Schrif­te­lijke vragen over Dierenleed in Limburgse varkens­stallen


Heerlen, 28 februari 2018

Geacht College,

Stichting Varkens in Nood heeft schokkende beelden gepubliceerd van dierenleed in varkensstallen. Daarbij zijn ook Limburgse stallen (zie https://www.limburger.nl/cnt/dmf20180227_00056677/varkens-in-nood-zet-beelden-van-ellende-in-limburgse-varkensstallen-online).

De Partij voor de Dieren vindt dat de provincie ook een verantwoordelijkheid heeft om dit schrijnende leed te bestrijden en heeft (mede) in verband hiermee de volgende vragen aan het College:

1) Hebt u kennis genomen van de door Varkens in Nood gepubliceerde beelden over dierenleed in varkenstallen, o.m. in Limburg?

2) Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit dierenleed niet aanvaardbaar is?

3) Bent u bereid de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te vragen om de controles op dierenwelzijn te intensiveren? Zo nee, waarom niet?

4) Bent u bereid om, net als in de provincies Noord-Brabant (Brabantse Zorgvuldigheidsscore) en Gelderland (Gelders Plussenbeleid) al geruime tijd gebeurt, dierenwelzijn mee te laten tellen in het provinciaal beleid m.b.t. de intensieve veehouderij?

5) Zo niet, bent u dan bereid om een Limburgse variant daarvan te overwegen?

Graag beantwoording binnen de daarvoor geldende termijn,

… en graag eerder want dit leed kan niet zo doorgaan,

Hoogachtend,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren Limburg

Antwoorddatum: 20 mrt. 2018

Vraag 1.

Hebt u kennis genomen van de door Varkens in Nood gepubliceerde beelden over dierenleed in varkenstallen, o.m. in Limburg?

Antwoord.
Ja.

Vraag 2.
Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dit dierenleed niet aanvaardbaar is?

Antwoord.
Het is niet aanvaardbaar als bij het houden dieren de daarvoor geldende wettelijke regels niet worden nageleefd.

Vraag 3.
Bent u bereid de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te vragen om de controles op dierenwelzijn te intensiveren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord.
De NVWA valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Wij achten het een verantwoordelijkheid van de betreffende ministeries om het NVWA op de doelmatigheid van hun controles aan te spreken.

Vraag 4 en 5.
Bent u bereid om, net als in de provincies Noord-Brabant (Brabantse Zorgvuldigheidsscore) en Gelderland (Gelders Plussenbeleid) al geruime tijd gebeurt, dierenwelzijn mee te laten tellen in het provinciaal beleid m.b.t. de intensieve veehouderij?

Zo niet, bent u dan bereid om een Limburgse variant daarvan te overwegen?

Antwoord.
De Brabantse Zorgvuldigheidsscore en het Gelders plussenbeleid zijn uitsluitend van toepassing bij initiatieven waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is en hebben als primair doel om meer kwaliteit, dan vereist op basis van wettelijke bepalingen, aan een initiatief toe te voegen.

Net zo goed als in Brabant en in Gelderland achten wij het van belang dat een agrarische ondernemer, bij voorkeur in overleg met zijn omgeving, kwaliteiten aan zijn onderneming toevoegt die verder gaan dan de wettelijke bepalingen. Dierwelzijn kan er daar een van zijn. De provincie Gelderland neemt dat via het
Gelderse Plussenbeleid op in zijn provinciale verordening zonder daarbij exact aan te kunnen geven wanneer die kwaliteit dan voldoende is om over een initiatief positief te besluiten. De provincie Noord Brabant werkt met een vrij complex puntensysteem om de “hoeveelheid kwaliteit” te objectiveren.

Bij nieuwe initiatieven treden gemeenten met agrarische ondernemers in overleg, met als doel om initiatieven, die ter besluitvorming worden aangeboden, kwalitatief te optimaliseren. In Midden Limburg loopt verder het programma “buitengebied in balans”. Via een integrale benadering worden bewoners, ondernemers en bezoekers uitgedaagd om samen te werken aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving. Juist omdat de wet- en regelgeving, zeker voor wat betreft de intensieve veehouderij al zo complex is, verwachten wij van dergelijke trajecten meer dan van het toevoegen van nog meer regels.

Zo hebben wij dat ook geconcludeerd in het Bestuurlijk Overleg schone stallen.


Gedeputeerde Staten van Limburg