Schrif­te­lijke vragen Grote mest­fraude in Limburg



Geacht College,

Blijkens uitgebreide berichtgeving in de media (o.m.) is het Openbaar Ministerie in Limburg op het spoor gekomen van een van de grootste mestfraudes ooit. Een sleutelrol wordt daarbij gespeeld door een bepaald agrarisch adviesbureau.

1) Is GS bekend met de berichten over een zeer grote mestfraude, waarbij een Limburgs agrarisch adviesbureau een sleutelrol speelt?

2) Deelt GS de opvatting van een transporteur, aangehaald in de berichten van L1Limburg (refererend aan het adviesbureau waar de invallen door het OM zijn gedaan): De transporteur snapt wel dat er boeren zijn die meegaan in de mestfraude. "80 procent van hun klandizie bestaat uit varkensboeren en ik denk dat de helft van die boeren er niet meer geweest was als ze het niet gedaan hadden.”

3) Ook het landelijk Openbaar Ministerie heeft, zeer opmerkelijk, publiekelijk stelling genomen dat strafrechtelijke bestrijding van de huidige grootschalige mestfraude dweilen met de kraan open is, en alleen verkleining van de veestapel helpt https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/12/minder-mestfraude-dat-is-dus-minder-vee-a2754958 Zit het OM er volgens GS naast?

4) Nu een dergelijke grootschalige mestfraude nog vóórkomt, bijna een jaar na de aankondiging van een “harde aanpak” door minister Schouten, in samenwerking met de sector: is die landelijke aanpak nog geloofwaardig?

5) Worden er, zoals in de aanpak-Schouten aangekondigd, inmiddels door de provincie subsidies teruggevorderd van frauderende ondernemers? Zo ja, bij hoeveel ondernemers?

6) Erkent GS dat voortgaande mestfraude ernstige gevolgen heeft voor de kwaliteit van bodem, water en (aldaar) levende planten, dieren en organismen?

7) Is GS met de Partij voor de Dieren van mening dat die planten en dieren rechten hebben? Zo nee, waarom niet?

8) Leidt een kleinere veestapel in beginsel tot een kleiner mestoverschot? En een geringere prikkel om te frauderen?

9) Welke stappen gaat GS ondernemen om de Limburgse veestapel te verkleinen?

Namens een schone en levensvatbare Limburgse leefomgeving, en het aldaar voorkomende leven,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 9 jan. 2019

Vraag 1. Is GS bekend met de berichten over een zeer grote mestfraude, waarbij een Limburgs agrarisch adviesbureau een sleutelrol speelt?

Antwoord.
Ja, het college heeft kennisgenomen van de berichten in de media. Hierbij wordt ter volledigheid de kanttekening geplaatst dat er sprake is van een onderzoek.

Vraag 2. Deelt GS de opvatting van een transporteur, aangehaald in de berichten van L1Limburg (refererend aan het adviesbureau waar de invallen door het OM zijn gedaan): De transporteur snapt wel dat er boeren zijn die meegaan in de mestfraude. "80 procent van hun klandizie bestaat uit varkensboeren en ik denk dat de helft van die boeren er niet meer geweest was als ze het niet gedaan hadden."

Antwoord.
Het college is zich bewust van het gegeven dat er (nog) geen evenwicht is tussen mestproductie en duurzame mestafzetmogelijkheden en de problematiek die dit met zich mee kan brengen voor agrariërs. Het college is van mening dat in geen geval en onder geen enkele omstandigheid fraude acceptabel is.

Vraag 3. Ook het landelijk Openbaar Ministerie heeft, zeer opmerkelijk, publiekelijk stelling genomen dat strafrechtelijke bestrijding van de huidige grootschalige mestfraude dweilen met de kraan open is, en alleen verkleining van de veestapel helpt https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/12/minder-mestfraude-dat-is-dus-minder-vee-a2754958 Zit het OM er volgens GS naast?

Antwoord.
Het Openbaar Ministerie heeft een eigen verantwoordelijkheid en maakt haar eigen afwegingen. Het is niet aan ons college om daar over te oordelen.

Vraag 4. Nu een dergelijke grootschalige mestfraude nog vóórkomt, bijna een jaar na de aankondiging van een "harde aanpak" door minister Schouten, in samenwerking met de sector: is die landelijke aanpak nog geloofwaardig?

Antwoord.
Eind september heeft de minister van LNV de versterkte handhavingsstrategie mest naar de Kamer gestuurd. In deze strategie wordt een mix van maatregelen beschreven om overtredingen bij de aanwending, transport en verwerking van mest aan te pakken en uit te bannen. Maatregelen die genoemd worden zijn onder andere het certificeringssysteem dat medio volgend jaar klaar moet zijn, het
vereenvoudigen van de vigerende wetgeving op wat langere termijn, maar bijvoorbeeld ook gebiedsgericht handhaven in een aantal geselecteerde gebieden, waaronder De Peel, waarbij alle betrokken partijen gericht samenwerken bij het voorbereiden en uitvoeren van toezichtscontroles. De aangehaalde versterkte handhavingsstrategie ligt ter informatie bij de Statengriffie.

Vraag 5. Worden er, zoals in de aanpak-Schouten aangekondigd, inmiddels door de provincie subsidies teruggevorderd van frauderende ondernemers? Zo ja, bij hoeveel ondernemers?

Antwoord.
In het kader van POP3 2014-2020 (Plattelandontwikkelingsprogramma) zijn er geen frauduleuze gevallen bekend. Hierbij kan worden opgemerkt dat pas sprake is van fraude indien dit onherroepelijk door een rechter is vastgesteld. Terugvorderen van subsidie(s) in dit verband kan indien de fraude de subsidierelatie betreft, maar is nu hier niet aan de orde.

Vraag 6. Erkent GS dat voortgaande mestfraude ernstige gevolgen heeft voor de kwaliteit van bodem, water en (aldaar) levende planten, dieren en organismen?

Vraag 7. Is GS met de Partij voor de Dieren van mening dat die planten en dieren rechten hebben? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 6 en 7.
Door overbemesting worden met de meststoffen meer mineralen aangevoerd dan door de planten kan worden opgenomen. Overbemesting in grote hoeveelheden is niet alleen schadelijk voor gewassen en organismen maar is ook schadelijk voor mens en milieu vanwege het transport van te veel mineralen naar de bodem, het grondwater (denk aan winnen van drinkwater), het oppervlaktewater en de lucht
(ammoniak en lachgas). Om die reden kennen wij in Nederland regelgeving om dierwelzijn te bevorderen en plant en diersoorten alsmede onze drinkwatervoorziening te beschermen.

Vraag 8. Leidt een kleinere veestapel in beginsel tot een kleiner mestoverschot? En een geringere prikkel om te frauderen?

Antwoord.
De stelling dat een kleinere veestapel leidt tot een kleiner mestoverschot is correct als de plaatsingsruimte van mest gelijk blijft en andere toepassingsmogelijkheden (denk bijvoorbeeld aan mestverwerking en export) eveneens gelijk blijven.
Het verder ontwikkelen van meer (grootschalige) mestverwerkingsinstallaties, hetgeen overigens ook op lokale schaal veelal op weerstand stuit, zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan het inperken van het mestoverschot en daarmee een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de fraudegevoeligheid in de sector.

Vraag 9. Welke stappen gaat GS ondernemen om de Limburgse veestapel te verkleinen?

Antwoord.
Het verkleinen van de veestapel is geen doel van ons college. Wel zal met behulp van de door het kabinet landelijk toegekende middelen (€ 120 miljoen) ten behoeve van het saneren en beëindigen van varkenshouderijen komend jaar een start kunnen worden gemaakt met het verminderen van het aantal varkensrechten door deze op te kopen binnen de provincie Limburg. Inzet hierbij is dit te realiseren door
het (vrijwillig) beëindigen van locaties van varkensbedrijven met een grote geurimpact voor omwonenden. Het college steunt deze aanpak vanuit het gestelde doel om de geuroverlast van de veehouderij voor omwonenden te verminderen op plekken waar onwenselijke situaties ontstaan. Wij zien het als taak van ons college om het draagvlak voor mestverwerking en de uitvoering daarvan te bevorderen.



Gedeputeerde Staten van Limburg



voorzitter



secretaris