Schriftelijke vragen inzake mestverwerkingsfabriek Grubbenvorst

Geacht college,

Er zijn plannen voor een mestverwerkingsfabriek langs de A73 bij Grubbenvorst. Dit zou de grootste dergelijke installatie van Nederland moeten worden. De fracties van SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren zijn bezorgd over deze ontwikkeling en hebben een aantal vragen over de locatie, de procedure rondom de vergunningaanvraag, de effecten voor milieu en gezondheid en andere risico’s die kleven aan de mestverwerkingsfabriek. Ook vinden de fracties het van belang dat er zorgvuldig wordt omgegaan met omwonenden en bezwaarmakers.

De drie fracties hebben daarom de volgende vragen aan het provinciebestuur:
 
1. Het is aannemelijk dat de mestverwerkingsfabriek negatieve effecten zal hebben qua
milieu en gezondheid. Op pagina 45 van de ontwerp omgevingsvergunning wordt echter
gesteld dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Hoe beargumenteert het college van GS dit?

2. Wat zijn de te verwachten effecten van de geplande installatie voor geur, fijnstof, stikstof en ammoniak?

3. Wat zijn de te verwachten effecten op de volksgezondheid van de installatie?

4. Hoe wordt het risico op calamiteiten ingeschat en wat wordt hiertegen gedaan?

5. Hoe zit het met de cumulatie van nadelige effecten voor het milieu? Het plangebied van de
installatie ligt bijvoorbeeld dichtbij het plangebied van het Nieuw Gemengd Bedrijf in
Grubbenvorst. Wordt hier rekening mee gehouden?

6. Hoe worden de risico’s door onder andere lekkages en storingen ingeschat?

7. Waarom komt er geen MER-onderzoek, zodat de gevolgen voor het milieu en de
volksgezondheid onafhankelijk getoetst kunnen worden?

8. Is het college van GS bereid om alsnog in te zetten op een MER-onderzoek voor deze
mestverwerkingsfabriek?

9. De vergunningvraag is pas op 12 oktober 2017 pas volledig gemaakt, met een reeks van
tientallen aanvullende documenten. Hoe is het mogelijk dat vervolgens binnen 8
werkdagen de vergunning is verleend en gepubliceerd?

10. Hoe past de vergunningaanvraag binnen de bestuurlijke afspraken, als uitwerking van het POL, over grootschalige mestverwerking? Zal er in de centrale ook mest van buiten Limburg verwerkt worden?

11. Is er een vergunning ten aanzien van de Natuurbeschermingswet aangevraagd en
verkregen? Zo nee, waarom niet?

In een van de zienswijzen die zijn ingediend op de planvorming is het volgende te lezen: “De brandweer heeft Uw College het volgende advies gegeven: Zorg dat personen die binnen 540 meter van de inrichting verblijven op de hoogte zijn van de risico’s die vanuit de inrichting op hen van toepassing zijn. Zodat ze kunnen handelen naar de effecten die kunnen optreden. U legt dit advies van de Brandweer expliciet naast u neer. In uw ontwerpbesluit (pag. 28/29) geeft u aan dat u van mening bent dat u hier niets mee hoeft te doen. Dit geeft reden voor grote onrust over de veiligheid.”

12. Hoe beoordeelt het college van GS de stelling uit bovengenoemde zienswijze dat hiermee onvoldoende recht gedaan wordt aan de zorgen van omwonenden?  

13. Hoe zit het met de wettelijke afspraken op dit gebied en wordt daar in voldoende mate aantegemoet gekomen?

14. Hoe beoordeelt het college van GS de stelling dat hierdoor het advies van de
Veiligheidsregio Noord-Limburg in de wind zou worden geslagen?

De installatie zal een enorme hoeveelheid afvalwater lozen in het nabijgelegen oppervlaktewater (Gekkengraaf).

15. Wat zijn de risico’s hiervan voor het oppervlaktewater en grondwater, door o.a. nutriënten, medicijnresten en antibiotica die in het water terecht zullen komen?

16.  Wat zou het verlenen van deze vergunning kunnen betekenen voor de doelstellingen van de provincie op het gebied van waterkwaliteit?

17. Is het waterschap Limburg betrokken en hoe heeft het waterschap gereageerd op de
voorgenomen plannen?

Meten is weten, dus het ligt voor de hand om na het verlenen van een vergunning vanuit
handhaving streng toe te zien op de verschillende normen.

18. Hoe ziet het handhavingstraject eruit als deze installatie vergund zou worden?

19. Wordt er voorzien in extra metingen met betrekking tot uitstoot, geur en waterkwaliteit als de vergunning verleend zou worden?

Er is veel bezorgdheid en weerstand in de omgeving van het plangebied. De fracties van SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren vinden het van groot belang dat er zorgvuldig wordt omgegaan met omwonenden en bezwaarmakers.

20. Is het college van GS bekend met de enorme weerstand in de omgeving van het
plangebied?  

21. Hoe is het overleg met omwonenden voorafgaand aan en tijdens de vergunningprocedure geregeld?

22. Wat gaat het college van GS doen om de dialoog met omwonenden en bezwaarmakers te verbeteren, zodat de bezwaren en zorgen die er zijn serieus worden genomen?

23. Wat zijn de logistieke gevolgen van de installatie voor de omgeving?
 
De fracties van SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren betijfelen of deze vergunning juridisch houdbaar is.

24. Hoe beoordeelt het college van GS de juridische houdbaarheid van deze vergunning,
gezien de in bovenstaande vragen genoemde aspecten, zoals risico’s bij calamiteiten, uitstoot, geur en gevolgen voor de waterkwaliteit?

Wij rekenen op beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn.

Namens de fracties van

Bram Schaminée, SP

Carla Brugman, GroenLinks

Pascale Plusquin, Partij voor de Dieren