Schrif­te­lijke spoed­vragen Plusquin over Pande­mische gevolgen vogel­griep in Limburg


Indiendatum: 21 jan. 2022

Geacht college,

In Zuid-Limburg werden in korte tijd 400 dode meeuwen, aalscholvers en ganzen aangetroffen door toedoen van vogelgriep.[1] Angstwekkender is dat ook 37 dode vossen en 5 dode marters gevonden zijn die volledig intact waren en mogelijk besmet waren met vogelgriep. De Dierenambulance Limburg Zuid belde hierover maar liefst 36 keer met de NVWA. Uiteindelijk ging de NVWA hier verder niet op in, stelde voor de kadavers te vernietigen, in plaats van ze in te sturen voor onderzoek door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Onbegrijpelijk aangezien vogelgriep volgens vooraanstaande wetenschappers een bedreiging vormt voor de volksgezondheid.[2] Des te meer aangezien Nederland binnen Europa verreweg de hoogste concentratie aan pluimvee kent, en binnen Nederland Limburg de grootste pluimveedichtheid heeft. Gelet op de bijzondere gevaren voor de Limburgse volksgezondheid leidt dit bij de Partij voor de Dieren tot de volgende vragen.

Vraag 1) De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan ingeval van het spoedeisende gezondheidsbelang van mens of dier een voorziening treffen ter voorkoming of bestrijding van dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen.[3] Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat in casu sprake is van een spoedeisend gezondheidsbelang voor mens en dier? Zo ja, waarom en wil het college de minister verzoeken een spoedvoorziening te treffen om verdere verspreiding te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2) Tot en met 2016 werd er bij vogelgriepuitbraken door de Minister in de regel een algemeen jachtverbod ingesteld.[4] Dit omdat de jacht bijdraagt aan de verspreiding van de vogelgriep door het opjagen van wild, waartoe de Minister ter voorkoming of bestrijding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen maatregelen kan treffen.[5] In februari 2021 concludeerde een brede expertgroep dat jagen als één van de grootste verstoringen van wilde vogelpopulaties een groot risico geeft dat het virus met besmette vogels verder wordt verspreid.[6] Door jagen wordt het risico vergroot dat virus uit natuurgebieden met geïnfecteerde gejaagde vogels wordt getransporteerd naar de bebouwde kom. Ook de EFSA stelde in 2006 dat er geen jacht zou moeten plaatsvinden in gebieden waar wilde dieren met vogelgriep zijn gevonden.[7] Is het college bekend met deze rapporten en erkent het dat de jacht in gebieden waar vogelgriep is aangetroffen bijdraagt aan de verspreiding van vogelgriep? Zo ja, wil het de Minister verzoeken om in ieder geval in Limburg een jachtverbod af te kondigen ter voorkoming van de verspreiding van vogelgriep? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3) Het is van groot belang dat kadavers van dieren met vogelgriep snel worden verwijderd, zodat ze niet worden aangevreten door andere dieren die dan ook weer besmet raken. Hoe meer zoogdieren besmet raken, hoe gevaarlijker het wordt voor zoogdieren waaronder de mens. Gelet op de ervaringen van de Dierenambulance Limburg-Zuid gebeurt dit thans echter niet. De Minister kan een verplichting instellen tot het onschadelijk maken van gestorven dieren.[8] Deze opruimplicht van kadavers en het vernietigen daarvan draagt bij aan het voorkomen van verspreiding van de vogelgriep. Is het college dit met de Partij voor de Dieren-fractie eens? Zo ja, waarom en wil het de Minister verzoeken om een opruimverplichting op te leggen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4) De verspreiding gaat snel, mede doordat het ontbreekt aan verspreidingsgegevens. Om dit te voorkomen, kan de minister het bijhouden van gegevens verplichten.[9] Wil het college de minister verzoeken om een dusdanige verplichting op te leggen bij het behandelen en ruimen van besmette dieren met vogelgriep? Zo ja, waarom en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5) Dierenambulance Limburg-Zuid kan dieren verdacht van vogelgriep wegens de kans op verspreiding niet overbrengen naar het opvangcentrum te Opglabbeek. Hoewel het wettelijk verplicht is om een hulpbehoevend dier van de nodige zorg te voorzien.[10] Dierenambulances hebben geen beschikking voor het opvangen van dieren. Daarbij zijn de aanlooptijden voor een vergunning enorm lang. Wat wil het college doen om aan deze wettelijke plicht te voldoen om zo hulpbehoevende dieren van nodige zorg te voorzien? Wil het een vrijstelling geven aan dierenhulporganisaties om hulpbehoevende dieren in de provincie Limburg onder zich te houden? Zo ja, waar en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6) Dierenambulances en opvangcentra hebben al te maken met torenhoge kosten om veilig met vogelgriepslachtoffers om te gaan, onder meer door het gebrek aan dure, beschermende materialen. Wil het college deze organisaties ondersteunen? Zo ja, op welke termijn en manier? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7) De Wet dieren[11] en het eigen protocol van de NVWA schrijven voor dat bij verdachte gevallen van vogelgriep melding gemaakt moet worden bij de NVWA. Toch werden melders als de Dierenambulance Limburg-Zuid door de NVWA afgescheept. Vindt het college dat de NVWA in casu conform de Wet dieren gehandeld heeft? Zo ja, waarom en wat is hiervan het gevolg voor het college? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8) Wat vindt het college van deze opstelling van de NVWA alsook de onbereikbaarheid daarvan? Wil het college de NVWA alsnog herinneren aan de Wet dieren en haar eigen protocol om vogelgriepmeldingen in ontvangst te nemen, en daarbij de ernst van de situatie voor de Limburgse volksgezondheid benadrukken? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Gezien de spoedeisendheid van het geval verzoeken wij zo snel mogelijke beantwoording van deze vragen.

Hoogachtend,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

[1] https://www.dier.nu/nieuws/mogelijk-al-tientallen-dode-vossen-en-marters-slachtoffer-vogelgriep-nvwa-weigert-in-te-grijpen.

[2] https://www.nrc.nl/nieuws/2022/01/14/de-vogelgriep-waart-altijd-rond-maar-het-gevaar-lijkt-nu-heel-groot-a4079315.

[3] Artt. 5.2 lid 1 Wet dieren.

[4] Art. 5.4 leden 3 sub h en 1 Wet dieren.

[5] Art. 5.3 lid 1 Wet dieren.

[6] Scientific Task Force on Avian Influenza and Wild Birds statement on: H5N8 (and other subtypes) Highly Pathogenic Avian Influenza in poultry and wild birds. Winter of 2020/2021 with focus on management of protected areas in the African Eurasian region 12th February 2021.

[7] EFSA-Q-2005-243. (2006). Scientific Opinion on Migratory Birds and their Possible Role in the Spread of Highly Pathogenic Avian Influenza.

[8] Art. 5.4 leden 3 sub i en 1 Wet dieren.

[9] Art. 5.4 leden 3 sub k en 1 Wet dieren.

[10] Art. 2.1 leden 6 en 7 Wet dieren.

[11] Art. 2.12 leden 4, 1 en 2 Wet dieren.

Indiendatum: 21 jan. 2022
Antwoorddatum: 15 feb. 2022

Vraag 1) De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan ingeval van het spoedeisende gezondheidsbelang van mens of dier een voorziening treffen ter voorkoming of bestrijding van dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen.1 Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat in casu sprake is van een spoedeisend gezondheidsbelang voor mens en dier? Zo ja, wil het college de minister verzoeken een spoedvoorziening te treffen om verdere verspreiding te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 4.

Vraag 2) Tot en met 2016 werd er bij vogelgriepuitbraken door de Minister in de regel een algemeen jachtverbod ingesteld.2 Dit omdat de jacht bijdraagt aan de verspreiding van de vogelgriep door het opjagen van wild, waartoe de Minister ter voorkoming of bestrijding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen maatregelen kan treffen.3 In februari 2021 concludeerde een brede expertgroep dat jagen als één van de grootste verstoringen van wilde vogelpopulaties een groot risico geeft dat het virus met besmette vogels verder wordt verspreid.4 Door jagen wordt het risico vergroot dat virus uit natuurgebieden met geïnfecteerde gejaagde vogels wordt getransporteerd naar de bebouwde kom. Ook de EFSA stelde in 2006 dat er geen jacht zou moeten plaatsvinden in gebieden waar wilde dieren met vogelgriep zijn gevonden.5 Is het college bekend met deze rapporten en erkent het dat de jacht in gebieden waar vogelgriep is aangetroffen bijdraagt aan de verspreiding van vogelgriep? Zo ja, wil het de Minister verzoeken om in ieder geval in Limburg een jachtverbod af te kondigen ter voorkoming van de verspreiding van vogelgriep? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 4.

Vraag 3) Het is van groot belang dat kadavers van dieren met vogelgriep snel worden verwijderd, zodat ze niet worden aangevreten door andere dieren die dan ook weer besmet raken. Hoe meer zoogdieren besmet raken, hoe gevaarlijker het wordt voor zoogdieren waaronder de mens. Gelet op de ervaringen van de Dierenambulance Limburg-Zuid gebeurt dit thans echter niet. De Minister kan een verplichting instellen tot het onschadelijk maken van gestorven dieren.6 Deze opruimplicht van kadavers en het vernietigen daarvan draagt bij aan het voorkomen van verspreiding van de vogelgriep. Is het college dit met de Partij voor de Dieren-fractie eens? Zo ja, waarom en wil het de Minister verzoeken om een opruimverplichting op te leggen? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 4.

Vraag 4) De verspreiding gaat snel, mede doordat het ontbreekt aan verspreidingsgegevens. Om dit te voorkomen, kan de minister het bijhouden van gegevens verplichten.7 Wil het college de minister verzoeken om een dusdanige verplichting op te leggen bij het behandelen en ruimen van besmette dieren met vogelgriep? Zo ja, waarom en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Vooraf aan de beantwoording van uw vragen lichten wij graag de bevoegdheidsverdeling inzake dierziekten nader toe. De Rijksoverheid bepaalt het beleid om besmettelijke dierziekten tegen te gaan en te voorkomen; waarbij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verantwoordelijk is voor de bestrijding van deze dierziekten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor het faunabeleid binnen hun provincie en zien daarmee onder andere toe op populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende dieren.

In het plenaire debat over de Covid-situatie heeft Tweede Kamerlid Wassenberg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vragen gesteld over dode dieren in de natuur waarbij vermoeden van besmetting met vogelgriep bestaat. Op 25 januari j.l. heeft minister Staghouwer middels kamerbrief (zie bijlage) conform de toezegging van de minister van VWS nadere toelichting gegeven over dit onderwerp.

In deze brief stelt minister Staghouwer dat “in Nederland betrokken belanghebbenden zich zeer bewust zijn van de ernst van de situatie” en geeft aan gezien de recente besmettingen de deskundigengroep dierziekten deze week (de week van 25 januari 2022) te vragen de situatie in Nederland en de EU te duiden. Verder zegt de minister toe op basis van het advies van de deskundigen, ook te bezien of aanvullende maatregelen op korte termijn kunnen worden genomen om de kans op besmetting verder te verkleinen.

Met betrekking tot vossen en de vogelgriep licht de minister nader toe dat het zoönotisch risico (overdracht van dier op mens) door het RIVM als laag tot gemiddeld wordt beoordeeld, in lijn met de risico inschatting in het recente EFSA/ECDC rapport voor H5Nx virussen. Vlees- of aaseters kunnen worden besmet door het eten van dode vogels die met vogelgriep zijn besmet. Daarom worden dit soort dood gevonden dieren op vogelgriep onderzocht. Op de website van de Nationale Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is een protocol gepubliceerd met een handleiding voor het opruimen van dood gevonden wilde zoogdieren (vlees- en aaseter) verdacht van een besmetting met hoog pathogene vogelgriep9. In dit protocol is ook het melden van kadavers van zoogdieren opgenomen. Hiernaast monitort de NVWA samen met onder andere Erasmus Universiteit, Dutch Wildlife Health Centre, Sovon en Waarneming.nl waar in Nederland dode wilde vogels zijn gevonden.

Gezien de door minister Staghouwer gegeven nadere toelichting en duiding van urgentie zien wij geen aanleiding om de minister nader te verzoeken een spoedvoorziening te treffen ofwel een jachtverbod in te stellen. Daar waar door NVWA een hoogpathogene variant van de vogelgriep op een bedrijf wordt vastgesteld wordt er reeds middels ministeriele regeling een zone vastgesteld rondom het bedrijf waar specifieke maatregelen worden uitgevoerd in verband met de bestrijding van hoogpathogene aviaire influenza. Deze maatregelen zien tevens op een beperking van de jacht en het overig faunabeheer binnen de vastgestelde zone.

Ons College deelt de zorgen van Partij voor de Dieren over de wijze waarop vogelgriep zich binnen provincie Limburg ontwikkelt. Wij zijn de dierenambulances en opvanglocaties binnen onze provincie dan ook zeer erkentelijk over de wijze waarop ze hun rol pakken en bijdragen aan een oplossing van dit maatschappelijk probleem. Wij zijn van mening dat het Rijk de ernst van de situatie erkent en haar rol in deze als bevoegd gezag bij dierziekten bestrijding duidelijk neemt. Indien een spoedvoorziening, jachtverbod of opruimverplichting tot de maatregelen hoort welke door de deskundigengroep dierziekten nodig wordt geacht zal dit blijken uit het door minister Staghouwer gevraagd advies, om vervolgens door het Rijk in afweging te worden genomen.

Vraag 5) Dierenambulance Limburg-Zuid kan dieren verdacht van vogelgriep wegens de kans op verspreiding niet overbrengen naar het opvangcentrum te Opglabbeek. Hoewel het wettelijk verplicht is om een hulpbehoevend dier van de nodige zorg te voorzien.10 Dierenambulances hebben geen beschikking voor het opvangen van dieren. Daarbij zijn de aanlooptijden voor een vergunning enorm lang.

Wat wil het college doen om aan deze wettelijke plicht te voldoen om zo hulpbehoevende dieren van nodige zorg te voorzien? Wil het een vrijstelling geven aan dierenhulporganisaties om hulpbehoevende dieren in de provincie Limburg onder zich te houden? Zo ja, waar en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Het klopt dat Natuurhulpcentrum Opglabbeek ervoor kiest bij een vermoeden van vogelgriep deze diagnose in Nederland te laten vaststellen gevolgd door opvang of doding van een lijdend dier in Nederland. Indien een vogel besmet is met vogelgriep en naar Opglabbeek wordt getransporteerd wordt deze conform hun protocol bij aankomst direct uit het lijden verlost. Middels het weigeren van met vogelgriep besmette vogels uit Nederland tracht het Natuurhulpcentrum te voorkomen dat er onnodig met besmette dieren wordt rondgereden wat voor het dier niet prettig is en risico’s voor verdere verspreiding meebrengt.

Alhoewel Natuurhulpcentrum Opglabbeek één van de grotere wildopvang-centra is in de regio, is dit niet de enige locatie. Opvangcentra mogen alle vogels aannemen onder voorwaarde dat dit zeer zorgvuldig gebeurt met onder andere strikte quarantaine. Stichting DierenLot heeft hiertoe ook een handreiking opgesteld hoe zorgvuldig kan worden omgegaan met de opvang van vogels verdacht van vogelgriep11. Het advies is echter om vogels met kenmerken van vogelgriep niet naar een vogelopvang te brengen maar zoveel mogelijk bij de vindplaats zelf, of direct bij een dierenarts uit hun lijden te verlossen en vervolgens de protocollen van het NVWA te volgen.

Vraag 6) Dierenambulances en opvangcentra hebben al te maken met torenhoge kosten om veilig met vogelgriepslachtoffers om te gaan, onder meer door het gebrek aan dure, beschermende materialen. Wil het college deze organisaties ondersteunen? Zo ja, op welke termijn en manier? Zo nee, waarom niet?

Het College erkent het belang van goede zorg door organisaties die zich inzetten voor zieke wilde dieren in onze leefomgeving. We hebben daarom budget beschikbaar gesteld voor de financiering van vervoer en opvang van zieke en gewonde wilde beschermde inheemse dieren in/uit Nederlands Limburg voor de resterende collegeperiode12. Het totaalbudget voor de jaren 2021 tot en met 2023 bedraagt € 300.000. De dekking hiervoor wordt gevonden in de intensiveringsmiddelen, dit wordt in de begroting verwerkt in de eerste afwijkingenrapportage van 2022. In navolging van de regeling uit 2020 wordt in maart 2022 een vergelijkbare regeling opengesteld.

Vraag 7) De Wet dieren13 en het eigen protocol van de NVWA schrijven voor dat bij verdachte gevallen van vogelgriep melding gemaakt moet worden bij de NVWA. Toch werden melders als de Dierenambulance Limburg-Zuid door de NVWA afgescheept. Vindt het college dat de NVWA in casu conform de Wet dieren gehandeld heeft? Kunt u uw antwoord toelichten?

Zie antwoord vraag 8.

Vraag 8) Wat vindt het college van deze opstelling van de NVWA alsook de onbereikbaarheid daarvan? Wil het college de NVWA alsnog herinneren aan de Wet dieren en haar eigen protocol om vogelgriepmeldingen in ontvangst te nemen, en daarbij de ernst van de situatie voor de Limburgse volksgezondheid benadrukken? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Tweede Kamerlid Wassenberg heeft ook over deze meldingen vragen gesteld aan de minister van VWS. In zijn brief van 25 januari j.l. stelt minister Staghouwer hierover het volgende:

“Vorige week is in Limburg een aantal dode vossen en marters gevonden. Deze waren bij de NVWA gemeld maar zijn niet nader onderzocht. De NVWA doet nog nader onderzoek naar het verloop van deze melding. Op ambtelijk niveau is vanuit het ministerie van LNV en de NVWA overleg geweest met betrokken dierenhulporganisaties om over deze casus en de algehele meldingensystematiek te spreken. Naar aanleiding van dat gesprek zullen LNV en NVWA kijken hoe dit proces beter kan worden geregeld.”

Gezien deze nadere toelichting en duiding van urgentie van minister Staghouwer zien wij geen aanleiding de minister hier nogmaals aan te herinneren.

Gedeputeerde staten van Limburg

voorzitter

secretaris

Interessant voor jou

Schriftelijke vervolgvragen over Beknellen vleermuisholen Sterrebos ondanks schorsing omgevingsvergunningen en soortenontheffing voorzieningenrechter

Lees verder

Schriftelijke vragen Plusquin over Insluiten fauna door hekwerken Sterrebos

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer