Schrif­te­lijke Vervolg­vragen Plusquin cs Inzake neven­functie gede­pu­teerde Koopmans


Indiendatum: 13 nov. 2020

Geacht college,

Naar aanleiding van uw beantwoordingen op de schriftelijke vragen d.d. 28 oktober 2020 met kenmerk 2020/43658 en 2020/43662, hebben wij een aantal vervolgvragen.

Op 6 maart 2015 werd naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur de belofte gedaan inzake het publiceren van inkomsten uit het commissariaat J&T Tussenholding van gedeputeerde Koopmans: “Het bedrag wordt vóór 1 april op de provinciale website gepubliceerd. Dit was eerder nog niet verplicht omdat Ger Koopmans pas vorig jaar werd benoemd als gedeputeerde.”

Vraag 1) Kunt u documentatie toesturen waaruit blijkt dat destijds aan die belofte is voldaan? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2) Op welke twee data heeft het college van GS persvragen ontvangen over opdrachten verstrekt aan onder andere Terraq en DCM?

Wij vroegen u op 15 oktober het volgende:
“Naar aanleiding van het plan Meer Maas Meer Venlo is er emailcorrespondentie geweest tussen gedeputeerde Koopmans en dhr. J. Janssen én emailcorrespondentie met betrekking tot het doorzetten en behandelen door de ambtelijke organisatie. Graag ontvangen wij deze emailcorrespondentie.”

Bij de beantwoording van deze vraag stuurt u ons een email van dhr. J. Janssen dd. 22-07-2016.

Vraag 3) We ontvangen graag een overzicht van alle gesprekken, overleggen en correspondentie die gedeputeerde Koopmans heeft gehad met betrekking tot het project Meer Maas Meer Venlo en de contactmomenten en communicatie tussen gedeputeerde Koopmans en de heer Janssen vanaf 22-07-2016 tot en met het moment van de bewust vergadering van de raad van commissaris van Terraq in 2017.

Vraag 4) Heeft de heer Koopmans voorafgaand aan de mail van de heer Janssen van 22-07-2016 contact gehad met de heer Janssen over het project Meer Maas Meer Venlo? Zo ja, wat is daar uitgewisseld?

Vraag 5) "Er is geen mailverkeer bekend van en naar de gedeputeerde Koopmans". Is er wel andermailverkeer bekend dat is ontstaan naar aanleiding van het doorsturen van de mail van gedeputeerde Koopmans? Zo ja, kunt u ons hiervan afschriften doen toekomen?

Vraag 6) Zijn er bij de Gouverneur andere signalen binnengekomen over het doorsturen van deze mail in de richting van de ambtelijke organisatie?

Vraag 7) Waarom heeft gedeputeerde Koopmans niet op 22-7-2016, toen de mail van de heer Janssen ontvangen werd, zijn nevenfunctie neergelegd?

Vraag 8) Heeft de gedeputeerde Koopmans melding gemaakt van de mail van de heer Janssen bij de Gouverneur en gevraagd om te klankborden over het wel of niet aanhouden van de nevenfunctie op dat moment?

U verwijst naar onder andere de risicoanalyse gemaakt door Bureau BING in 2014. Op 5 juni 2014 stuurde u PS een deel van de conclusies en aanbevelingen met daarin de volgende tekst:

“Ten aanzien van zijn functies bij J&T Tussenholding B.V, (commissariaat) en Stichting Kwaliteitsgarantie Kalversector (lid dagelijks bestuur), beraadt de heer Koopmans zich nog op zijn positie. Voor J&T Tussenholding B.V. betreft de achtergrond het gegeven dat deze holding indirect een wederpartij is van de provincie; het bedrijf heeft een minderheidsbelang in een tweetal ontgrondingswerkzaamheden die plaatsvinden in de Provincie Limburg. De vraag of hij deze functie wil aanhouden, houdt in zijn optiek verband met beeldvorming: niet uitgesloten kan worden dat de schijn kan ontstaan dat hij als gedeputeerde invloed zou kunnen uitoefenen, ten faveure van dit bedrijf.”

Vraag 9) Dhr. Koopmans heeft vervolgens besloten de nevenfunctie aan te houden. Hebben de Gouverneur en gedeputeerde Koopmans gereflecteerd op dit besluit? Zo ja, wat is daarvan de strekking? Zo nee, waarom vond u beiden het niet nodig dit te doen?

U geeft in uw beantwoording aan dat gedeputeerde Koopmans heeft deelgenomen aan besprekingen van de visie Meer Maas Meer Venlo. En u stelt als verklaring daarvoor dat er geen afspraken zijn gemaakt over waterveiligheid of Maasveiligheid. In de visie Meer Maas Meer Venlo was sprake van mogelijke ontgrondingen, rivierverruiming, dijkverplaatsing en mogelijke verplaatsing van een jachthaven.

U geeft in uw beantwoording het volgende aan “Binnen zijn opvatting in dezen speelden de belangen van welke ontgronder dan ook, geen enkele rol.” Daaruit volgt logischerwijs de conclusie dat er wel degelijk belangen van ontgronders aanwezig waren, ongeacht de opvatting van gedeputeerde Koopmans over het wel of niet spélen van die belangen in zijn heftige bestrijding.

Vraag 10) Bent u het met ons eens dat wij nu juist het voorkomen van dit type vermenging van rollen beogen met onze Gedragscode Bestuurlijke Integriteit?

U geeft in uw beantwoording aan dat u het hebben van een KvK inschrijving door de Provincie Limburg niet beschouwd wordt als een aparte nevenfunctie die separaat dient te worden gemeld. In uw mededeling portefeuillehouder dd. 15 oktober lezen wij uw antwoord op de vraag daarover van NRC Handelsblad:

“Het sec hebben van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel valt niet onder het hebben van een actieve nevenfunctie of het verrichten van werkzaamheden. Voor bestuurders is bepaald dat zij geen actieve nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt.” Wij lezen in de Gedragscode echter nergens de woordcombinatie “actieve nevenfunctie”.

Vraag 11) Kunt u aangeven waar uw uitleg van dit artikel op gebaseerd is? Waarop baseert u vervolgens uw conclusie over het niet melden van een KvK inschrijving?

Vraag 12) Heeft u deze conclusie destijds ook gedeeld met Provinciale Staten? Zo nee, waarom niet?

U geeft aan dat er destijds geen reden was om afstemming te zoeken met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Wij lezen echter in het recente artikel van NRC Handelsblad, dd. 30 oktober 2020, dat er navraag is gedaan bij het ministerie en dat zij aangeven dat het hebben van een eenmanszaak een nevenfunctie is die vermeld moet worden.

Vraag 13) Gelet op de uitspraken van de minister, staat de Gouverneur nog steeds achter de bewoordingen? Vindt hij het nog steeds niet noodzakelijk om hierover met de minister contact te zoeken? Hoe verantwoordt de Gouverneur zijn eigen opvatting in relatie tot het standpunt van de minister?

Vraag 14) Bent u bereid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken voor toekomstige gevallen advies in te winnen over het hebben van een KvK inschrijving en het melden daarvan op de lijst nevenfuncties? Zo nee, waarom niet?

Wij zien de beantwoording van de vragen graag tegemoet binnen de daarvoor geldende termijn.

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

A. Fischer- Otten 50+

J. Kuntzelaers PvdA

R. Franssen Lokaal Limburg

T. Jetten GroenLinks

M. van Caldenberg SP

Indiendatum: 13 nov. 2020
Antwoorddatum: 9 dec. 2020

Op 6 maart 2015 werd naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur de belofte gedaan inzake het publiceren van inkomsten uit het commissariaat J&T Tussenholding van gedeputeerde Koopmans: “Het bedrag wordt vóór 1 april op de provinciale website gepubliceerd. Dit was eerder nog niet verplicht omdat Ger Koopmans pas vorig jaar werd benoemd als gedeputeerde.”

Vraag 1) Kunt u documentatie toesturen waaruit blijkt dat destijds aan die belofte is voldaan? Zo nee, waarom niet?

Nee, dergelijke specifieke documentatie is niet voorhanden. Immers: Provincie Limburg publiceert sinds jaar en dag alle nevenfuncties van leden van Gedeputeerde Staten via haar officiële website, inclusief een vermelding of er van bezoldiging sprake is. Sinds 2019 wordt daarbij ook de hoogte van eventuele bezoldigingen weergegeven, zoals toegelicht in onze beantwoording van eerdere Statenvragen.

Vraag 2) Op welke twee data heeft het college van GS persvragen ontvangen over opdrachten verstrekt aan onder andere Terraq en DCM?

De eerste persvraag hierover is gesteld op 24 april 2020 namens De Limburger. Dit betrof een verzoek om toezending van openbare stukken inzake verleende vergunning en opdrachten aan een zestal bedrijven, waaronder Terraq en DCM. Deze stukken zijn verstrekt na afstemming met de verantwoordelijke portefeuillehouder voor ontgrondingen. In vervolgvragen op 4 mei 2020 heeft De Limburger verzocht om de collegebesluiten en het bijbehorende ambtelijk advies behorend bij uiteenlopende vergunningverleningen, waaronder een project gerelateerd aan DCM. Vervolgens zijn op 28 mei, 9 juli en 17 september door De Limburger verzoeken ingediend voor toezending van onder andere enkele onderliggende GS-nota’s en zijn vervolgvragen gesteld over de werking van de mandaatsregeling. Nadien zijn de vragen van NRC-Handelsblad ontvangen, die eerder, inclusief de geformuleerde antwoorden, aan uw Staten zijn verstrekt.

Wij vroegen u op 15 oktober het volgende: “Naar aanleiding van het plan Meer Maas Meer Venlo is er emailcorrespondentie geweest tussen gedeputeerde Koopmans en dhr. J. Janssen én emailcorrespondentie met betrekking tot het doorzetten en behandelen door de ambtelijke organisatie. Graag ontvangen wij deze emailcorrespondentie.” Bij de beantwoording van deze vraag stuurt u ons een email van dhr. J. Janssen dd. 22-07-2016.

Vraag 3) We ontvangen graag een overzicht van alle gesprekken, overleggen en correspondentie die gedeputeerde Koopmans heeft gehad met betrekking tot het project Meer Maas Meer Venlo en de contactmomenten en communicatie tussen gedeputeerde Koopmans en de heer Janssen vanaf 22-07- 2016 tot en met het moment van de bewust vergadering van de raad van commissaris van Terraq in 2017.

Vraag 4) Heeft de heer Koopmans voorafgaand aan de mail van de heer Janssen van 22-07-2016 contact gehad met de heer Janssen over het project Meer Maas Meer Venlo? Zo ja, wat is daar uitgewisseld?

Vraag 5) "Er is geen mailverkeer bekend van en naar de gedeputeerde Koopmans". Is er wel ander mailverkeer bekend dat is ontstaan naar aanleiding van het doorsturen van de mail van gedeputeerde Koopmans? Zo ja, kunt u ons hiervan afschriften doen toekomen?

De reeds aan u toegezonden email is de enige communicatie die heeft plaatsgevonden tussen gedeputeerde Koopmans en de heer Janssen inzake Meer Maas Meer Venlo. Deze is direct doorgezonden naar de ambtelijke organisatie.

In het algemeen heeft de gedeputeerde, in zijn hoedanigheid als portefeuillehouder Financiën, op tientallen momenten deelgenomen aan gesprekken over Meer Maas Meer Venlo, met name vanuit zijn zorgen over de financiële risico’s van deze visie. Van dergelijke bilaterale gesprekken worden normaliter geen verslagen gemaakt.

Gedeputeerde Koopmans heeft voorafgaand aan de mail van 22-07-2016 geen contact gehad met de heer Janssen over het project Meer Maas Meer Venlo. Tevens is ons geen ander mailverkeer bekend als gevolg van het doorsturen van de betreffende mail naar de ambtelijke organisatie.

Vraag 6) Zijn er bij de Gouverneur andere signalen binnengekomen over het doorsturen van deze mail in de richting van de ambtelijke organisatie?

Nee, daarover zijn bij de Gouverneur geen signalen binnengekomen.

Vraag 7) Waarom heeft gedeputeerde Koopmans niet op 22-7-2016, toen de mail van de heer Janssen ontvangen werd, zijn nevenfunctie neergelegd?

De ontvangst van deze mail gaf daartoe geen aanleiding. De mail is via het secretariaat van gedeputeerde Koopmans doorgezonden naar de betreffende ambtelijke afdeling. Gedeputeerde Koopmans heeft geen inhoudelijke bemoeienis gehad met de verdere afhandeling daarvan. Juist het direct doorzenden van een dergelijke mail naar de verantwoordelijke afdeling draagt bij aan onafhankelijke, vakmatige advisering vanuit de ambtelijke organisatie richting de betrokken portefeuillehouder en het college.

Vraag 8) Heeft de gedeputeerde Koopmans melding gemaakt van de mail van de heer Janssen bij de Gouverneur en gevraagd om te klankborden over het wel of niet aanhouden van de nevenfunctie op dat moment?

Nee, want deze mail gaf daartoe geen aanleiding. En ook de doorzending ervan naar de afdeling teneinde te komen tot de juiste vakinhoudelijke afwegingen en afhandeling, leidde niet tot enig dilemma.

U verwijst naar onder andere de risicoanalyse gemaakt door Bureau BING in 2014. Op 5 juni 2014 stuurde u PS een deel van de conclusies en aanbevelingen met daarin de volgende tekst: “Ten aanzien van zijn functies bij J&T Tussenholding B.V, (commissariaat) en Stichting Kwaliteitsgarantie Kalversector (lid dagelijks bestuur), beraadt de heer Koopmans zich nog op zijn positie. Voor J&T Tussenholding B.V. betreft de achtergrond het gegeven dat deze holding indirect een wederpartij is van de provincie; het bedrijf heeft een minderheidsbelang in een tweetal ontgrondingswerkzaamheden die plaatsvinden in de Provincie Limburg. De vraag of hij deze functie wil aanhouden, houdt in zijn optiek verband met beeldvorming: niet uitgesloten kan worden dat de schijn kan ontstaan dat hij als gedeputeerde invloed zou kunnen uitoefenen, ten faveure van dit bedrijf.”

Vraag 9) Dhr. Koopmans heeft vervolgens besloten de nevenfunctie aan te houden. Hebben de Gouverneur en gedeputeerde Koopmans gereflecteerd op dit besluit? Zo ja, wat is daarvan de strekking? Zo nee, waarom vond u beiden het niet nodig dit te doen?

De risicoanalyse voorafgaand aan de benoeming van een gedeputeerde krijgt z’n weerslag in het formuleren van eventuele beheersmaatregelen. Die kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de samenstelling van de portefeuille of afspraken over onthouding van deelname aan besluitvorming inzake specifieke onderwerpen. Dat is ook bij het aantreden van gedeputeerde Koopmans gebeurd. De risicoanalyse uitgevoerd door Bing vormde daartoe in 2014 de basis. De destijds gemaakte beheersafspraken zijn gedeeld met de Commissie Onderzoek & Geloofsbrieven, waarna ze door uw Staten bij de benoeming van gedeputeerde Koopmans zijn besproken en bekrachtigd. Ook bij de herbenoemingen van gedeputeerde Koopmans in 2015 en 2019 hebben risicoanalyses plaatsgevonden door respectievelijk Berenschot en Necker van Naem. Daarbij is tevens teruggekeken op de voorafgaande periodes. Bij de laatste analyse in 2019 was het commissariaat van gedeputeerde Koopmans bij J & T Tussenholding inmiddels beëindigd.

Noch in de besprekingen van de verstrekte adviezen in de Commissie Onderzoek & Geloofsbrieven en noch bij de benoemingen door uw Staten zijn vragen gerezen over de nevenfunctie van gedeputeerde Koopmans bij J&T Tussenholding.

U geeft in uw beantwoording aan dat gedeputeerde Koopmans heeft deelgenomen aan besprekingen van de visie Meer Maas Meer Venlo. En u stelt als verklaring daarvoor dat er geen afspraken zijn gemaakt over waterveiligheid of Maasveiligheid. In de visie Meer Maas Meer Venlo was sprake van mogelijke ontgrondingen, rivierverruiming, dijkverplaatsing en mogelijke verplaatsing van een jachthaven.

U geeft in uw beantwoording het volgende aan “Binnen zijn opvatting in dezen speelden de belangen van welke ontgronder dan ook, geen enkele rol.” Daaruit volgt logischerwijs de conclusie dat er wel degelijk belangen van ontgronders aanwezig waren, ongeacht de opvatting van gedeputeerde Koopmans over het wel of niet spélen van die belangen in zijn heftige bestrijding.

Vraag 10) Bent u het met ons eens dat wij nu juist het voorkomen van dit type vermenging van rollen beogen met onze Gedragscode Bestuurlijke Integriteit?

Het door u gebruikte citaat heeft betrekking op onze eerdere stelling dat de meningsvorming van gedeputeerde Koopmans inzake MMMV als portefeuillehouder Financiën was gestoeld op de ongedekte financiële risico’s die hij in deze visie zag.

U geeft in uw beantwoording aan dat u het hebben van een KvK inschrijving door de Provincie Limburg niet beschouwd wordt als een aparte nevenfunctie die separaat dient te worden gemeld. In uw mededeling portefeuillehouder dd. 15 oktober lezen wij uw antwoord op de vraag daarover van NRC Handelsblad: “Het sec hebben van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel valt niet onder het hebben van een actieve nevenfunctie of het verrichten van werkzaamheden.

Voor bestuurders is bepaald dat zij geen actieve nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt.” Wij lezen in de Gedragscode echter nergens de woordcombinatie “actieve nevenfunctie”.

Vraag 11) Kunt u aangeven waar uw uitleg van dit artikel op gebaseerd is? Waarop baseert u vervolgens uw conclusie over het niet melden van een KvK inschrijving?

Dit betreft onze interpretatie van hetgeen hierover gesteld wordt in de Gedragscode. In onze ogen is het enkel hebben van een inschrijving bij de KvK zonder feitelijk bedrijfsactiviteiten geen nevenfunctie zoals bedoeld in de wet en de gedragscode. Wij hebben deze interpretatie naar aanleiding van uw vragen nogmaals laten toetsen bij de externe juristen van AKD en zij onderschrijven ons standpunt. U treft hun analyse inzake ‘uitleg begrip nevenfunctie’ d.d. 2 december 2020 als bijlage aan bij deze beantwoording.

Vraag 12) Heeft u deze conclusie destijds ook gedeeld met Provinciale Staten? Zo nee, waarom niet?

Het hebben van de inschrijving bij de KvK is expliciet aan de orde geweest in 2014 in de statenbehandeling van de risicoanalyse bij de benoeming van gedeputeerde Koopmans.

U geeft aan dat er destijds geen reden was om afstemming te zoeken met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Wij lezen echter in het recente artikel van NRC Handelsblad, dd. 30 oktober 2020, dat er navraag is gedaan bij het ministerie en dat zij aangeven dat het hebben van een eenmanszaak een nevenfunctie is die vermeld moet worden.

Vraag 13) Gelet op de uitspraken van de minister, staat de Gouverneur nog steeds achter de bewoordingen? Vindt hij het nog steeds niet noodzakelijk om hierover met de minister contact te zoeken? Hoe verantwoordt de Gouverneur zijn eigen opvatting in relatie tot het standpunt van de minister?

Er bestaat geen verschil van inzicht met de Minister over hoe om te gaan met nevenfuncties en het melden van deze nevenfuncties.
De inschrijving bij de Kamer van Koophandel, die resteerde na de benoeming in 2014, kan echter naar onze mening niet aangemerkt worden als een nevenfunctie. Gedeputeerde Staten hebben zich ter zake laten adviseren door AKD zoals is verwoord in het antwoord op vraag 11. De commissaris van de Koning ziet in dat advies van AKD steun voor zijn stellingname. Vanuit de daaruit voortvloeiende overtuiging dat hier geen sprake is van een nevenfunctie, is er geen aanleiding gezien om met het ministerie contact te zoeken.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer zal de minister waar mogelijk verduidelijking bieden ten aanzien van nevenfuncties.

Naar is gebleken, is het ministerie van mening dat ook nevenfuncties waarbij geen sprake is van de uitoefening van activiteiten openbaar moeten worden gemaakt . Het ministerie vindt dat niet enkel naar de letter van de wet, maar ook naar de geest van de wet gekeken moet worden. Dan gaat het dus om het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling. Over het belang daarvan, bestaat geen verschil van inzicht.

Vraag 14) Bent u bereid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken voor toekomstige gevallen advies in te winnen over het hebben van een KvK inschrijving en het melden daarvan op de lijst nevenfuncties? Zo nee, waarom niet?

Wij zien hiertoe geen aanleiding. Zie ook ons antwoord op vraag 11.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris