Betreft: Schriftelijke vragen uitbreiding megastallen Grubbenvorst en Echt Susteren

College van Gedeputeerde Staten Provincie Limburg

Postbus 5700

6202 MA Maastricht

Heerlen, 23-5-17

Geachte College,

De Raad van State heeft in haar uitspraak van 17 mei jl. (ECL:NL:RVS:2017:1301) de omgevingsvergunning van het Nieuw Gemengd Bedrijf(NGB) in Grubbenvorst gedeeltelijk vernietigd. GS Limburg is opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tegen dit enorme bedrijf, waar meer dan een miljoen kippen zullen worden gehouden in zgn. Verandakooien, die volgens de Universiteit van Wageningen de laagste welzijnsscore hebben, is veel verzet in de omgeving. Er wordt al jaren juridisch geageerd door omwonenden, milieu en dierenwelzijnsorganisaties en ook eerder al bleken verleende vergunningen juridisch onhoudbaar.

1) Is GS voornemens de vergunning opnieuw te verlenen, ondanks de grote weerstand in de omgeving, de grote geluids- en milieubelasting van de omgeving en eerdere negatieve uitspraken van de rechter over verleende vergunningen?

2) De staatssecretaris van EZ heeft recent de Wet Veedichte gebieden ter inzage gelegd, die provincies een instrumentarium biedt om grote concentraties van (pluim-)veehouderijen aan te pakken vanwege volksgezondheids-, leefbaarheids- en milieurisico’s. Als de Wet Veedichte gebieden van kracht wordt, is het denkbaar dat de provincie tegen het NGB zou moeten optreden? Zo ja, is de provincie bereid bij de herziening van de vergunning, waarbij immers ook te verwachten (wettelijke) ontwikkelingen betrokken moeten worden, de a.s. Wet Veedichte gebieden te betrekken? Zo nee, waarom niet?

3) Ligt het bedrijf in een ontwikkelingsgebied Intensieve veehouderij zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2014? Zo niet, dient de vergunning dan niet geweigerd te worden?

4) Wanneer zijn de ontwikkelingsgebieden uit de Omgevingsverordening aangewezen en welke afwegingen zijn daarbij gemaakt? Zijn daarbij indertijd volksgezondheidsrisico’s voor omwonenden betrokken? Is GS bereid de daarvoor relevante documenten aan de Staten ter beschikking te stellen?

5) Acht GS de afweging die indertijd gemaakt is bij de aanwijzing van de ontwikkelingsgebieden nog steeds actueel? Met name nu er steeds meer bekend wordt over de schadelijke volksgezondheids- en leefbaarheidsrisico’s van de intensieve veehouderij? Zie o.m. het VGO-onderzoek van juli 2016, naar aanleiding waarvan vier Limburgse Statenfracties vragen hebben gesteld over het provinciale beleid, en de Staatssecretaris van EZ de Wet Veedichte gebieden ter inzage heeft gelegd?

6) Is GS bereid de locatie en omvang van de ontwikkelingsgebieden aan te passen voortschrijdend inzicht en opnieuw tegen het licht te houden? Zo nee, waarom niet?

Het College van B&W van Echt-Susteren stelt de gemeenteraad voor om positief te beslissen over de uitbreiding van een varkenshouderij met 14.000 varkens tot in totaal 17.000, te Maria Hoop. B&W stelt voor om de omgevingsvergunning te verlenen, hoewel de aanvraag een nieuw agrarisch bouwblok vergt en daarom strijdig is met het geldende bestemmingsplan (zie link). Omwonenden zijn zeer bezorgd over deze uitbreiding, in een gebied dat tot nu toe nagenoeg vrij is van dit soort megastallen.

7) Hoe beoordeelt GS de voorgestelde forse uitbreiding van de varkenshouderij In Maria Hoop, in een gebied waar nog vrijwel geen stallen van een dergelijke omvang voorkomen?

8) Is de voorgestelde uitbreiding in overeenstemming met de Omgevingsverordening Limburg 2014, met name de regels voor Extensiveringsgebieden? Zo ja, dient GS dan deze vergunning dan niet tegen te houden via een reactieve aanwijzing?

9) Is de aangevraagde uitbreiding in overeenstemming met de kernkwaliteiten van het gebied en het POL 2014? Zo niet, is GS voornemens in te grijpen via een reactieve aanwijzing?

Graag beantwoording binnen de daarvoor geldende termijn,

Hoogachtend

P. Plusquin

Partij voor de Dieren