Motie grenseffecten intensieve veehouderij

Provinciale Staten van Limburg, in vergadering bijeen op 23 juni 2017,

gelezen de Mededeling Portefeuillehouder inzake Wet veedichte gebieden GS 2017-39678),

Constaterende dat:

- De provincie N-Brabant op korte termijn een forse aanscherping realiseert van milieu-, natuur en ruimtelijke ordeningseisen aan bedrijven in de intensieve veehouderij (GS voorstel Versnelling transitie veehouderij, https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2017/juni/samenhangend-pakket-maatregelen-zorgvuldige-veehouderij.aspx);

- Een onderdeel hiervan is het zgn. stalderingsbeleid, waarbij nieuwe stallen alleen gerealiseerd kunnen worden als bestaande worden afgebroken;

- Limburg een dergelijke aanscherping van beleid niet kent;

- Daarmee de kans bestaat dat bij wijze van grenseffect Brabantse agrarische ondernemers voor ontwikkeling en uitbreiding van hun bedrijf zullen uitwijken naar de provincie Limburg, in het bijzonder de Landbouw Ontwikkelingsgebieden, met alle effecten voor Limburg op milieu- en leefkwaliteit vandien;

- Bij uitwijk van Brabantse bedrijven de ontwikkelmogelijkheden van Limburgse ondernemers worden beperkt, doordat beperkte milieu- en planologische ruimte wordt ingenomen;

- De kans op ongewenste grenseffecten groter is naarmate de verschillen tussen de Brabantse en Limburgse regelgeving groter zijn;

- Eventuele vergunningaanvragen van ondernemers, ook die van buiten de provincie, in Limburg volgens nu geldende gemeentelijke bestemmingsplanregels en provinciale natuur- en milieuregels behandeld moeten worden, en niet geweigerd kunnen worden als ze daaraan voldoen;

- In de Mededeling Portefeuillehouder voornoemd, in IPO-verband het advies wordt gegeven aan de Minister van EZ om ongewenste grenseffecten te beperken via een nadere opdeling van de compartimentering van mestproductierechten in de Meststoffenwet,

Overwegende dat:

- Het IPO-advies aan de Minister op zich steun verdient, maar voor het beperken van voornoemde grenseffecten nog geen soelaas biedt omdat het Rijk dit nog moet overnemen, er bovendien een demissionair kabinet zit en Haagse wetgevingsprocedures veel tijd vergen;

- Een gelijk speelveld voor agrarische ondernemers wenselijk is, maar het er nu alle schijn van heeft dat er stevige verschillen (gaan) ontstaan tussen de Brabantse en Limburgse regels;

Van mening zijnde dat:

- Het daarom van essentieel belang is dat er een duidelijk beeld ontstaat van de verschillen in regelgeving tussen Brabant en Limburg,

- De provincie Limburg datgene moet doen wat in haar macht ligt om ongewenste grenseffecten te vermijden;

- De Staten hiervoor over de juiste informatie moeten beschikken,

Vragen het college van Gedeputeerde Staten om:

- Een vergelijking te maken tussen relevante Limburgse regels, met name de Schone Stallen Aanpak, en de regels zoals die gaan gelden na de voorziene wijziging van de Brabantse Verordening natuurbescherming;

- In beeld te brengen welke vestigingsmogelijkheden er in Limburg zijn op grond van bestaande bestemmingsplannen voor intensieve veehouderijen, ook van buiten de provincie;

- Daarbij een beoordeling te maken van de kans op voor Limburg ongewenste grenseffecten;

- Tevens een beoordeling te maken van het Brabantse “stalderingsbeleid” en de geschiktheid daarvan om problemen in Limburg aan te pakken;

- Deze gegevens en de beoordelingen aan de Provinciale Staten toe te zenden, vergezeld van een Statenvoorstel.

En gaan over tot de orde van de dag,

P. Plusquin, Partij voor de Dieren

M. Bosch, PVV

C. Brugman, GroenLinks

Status:
Voor:
Tegen: