Schrif­te­lijke vragen over Forma­tie­dossier over actieve soor­ten­be­scherming: mogen de Staten het weten?


Maastricht, 28 juni 2019

Geacht College,

De bijdrage voor Actieve soortenbescherming ad 1 mln. € jaarlijks wordt, volgens de voornemens van het nieuwe College, voortgezet. Dat is ook hard nodig opdat de gedane inspanningen in de afgelopen collegeperiode niet voor niets zijn geweest. Limburg kent vele unieke soorten. Niet duidelijk is of het nu voorziene budget voldoende is om de omstandigheden te scheppen (biotisch en abiotisch) voor de wettelijk beschermde en Rode Lijst soorten die voor hun overleven van het Limburgs grondgebied afhankelijk zijn. Dit temeer omdat we te maken met nieuwe bedreigingen door de klimaatcrisis, de voortgaande opwarming van de aarde waarvan we inmiddels de gevolgen aan den lijve ondervinden.

Er is nu een nieuw extraparlementair college aangetreden, waarbij de belofte is gedaan om, juist vanwege het extraparlementaire karakter, bestuursinformatie op gelijkwaardige basis met de Staten te delen.

1) Toezegging 8439, gedaan in de Staten van 20 maart jl., en afgedaan op 12 april jl., luidt als volgt: Gedeputeerde Koopmans zegt toe een plan annex bestedingsvoorstel inzake de actieve soortenbescherming (inclusief de unieke Limburgse soorten) in het overdrachtsdossier op te laten nemen zodat de onderhandelaars van de nieuwe coalitie dit mee kunnen nemen bij de coalitieonderhandelingen.

Zojuist is de formatie van het nieuwe college afgerond. Artikel 7 van het Formatieprotocol luidt: “Aan het einde van het formatieproces zullen de ambtelijk aangeleverde gespreksmemo’s en documenten openbaar worden gemaakt, behoudens eventueel vertrouwelijke (bijvoorbeeld bedrijfsgevoelige) informatie.” Wanneer kunnen de Staten op grond van Toezegging 8439 en artikel 7 van het Formatieprotocol, de in het overdrachtsdossier opgenomen informatie tegemoet zien?

2) Als GS deze informatie weigert te verschaffen: welke grond voert zij daarvoor aan? En hoe verhoudt zich dat tot artikel 7 van het Formatieprotocol?

3) Als dit extraparlementaire college de informatie uit het formatiedossier weigert te verschaffen, hoe verhoudt zich dat tot het uitgangspunt van gelijkwaardige informatieverschaffing aan de Staten?

4) Is in deze ambtelijke informatie rekening gehouden met de trend van voortgaande opwarming van de aarde, waardoor er nieuwe bedreigingen zijn voor het voortbestaan van de betreffende soorten? Zo niet, is GS bereid de informatie daarmee aan te vullen en aan de Staten ter beschikking te stellen?

Graag beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn,

Met vriendelijke groet,

P. Plusquin

Partij voor de Dieren