 4.2.3 sub b) en art. 4.3.1. lid 1 is gebruik van “schadelijke stoffen” in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden verboden. Op welke wijze controleert de provincie naleving van dit verbod, met hoeveel fte?

Antwoord: Vooropgesteld moet worden dat het bedoelde verbod niet ziet op bestrijdingsmiddelen die ingrondwaterbeschermingsgebieden zijn toegelaten ingevolge de Wet gewasbeschermingsmiddelen enbiociden (artikel 4.2.4, eerste lid onder d van de Omgevingsverordening Limburg 2014). Voor dehandhaving van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is het rijk verantwoordelijk.

De naleving van het verbod op schadelijke stoffen, niet zijnde de toegelaten bestrijdingsmiddelen, in deOVL 2014 wordt gecontroleerd door het uitvoeren van fysieke controles ter plaatse. Voor het toezicht opde naleving van de diverse voorschriften in de OVL 2014 ter bescherming van de waterwingebieden,grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones met het oog op de drinkwaterwinning, is in VTH-uitvoeringsprogramma 2019 circa 0,3 werkdag per week aan planmatige capaciteit voorzien voor deuitvoering van circa 15 fysieke controles. Op basis van het daarmee verkregen toegenomen inzicht in deomvang van de problematiek en de daarmee gemoeide risico’s voor de kwaliteit van degrondwatervoorraad, zal in het VTH-uitvoeringsprogramma 2020 nader invulling worden gegeven aan hetrisicogerichte nalevingstoezicht op dit punt. Los van de planmatige capaciteit, is de benodigde capaciteitbeschikbaar voor het afhandelen van meldingen, klachten en eventuele verzoeken om handhavendoptreden in dit verband.

Overigens vindt het nalevingstoezicht plaats in overleg met de Waterleiding Maatschappij Limburg.

4) Is handhaving van bovengenoemd verbod juridisch wel mogelijk nu het begrip “schadelijke stoffen” in de Omgevingsverordening niet is gedefinieerd? Is GS bereid in de Omgevingsverordening een definitie op te nemen?

Antwoord: Het begrip “schadelijke stoffen” is overgenomen uit het IPO-model van de Provinciale Milieuverordening.Ook in landelijke milieuwetgeving wordt dit begrip zonder nadere definitie gehanteerd. Het ontbreken vaneen definitie heeft niet tot handhavingsproblemen geleid. Wij zien daarom geen noodzaak om hieromtrenteen wijzigingsvoorstel Provinciale Staten te doen.

Nogmaals verdient opmerking dat toegelaten bestrijdingsmiddelen niet onder het begrip “schadelijkestoffen” vallen. In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is concreet bepaald welkebestrijdingsmiddelen zijn toegelaten in grondwaterbeschermingsgebieden. Omtrent de handhavingdaarvan is ons geen onduidelijkheid bekend.

5) Volgens bovengenoemd bericht gaat WML het project “Duurzaam Schoon Grondwater” (DSG: voorlichting aan boeren) uitbreiden van Zuid Limburg naar Noord- en Midden Limburg. Is volgens GS het DSG voorlichtingsproject (over mogelijkheden voor minder bestrijdingsmiddelengebruik) in Zuid-Limburg voldoende effectief gebleken? Zo ja, op welke evaluatie, of welke gegevens, is dit gebaseerd?

Antwoord: Doel van het WML-project Duurzaam Schoon Grondwater (DSG) was primair het verkleinen van hetrisico op uitspoeling van nitraat naar het grondwater. Agrariërs in grondwaterbeschermingsgebieden inZuid-Limburg ontvingen advies over een wijze van bemesting waarmee de uitspoeling zoveel mogelijkkon worden gereduceerd. Monitoring toont aan dat met deze aanpak het nitraatgehalte onderdeelnemende percelen kan worden gereduceerd tot onder de norm voor grond- en drinkwater.Secundair doel was het verminderen van de belasting van het grondwater met bestrijdingsmiddelen.Ook hieromtrent zijn adviezen verstrekt, maar niet onderzocht is in hoeverre dit heeft geleid tot eengeringere belasting.

6) Is GS bereid toezicht en handhaving van bovengenoemd verbod uit de Omgevingsverordening te intensiveren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Vooralsnog zien wij hiertoe geen noodzaak. Indien de periodieke evaluatie van het risicogerichtenalevingstoezicht eind 2019 daartoe aanleiding geeft kunnen wij in het VTH-uitvoeringsprogramma 2020besluiten omtrent een intensivering van de handhaving van bedoelde regels.

Opgemerkt wordt dat het rijk bevoegd gezag is voor de handhaving van de wettelijke regels vervat in deWet gewasbeschermingsmiddelen en biociden omtrent toelating en gebruik van bestrijdingsmiddelen, ookin grondwaterbeschermingsgebieden.

Gedeputeerde Staten van Limburg