Tijdelijke bouwstop geitenhouderij (PS 14/15 december 2017)

Voorzitter, 

Nog in de nasleep van de Q koorts epidemie, met ook vele Limburgse slachtoffers, werden we dit jaar geconfronteerd met een onderzoek van het RIVM over longklachten bij omwonenden van geitenhouderijen. In dit aanvullende VGO-onderzoek, verricht in Oost-Brabant en Noord-Limburg, is wetenschappelijk een statistisch verband aangetoond tussen geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking bij omwonenden. Binnen een straal van 1,5 of 2 km rond een gemiddeld geitenbedrijf komt tussen 12,3 en 52,1% meer longontsteking voor.

De Staatssecretaris van EZ schrijft op 16 juni aan de Tweede Kamer, in zijn aanbiedingsbrief van het VGO-2 onderzoek, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Milieu, dat zij de verhoogde ziektedruk “een zorgelijk signaal” vinden. De bewindspersonen geven aan dat het “van belang is dat het bevoegde gezag (…) rekening houdt met deze zorgelijke signalen”.  De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu stelt vervolgens in een brief aan de Tweede Kamer op 4 juli dat het “op slot zetten” verloopt via het omgevingsrecht, waarbij het principe “decentraal tenzij” geldt.  

Dat duidelijke signaal vanuit de voor volksgezondheid verantwoordelijke ministeries is wat de provincies Noord-Brabant en Gelderland hebben opgepakt. Inmiddels al een half jaar geleden stemde Provinciale Staten van Brabant unaniem in met een bouwstop van geitenstallen tot 15 juli 2020. Provincie Gelderland heeft vlak daarna een tijdelijke bouwstop gerealiseerd en deze onlangs  verlengd tot 2021, omdat pas eind 2020 het aanvullende onderzoek over de precieze oorzaken verwacht wordt. 

Voorzitter, ook hier in Limburg zijn de risico’s onder onze aandacht gebracht. Tijdens de RLN commissie van 17 november jongstleden heeft  dr. Van der Sande, arts Maatschappij en Gezondheid aan Gedeputeerde Staten gevraagd om ook het voorzorgprincipe te hanteren. Ook dhr. Brunninkhuis, voorziter van Q-uestion, toonde zijn bezorgdheid over het ontbreken van de gezondheid van de Limburger in de accentennotitie. 

De geitenhouderij heeft in Nederland een grote vlucht genomen. Sinds 2008 is het aantal geiten in Nederland meer dan verdriedubbeld. Waar varkens- en melkveehouders gehouden worden aan fosfaatreductie en mestregels ed. zijn er geen beperkingen voor geitenhouderijen. Voor veel agrarische ondernemers een reden om over te stappen op geiten. 

Daarnaast, en dat mag ook wel eens gezegd worden, ontbreekt het aan wettelijke regels voor het welzijn van geiten binnen de stallen. De meeste geiten staan binnen en er zijn geen regels over hokgrootte en stalinrichting. En met het dierenwelzijn in de bokjesmesterijen is het, volgens een recente rapportage van het NVWA, slecht gesteld.

De bokjes zijn zo ziek dat het sterftecijfer oploopt tussen de 20 en de 66 %, en dat voor ze de slachtleeftijd van 6 weken hebben bereikt. 

Voorzitter, de PvdD vindt het, met de andere partijen die de motie indienen (PVV,  Groen Links en Volkspartij Limburg)onaanvaardbaar om de Limburgse bevolking aan een verhoogd gezondheidsrisico bloot te stellen en daarom dienen we vandaag een motie in om, in navolging van Brabant en Gelderland, ook een tijdelijke stop in te stellen op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen. 

Technisch kan dit verlopen door de Staten, en de motie vraagt zo snel mogelijk, een Voorbereidingsbesluit voor te leggen, in het kader van de ruimtelijke ordening.  Vergunningaanvragen moeten dan, voor max. 6 maanden, worden aangehouden. Zodat je voorkomt dat er – bijvoorbeeld omdat ondernemers uit Brabant en Gelderland nu hun heil zoeken in Limburg – vergunningen moeten worden toegekend omdat ze passen in een bestemmingsplan.

Daarna dient binnen 6 maanden door PS besloten te worden of, en voor hoe lang, de bouwstop in de provinciale Omgevingsverordening wordt vastgelegd. Dat is de weg die Gelderland gelopen heeft, waarbij er dus binnen die 6 maanden ruimte is voor zienswijzen, inspraak etc.