Schrif­te­lijke vragen ex art. 39 RvO inzake ‘Grond­spe­cu­latie, bomenkap en vrien­den­diensten: zo krijg je een droomhuis in Limburg’ - Ruimte voor Ruimte Limburg


Indiendatum: mei 2020

Geacht College,

Met verbazing hebben wij kennisgenomen van het artikel ‘Grondspeculatie, bomenkap en vriendendiensten: zo krijg je een droomhuis in Limburg’ d.d. NRC Handelsblad 22 mei 2020. Reeds in oktober 2010 was de Ruimte voor Ruimte regeling aanleiding voor een rapport van de Zuidelijke Rekenkamer, waarin werd geconcludeerd dat de provincie onvoldoende stappen heeft gezet om sturing te geven aan het proces ‘door het formuleren van een doelstelling zonder een toereikend instrumentarium om invloed uit te kunnen oefenen op de realisatie van die doelstelling’.

Tien jaar later leiden de conclusies van het onderzoek van NRC en De Limburger opnieuw tot zorgen over Ruimte voor Ruimte in Limburg, de dubbele rol van de provincie als enige aandeelhouder van de BV in relatie tot haar eigen rol op het gebied van ruimtelijke ordening en de sturing op het behalen van de originele doelstelling van de Ruimte voor Ruimte regeling: het krimpen van de veestapel en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en vitaliteit van het buitengebied. Dit leidt tot de volgende vragen:

Vraag 1) Wat is de algehele opvatting van het College van GS over het resultaat van de Ruimte voor Ruimte regeling ten opzichte van de originele doelstelling: het verlagen van dieraantallen, verminderen van de uitstoot van stikstof en fosfaat en het tegengaan van de verrommeling/verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied (‘minder stenen, minder varkens’)?

In het artikel wordt gesteld dat Ruimte voor Ruimte BV om 36,3 miljoen euro sloopsubsidie terug te verdienen, 93 miljoen euro aan ,,project- en organisatiekosten” maakte, terwijl budgetneutraliteit bij aanvang het centrale uitgangspunt was van de RvR-gedachte.

Vraag 2) Wat is de opvatting van het College van GS over de gemaakte kosten in relatie tot het behalen van de doelstelling?

Vraag 3) Kunt u ons een overzicht geven van de organisatie- en operationele kosten van Ruimte voor Ruimte BV, vanaf de start tot en met 2020, uitgesplitst per jaar?

Vraag 4) Kunt u inzicht bieden in de kosten voor advies en personeel (zowel detachering vanuit de provincie als in dienst van/in opdracht van Ruimte voor Ruimte BV), deze uitsplitsen per opdracht en (rechts)persoon en deze, in het geval van privépersonen vertrouwelijk, ter inzage leggen voor Provinciale Staten?

In het artikel wordt gesteld dat de uitvoering van de Ruimte voor Ruimteregeling gepaard ging met grootschalige speculatie met grond en partijen daardoor miljoenen euro’s konden verdienen aan het opdrijven van prijzen.

Vraag 5) Was u op de hoogte van deze grootschalige grondspeculatie? Zo ja, vanaf wanneer? Wat heeft u gedaan om grondspeculatie tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

In het artikel wordt gesproken over “op een creatieve manier de aanbestedingswetgeving buiten werking stellen”. Via verkoopovereenkomsten worden werkzaamheden die openbaar aanbesteed hadden moeten worden, gegund aan de verkoper van de grond. Ook is niet transparant hoe andere opdrachten verdeeld werden.

Vraag 6) Was de provincie op de hoogte van deze handelswijze? Zo ja, vanaf wanneer? Wat heeft de provincie gedaan om meer transparantie te creëren bij het verdelen van opdrachten?

Vraag 7) Wat was de rol van de provincie en/of het College van GS in relatie tot de transacties van Ruimte voor Ruimte BV? Hoe verhoudt zich deze rol c.q. betrokkenheid tot het al dan niet volgen van de aanbestedingswetgeving?

Vraag 8) Wat is de mening van het College over de suggestie dat in strijd met de aanbestedingswetgeving is gehandeld?

In het krantenartikel komt een voorbeeld aan bod waarin een stuk natuurgebied grenzend aan de Beegderheide door een aannemer aan Ruimte voor Ruimte Limburg wordt verkocht. Ruimte voor Ruimte Limburg kapt het bos, laat de natuurbescherming veranderen in woonbestemming en verkoopt de grond terug aan de aannemer.

Vraag 9) Was het deze aannemer zonder Ruimte voor Ruimte Limburg ook gelukt om de bestemming te wijzigen van natuur naar wonen?

Vraag 10) Hoe verhoudt zich deze handelswijze tot de provinciale rol op het gebied van ruimtelijke ordening, toezicht en natuurbescherming? Kunt u inzicht bieden in hoe in deze specifieke casus is omgegaan met de verschillende rollen van de provincie in relatie tot haar rol van aandeelhouder van Ruimte voor Ruimte Limburg?

Vraag 11) Zijn er meer van deze casussen bekend, of hebben vergelijkbare procedures vaker plaatsgevonden? Zo ja, kunt u een inschatting maken van hoeveel hectaren natuur op deze manier verloren zijn gegaan en daarbij aangeven of het gaat om goudgroene, zilvergroene of bronsgroene natuur?

De Zuidelijke Rekenkamer concludeert in 2010 dat ‘hoewel PS structureel en uitgebreid zijn geïnformeerd, deze informatie naar de mening van de rekenkamer echter van onvoldoende kwaliteit is en onvoldoende volledig, consistent en begrijpelijk’.

Vraag 12) Waarom houden de voortgangsrapportages, waartoe de Staten per motie naar aanleiding van dit onderzoek besluiten, na 2012 op?

Vraag 13) Deelt u onze mening dat Provinciale Staten tot op dit moment weliswaar over de liquiditeitspositie en financiële resultaten, waaronder de verkoop van kavels van de Ruimte voor Ruimte regeling zijn geïnformeerd, maar dat de algehele reflectie en informatie ten aanzien van de doelstelling het verminderen van stikstof en fosfaat en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, ontbreekt?

Vraag 14) Hoe ziet de Ruimte voor Ruimte regeling er in andere provincies uit? Hoe verhoudt het Limburgse resultaat zich tot dat van andere provincies?

Vraag 15) Bent u bereid een onafhankelijke beleidsevaluatie uit te laten voeren naar de effectiviteit, efficiëntie en rechtmatigheid van de Ruimte voor Ruimte regeling ten einde hier lering uit te trekken voor nieuwe saneringen en/of het aanvalsplan stikstof?

In het artikel lezen wij: “De aandeelhouder, het provinciebestuur, heeft de ambities verder opgeschroefd om de verkoop te versnellen. Ruimte voor Ruimte mag naast droomhuizen ook kavels gaan verkopen voor zorgcomplexen, appartementen en zonne-energieparken.” In de mededeling portefeuillehouder van gedeputeerde Koopmans d.d. 21 mei wordt naar aanleiding van vragen van Statenlid Van Wageningen over de opdracht aan Ruimte voor Ruimte gesteld dat de provincie sinds 1 januari 2019 de enige aandeelhouder is van Ruimte voor Ruimte Limburg en ‘RvR vanaf dat moment de ruimte is geboden om duurzaamheidsontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de opwekking van zonne-energie, en/of andere mogelijkheden te realiseren.” In het Statenvoorstel ‘Beëindiging samenwerking met Bouwfonds Property Development Ontwikkeling BV in de Ruimte voor Ruimte Limburg C.V. en de Ruimte voor Ruimte Limburg Beheer B.V (G-18-016)’ wordt echter op geen enkele manier gesproken over deze ruimte of opdracht aan Ruimte voor Ruimte BV. Behalve in de mededeling portefeuillehouder Brugman (GS2019/81927) over het verkennen mogelijkheden zonneweiden op provinciale gronden, zijn Provinciale Staten, voor zover ons bekend, niet geïnformeerd over deze wijziging in de rol van Ruimte voor Ruimte BV.

Vraag 16) Wie heeft tot de verruiming/aanpassing van de opdracht van Ruimte voor Ruimte BV besloten? Wanneer en met welk doel?

In de mededeling portefeuillehouder van 21 mei lezen wij dat Ruimte voor Ruimte “3 pilotlocaties gaat onderzoeken en ook buiten de 3 genoemde pilotlocaties de mogelijkheid is geboden om de haalbaarheid van duurzaamheidsontwikkelingen te onderzoeken.” Maar: “In de financiële vertaling is nog geen rekening gehouden met de kosten en baten van de aanvullende opgave en/of nieuwe initiatieven. Eén en ander zal zijn beslag pas krijgen zodra hierover meer zekerheid bestaat.”

Vraag 17) Het initiatief dat onderzocht wordt in Evertsoord betreft een oppervlakte van meer dan 100 hectare. Deelt u onze mening dat een initiatief van dergelijke omvang de term ‘pilot’ voorbijstreeft en er sprake is van een serieus initiatief, dat Ruimte voor Ruimte BV in opdracht van de provincie ontwikkelt? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de besluitvorming door Provinciale Staten?

Vraag 18) Welke kosten zijn er verbonden aan de onderzoeken van Ruimte voor Ruimte BV? Worden deze gefinancierd vanuit de organisatiekosten van Ruimte voor Ruimte BV, of uit de onderzoeksmiddelen van de Provinciale Energiestrategie?

We verzoeken u dringend deze vragen te beantwoorden voorafgaand aan de Statenvergadering die start op 12 juni.

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren Limburg

Indiendatum: mei 2020
Antwoorddatum: 11 jun. 2020

Vraag 1) Wat is de algehele opvatting van het College van GS over het resultaat van de Ruimte voor Ruimte regeling ten opzichte van de originele doelstelling: het verlagen van dieraantallen, verminderen van de uitstoot van stikstof en fosfaat en het tegengaan van de verrommeling/verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied (“minder stenen, minder varkens”)?

Het College is van mening dat de regeling een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het slopen van de stallen, het verlagen van de dieraantallen, het verminderen van de uitstoot van stikstof en fosfaat en het tegengaan van de verrommeling/verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied (“minder stenen, minder varkens”) en onderschrijft de conclusies zoals deze in 2005, door de toenmalige minister van LNV naar aanleiding van de evaluatie van de RBV en in 2007 door de toenmalige staatssecretaris van het toenmalige ministerie van VROM over de Ruimte voor Ruimte-regeling, aan de Tweede Kamer zijn gerapporteerd. De evaluatie en de rapportage zijn bijgevoegd (bijlagen 2a, 2b en 7).

“In het algemeen kan gesproken worden van een succesvolle regeling. Ongeveer 4500 merendeels kleinere bedrijven heeft aan de regeling deelgenomen. 64% van de verwachte hoeveelheid fosfaat is opgekocht. Hierdoor is het voor 2003 verwachte mestoverschot met 53,5% gedaald. Er is minder bedrijfsoppervlak gesloopt dan verwacht, desalniettemin kan gesproken worden van een substantiële bijdrage aan de ontstening”. - Brief, Minister van LNV aan Tweede Kamer, 2 mei 2005

“De RvR-regeling heeft goed gewerkt. Het heeft gezorgd voor een grotere deelname van agrariërs om definitief te stoppen met hun intensieve veehouderij en daarmee het versneld uit de markt halen van de mestrechten. Bovendien zorgt de sloop van circa 3 200 000 m2 aan stallen voor een vermindering van de verstening in het landelijk gebied. De woningen
zijn, of worden in de nabije toekomst gebouwd vooral in of aansluitend aan de bestaande bebouwing, waardoor een extra ruimtelijke kwaliteitswinst wordt geboekt. De RvR-regeling heeft daarmee mede aan de basis gestaan voor de bredere toepassing van de ruimte-voor-ruimte benadering. Hiermee zijn er meer mogelijkheden ontstaan voor functieverandering in het landelijk gebied ten gunste van een vitaal platteland met ruimtelijke kwaliteit.” - Brief Staatssecretaris van VROM aan Tweede Kamer, 6 februari 2007

Hierbij merken wij op, dat de Ruimte voor Ruimte-regeling naast de genoemde bijdragen ook een sterk economisch effect op de Limburgse economie heeft.

Zo komt bijvoorbeeld een belangrijk deel van de totale investeringen, die Ruimte voor Ruimte in de ontwikkeling van kavels steekt, rechtstreeks ten goede aan de Limburgse economie. Wij schatten dit deel op ruim € 106 mln. (zijnde de totale investeringen minus financieringskosten en de post onvoorzien).

Als we daarbij als uitgangspunt hanteren dat de 785 kopers bovenop de kavelprijs grofmazig geschat gemiddeld € 300.000 hebben geïnvesteerd of nog zullen investeren in zijn of haar nieuwbouwwoning op de verkregen Ruimte voor Ruimte-kavel, dan kunnen we stellen dat de kavelkopers daar nog eens een additionele € 235 miljoen aan investeringen aan hebben toegevoegd.

Bij elkaar opgeteld gaat het dan om een bijdrage van naar schatting € 341 mln. aan de Limburgse economie. Mede in het licht van daarvan wordt de regeling als positief beoordeeld.

Met de huidige vooruitzichten zijn deze investeringen voor de Provincie Limburg kostenneutraal gerealisseerd, aangezien de RBV-regeling voor de Provincie Limburg volledig betaald is, waarbij de kavelkopers verreweg het grootste aandeel hebben geleverd.

Vraag 2) In het artikel wordt gesteld dat RvR BV om € 36,3 mln sloopsubsidie terug te verdienen, € 93 mln aan “project- en organisatiekosten” maakte, terwijl budgetneutraliteit bij de aanvang het centrale uitgangspunt was van de RvR-gedachte.

Wat is de opvatting van het College van GS over de gemaakte kosten in relatie tot het behalen van de doelstelling?

Het College is van mening dat de kosten passen binnen het verdienmodel. Verwezen wordt naar de exploitatie als weergegeven bij de inleiding van deze nota. De terug te verdienen kosten omvatten daarbij niet alleen de organisatiekosten of de sloopkosten maar ook de kosten die nodig zijn om bijv. gronden te verwerven, te ontwikkelen, te verkopen en de bedrijfsactiviteiten te financieren.

Vraag 3) Kunt u ons een overzicht geven van de organisatie- en operationele kosten van Ruimte voor Ruimte BV, vanaf de start tot en met 2020, uitgesplitst per jaar?

Ja, de gevraagde gegevens in de meest actuele GREX en de jaarstukken, met het rapport van de Zuidelijke Rekenkamer van 2010 als markeringspunt, vanaf 2011 zijn voor u ter inzage gelegd (bijlage 8).

INVESTERINGEN

BEDRAG (€)

Investeringen in ontwikkeling kavels (door RvR 2e tranche)

129.752.305

-/- financieringskosten en onvoorzien

-23.510.427

Investeringen particuliere woningbouw (785 * € 300.000)

235.500.000

TOTAAL investeringen in Limburgse economie

341.741.878

Voor wat betreft de cumulatie wordt verwezen naar de exploitatie als weergegeven in de inleiding van deze nota. Als aandeelhouder stelt de Provincie Limburg de jaarstukken vast. In de jaarstukken komen de bedoelde kosten tot uitdrukking. De jaarstukken zijn daarbij voorzien van een accountantsverklaring.

Vraag 4) Kunt u inzicht bieden in de kosten voor advies en personeel (zowel detachering vanuit de provincie als in dienst van/in opdracht van Ruimte voor Ruimte BV), deze uitsplitsen per opdracht en (rechts)persoon en deze, in het geval van privépersonen vertrouwelijk, ter inzage leggen voor Provinciale Staten?

In aanvulling op ons antwoord bij vraag 3 en de ter inzage gelegde jaarstukken, merken wij op dat de organisatie van de RvR sinds 2019 (beëindiging samenwerking BPD) onder andere bestaat uit medewerkers van de Provincie die op basis van detachering werkzaamheden verrichten voor de BV. De Provincie heeft in 2019 € 370.555,78 (begroot 2020: € 380.991,32) inkomsten gehad uit deze detacheringen die dekkend zijn voor de salariskosten van de gedetacheerde medewerkers. Ook in 2020 zijn deze opbrengsten voor de provincie voorzien. De vergoeding van de medewerkers is conform CAP (Provincie cao).

Vraag 5) In het artikel wordt gesteld dat de uitvoering van de Ruimte voor Ruimte-regeling gepaard ging met grootschalige speculatie met grond en partijen daardoor miljoenen euro’s konden verdienen aan het opdrijven van prijzen.

Was u op de hoogte van deze grootschalige grondspeculatie? Zo ja, vanaf wanneer? Wat heeft u gedaan om grondspeculatie tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

De suggestie dat sprake was van grootschalige grondspeculatie delen wij niet. Op basis van de door RvR aan ons kenbaar gemaakte gerealiseerde grondkosten en verkoopopbrengsten, zien wij geen aanwijzingen dat deze niet marktconform zijn of waren.
In Nederland is grond schaars en daarom duur. (Rechts)personen kopen in het gehele land daarom (landbouw)grond die waarschijnlijk als bouwgrond gebruikt gaat worden. Ze hopen bij de verkoop dan een hogere prijs te ontvangen. Daarnaast kan de waarde tussen aan- en verkoop stijgen of dalen als gevolg van de doorlooptijd die de totstandkoming van een ontwikkeling kent, o.a. de planologische procedure.

Vraag 6) In het artikel wordt gesproken over “op een creatieve manier de aanbestedingswetgeving buiten werking stellen”. Via verkoopovereenkomsten worden werkzaamheden die openbaar aanbesteed hadden moeten worden, gegund aan de verkoper van de grond. Ook is niet transparant hoe andere opdrachten verdeeld werden.

Was de provincie op de hoogte van deze handelswijze? Zo ja, vanaf wanneer? Wat heeft de provincie gedaan om meer transparantie te creëren bij het verdelen van opdrachten?

Wij achten het als Provincie Limburg belangrijk dat conform de geldende kaders gehandeld wordt.
Bij het aangaan van de PPS, zoals ook is verwoord in artikel 26.5 van de Samenwerkingsovereenkomst Ruimte voor Ruimte II Limburg, voor u ter inzage gelegd (bijlage 4), is onderzocht en geconstateerd dat de onderneming niet aanbestedingsplichtig is.
Bij de beëindiging van de samenwerking met BPD heeft een onafhankelijke externe deskundige in opdracht van RvR en op basis van de statutaire doelstelling, de CV-overeenkomst en de feitelijke gegevens die RvR heeft verstrekt over de daadwerkelijke activiteiten van de BV en de positie van de BV op de markt geconcludeerd dat de BV zelf geen aanbestedende dienst is. Dat betekent dat de BV opdrachten voor diensten of leveringen die zij ten behoeve van zichzelf inkoopt niet (Europees) hoeft aan te besteden.

Vraag 7) Wat was de rol van de provincie en/of het College van GS in relatie tot de transacties van Ruimte voor Ruimte BV? Hoe verhoudt zich deze rol in c.q. betrokkenheid tot het al dan niet volgen van de aanbestedingswetgeving?

Aanvullend op het antwoord op vraag 6 merken wij op dat de Provincie Limburg sinds 1-1-2019 enig aandeelhouder van Ruimte voor Ruimte (RvR) Limburg Beheer BV is. Ruimte voor Ruimte (RvR) Limburg Beheer BV is de beherend vennoot van Ruimte voor Ruimte Limburg C.V. Standpuntbepaling als aandeelhouder gebeurt conform de Provinciewet door GS.

Het kader voor de BV is vastgelegd in de Statuten en de Samenwerkingsovereenkomst. Provincie Limburg ziet in haar rol als aandeelhouder toe op het handelen van de BV en beoordeelt en keurt de besluiten van het statutair bestuur overeenkomstig het kader goed of af.

Vraag 8) Wat is de mening van het College over de suggestie dat in strijd met de aanbestedingswetgeving is gehandeld?

Het College is van mening op basis van de Samenwerkingsovereenkomst, de gestelde kaders als ook de opgave zoals wij die ontvangen hebben van de directie van Ruimte voor Ruimte dat niet in strijd met aanbestedingswetgeving is gehandeld.

Vraag 9) In het krantenartikel komt een voorbeeld aan bod waarin een stuk natuurgebied grenzend aan de Beegderheide door een aannemer aan Ruimte voor Ruimte Limburg wordt verkocht. Ruimte voor Ruimte Limburg kapt het bos, laat de natuurbescherming veranderen in woonbestemming en verkoopt de grond terug aan de aannemer.

Was het deze aannemer zonder Ruimte voor Ruimte Limburg ook gelukt om de bestemming te wijzigen van natuur naar wonen?

Op deze vraag kunnen wij uw Staten geen antwoord geven anders dan dat dit de verantwoordelijkheid van de gemeente (in dit geval de voormalige gemeente Heel) betreft om te beoordelen. De gemeente beoordeelt of een ontwikkeling van een locatie vanuit ruimtelijk-planologisch oogpunt aanvaardbaar is en/of daarbij contingenten (in geval geen sprake is van Ruimte voor Ruimte kavels) ingezet worden om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij het initiatief afkomstig is van een projectontwikkelaar mogelijk te maken.

Provinciale Staten hebben in oktober 2000 de Partiële Streekplanherziening Noord- en Midden-Limburg Ruimte voor Ruimte vastgesteld. Hierin is onder andere beschreven welke locaties ruimtelijk aanvaardbaar zijn voor de bouw van RvR-woningen. Aan gemeenten is het de taak om via het opstellen van bestemmingsplannen deze Ruimte voor Ruimte-woningen planologisch mogelijk te maken. De Provincie ziet er dan op toe dat die bestemmingsplannen voldoen aan het geldende beleid. Dat is onze wettelijke taak op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

Vraag 10) Hoe verhoudt zich deze handelswijze tot de provinciale rol op het gebied van ruimtelijke ordening, toezicht en natuurbescherming? Kunt u inzicht bieden in hoe in deze specifieke casus is omgegaan met de verschillende rollen van de provincie in relatie tot haar rol van aandeelhouder van Ruimte voor Ruimte Limburg?

In aanvulling op ons antwoord op vraag 9 en hetgeen in de inleiding van deze nota ten aanzien van de verschillende rollen is geduid wordt opgemerkt dat de Provincie zich bewust is van de verschillende rollen. In het kader van de ruimtelijke ordening wordt toegezien of ontwikkelingen passen binnen provinciaal beleid.

Getoetst is in deze aan de “Beleidsregel Mitigatie en Compensatie Natuurwaarden” van 2005, thans de “Beleidsregel Natuurcompensatie” 2018, van de Provincie Limburg. Naar aanleiding van deze toets is door de Provincie Limburg, RvR en de Stichting Limburgs Landschap op 23 mei 2007 een compensatieovereenkomst getekend. Op basis daarvan heeft compensatie plaatsgevonden en is deze ook planologisch veiliggesteld. Volledigheidshalve wordt in dit kader tevens verwezen naar het rapport van de Zuidelijke Rekenkamer van 8-12-2009 inzake Natuurcompensatie Provincie Limburg.

Als aandeelhouder hebben wij bij brief van 19 december 2006 (kenmerk: 2006/57084) goedkeuring verleend aan de samenwerkingsovereenkomst, inclusief de exploitatie- en planschadeovereenkomst. Daarbij is RvR gewezen op het feit dat de afspraken inzake de natuurcompensatie voorafgaand aan de definitieve planologische procedures dienen te zijn vastgelegd.

Vraag 11) Zijn er meer van deze casussen bekend, of hebben vergelijkbare procedures vaker plaatsgevonden? Zo ja, kunt u een inschatting maken van hoeveel hectaren natuur op deze manier verloren zijn gegaan en daarbij aangeven of het gaat om goudgroene, zilvergroene of bronsgroene natuur?

Toetsing vindt plaats aan geldende beleidskaders. De door u genoemde casus voldoet aan de (destijds) geldende beleidskaders.

Vraag 12) De Zuidelijke Rekenkamer concludeert in 2010 dat ‘hoewel PS structureel en uitgebreid zijn geïnformeerd, deze informatie naar de mening van de rekenkamer echter van onvoldoende kwaliteit is en onvoldoende volledig, consistent en begrijpelijk’.

Waarom houden de voortgangsrapportages, waartoe de Staten per motie naar aanleiding van dit onderzoek besluiten, na 2012 op?

De aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer zijn voor wat betreft de voortgangsrapportages verankerd in het Coalitieakkoord 2011-2015. Op basis hiervan is besloten over het project niet meer afzonderlijk halfjaarlijks te rapporteren maar te rapporteren binnen de reguliere planning- en controlecyclus. Hierover bent u geïnformeerd op 16 februari 2012 met kenmerk 2012/6710 (bijlage 9).

Vraag 13) Deelt u onze mening dat Provinciale Staten tot op dit moment weliswaar over de liquiditeitspositie en financiële resultaten, waaronder de verkoop van kavels van de Ruimte voor Ruimte regeling zijn geïnformeerd, maar dat de algehele reflectie en informatie ten aanzien van de doelstelling het verminderen van stikstof en fosfaat en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, ontbreekt?

Nee die mening delen wij niet. We zijn graag bereid u de gevraagde informatie te verstrekken zoals we ook doen in deze beantwoording van uw vragen.
De RBV is als aangegeven in 2 tranches opengesteld. Over de afronding van de 1e tranche RBV bent u met onze brief van 25 juli 2009 met bijbehorende bijlage geïnformeerd (bijgevoegd 2c, 2d 2e). Voor wat betreft de algehele evaluatie van de RBV wordt verwezen naar de uitgevoerde evaluatie in 2005 als bijgevoegd (bijlage 2a en 2b).

De doelstelling van de huidige 2e tranche betreft derhalve het via de Ruimte voor Ruimte-regeling terugverdienen van de verstrekte sloopsubsidies door de verkoop van Ruimte voor Ruimte-kavels, derhalve wordt u hierover geïnformeerd.

“Bij de oprichting van de Ruimte voor Ruimte CV is besloten aan Provinciale Staten halfjaarlijks te rapporteren inzake de voortgang van het project. Conform het Coalitieakkoord 2011-2015 zal over het betreffende project niet meer afzonderlijk worden gerapporteerd, maar zal dit plaatshebben binnen de regulier planning- en controlecyclus.” 2012/6710

Vraag 14) Hoe ziet de Ruimte voor Ruimte regeling er in andere provincies uit? Hoe verhoudt het Limburgse resultaat zich tot dat van andere provincies?

Alle reconstructieprovincies kenden dezelfde kaderafspraken (Pact van Brakkenstein) en hebben ieder binnen die kaders hun eigen regionale uitwerking gegeven. Wat betreft de Ruimte voor Ruimte-regeling wordt verwezen naar de laatste rapportage, van de toenmalige staatssecretaris van het toenmalige ministerie van VROM van 6 februari 2007(bijlage 7).

Vraag 15) Bent u bereid een onafhankelijke beleidsevaluatie uit te laten voeren naar de effectiviteit, efficiëntie en rechtmatigheid van de Ruimte voor Ruimte regeling ten einde hier lering uit te trekking voor nieuwe saneringen en/of het aanvalsplan stikstof?

Ja hiertoe zijn we bereid. Een dergelijke evaluatie als ook de reeds bekende leerpunten zal ook in landelijke context meerdere doelen kunnen dienen. Zo geeft minister Schouten het stikstofreductieplan vorm in samenwerking met het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Wij zullen het uitvoeren van een beleidsevaluatie inbrengen in het eerstvolgende IPO-overleg.

Vraag 16) Wie heeft tot de verruiming/aanpassing van de opdracht van Ruimte voor Ruimte BV besloten? Wanneer en met welk doel?

Ons College heeft zoals aangegeven in de toelichting tot de bedoelde verruiming besloten en uw Staten hierover geïnformeerd met onze brief van 20 december 2018 met kenmerk 2018/83046 (bijlage 5a).

“In de huidige situatie waarin de vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen aantrekt wensen wij daarom niet meer onverkort vast te houden aan het indertijd berekende aantal van 785 grotere bouwkavels. In het in 2000 met de minister van Landbouw gesloten Pact van Brakkenstein is het aantal te bouwen compensatiewoningen voor Limburg bepaald op 900. Deze 900 willen wij vooralsnog als uitgangspunt hanteren. In overleg met de betreffende gemeenten in Noord- en Midden-Limburg willen we bezien in hoeverre deze willen inspelen op de vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen. Professor Brounen, heeft daar in zijn rapport, dat u bijgaand aantreft, een aantal voorstellen gedaan in de vorm van nieuwe actuele woonvormen voor bijvoorbeeld ouderen, huurders en zorgvragers. Daarbij zijn meerdere woningen per 1.000 m2 bouwkavel een optie. Naast de in het voorgaande genoemde diversificatie in woonvormen zijn daarbij voorstellen gedaan om nader te bezien in hoeverre bij Ruimte voor Ruimte ter beschikking zijnde gronden, die niet zijn te benutten voor woningbouw een transitie kunnen krijgen naar maatschappelijk gewenste functies, zoals ruimte voor duurzaamheidsontwikkelingen, bijvoorbeeld energieopwekking.” - d.d. 20-12-2018 (2018/83046)

Tot de verlenging van de termijn van het project tot 2020-2023 hadden uw Staten al eerder besloten (2012). Dit besluit met kenmerk 2012/39447 is voor de volledigheid ook bijgevoegd (bijlage 5b).
Met de mededeling van portefeuillehouder Brugman (2019/81927) en mededeling portefeuillehouder Koopmans (2020/21449) als bijgevoegd (bijlage 5c en 5d) bent u geïnformeerd over de inzet van in het bijzonder provinciale gronden voor de energietransitie en de verkenningen bij andere locaties. Wat betreft de provinciale gronden wordt ingezet op het uitvoeren van 3 pilots waarbij RvR als eerste aanzet is voor het uitvoeren van een verkenning naar de haalbaarheid.

“Door de Provincie Limburg als aandeelhouder is aangegeven dat geen onomkeerbare besluiten genomen mogen worden, dat investeringsvoorstellen ter goedkeuring aan de aandeelhouder moeten worden voorgelegd alsook dat de eisen ten aanzien van de toepassing van de zonneladder en draagvlak in de regio van groot belang wordt geacht.” - Mededeling portefeuillehouder Koopmans 2020/21449

Vraag 17) Het initiatief dat onderzocht wordt in Evertsoord betreft een oppervlakte van meer dan 100 hectare. Deelt u onze mening dat een initiatief van dergelijke omvang de term “pilot” voorbijstreeft en er sprake is van een serieus initiatief, dat Ruimte voor Ruimte BV in opdracht van de provincie ontwikkelt? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de besluitvorming door Provinciale Staten?

Het betreft hier op dit moment een verkenning. Indien sprake is van een solide business case zal besluitvorming aan Provincie Limburg als aandeelhouder ter goedkeuring worden voorgelegd.
Bij de melding van de directie van RvR van hun betrokkenheid bij de locatie Evertsoord is door de Provincie Limburg als aandeelhouder aangegeven dat geen onomkeerbare besluiten genomen mogen worden, dat investeringsvoorstellen ter goedkeuring aan de aandeelhouder moeten worden voorgelegd alsook dat de eisen ten aanzien van de toepassing van de zonneladder en draagvlak in de regio van groot belang wordt geacht.

Aan RvR is de ruimte geboden voor het uitvoeren van verkenningen naar duurzaamheidsontwikkelingen. Evertsoord is dus zo’n verkenning, een mogelijke aanvullende ontwikkeling waar, nadat RvR daartoe een concreter beeld heeft geschetst, een standpunt over kan worden ingenomen. Vergelijkbare verkenningen worden bijvoorbeeld momenteel uitgevoerd voor de gronden langs de voormalige stortplaats in Montfort, maar ook op gronden in de nabijheid van het vliegveld Maastricht Aachen Airport worden verkenningen uitgevoerd, verkenningen waarvan realisatie op dit moment nog niet zeker is.

Met mededeling van de portefeuillehouder Brugman (2019/81927) als bijgevoegd (bijlage 5c) bent u geïnformeerd over de inzet van in het bijzonder provinciale gronden (3 pilotlocaties) voor de energietransitie.

Vraag 18) Welke kosten zijn er verbonden aan de onderzoeken van Ruimte voor Ruimte BV? Worden deze gefinancierd vanuit de organisatiekosten van Ruimte voor Ruimte BV, of uit de onderzoeksmiddelen van de Provinciale Energiestrategie?

De Provincie Limburg heeft in haar rol als aandeelhouder de begroting 2020 van RvR goedgekeurd. Met de goedkeuring heeft de RvR een mandaat om maximaal € 300.000 te investeren in de verkenningen van het onderwerp duurzame energie, welke middelen ook dienen te worden terugverdiend door RvR . Financiering vindt derhalve plaats vanuit de organisatiekosten van RvR.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris