Is de Buitenring mogelijk illegaal open­ge­steld?


Maastricht, 27 augustus 2019

Geacht College,

Op zondag 1 september a.s. wordt de Buitenring officieel open gesteld. Eerder al is de Buitenring in gebruik genomen. Om de Buitenring open te kunnen stellen was (en is) volgens de verleende vergunning Wet natuurbescherming (Wet Nb), teneinde de stikstofemissies te compenseren, de aankoop nodig van emissierechten van een veehouderij (stal en carréboerderij) aan de Reimersbekerweg 28 te Nuth. Deze veehouderij moet hiervoor gestaakt worden en blijven.

De eigenaar van het bedrijf stelt dat de emissierechten nooit door hem zijn overgedragen, terwijl de Buitenring wel in gebruik is genomen. De eigenaar heeft daarom aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.

Volgens GS1 gaat het om de emissies van de (destijds) pachter. Deze zijn volgens GS2 bij geheime overeenkomst van januari 2013 door de pachter aan de Provincie overgedragen. De eigenaar van de veehouderij is hier kennelijk buiten gebleven. GS weigeren deze overeenkomst aan de eigenaar ter beschikking te stellen, waartegen de eigenaar beroep heeft aangetekend.

Omdat mogelijk de Buitenring is open gesteld in strijd met de voorwaarden uit de Wet Nb-vergunning, de provincie een onjuiste overeenkomst heeft gesloten met de pachter i.p.v. de eigenaar, en er daarnaast aanwijzingen zijn dat er ambtelijke vooringenomenheid in het spel is, heeft de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1) Hoeveel emissierechten en op welk tijdstip heeft de Provincie van de pachter gekocht? In welk document, met welk provinciaal kenmerk, is dit vastgelegd?

2) Op basis van welke wetgeving of jurisprudentie staat vast dat de emissierechten van de veehouderij toekomen aan de pachter en niet aan de eigenaar? Waarom is de eigenaar van de rechten-overdracht niet in kennis gesteld, en weigert GS dat nog steeds?

3) Als de rechten niet aan de Provincie zijn overgedragen, is de Buitenring dan in strijd met de wet (de Wet economische delicten) in gebruik genomen?

4) Opmerkelijk: de pachter ontkent dat hij stikstofrechten heeft overgedragen. Is de overeenkomst op dit punt wel duidelijk? Is GS bereid een kopie van de overeenkomst te verstrekken? Zo nee, waarom niet?

5) De eigenaar heeft in 2016, drie jaar na de rechten-overdracht, een vergunning Wet natuurbescherming gekregen om de boerderij te exploiteren. Begrijpelijk, want hij heeft de emissierechten nooit verkocht. Volgens GS3 is bij het verlenen van de vergunning “over het hoofd gezien” dat de emissierechten al aan de provincie waren verkocht. Hoe is te verklaren dat dit eenvoudige feit over het hoofd is gezien?

6) GS heeft deze vergunning vervolgens ingetrokken, waartegen de eigenaar in beroep is gegaan. Als GS

deze procedure verliest, is de Buitenring dan in strijd met de vergunning Wet natuurbescherming open gesteld? Zo ja, hoe gaat GS dit illegaal open stellen terugdraaien?

7) In de zitting van 20 juni jl. over de intrekking van de vergunning heeft de Provincie te kennen gegeven dat alleen de stalemissies zijn aangekocht, en niet de emissies door beweiden en bemesten.

Is daarmee wel voldaan aan de voorwaarden van de Wnb vergunning, inhoudende volledige verwerving van de emissierechten van het bedrijf (en de beëindiging daarvan)? Zo niet, is dan nu vast te stellen dat ook om die reden de Buitenring in strijd met de vergunning is open gesteld?4

8) Volgens de eigenaar was ten tijde van de voorbereiding van de overeenkomst met de pachter de echtgenote van de pachter bij de provincie werkzaam, en is deze betrokken geweest bij de voorbereiding van de overeenkomst. Kan GS dit ontkennen?

9) Zo ja, is GS bereid het integrale verwervingsdossier, waarin aantekening is gemaakt van alle data waarop besprekingen zijn gevoerd met welke personen daarbij aanwezig, ter beschikking te stellen? Zo nee, waarom niet

Graag beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn,

met vriendelijke groet,

P. Plusquin

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 30 sep. 2019

1) Hoeveel emissierechten en op welk tijdstip heeft de Provincie van de pachter gekocht? In welk document, met welk provinciaal kenmerk, is dit vastgelegd?

De stikstofrechten zijn door de pachter aan de Provincie Limburg (ten behoeve van de BPL) overgedragen in een vertrouwelijke overeenkomst tussen partijen die op 24 januari 2013 tot stand is gekomen. De bewuste stikstofrechten zijn vastgelegd in het kader van een melding Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer d.d. 29 juli 1993.

2) Op basis van welke wetgeving of jurisprudentie staat vast dat de emissierechten van de veehouderij toekomen aan de pachter en niet aan de eigenaar? Waarom is de eigenaar van de rechten-overdracht niet in kennis gesteld, en weigert GS dat nog steeds?

In dit geval is een overeenkomst gesloten met de pachter en niet met de eigenaar. Gebleken is dat de pachter de hierboven genoemde melding op grond van het Besluit melkrundveehouderijen heeft gedaan. Dat is logisch aangezien de pachter de exploitant van het bedrijf was.

Op hem rust(te), als drijver van de inrichting, de verplichting tot melding en naleving van de eisen uit het Besluit melkrundveehouderijen en hij had zeggenschap over de inrichting. Aan de drijver komen dus ook de emissierechten toe, daarom is met hem de overeenkomst gesloten.

Deze werkwijze vloeit o.a. voort uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De daarin opgenomen verplichtingen gelden voor de drijver van de inrichting, waarbij eigendom van de grond c.q. gebouwen niet bepalend is voor het zijn van drijver. Dit wordt ook ondersteund door de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 6 april 2018 (ECLI:NL:RBOBR:2018:1536). Ook de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 26 maart 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:2544) geeft hier blijk van.

Overigens is het afsluiten van een overeenkomst met een saldogever in het kader van de salderingsjurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een gebruikelijk werkwijze is (o.a. AbRvS 16 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP7785).

Op de betreffende overeenkomst is door ons College geheimhouding opgelegd. De eigenaar heeft via een Wob-verzoek de Provincie verzocht om de overeenkomst openbaar te maken. Inmiddels heeft in die zaak de Rechtbank Limburg onder geheimhouding kennis genomen van de overeenkomst en heeft besloten dat de overeenkomst - in overeenstemming met het bepaalde in de Wob - niet openbaar hoeft te worden gemaakt. De overeenkomst is en blijft derhalve nog steeds geheim en wordt niet openbaar.

3) Als de rechten niet aan de Provincie zijn overgedragen, is de Buitenring dan in strijd met de wet (de Wet economische delicten) in gebruik genomen?

Uit het antwoord op vraag 2 blijkt dat de overdracht van de emissierechten door de pachter aan de provincie in lijn is met de jurisprudentie en gebruikelijke werkwijze onder de Wet natuurbescherming. Als de emissierechten niet aan de Provincie zouden zijn overgedragen en de betreffende tracédelen nabij het ‘Geleenbeekdal’ en de ‘Brunssummerheide’ zijn in gebruik, dan wordt op dit punt niet aan dit voorschrift uit de Wnb-vergunning voldaan. Dan is sprake van een overtreding van de Wnb. Een dergelijke overtreding heeft ook te gelden als economisch delict op grond van de Wet op de economische delicten(“WED”).

4) Opmerkelijk: de pachter ontkent dat hij stikstofrechten heeft overgedragen. Is de overeenkomst op dit punt wel duidelijk? Is GS bereid een kopie van de overeenkomst te verstrekken? Zo nee, waarom niet?

Ja, de overeenkomst is duidelijk op dit punt. Zoals reeds in de beantwoording van de vragen 1 en 2 is vermeld, is de overeenkomst door ons College als vertrouwelijk aangemerkt. De overeenkomst heeft onder oplegging van geheimhouding reeds voor u ter inzage gelegen op 14 maart 2019. Mocht u het desondanks op prijs stellen dan kunt u de overeenkomst nogmaals onder geheimhouding inzien.

5) De eigenaar heeft in 2016, drie jaar na de rechten-overdracht, een vergunning Wet natuurbescherming gekregen om de boerderij te exploiteren. Begrijpelijk, want hij heeft de emissierechten nooit verkocht. Volgens GS3 is bij het verlenen van de vergunning “over het hoofd gezien” dat de emissierechten al aan de provincie waren verkocht. Hoe is te verklaren dat dit eenvoudige feit over het hoofd is gezien?

Vanwege de vertrouwelijkheid van de overeenkomst waren we niet tijdig op de hoogte dat de eigenaar zich niet op de bestaande rechten van de pachter kon beroepen.

6) GS heeft deze vergunning vervolgens ingetrokken, waartegen de eigenaar in beroep is gegaan. Als GS deze procedure verliest, is de Buitenring dan in strijd met de vergunning Wet natuurbescherming open gesteld? Zo ja, hoe gaat GS dit illegaal open stellen terugdraaien?

Eigenaar heeft tegen ons besluit tot intrekking van zijn Wnb-vergunning bezwaar aangetekend bij ons college. Ons college heeft vervolgens, op basis van het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften Provincie Limburg, het bezwaar van de eigenaar ongegrond verklaard. Daartegen heeft de eigenaar beroep ingesteld bij de Rechtbank Limburg. Die procedure loopt op dit moment nog. Op 20 juni jl. heeft de zitting plaatsgevonden. Als de Rechtbank het beroep gegrond verklaard dan zal ons college een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak. Het is op voorhand niet gezegd dat als ons college deze procedure verliest er meteen sprake is van strijd met de Wnb-vergunning. Dat is afhankelijk van de overwegingen van de Rechtbank en de overwegingen die ten grondslag liggen aan de nieuwe beslissing op bezwaar. Daarnaast is van belang dat in dit scenario ook voor de Provincie Limburg nog een mogelijkheid bestaat om in hoger beroep te gaan bij de Raad van State.

7) In de zitting van 20 juni jl. over de intrekking van de vergunning heeft de Provincie te kennen gegeven dat alleen de stalemissies zijn aangekocht, en niet de emissies door beweiden en bemesten.

Is daarmee wel voldaan aan de voorwaarden van de Wnb vergunning, inhoudende volledige verwerving van de emissierechten van het bedrijf (en de beëindiging daarvan)? Zo niet, is dan nu vast te stellen dat ook om die reden de Buitenring in strijd met de vergunning is open gesteld?

Bij het verlenen van de Wnb-vergunning voor de BPL is rekening gehouden met de positieve effecten van het beëindigen van de emissies uit de stallen. Die emissies zijn ook aangekocht. Mede op grond daarvan is de conclusie gebaseerd dat geen sprake is van significant negatieve effecten van de BPL.

8) Volgens de eigenaar was ten tijde van de voorbereiding van de overeenkomst met de pachter de echtgenote van de pachter bij de provincie werkzaam, en is deze betrokken geweest bij de voorbereiding van de overeenkomst. Kan GS dit ontkennen?

Het college kan bevestigen dat deze medewerker vanuit haar functie geen enkele betrokkenheid bij dit dossier heeft.

9) Zo ja, is GS bereid het integrale verwervingsdossier, waarin aantekening is gemaakt van alle data waarop besprekingen zijn gevoerd met welke personen daarbij aanwezig, ter beschikking te stellen? Zo nee, waarom niet?

Indien gewenst, stellen wij vanzelfsprekend dit dossier vertrouwelijk ter beschikking. In dat geval kunt u zich wenden tot onze medewerker de heer M.A. Luijten (+31 43 389 78 20)

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris