Inbreng nota “Landschap verbindt Limburg”


25 juni 2020

Voorzitter,

In de commissie hebben wij duidelijk gemaakt heel erg voor een landschapsfonds te zijn – zo noem ik de nota toch maar, al blijkt er sprake te zijn van een fonds en een budget met drie “investeringslijnen“ (van 2,8 miljoen in totaal), zo blijkt uit de nagekomen Mededeling portefeuillehouder, waarvoor dank.

En misschien is het juist wel omdat wij zo voor het idee zijn, dat wij kritisch zijn op de uitwerking. Die wat betreft de te hanteren criteria naar ons idee niet uitblinkt in duidelijkheid. Vandaaruit heb ik een aantal concrete vragen aan de gedeputeerde.

Wat betreft het fonds, te voeden met maximaal 0,5 miljoen, reeds eerder ter beschikking gesteld, is nu duidelijk dat dit niet om procesmiddelen gaat, althans maar voor maximaal 0,1 miljoen - dus een uitsplitsing daarvan zoals gevraagd in de commissie is wat ons betreft niet meer nodig.

Bij de investeringslijnen worden als criteria genoemd de “Sustainable Development Goals” (SDG”s) van de VN. Nu zijn dat op zich goede critera als het gaat om duurzame ontwikkeling, maar ze zijn niet gericht op landschap.

En een landschapsfonds, of -budget, moet toch landschapsbescherming als primair doel hebben. Dan denk ik overigens niet alleen aan de unieke Limburgse landschapskenmerken en landschapselementen, zoals heggen en graften, maar ook aan het levende landschap, het landschap in actie zogezegd. De combinatie van landschap en gebruikspraktijken, bijv. traditionele landbouwpraktijken, denk aan hoog stam boomgaarden.

Dat zijn elementen, die vind je niet in de SDG’s. Of alleen onderegschikt. Moet ik het nu zo begrijpen, en graag een duidelijk antwoord op deze eerste vraag, dat het wel degelijk primair gaat om de bescherming en instandhouding van het landschap?, En dat vervolgens, als secundair criterium, waaraan in ieder geval ook voldaan moet zijn, de SDG’s worden gehanteerd?

En dan, in het verlengde hiervan, vraag 1b eigenlijk: gelden die criteria zowel voor het fonds (samen met het ESF), de investeringslijnen jaarlijks (1 en 2), als de eenmalige 0,4 miljoen matching transitie Nationale Parken, Ik mag het hopen, anders wordt het wel erg ingewikkeld.

En dan als tweede de cofinanciering, en de voorbeelden van projecten die worden genoemd. Die stellen niet gerust. Zo worden er voorbeelden genoemd in de sfeer van de energietransitie, de landschappelijke inpassing daarvan. Maar die inpassing moet toch uit de projectgelden van die projecten worden gefinancierd? Net zoals extra eisen voor vleermuizen e.d. – remember Venlo, zou ik bijna zeggen - zijn er ook eisen te stellen aan landschappelijke inpassing. Projecten voor de energietransitie dienen zelffinancierend te zijn, dat kan ook, en niet een beslag te leggen op de schaarse middelen van het landschapsfonds/budget. Ik kan me haast niet voorstellen dat de gedeputeerde dit anders ziet - anders is zijn budget zo op namelijk. Maar toch graag een toezegging hierop.

Helemaal moet het principe zijn, derde punt, dat bij mogelijke cofinanciering eerst gekeken moet worden wat evt. partners zelf kunnen inbrengen. De 50% cofinanciering moet geen dogma zijn, maar een bovengrens. Zo ligt het voor de hand dat voor echt toeristische voorzieningen, zoals een verbindend fietspad (niet het wandelpaadje voor de avondwandeling) een bijdrage van het bedrijfsleven komt. En bij herstel en/of instandhouding van (fysiek) cultureel erfgoed, bakstenen zal ik maar zeggen, is zoveel geld gemoeid, en vaak ook verkrijgbaar uit herbestemming, dat je daar financieel ook niet te stevig in moet gaan zitten. Dan moet het eerder 10 dan 50% zijn. Dus wordt er allereerst gekeken naar de mogelijke, reëel op te brengen financiele inbreng van projectpartners?

Graag een duidelijk antwoord op deze vragen. Het zal toch niet zo zijn dat we hierover een motie moeten indienen.