Ontbreken vergunning Wet natuur­be­scherming bij veel bedrijven


Indiendatum: nov. 2019

Maastricht, 20 november 2019

Geacht College,

In Noord-Brabant zijn er volgens gegevens van de provincie veel bedrijven die ten onrechte geen vergunning voor de Wet natuurbescherming hebben (TV-programma Een Vandaag van 20 november jl.)[1]. In dergelijke vergunningen wordt o.a. de toelaatbare stikstofuitstoot geregeld. De reportage spitste zich toe op industriële bedrijven, maar er is geen reden om aan te nemen dat dit niet zou gelden voor agrarische bedrijven. Ook de provincie Gelderland heeft hierover, zo bleek uit de uitzending, zorgwekkende gegevens.

1) Het is voor bedrijven niet altijd eenvoudig om te weten of ze een Wet natuurbescherming vergunning nodig hebben, omdat dit afhankelijk is van de uitstoot, de afstand tot Natura 2000 gebieden en de aanwezigheid aldaar van stikstofgevoelige habitats. Heeft de provincie Limburg, c.q. de uitvoerende RUD, om die reden bedrijven (industrieel en agrarisch) in het verleden actief geïnformeerd over het bestaan van een (eventuele) vergunningplicht?

2) Zo niet, waarom niet? Is het niet de taak van de provincies (de RUD) bedrijven wat betreft het bestaan van een eventuele (onzekere) vergunningplicht te faciliteren?

3) Heeft de provincie Limburg, net als de buurprovincies, een beeld van het aantal bedrijven dat een dergelijke Wnb-vergunning (of omgevingsvergunning met aanhaken van de Wnb) nodig zou hebben? Zo ja, kan GS een overzicht van deze “non-compliance” aan de Staten doen toekomen?

4) Zo nee, wat is de reden dat deze non-compliance niet, zoals wel in de buurprovincies (met ook veel veehouderijbedrijven) is onderzocht?

5) Als dit beeld van non-compliance er niet of onvolledig is, bestaat er dan nu wel een betrouwbaar beeld van de emissies naar en deposities op Natura-2000 gebieden? Worden die dan niet onderschat?

6) Is het aantal bedrijven dat ten onrechte geen vergunning heeft, toegenomen door de Raad van State uitspraak die de PAS buiten werking stelde? Welke konsekwenties trekt GS als handhavend bevoegd gezag hieruit?

7) Gaat GS een onderzoek als in vraag 3) bedoeld uitvoeren, of is het al in uitvoering? Wanneer krijgen de Staten de resultaten van dit onderzoek?

8) Wanneer worden de Staten geïnformeerd over de volgende stappen die GS gaat zetten in de aanpak van stikstofproblematiek?

Bij voorbaat dank voor een tijdige beantwoording van deze vragen,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: nov. 2019
Antwoorddatum: 4 mrt. 2020

Vraag 1) Het is voor bedrijven niet altijd eenvoudig om te weten of ze een Wet natuurbescherming vergunning nodig hebben, omdat dit afhankelijk is van de uitstoot, de afstand tot Natura 2000 gebieden en de aanwezigheid aldaar van stikstofgevoelige habitats. Heeft de provincie Limburg, c.q. de uitvoerende RUD, om die reden bedrijven (industrieel en agrarisch) in het verleden actief geïnformeerd over het bestaan van een (eventuele) vergunningplicht?

Ja, wij hebben de RUD, gemeenten en adviesbureaus actief geïnformeerd over het bestaan van de vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Sinds de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt de aanvrager van een omgevingsvergunning in de ontvangstbevestiging gewezen op een mogelijke vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De verantwoordelijkheid tot het daadwerkelijk indienen van een Wnb-vergunning ligt bij de initiatiefnemer. Wij hebben medio 2015, bij het inwerkingtreden van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), informatiebijeenkomsten georganiseerd voor adviesbureaus en gemeenten. Verder hebben we met een geleidelijk afnemende intensiteit tot en met 2017 via een nieuwsbrief de actualiteiten rondom de PAS en de interpretatievraagstukken rond de PAS met gemeenten en adviseurs gedeeld.

Na de uitspraak van de Raad van State en met het inwerkingtreden van de nieuwe beleidsregels in- en extern salderen in Limburg hebben wij via een nieuw e-mailadres (infostikstof@prvlimburg.nl) opnieuw een vast informatieloket ingeregeld. Ook de informatievoorziening vanuit het IPO is openbaar toegankelijk (https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/).

Het is aannemelijk dat bedrijven te goeder trouw bij gemeenten een Wabo-vergunning hebben aangevraagd en niet zijn gewezen op een aanvullende Wnb-vergunningplicht.

Vraag 2) Zo niet, waarom niet? Is het niet de taak van de provincies (de RUD) bedrijven wat betreft het bestaan van een eventuele (onzekere) vergunningplicht te faciliteren?

Zie antwoord vraag 1.

Vraag 3) Heeft de provincie Limburg, net als de buurprovincies, een beeld van het aantal bedrijven dat een dergelijke Wnb-vergunning (of omgevingsvergunning met aanhaken van de Wnb) nodig zou hebben? Zo ja, kan GS een overzicht van deze “non-compliance” aan de Staten doen toekomen?

Voor de bedrijven waarvoor wij het Wabo bevoegde gezag zijn, hebben we in beeld welke bedrijven een Wnb vergunning hebben. Het is echter niet bekend hoeveel bedrijven er in heel Limburg ten onrechte geen vergunning hebben in het kader van de Wet natuurbescherming. Een belangrijke verklaring voor het feit dat een deel van de bedrijven, zowel groot als klein, geen vergunning heeft is omdat een vergunning niet altijd noodzakelijk is. Er geldt onder andere geen vergunningplicht voor het aspect stikstof als de betreffende activiteit geen depositie veroorzaakt of al bestond op de referentiedatum van het Natura 2000-gebied en sindsdien ongewijzigd is voortgezet. Daarnaast zijn er ook agrarische en industriële bedrijven zonder vergunning, omdat hun activiteit ten tijde van het PAS was vrijgesteld van vergunningplicht.

Provincies Noord-Brabant en Gelderland hebben steekproeven uitgevoerd naar bedrijven die geen natuurvergunning hebben. Provincie Noord-Brabant heeft jaarlijks risicogericht een set bedrijven bekeken, die mogelijk vanwege ligging en activiteiten een natuurvergunning nodig had. Op basis van de uitkomsten van deze steekproef heeft ze een vervolgonderzoek uitgevoerd onder grote industriebedrijven. In Gelderland is een overzicht gemaakt van alle bedrijven, waarvoor de provincie het bevoegd gezag is voor de Wabo. Hoeveel bedrijven exact in deze provincies zonder de benodigde vergunningen draaien, is onduidelijk. Wij willen hierbij wel aangeven dat het ontbreken van natuurvergunningen bij niet-veehouderij bedrijven, anders dan de rapportage van EenVandaag beweert, niet betekent dat de emissies van deze bedrijven niet bekend zijn.

De provincie heeft dit beeld op grond van de door het RIVM gemaakte kaarten. Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties (GCN: Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) en deposities (GDN: Grootschalige Depositiekaarten Nederland ) in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. De emissies van álle sectoren vormden de input voor AERIUS Monitor.

Een vergelijkbare set vragen als de uwe is ook in de Tweede Kamer gesteld, waarmee deze landelijke problematiek verder opgepakt wordt. Vanuit ons Limburgs Aanvalsplan Stikstof gaan wij de inventarisatie in overleg met onze omgevingsdiensten uitvoeren. In het kader van de gebiedsgerichte aanpak onderzoeken we per Natura 2000-gebied welke bronnen een negatieve invloed hebben op de natuurkwaliteit om op basis hiervan de bronmaatregelen te kunnen treffen die nodig zijn. Hierbij betrekken we, in lijn met de acties die genoemd staan in het Aanvalsplan, ook de motie van leden Kröger en Postma van de Tweede Kamer d.d. 22 januari 2020 om te onderzoeken hoe de inzet van de best beschikbare technieken bij het verlenen en reviseren van vergunningen de stikstofuitstoot verder valt te reduceren.

Vraag 4) Zo nee, wat is de reden dat deze non-compliance niet, zoals wel in de buurprovincies (met ook veel veehouderijbedrijven) is onderzocht?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 5) Als dit beeld van non-compliance er niet of onvolledig is, bestaat er dan nu wel een betrouwbaar beeld van de emissies naar en deposities op Natura-2000 gebieden? Worden die dan niet onderschat?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 6) Is het aantal bedrijven dat ten onrechte geen vergunning heeft, toegenomen door de Raad van State uitspraak die de PAS buiten werking stelde? Welke konsekwenties trekt GS als handhavend bevoegd gezag hieruit?

Ja. In het kader van het PAS was een aantal activiteiten vrijgesteld van de Natura 2000-vergunningplicht. De initiatieven onder de drempelwaarde waren vergunningvrij. Voor een aantal initiatieven kon worden volstaan met een melding. Door de uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 zijn deze initiatieven ook vergunningplichtig geworden. Daarnaast hebben de Rechtbank Limburg en de Raad van State van in totaal ca. 60 (Limburgse) bedrijven de vergunning vernietigd op grond van de Wet natuurbescherming. Bij haar uitspraak zegt ze de Raad van State uitspraak over het PAS te volgen.

Ook deze bedrijven hebben geen vergunning meer. De initiatiefnemers van (voormalig) vergunningvrije activiteiten hebben te goeder trouw gehandeld. In diverse kamerbrieven is opgenomen dat de meldingen door de overheid gelegaliseerd zullen worden. In de gebiedsaanpakken die dit jaar in het kader van het Limburgs Aanvalsplan Stikstof worden opgesteld, wordt een passende beoordeling voor de te legaliseren meldingen meegenomen. Indien nodig treffen wij maatregelen op gebiedsniveau. Melders hebben op deze manier duidelijkheid dat hun gerealiseerde project niet alsnog ter discussie komt. Tegen deze achtergrond bestaat een situatie waarin handhavend optreden onevenredig is. Reden waarom het Rijk en provincies tot die tijd niet actief handhaven op deze meldingen. Voor de vernietigde vergunningen zullen wij een nieuw besluit nemen. De aanvraag van deze bedrijven herleefd, waardoor handhaving eveneens niet aan de orde is.

Vraag 7) Gaat GS een onderzoek als in vraag 3) bedoeld uitvoeren, of is het al in uitvoering? Wanneer krijgen de Staten de resultaten van dit onderzoek?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 8) Wanneer worden de Staten geïnformeerd over de volgende stappen die GS gaat zetten in de aanpak van stikstofproblematiek?

Wij hebben u via mededelingen portefeuillehouder 2020/3719 geïnformeerd over het Limburgs Aanvalsplan Stikstof. Hierin zijn de 4 actielijnen beschreven die aangeven op welke wijze wij aan de slag gaan. Wij informeren de Staten periodiek over de voorgang van de acties.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris