Schrif­te­lijke vragen geluids­ver­storing door helicop­ter­vluchten Heuvelland


Heerlen, 4 mei 2018

Geacht College,

Op zondag 29 april jl. zijn er ’s middags continu helicoptervluchten geweest, georganiseerd door PLUS-supermarkten, rond Bemelen en het Amerikaans kerkhof bij Margraten. Deze vluchten gingen ook over een Natura 2000 gebied (Bemelerberg & Schiepersberg) goudgroene natuur, stiltegebieden en vonden in het broedseizoen plaats. Omwonenden hebben geklaagd bij het KICL, waar ze te horen kregen dat de provincie hiervoor vergunning had verleend.

1) Kunt u de Staten de verleende vergunning voor de helicoptervluchten rond Bemelen en Margraten toezenden?

2) Volgens de beleidsregels voor TUG-ontheffingen https://www.limburg.nl/loket/vergunningen-0/vergunningen-1/@1854/wet-luchtvaart/ mag de locatie niet in EHS, stiltegebied of Natura 2000 gebied gelegen zijn, en wordt het belang van de vluchten afgewogen tegen de geluidsoverlast voor omwonenden en het belang voor natuur en milieu in de omgeving, in het bijzonder goudgroene natuur, Natura 2000, stiltegebieden en broedseizoen. Op welke wijze heeft deze afweging in dit geval plaats gevonden?

3) Is voor deze activiteit een voortoets Wet natuurbescherming verricht? Zo niet, hoe kan worden uitgesloten dat er negatieve effecten zijn/waren op het Natura 2000 gebied, en broedplaatsen van vogels die in het broedseizoen strikt beschermd zijn?

In de omgeving zijn meerdere stiltegebieden. Daarin is vanwege de Omgevingsverordening Limburg (o.m.) het gebruik van modelvliegtuigen verboden. Het POL zegt dat in stiltegebieden een geluidsniveau van max. 40 dB(A) gehandhaafd moet worden. Het op de grond ervaren geluid van helicopters op 500 en 1000 voet hoogte bedraagt respectievelijk 87 en 78 decibel (gegevens v/d Helicopter Association International).

4) Is te verwachten dat het op de grond ervaren geluid van de helicoptervluchten, zoals die op 29 april hebben plaats gevonden, groter is dan dat van een modelvliegtuig? Kan worden uitgesloten dat op die dag de norm van 40 decibel voor stiltegebieden is geschonden?

5) Zo niet, is er door de organisator van de vluchten een ontheffing van de Omgevingsverordening vanwege de stiltegebieden aangevraagd, en verleend? Zo niet, gaat GS in deze kwestie handhavend optreden?

Een groot deel van het Heuvelland is als stiltegebied aangewezen, waardoor o.a. het gebruik van motorisch aangedreven werktuigen, geluidsapparaten en –versterkers en vuurwerk direct verboden is, en voor andere activiteiten een maximum geluidsniveau van 40 dB(A) moet worden gehandhaafd.

6) Hoeveel ontheffingen zijn in 2017 voor de stiltegebieden in het Heuvelland verleend?

7) Hoeveel fte zijn er beschikbaar voor toezicht en handhaving van het stiltegebiedenbeleid? Is dit voldoende om het beleid te handhaven?

8) Vindt GS handhaving van het stiltegebiedenbeleid van belang voorde toeristische aantrekkelijkheid van het Heuvelland?

9) Op welke manier kunnen gebiedspartners in het Heuvelland, zoals terreinbeheerders, ingeschakeld worden voor toezicht? Is GS van plan dit te gaan doen, en acht GS dit geloofwaardig als de eigen capaciteit voor toezicht en handhaving niet wordt uitgebreid?

Wij hopen dat het antwoord op deze vragen een bijdrage kan leveren aan de rust voor bewoners en bezoekers van het Heuvelland,

Met vriendelijke groet

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 28 jun. 2018

Vraag 1.
Op zondag 29 april jl. zijn er ’s middags continu helicoptervluchten geweest, georganiseerd door PLUSsupermarkten, rond Bemelen en het Amerikaans kerkhof bij Margraten. Deze vluchten gingen ook over een Natura 2000 gebied (Bemelerberg & Schiepersberg) goudgroene natuur, stiltegebieden en vonden het broedseizoen plaats. Omwonenden hebben geklaagd bij het KICL, waar ze te horen kregen dat de provincie hiervoor vergunning had verleend.

Kunt u de Staten de verleende vergunning voor de helicoptervluchten rond Bemelen en Margraten toezenden?

Antwoord.
Op grond van artikel 8a.51 Wet luchtvaart heeft Gedeputeerde Staten op 23 april 2018 een ontheffing verleend in het kader van tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) voor het opstijgen en landen op een terrein in Scheulder, gemeente Eijsden-Margraten. De verleende TUG-ontheffing is als bijlage 2 toegevoegd.

Vraag 2.
Volgens de beleidsregels voor TUG-ontheffingen https://www.limburg.nl/loket/v... mag de locatie niet in EHS, stiltegebied of Natura 2000 gebied gelegen zijn, en wordt het belang van de vluchten afgewogen tegen de geluidsoverlast voor omwonenden en het belang voor natuur en milieu in de omgeving, in het bijzonder goudgroene natuur, Natura 2000, stiltegebieden en broedseizoen. Op welke wijze heeft deze afweging in dit geval plaats gevonden?


Antwoord.

Aan de hand van de, in het aanvraagformulier, opgegeven locatie wordt beoordeeld of de opstijg- en landingslocatie past binnen de, in het beleid, vastgestelde kaders. De gebieden waarbinnen een TUGontheffing (niet) verleend kan worden zijn te vinden op de provinciale website . Getoetst wordt of de aanvraag past binnen het door Gedeputeerde Staten vastgesteld beleid “Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaart provincie Limburg”. In dit specifieke geval is het betreffende terrein waarvoor ontheffing is verleend: 1 - niet gelegen binnen een EHS- gebied, stiltegebied of Natura 2000 gebied dan wel in een zone van 100 meter rondom deze gebieden; - een leegstaand grasveld. Gezien de aanvraag strookt met het beleid en het feit dat het een incidentele activiteit betrof, was er geen grond om deze ontheffing te weigeren.

Vraag 3.
Is voor deze activiteit een voortoets Wet natuurbescherming verricht? Zo niet, hoe kan worden uitgesloten dat er negatieve effecten zijn/waren op het Natura 2000 gebied, en broedplaatsen van vogels die in het broedseizoen strikt beschermd zijn?


Antwoord.

Tijdens de beoordeling van een TUG aanvraag kan vanuit de Wet luchtvaart alleen een beoordeling plaatsvinden over de opstijg- en landingslocatie. Het Rijk is bevoegd voor het luchtruim en daarmee ook voor het vliegen.

Het is in de natuurwetgeving zo dat veel verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de initiatiefnemer, die zelf moet nagaan welke gevolgen zijn initiatief kan hebben voor beschermde natuurwaarden binnen het kader van de Wnb. Daarbij gaat het om eventuele gevolgen ten aanzien van gebiedsbescherming (Natura 2000) en soortenbescherming (flora en fauna).

De locatie gaf geen aanleiding voor een voortoets/quickscan in het kader van de soortenbescherming onder de Wnb. Uit de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna is gebleken dat er terecht geen voortoets is uitgevoerd. Een voortoets in het kader van de Wnb voor specifiek gebiedsbescherming is niet nodig geacht, omdat de opstijg- en landingslocaties meer dan 500 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Geuldal’ is gelegen. Negatieve effecten zoals geluid, oppervlakte verlies, optische verstoring en dergelijke zijn niet relevant zodra de activiteit op meer dan 500 meter van een Natura 2000-gebied plaatsvindt.

Vraag 4.
In de omgeving zijn meerdere stiltegebieden. Daarin is vanwege de Omgevingsverordening Limburg (o.m.) het gebruik van modelvliegtuigen verboden. Het POL zegt dat in stiltegebieden een geluidsniveau van max. 40 dB(A) gehandhaafd moet worden. Het op de grond ervaren geluid van helicopters op 500 en 1000 voet hoogte bedraagt respectievelijk 87 en 78 decibel (gegevens v/d Helicopter Association International).

Is te verwachten dat het op de grond ervaren geluid van de helicoptervluchten, zoals die op 29 april hebben plaats gevonden, groter is dan dat van een modelvliegtuig? Kan worden uitgesloten dat op die dag de norm van 40 decibel voor stiltegebieden is geschonden?


Antwoord.

Hoewel de opstijg- en landingslocatie conform vast beleid niet binnen een stiltegebied gelegen was, kan door ons college niet worden uitgesloten dat bij de helikoptervluchten op 29 april jl. de aangehaalde norm van 40 decibel binnen enig stiltegebied is overschreden. Relevant is echter dat, anders dan voor modelvliegtuigen, in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OVL 2014) geen beperkingen zijn gesteld aan het gebruik van vliegtuigen en helikopters boven of in een stiltegebied. Dat laatste betekent dat in voorkomend geval dat bij helikoptervluchten de norm van 40 decibel binnen enig stiltegebied mocht zijn overschreden, geen sprake is van het overtreden van de OVL 2014.

Tevens dient benadrukt te worden dat de bevoegdheid over de vliegroute niet bij Gedeputeerde Staten ligt, maar bij het ministerie van I&W. Gedeputeerde Staten kunnen daarom ook enkel handhaven op de bepalingen die zien op het opstijgen en landen (aantallen, tijdstippen etc.)

Vraag 5.
Zo niet, is er door de organisator van de vluchten een ontheffing van de Omgevingsverordening vanwege de stiltegebieden aangevraagd, en verleend? Zo niet, gaat GS in deze kwestie handhavend optreden?


Antwoord.

Nu er in de OVL 2014 geen beperkingen zijn gesteld aan het gebruik van helikopters boven of in een stiltegebied, bestond er voor de organisator van de helikoptervluchten geen aanleiding om een zgn. stiltegebiedsontheffing aan te vragen en bestaat er voor ons college geen grond voor enig handhavend optreden in dit verband.

Vraag 6.
Een groot deel van het Heuvelland is als stiltegebied aangewezen, waardoor o.a. het gebruik van motorisch aangedreven werktuigen, geluidsapparaten en –versterkers en vuurwerk direct verboden is, en voor andere activiteiten een maximum geluidsniveau van 40 dB(A) moet worden gehandhaafd.

Hoeveel ontheffingen zijn in 2017 voor de stiltegebieden in het Heuvelland verleend?


Antwoord.

Er is in 2017 één ontheffing stiltegebieden verleend ten behoeve van benodigde werkzaamheden aan een brandstoftransportleiding, in het stiltegebied ten zuiden van “Mheer-Noorbeek”.

Vraag 7.
Hoeveel fte zijn er beschikbaar voor toezicht en handhaving van het stiltegebiedenbeleid? Is dit voldoende om het beleid te handhaven?


Antwoord.

Voor het toezicht op de naleving van de voorschriften in de OVL 2014 met betrekking tot milieubeschermingsgebieden in Limburg, waaronder stiltegebieden, is 0,5 werkdag per week aan capaciteit beschikbaar. Daarnaast is de benodigde capaciteit beschikbaar voor het afhandelen van meldingen, klachten en eventuele verzoeken om handhavend optreden in dit verband. In de praktijk is deze capaciteit als geheel voldoende voor toezicht en handhaving van het stiltegebiedenbeleid.

Vraag 8.
Vindt GS handhaving van het stiltegebiedenbeleid van belang voor de toeristische aantrekkelijkheid van het Heuvelland?


Antwoord.

Ja, het toezicht op de naleving van de voorschriften in de OVL 2014 met betrekking tot stiltegebieden en handhavend optreden tegen geconstateerde overtredingen, is onder meer van belang voor de toeristische aantrekkelijkheid van het Heuvelland.

Bij de laatste evaluatie van het stiltegebiedenbeleid 2016 kwam naar voren dat er geen behoefte is aan ander/nieuw beleid of beleidsregels. Er zijn regels gesteld aan activiteiten in stiltegebieden en daar hebben “gebruikers van het stiltegebied” zich aan te houden. Daarnaast hebben we handhavingscapaciteit om waar nodig te handhaven.

Vraag 9.
Op welke manier kunnen gebiedspartners in het Heuvelland, zoals terreinbeheerders, ingeschakeld worden voor toezicht? Is GS van plan dit te gaan doen, en acht GS dit geloofwaardig als de eigen capaciteit voor toezicht en handhaving niet wordt uitgebreid?


Antwoord.

Gebiedspartners in het Heuvelland kunnen als eenieder een bijdrage (blijven) leveren aan het nalevingstoezicht in relatie tot stiltegebieden, door (mogelijke) overtredingen van de OVL 2014 bij ons te melden. Voor een adequaat nalevingstoezicht in dit verband is immers niet alleen ons college
verantwoordelijk, maar rust een medeverantwoordelijkheid op de (handhavings)partners en burgers. Slechts gezamenlijk kan invulling worden gegeven aan een adequaat nalevingstoezicht ten aanzien van stiltegebieden binnen en buiten het Heuvelland en daarmee aan de geloofwaardigheid van het
stiltegebiedenbeleid. Overigens wordt in het kader van de Groene Regie momenteel gewerkt aan het maken van afspraken om in gezamenlijkheid met de (handhavings)partners de effectiviteit van toezicht en handhaving te vergroten.


Gedeputeerde Staten van Limburg