Schrif­te­lijke vragen Openheid over doden bevers


Heerlen, 26 januari 2018

Geacht College,

Volgens recente mediaberichten (o.a. https://www.1limburg.nl/het-boegbeeld-van-limburgse-fauna-afgeschoten en https://www.1limburg.nl/waterschap-schiet-bevers-af-vervolg-beter-nadenken) is het Waterschap Limburg begonnen met het afschieten van bevers. Hierover is boosheid en onrust ontstaan, en een Vlaamse natuurorganisatie heeft juridische stappen aangekondigd. Het is duidelijk dat veel mensen er grote moeite mee hebben dat deze dieren worden gedood. Mensen willen ook weten hoe de dieren worden afgeschoten, en of er geen alternatieven zijn. Het College van GS heeft voor afschot van bevers ontheffing verleend, geldend van 3 november 2017 t/m 5 juli 2020, aan de Faunabeheereenheid.

In verband hiermee heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het College:

1. Op welke manier wordt er door de provincie toezicht gehouden op de naleving van de aan de Faunabeheereenheid verleende ontheffing, met name op het doorlopen van de “escalatieladder” - met alternatieven voor afschot - die eerst moet worden doorlopen voordat afschot wordt toegestaan?

2. Bent u het eens met de Partij voor de Dieren dat burgers recht hebben op volstrekte openheid over de voorwaarden waaronder, de aantallen en de manier waarop de bevers worden gedood? Zo nee, waarom niet?

3. Was er bij de eerste doodgeschoten bevers daadwerkelijk gevaar voor de mens, zodat er naar de uiterste maatregel, afschot, moest worden gegrepen?

4. Volgens voorwaarde 4 van de ontheffing moet er over de wijze waarop de escalatieladder wordt doorlopen gerapporteerd worden in de verplichte rapportage van de ontheffinghouder aan de provincie Limburg. Wanneer is de eerstvolgende rapportage? Bent u bereid die aan de Staten te zenden?

5. Is, zoals verplicht volgens voorwaarde 23 van de ontheffing, het doden van de bevers van tevoren gemeld aan de provincie? Zo ja, kunt u de Staten deze meldingen toezenden?

6. Volgens toezegging T8134 van gedeputeerde Mackus wordt er onderzocht of er alternatieve methoden zijn voor het continue verwijderen, dan wel voorkomen, van beverdammen, bijvoorbeeld het initiatief van de Zoogdiervereniging. Wat is de stand van zaken van dit initiatief en heeft het College nog gezocht naar meerdere alternatieven?

7. Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat het afbreken van beverdammen een curatieve maatregel is en geen preventieve maatregel? Zo ja, welke preventieve maatregelen zijn er genomen?

8. Tijdens de RLN commissiebehandeling op 6-10-17 jl. gaf gedeputeerde Mackus aan dat als er meerdere beleidsdoelen gecombineerd kunnen worden, zoals het realiseren van natuur en behoud leefgebied van de bever er gronden aangekocht kunnen worden door de provincie. Heeft de provincie al gronden aangekocht voor bovenstaand doel, en/of bestaan er concrete plannen? Zo ja, (voor) hoeveel hectare?

9. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de provincie een onafhankelijke deskundige, zoals naar het voorbeeld van de Duitse “Biberberater, dient aan te wijzen die advies moet geven bij problemen met bevers zoals vraatschade, het bouwen van dammen etc?

10. Werden of worden er in de toekomst er bij de zogenaamde natschade bij agrariërs ook bevers doodgeschoten? Zo ja, onder welke condities?

11. Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat de bever een sleutelsoort is die een gunstige biotoop creëert voor vele andere organismen en dat er voor zo’n sleutelsoort een hoge beschermingsdrempel geldt omdat ook heel veel andere soorten problemen ondervinden als er een bever(populatie) wordt doodgeschoten?

Met vriendelijke groet, en vertrouwend op beantwoording binnen de daarvoor gestelde termijn,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren Limburg

Antwoorddatum: 27 feb. 2018

Vraag 1.
Op welke manier wordt er door de provincie toezicht gehouden op de naleving van de aan de Faunabeheereenheid verleende ontheffing, met name op het doorlopen van de “escalatieladder” - met alternatieven voor afschot - die eerst moet worden doorlopen voordat afschot wordt toegestaan?

Antwoord.
Het doorlopen van de escalatieladder volgt uit het faunabeheerplan Bever. Voorschrift in de op grond daarvan verleende ontheffing is dat voorafgaand aan het gebruik van de ontheffing in gevallen waarbij bevers worden gedood de provincie wordt geïnformeerd over de wijze waarop de escalatieladder is doorlopen, op casusniveau. Handhaving kan hiermee toezien op de juiste toepassing van de ontheffing.

Vraag 2.
Bent u het eens met de Partij voor de Dieren dat burgers recht hebben op volstrekte openheid over de voorwaarden waaronder, de aantallen en de manier waarop de bevers worden gedood? Zo nee, waarom
niet?

Antwoord.
Hier zijn wij het mee eens. Tevens zijn wij van mening dat privacygevoelige informatie niet zonder meer openbaar is.

Vraag 3.
Was er bij de eerste doodgeschoten bevers daadwerkelijk gevaar voor de mens, zodat er naar de uiterste maatregel, afschot, moest worden gegrepen?


Antwoord.

De eerste gedode bevers zijn door het Waterschap Limburg gevangen met een vangkooi en daarna afgeschoten ter voorkoming van schade aan wateren en in het belang van de bescherming van wilde flora of fauna. Niet omdat er een gevaar was voor de mens.

Vraag 4.
Volgens voorwaarde 4 van de ontheffing moet er over de wijze waarop de escalatieladder wordt doorlopen gerapporteerd worden in de verplichte rapportage van de ontheffinghouder aan de provincie Limburg. Wanneer is de eerstvolgende rapportage? Bent u bereid die aan de Staten te zenden?


Antwoord.

De eerstvolgende rapportage van de Faunabeheereenheid Limburg over de uitvoering van het faunabeheerplan, waar ook over het doorlopen van de escalatieladder zal worden gerapporteerd, is in juli 2018. Deze zal aan Provinciale Staten worden toegezonden.

Vraag 5.
Is, zoals verplicht volgens voorwaarde 23 van de ontheffing, het doden van de bevers van tevoren gemeld aan de provincie? Zo ja, kunt u de Staten deze meldingen toezenden?


Antwoord.

Het doden van bevers is via e-mail gemeld door de Faunabeheereenheid Limburg.
In de jaarlijkse rapportage (zie vraag 4) zullen deze meldingen geanonimiseerd worden opgenomen.

Vraag 6.
Volgens toezegging T8134 van gedeputeerde Mackus wordt er onderzocht of er alternatieve methoden zijn voor het continue verwijderen, dan wel voorkomen, van beverdammen, bijvoorbeeld het initiatief van de Zoogdiervereniging. Wat is de stand van zaken van dit initiatief en heeft het College nog gezocht naar
meerdere alternatieven?


Antwoord.

Samen met het Waterschap Limburg en de Faunabeheereenheid Limburg hebben wij de Zoogdiervereniging gevraagd om een projectvoorstel te schrijven waar als proef op minimaal vijf locaties maatregelen worden genomen die ervoor moeten zorgen dat bevers geen dammen bouwen. In februari 2018 zal dit voorstel worden voorgelegd en wordt besloten of de proef haalbaar is. Het Waterschap
Limburg is begonnen met de inzet van beverwachters die de regiobeheerders ondersteunen door het peil bij beverdammen in te gaten te houden en zo nodig de dam te verlagen. Met fruittelers zijn wij bezig om geschikte werende voorzieningen aangelegd te krijgen.

Vraag 7.
Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat het afbreken van beverdammen een curatieve maatregel is en geen preventieve maatregel? Zo ja, welke preventieve maatregelen zijn er genomen?


Antwoord.

Het verwijderen van beverdammen is inderdaad een curatieve maatregel als opgestuwd water de achterliggende landbouwgrond onder water heeft gezet waardoor natschade is ontstaan. Het afbreken van dammen kan echter ook een preventieve maatregel zijn om te voorkómen dat agrarische percelen te
nat worden, wanneer er tijdig tot actie wordt overgegaan. Ook kan het preventief verwijderen van dammen ervoor zorgen dat bevers zich niet definitief vestigen in een gebied. Naast het tijdig verlagen van dammen zijn ook preventieve maatregelen genomen in de vorm van het plaatsen van rasters.

Vraag 8.
Tijdens de RLN commissiebehandeling op 6-10-17 jl. gaf gedeputeerde Mackus aan dat als er meerdere beleidsdoelen gecombineerd kunnen worden, zoals het realiseren van natuur en behoud leefgebied van de bever er gronden aangekocht kunnen worden door de provincie. Heeft de provincie al gronden aangekocht voor bovenstaand doel, en/of bestaan er concrete plannen? Zo ja, (voor) hoeveel hectare?


Antwoord.

Ja. Hiervan zijn diverse voorbeelden. In het gebied de Vuilbemden zijn goud- en zilvergroene gronden herbegrensd waardoor het verwijderen van dammen door het Waterschap Limburg in de Leigraaf niet meer nodig is. Het hierdoor gerealiseerde natuurgebied mag verder vernatten waarmee het leefgebied voor de bever is vergroot. Zowel langs de Vlootbeek als langs de Oostrumse beek worden een aantal
gronden door het Waterschap Limburg aangekocht die zonder het continue verwijderen van dammen van bevers zouden vernatten. Deze gronden krijgen vervolgens de status goudgroene natuur. Het gaat totaal om 8,2 ha.

Vraag 9.
Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat de provincie een onafhankelijke deskundige, zoals naar het voorbeeld van de Duitse “Biberberater, dient aan te wijzen die advies moet geven bij problemen met bevers zoals vraatschade, het bouwen van dammen etc?


Antwoord.

Het Waterschap Limburg handelt klachten af die te maken hebben met een veranderde waterhuishouding, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van de bever in hun watergangen. De Provincie Limburg behandelt klachten van particulieren die gaan over wilde dieren, zoals de bever. Indien nodig wordt daarbij een beroep gedaan op onafhankelijke deskundigen. Deze aanpak wijkt niet veel af van de
Duitse aanpak.

Vraag 10.
Werden of worden er in de toekomst er bij de zogenaamde natschade bij agrariërs ook bevers doodgeschoten? Zo ja, onder welke condities?


Antwoord.

Vraatschade aan bomen of agrarische gewassen is op grond van het faunabeheerplan geen belang op grond waarvan bevers mogen worden gedood. Buiten kansrijk gebied is het mogelijk dat bevers worden doodgeschoten. Binnen de escalatieladder moeten eerst alternatieven zijn verkend en uitgevoerd voor tot
doden mag worden overgegaan zoals het verwijderen van geschikte voedselbronnen, het verwijderen van beverburchten of oeverholen en het verwijderen van de dam. Als er een nieuwe dam wordt
opgebouwd op de oude plek of binnen 500 meter ervandaan, en deze weer tot natschade leidt, mag de bever worden gedood. Het wettelijke belang voor het doden is hier “schade aan wateren”.

Vraag 11.
Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat de bever een sleutelsoort is die een gunstige biotoop creëert voor vele andere organismen en dat er voor zo’n sleutelsoort een hoge beschermingsdrempel geldt omdat ook heel veel andere soorten problemen ondervinden als er een bever(populatie) wordt
doodgeschoten?


Antwoord.

Deze mening delen wij. Het doden wordt slechts toegestaan wanneer andere bevredigende oplossingen in redelijkheid niet voorhanden zijn.



Gedeputeerde Staten van Limburg