Massale bomensterfte Limburgse bossen 2


Geacht College,


Na de maatschappelijke verontwaardiging over de massale bomenkap en het alarmerende IPBES rapport werden we gisteren opgeschrikt door de berichtgeving over massale bomenstrefte in de Limburgse bossen. Een onderwerp waar de Partij voor de Dierenfractie reeds eerder vragen stelde.Deze berichtgeving leidt tot de volgende vragen:

1. Kent u het bericht: “Zorgen Limburgs Landschap om bomensterfte in bossen”, uit de Limburger van 14-05-2019?

2. Is het College nog steeds van mening dat de PAS voor voldoende stikstofdaling heeft gezorgd?

3. In 2016 is, volgens de beantwoording van bijgevoegde vragen, gekozen om af te wachten wat de uitkomsten van lopende onderzoeken zouden zijn naar de oorzaken en mogelijke oplossingen. Welke uitkomsten hebben deze onderzoeken nu, 3 jaar later?

4. Is het College van mening dat de massale sterfte van (eiken-)bomen niet los kan worden gezien van het sluipende proces in de achteruitgang van de hele voedselketen van bv rupsen, koolmeesjes en sperwers?

5. Deelt het College de mening van de PvdD fractie dat nog langer wachten op onderzoeken uit andere provincies niet langer wenselijk is omdat hét symbool van Limburg, bronsgroen Eik(enhout), samen met andere boomsoorten die essentieel zijn voor het behoud van o.a. onze biodiversiteit, dreigen te verdwijnen?

Zo ja, is het College bereid om middelen vrij te maken voor (grootschalige) herstelmaatregelen, onderzoek en monitoring, in samenwerking met de Terreinbeherende Organisaties, Bosgroep Zuid Nederland en Alterra, omdat het een Limburgse verantwoordelijkheid is om de Limburgse bossen te beschermen en te behouden?

Zo nee, waarom niet?

6. In beantwoording van vragen van de PvdA fractie lezen we dat Provincie Limburg van 1998 – 2005 een bosbeleid voerde waardoor het areaal toenam: “De provincie heeft in het verleden (1998 – 2005) specifiek beleid gevoerd om bosaanleg, met name buiten de goudgroen natuurzone te stimuleren. Dat heeft ca 600 ha nieuw bos opgeleverd. Op dit moment is er geen specifiek vastgesteld beleid, anders dan dat binnen de nieuw verworven delen van de goudgroene natuurzone op beperkte schaal bos wordt aangelegd.”

Is het College bereid om een nieuw Bosbeleid op te stellen (daar het vorige kennelijk erg succesvol was) en daarin een doelstelling Bosaeraal op te nemen en een strategie om de massale bomen(en eiken) sterfte in Limburgse bossen tegen te gaan? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u bereid PAS-middelen in te zetten om dit probleem aan te pakken?

8. Bent u bereid te verkennen welke middelen ingezet kunnen worden om dit probleem ook buiten N2000 gebieden aan te pakken?

We zien uit naar beantwoording van de vragen binnen de geldende termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren



Antwoorddatum: 27 aug. 2019

Geacht College,


Na de maatschappelijke verontwaardiging over de massale bomenkap en het alarmerende IPBES rapport werden we gisteren opgeschrikt door de berichtgeving over massale bomenstrefte in de Limburgse bossen. Een onderwerp waar de Partij voor de Dierenfractie reeds eerder vragen stelde.Deze berichtgeving leidt tot de volgende vragen:

Vraag 1) Kent u het bericht: “Zorgen Limburgs Landschap om bomensterfte in bossen”, uit de Limburger van 14-05-2019?

Antwoord: Ja. Voor de volledigheid wijzen wij er op dat er naast de eikensterfte waar het artikel met name op wijst,als gevolg van de zeer droge zomer van 2018 meer boomsoorten in de problemen zijn gekomen. Zo zijner op de zandgronden veel fijnsparren afgestorven door de droogte of worden deze bomen nu aangetastdoor de “Letterzetter”. Dit is een bastkever die met name verzwakte fijnsparren kan doen afsterven.Voorts veroorzaakt een schimmel de “Essentaksterfte” die essen laat afsterven. De gevolgen van dehuidige droogte in delen van de provincie is nog niet duidelijk.

Vraag 2) Is het College nog steeds van mening dat de PAS voor voldoende stikstofdaling heeft gezorgd?

Antwoord: Het PAS kan niet langer worden gebruikt als basis voor het verlenen van toestemmingen op basis van deWet natuurbescherming voor projecten die stikstofdepositie veroorzaken. Reden hiervoor is dat depassende beoordeling van het PAS niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Dat geldt voor alleprojecten die een toename van stikstofemissie veroorzaken.

De inzet van maatregelen die stikstofemissies reduceren, heeft tot onvoldoende resultaat geleid.
De uitspraak van 29 mei 2019 RvS heeft tot gevolg dat vergunningverlening voorlopig opgeschort is.
De uitspraak heeft verstrekkende consequenties voor onze ambities op meerdere terreinen (o.a.woningbouw, infrastructuur, klimaat). Tijdens bestuurlijke overleggen (waarin ministers van LNV, IenW,BZK, EZK en Defensie en vertegenwoordigers van de provincies, de Vereniging Nederlandse Gemeentenen de Unie van Waterschappen zijn vertegenwoordigd) over deze materie is nadrukkelijk afgesproken datProvincies en Rijk gezamenlijk blijven optrekken in dit dossier. In diverse (landelijke) werkgroepen wordtmomenteel samengewerkt aan oplossingen voor de korte, middellange en lange termijn. Insamenwerking met de andere provincies is een uitvraag gedaan aan alle gemeenten om overzicht teverkrijgen van aantallen projecten die op dit moment hinder ondervinden van de Raad van Stateuitspraken. Zodra deze beschikbaar is, zullen we u deze doen toekomen.

Vraag 3) In 2016 is, volgens de beantwoording van bijgevoegde vragen, gekozen om af te wachten wat de uitkomsten van lopende onderzoeken zouden zijn naar de oorzaken en mogelijke oplossingen. Welke uitkomsten hebben deze onderzoeken nu, 3 jaar later?

Antwoord: De eerste resultaten laten zien dat het gebruik van bijvoorbeeld steenmeel op korte termijn leidt tot eenbetere mineralenbalans in de bodem en in bladeren van de bomen. Kennis over lange termijneffecten iser nog niet.

Vraag 4) Is het College van mening dat de massale sterfte van (eiken-)bomen niet los kan worden gezien van het sluipende proces in de achteruitgang van de hele voedselketen van bv rupsen, koolmeesjes en sperwers?

Antwoord: Er zijn inderdaad aanwijzingen dat de effecten van een teveel aan stikstofdepositie doorwerken in devoedselketen. De onderzoeksgegevens naar deze relaties zijn echter beperkt.

Vraag 5) Deelt het College de mening van de PvdD fractie dat nog langer wachten op onderzoeken uit andere provincies niet langer wenselijk is omdat hét symbool van Limburg, bronsgroen Eik(enhout), samen met andere boomsoorten die essentieel zijn voor het behoud van o.a. onze biodiversiteit, dreigen te verdwijnen?

Zo ja, is het College bereid om middelen vrij te maken voor (grootschalige) herstelmaatregelen, onderzoek en monitoring, in samenwerking met de Terreinbeherende Organisaties, Bosgroep Zuid Nederland en Alterra, omdat het een Limburgse verantwoordelijkheid is om de Limburgse bossen te beschermen en te behouden?

Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het ligt voor de hand om maatregelen te nemen, als deze eikenbossen deel gaan uitmaken van deNatura2000 aanwijzingsbesluiten. Financiering daarvan is onderwerp van discussie met het ministerievan LNV. In de reguliere begroting zijn hiervoor geen middelen opgenomen. Bezien wordt of demaatregelen uit de onderzoeksprojecten voldoende effectief zijn om deze grootschaliger uit te rollen.Daarmee kan bepaald worden of het voor de hand ligt om hiervoor financiering uit te trekken.

Met een beoogde kwaliteitsslag (genoemd in het Collegeprogramma) in reeds gerealiseerde natuur in ennabij een aantal N2000-gebieden, zal een kwaliteitsverhoging gedeeltelijk samengaan met CO2-opslagdoor het aanplanten van bomen of via het toelaten van spontane bosvorming. Voor een kwaliteitsslag inca. 350 ha reeds gerealiseerde natuur zullen in dit kader PAS/N2000-middelen worden ingezet.

Vraag 6) In beantwoording van vragen van de PvdA fractie lezen we dat Provincie Limburg van 1998 – 2005 een bosbeleid voerde waardoor het areaal toenam: “De provincie heeft in het verleden (1998 – 2005) specifiek beleid gevoerd om bosaanleg, met name buiten de goudgroen natuurzone te stimuleren. Dat heeft ca 600 ha nieuw bos opgeleverd. Op dit moment is er geen specifiek vastgesteld beleid, anders dan dat binnen de nieuw verworven delen van de goudgroene natuurzone op beperkte schaal bos wordt aangelegd.”

Is het College bereid om een nieuw Bosbeleid op te stellen (daar het vorige kennelijk erg succesvol was) en daarin een doelstelling Bosaeraal op te nemen en een strategie om de massale bomen(en eiken) sterfte in Limburgse bossen tegen te gaan? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: In het collegeprogramma staat de ambitie om bosbeleid te gaan voeren. Als voorbeeld is in hetcollegeprogramma het doel opgenomen om 1 miljoen bomen aan te planten. Ook in het landelijkeklimaatakkoord is een bosuitbreidingsdoelstelling opgenomen. Daarnaast is het beheer van bestaandebossen, ook gelet op bomensterfte, een aandachtspunt. Gezien deze punten zullen wij komen met eenuitwerking van het bosbeleid voor de provincie Limburg.

Vraag 7) Bent u bereid PAS-middelen in te zetten om dit probleem aan te pakken?

Antwoord: Zie het antwoord op vraag vijf en zes.

Vraag 8) Bent u bereid te verkennen welke middelen ingezet kunnen worden om dit probleem ook buiten N2000 gebieden aan te pakken?

Antwoord: Mede in het kader van het op te stellen bosbeleid kan bezien worden of en hoe de middelen beschikbaargemaakt kunnen worden buiten de Natura 2000 gebieden.

Gedeputeerde Staten van Limburg