Schriftelijke Vragen over Aanvraag UNESCO- Werelderfgoed status voor het Zuid-Limburgs Heuvelland

Geacht College,

In de media zijn berichten verschenen over de aanvraag van de gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Vaals en de VVV Zuid Limburg om de status van UNESCO-Werelderfgoed te krijgen. Volgens de Partij voor de Dieren een geweldige kans om ons mooie heuvellandschap en ons bronsgroen eikenhout te behouden voor de huidige en toekomstige generaties.

1. Bent u op de hoogte van de aanvraag door de gemeentes van de Werelderfgoed Status voor het Heuvelland?

2. Waarom is de provincie niet betrokken bij deze aanvraag? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de Provincie Limburg een rol kan spelen in het verkrijgen van de status van Werelderfgoed? Zo ja, op welke wijze wil GS die rol oppakken?

3. In het kader van deze aanvraag zal de UNESCO visitaties verrichten in het gebied, waarbij o.m. bezien wordt of de unieke erfgoedwaarden in regelgeving en beleidspraktijk voldoende beschermd worden. Is het mogelijk om op grond van het POL 2014 bestemmingsplannen en bouwplannen tegen te houden die de kernwaarden van het Nationaal Landschap Zuid Limburg aantasten?

4. Zo ja, hoe vaak heeft GS in de jaren 2015-2017 door middel van een zienswijze of reactieve aanwijzing in deze zin gereageerd?

5. Is het juist dat bij bouwaanvragen die passen in bestaande bestemmingsplannen er voor GS geen mogelijkheid is die tegen te houden, ook al zijn deze een aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap?

6. Is GS van mening dat de bescherming o.g.v. het POL voldoende verwerkt is in bestaande bestemmingsplannen? Zo ja, kan GS door middel van verwijzingen naar concrete plannen aangeven waarop deze positieve conclusie is gebaseerd?

7. Zo nee, is GS bereid om middels aanpassingen in het POL maatregelen te treffen om landschapsaantasting tegen te gaan?

8. Hoogstambomen vormden decennia lang het beeld van Limburg. Bloesemtochten zijn goed voor het toerisme, en het fruit kan gebruikt worden voor onze streekproducten.

ls GS bereid om stimulerende maatregelen te treffen voor de terugkeer van hoogstambomen in Zuid Limburg?

9. Meidoorn- en Limburgse hagen zijn eveneens typerend voor Limburg. Koeien, schapen en paarden vinden er beschutting tegen weersomstandigheden en ze vormen een mooiere en veiligere afrastering dan bijvoorbeeld schriklinten en prikkeldraad. Ook zijn deze hagen heel

belangrijk voor de biodiversiteit. Is GS bereid om stimulerende

maatregelen te treffen voor aanplant en onderhoud van Meidoorn- en Limburgse hagen?

10. Veel mensen genieten van koeien, schapen en paarden in een wei. Deze dieren hebben echter ook beschutting nodig. Bent u bereid om met de Zuid-Limburgse gemeenten in overleg te gaan over een landschappelijk verantwoorde beschuttingsmogelijkheid voor dieren?

11. Wat zijn de mogelijkheden van GS om weidegang te stimuleren? Zijn er bijvoorbeeld stimulerende maatregelen te nemen om via een toeristische VVV route streekproducten te kopen bij boeren die hun dieren in een met een Limburgse haag beschut weiland met hoogstambomen laten grazen of andere landschapsverbeterende stappen hebben ondernomen?

12. De koepel van Heuvellandhotels heeft een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd over de uitbreiding van vrachtvluchten op MAA Airport. "Zo’n 85 procent van alle gasten, voornamelijk afkomstig uit ‘Holland’ kiest juist voor Zuid-Limburg om in onze heuvels even van de stilte te genieten", zo stelt Heuvelland Hotels. "Wij dreigen onze klanten te verliezen, met catastrofale gevolgen voor heel Zuid-Limburg." Niet alleen is de geluidsoverlast bedreigend voor het toerisme, de uitstoot van het vliegverkeer is een aanslag op de leefkwaliteit voor mens, dier en de gehele biodiversiteit.

Op welke wijze gaat GS de geluidsoverlast van MAA airport terugdringen? Is GS bereid om de groei van de luchthaven te heroverwegen bij toename van geluidsoverlast? https://www.limburger.nl/cnt/dmf20171011_00048766/hotels-geluidsoverlast-maastricht-airport-funest-voor-toerisme

We vertrouwen op beantwoording van onze vragen binnen de geldende termijn.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren Limburg

Antwoorden

Vraag 1.
Bent u op de hoogte van de aanvraag door de gemeentes van de Werelderfgoed Status voor het
Heuvelland?

Antwoord.
Er is nog geen sprake van een aanvraag. Wij zijn op de hoogte van de voorbereiding die plaatsvindt over
de aanvraag.

Vraag 2.
Waarom is de provincie niet betrokken bij deze aanvraag? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens
dat de Provincie Limburg een rol kan spelen in het verkrijgen van de status van Werelderfgoed? Zo ja, op
welke wijze wil GS die rol oppakken?

Antwoord.
Het initiatief komt primair voort vanuit de VVV Zuid-Limburg en de gemeenten Vaals, Gulpen-Wittem en
Eijsden-Margraten. De provincie is betrokken bij de eerste voorbereiding die plaatsvindt over de
aanvraag. Op basis hiervan en op basis van een verdieping naar de consequenties van zowel de
procedure als de aanwijzing zelf van de Werelderfgoed Status, zullen wij bepalen of de Provincie hier een
verdere rol in speelt en zo ja welke rol dat is. Overigens willen wij opmerken dat de procedure tot het
mogelijk verkrijgen van deze status ingewikkeld, lang en kostbaar is en kandideren geen garantie biedt
tot aanwijzing.

Voor de beantwoording is door de Provincie kort overleg geweest met een lid van de Nederlandse
Unesco commissie. Het lid heeft op voorhand enige terughoudendheid gedeeld t.a.v. de kans voor
Zuid-Limburg om deze status te krijgen (verwachtingenmanagement).

Vraag 3.
In het kader van deze aanvraag zal de UNESCO visitaties verrichten in het gebied, waarbij o.m. bezien
wordt of de unieke erfgoedwaarden in regelgeving en beleidspraktijk voldoende beschermd worden. Is
het mogelijk om op grond van het POL 2014 bestemmingsplannen en bouwplannen tegen te houden die
de kernwaarden van het Nationaal Landschap Zuid Limburg aantasten?

Antwoord.
De Omgevingsverordening Limburg 2014 kent een motiveringsplicht ten aanzien van de omgang met
landschappelijke kernkwaliteiten in het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg,
maar geen verbodsbepalingen. In de toelichting op een bestemmingsplan dient aangegeven te worden
om welke kernkwaliteiten het gaat, aan de hand van een toelichtende kaart en een korte omschrijving van
de na te streven (beeld)kwaliteit. Voorts wordt duidelijk hoe het belang van deze kernkwaliteiten in de
afweging is betrokken en op welke wijze (in de voorschriften) is voorzien in behoud en zo mogelijk
versterking van de kernkwaliteiten. Wanneer aantasting niet te vermijden is, wordt in de toelichting
aangegeven op welke wijze deze aantasting zoveel mogelijk is beperkt. In de praktijk leidt dit overigens
meestal wel tot aanpassing van een plan bij aantasting van kernwaarden (zie ook vraag 4).

Vraag 4.
Zo ja, hoe vaak heeft GS in de jaren 2015-2017 door middel van een zienswijze of reactieve aanwijzing in
deze zin gereageerd?

Antwoord.
In de fase van het vooroverleg ten aanzien van nieuwe ruimtelijke initiatieven worden gemeenten
regelmatig door ons geattendeerd op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Bijvoorbeeld met
het verzoek om een ontwikkeling te heroverwegen, aan te passen of nader te onderbouwen op basis van
deze kernkwaliteiten. In de meeste gevallen leidt deze stap tot een verbeterd plan, waarmee de
kernkwaliteiten voldoende zijn gewaarborgd en derhalve kan worden ingestemd.
Enkele malen per jaar bestaat er bij een ontwerpbestemmingsplan toch nog aanleiding om aandacht te
vragen voor de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap via een zienswijze. Er is in de periode 20152017
geen reactieve aanwijzing gegeven op grond van dit thema.

Vraag 5.
Is het juist dat bij bouwaanvragen die passen in bestaande bestemmingsplannen er voor GS geen mogelijkheid is die tegen te houden, ook al zijn deze eenaantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap?

Antwoord.
Nee. Gedeputeerde Staten kunnen, gehoord hebbende Provinciale Staten, een aanwijzing geven gericht op de bescherming van een specifieke locatie.

Vraag 6.
Is GS van mening dat de bescherming o.g.v. het POL voldoende verwerkt is in bestaande
bestemmingsplannen? Zo ja, kan GS door middel van verwijzingen naar concrete plannen aangeven
waarop deze positieve conclusie is gebaseerd?

Antwoord.
Ja, verwezen wordt tevens naar de beantwoording van vraag 4. Er vindt wel in het kader van de
periodieke actualisaties van gemeentelijke bestemmingsplannen en regionale samenwerking regelmatig
afstemming plaats over de doorwerking van (nieuw) provinciaal (waaronder het POL) en regionaal beleid
in bestemmingsplannen.

Vraag 7.
Zo nee, is GS bereid om middels aanpassingen in het POL maatregelen te treffen om
landschapsaantasting tegen te gaan?
 
Antwoord.
Vanuit onder andere de regio-uitwerking van het POL, Platteland in Ontwikkeling (PiO), provinciale
thematische programma’s, het LEADER-programma en het Programma Nationaal Landschap ZuidLimburg
werken wij reeds volop samen met de regio aan behoud en ontwikkeling van de (landschappelijke)
kernwaarden van Zuid-Limburg.

Vraag 8.
Hoogstambomen vormden decennia lang het beeld van Limburg. Bloesemtochten zijn goed voor het
toerisme, en het fruit kan gebruikt worden voor onze streekproducten.
ls GS bereid om stimulerende maatregelen te treffen voor de terugkeer van hoogstambomen in Zuid
Limburg?
 
Antwoord.
Via de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap Limburg (SKNL) kunnen bestaande
hoogstamboomgaarden en hagen, als ze begrensd zijn als nieuwe natuur, omgevormd worden naar
natuur. Ook kunnen op gronden die opengesteld staan voor de SKNL in het Nationaal Landschap nieuwe
hoogstamboomgaarden worden aangeplant. Dit geldt ook voor knip- en scheerhagen en struweelhagen.
Via de subsidieregeling LEADER kunnen initiatiefnemers aanvragen voor cofinanciering doen voor lokale
initiatieven in Zuid Limburg. Initiatieven moeten een grotere omvang hebben (geen individuele
aanvragers) en projecten moeten draagvlak vanuit de gemeenschap combineren met nieuwe manieren
om met het landschap te ondernemen. Vanuit de subsidieregeling Agrarisch natuur en landschapsbeheer
(ANLb) wordt het beheer/onderhoud van hoogstambomen en hagen vergoed, niet de aanplant.
Voorgaande regelingen hebben vooral betrekking op natuurgebieden en ecologisch waardevolle
landschapselementen. Wij vinden daarom dat er nieuwe financieringsvormen nodig zijn om ook het
landschap (waaronder de landschapselementen) buiten de natuurgebieden duurzaam te onderhouden en
te versterken. Maar ook om de beleving en recreatieve waarden te vergroten. Om deze reden is in 2017
een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor een landschapsfonds voor Limburg dat bijdraagt aan
deze doelstellingen. IKL onderzoekt dit samen met Natuurrijk Limburg.

Begin 2018 vindt er op basis van deze eerste verkenning een go or no go moment plaats. Bij een go zal
er een nadere uitwerking plaatsvinden op organisatorisch, juridisch en financieel vlak zodat een
operationeel en functioneel landschapsfonds voor Limburg ontstaat.

Vraag 9.
Meidoorn- en Limburgse hagen zijn eveneens typerend voor Limburg. Koeien, schapen en paarden
vinden er beschutting tegen weersomstandigheden en ze vormen een mooiere en veiligere afrastering
dan bijvoorbeeld schriklinten en prikkeldraad. Ook zijn deze hagen heel belangrijk voor de biodiversiteit.
Is GS bereid om stimulerende maatregelen te treffen voor aanplant en onderhoud van Meidoorn- en
Limburgse hagen?

Antwoord.
Zie het antwoord op vraag 8.

Vraag 10.
Veel mensen genieten van koeien, schapen en paarden in een wei. Deze dieren hebben echter ook
beschutting nodig. Bent u bereid om met de Zuid-Limburgse gemeenten in overleg te gaan over een
landschappelijk verantwoorde beschuttingsmogelijkheid voor dieren?

Antwoord.
Nee. In het kader van het POL2014 heeft de provincie samen met gemeenten en stakeholders
afgewogen welke onderwerpen vragen om regionale oplossingen en regie van de Provincie.
Hierbij hebben wij waar mogelijk de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij gemeenten en de regio
gelegd. Dit geldt ook voor de lokale problematiek van beschuttingsmogelijkheden of schuilgelegenheden.

Vraag 11.
Wat zijn de mogelijkheden van GS om weidegang te stimuleren? Zijn er bijvoorbeeld stimulerende
maatregelen te nemen om via een toeristische VVV route streekproducten te kopen bij boeren die hun
dieren in een met een Limburgse haag beschut weiland met hoogstambomen laten grazen of andere
landschapsverbeterende stappen hebben ondernomen?

Antwoord.
Weidegang wordt al enkele jaren actief door de zuivelketen gestimuleerd. Wij zien daarom geen reden
om aanvullend daarop stimuleringsmaatregelen te nemen. Wij vinden dat weidegang een keuze van de
ondernemers is. Wij stimuleren vooral het beheer en onderhoud van het landschap en onderzoeken in
dat kader momenteel de oprichting van een landschapsfonds Limburg.
Via streek(zuivel)producten zijn wel aanknopingspunten mogelijk voor het versterken van een kleinschalig
landschap en weidegang. Eén van de acties in het provinciaal land- en tuinbouwbeleid is het versterken
van concepten voor streekproducten. Hierbij wordt ook aansluiting gezocht bij bestaande toeristische
routestructuren in samenwerking met de LLTB en VVV.
 

Vraag 12.
De koepel van Heuvellandhotels heeft een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd over de
uitbreiding van vrachtvluchten op MAA Airport.  "Zo’n 85 procent van alle gasten, voornamelijk afkomstig
uit ‘Holland’ kiest juist voor Zuid-Limburg om in onze heuvels even van de stilte te genieten", zo stelt
Heuvelland Hotels. "Wij dreigen onze klanten te verliezen, met catastrofale gevolgen voor heel ZuidLimburg."
Niet alleen is de geluidsoverlast bedreigend voor het toerisme, de uitstoot van het vliegverkeer is een aanslag op de leefkwaliteit voor mens, dieren de gehele biodiversiteit.

Op welke wijze gaat GS de geluidsoverlast van MAA airport terugdringen? Is GS bereid om de groei van de luchthaven te heroverwegen bij toename van geluidsoverlast?

https://www.limburger.nl/cnt/dmf20171011_00048766/hotels-geluidsoverlast-maastricht-airport-funestvoor-toerisme

Antwoord.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor het reguleren van de geluidsruimte
die MAA heeft. Dat wordt geregeld in een zogenaamd Luchthavenbesluit. De huidige eigenaar MAA
Beheer en Infrastructuur heeft een Luchthavenbesluit aangevraagd zodanig dat de huidig vergunde
milieugebruiksruimte ook in de toekomst niet zal worden overschreden.
Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor het Luchthavenbesluit, blijkt dat de (milieu)effecten voor de
omgeving met het gewijzigde gebruik niet groter worden ten opzichte van de (milieu)effecten van het
huidige toegestane gebruik.