Commissie Ruimte, Landbouw en Natuur, PS-Limburg, 17 november 2017

Voorzitter,

Ik wil het vandaag hebben over de intensieve veehouderij. Wij als PvdDieren vinden “vee-industrie” altijd een betere beschrijving. Maar moeten, we na de onthullingen van vorige week, niet ook spreken van de “mest-maffia”?

Voorzitter: ik weet dat het zware woorden zijn, maar ik gebruik ze niet voor niets. Het NRC-artikel heeft klip en klaar aangetoond dat het gaat om doelbewuste wetsovertredingen, op grote schaal, bedreven door een complex van bedrijven – niet alleen de boeren, maar ook financiers, adviseurs, vervoerders. Met als gevolg dat mest “verdwijnt” – en op allerlei plekken wordt gedumpt.

Dat enorme probleem lossen we niet op door meer controleurs en officieren van justitie. Want het is de gelegenheid die de dief maakt. Een kind kan de was doen, frauderen is en blijft doodsimpel, dat is uitgebreid beschreven in het artikel. Hoeveel officieren van justitie je ook inzet.

Ik citeer de NRC: “Het journalistieke onderzoek naar het “mestcomplot” in en om de Peel laat zien hoe de branche moreel is vastgelopen en de samenleving de rug lijkt te hebben toegekeerd”. En : “Boetes en veroordelingen worden als bedrijfsrisico terzijde geschoven. Zowel het bestuurlijke sanctierecht als het strafrecht maken er geen indruk meer.”

Voorzitter, maar het is niet alleen die gelegenheid die de dief maakt, het is vooral een economisch systeem – het kiloknallermodel - dat de mestfraude veroorzaakt. Een systeem dat leidt tot mestoverschotten die niet te verwerken zijn – behalve door de mestmaffia. Over dat economisch systeem, het kiloknallermodel, hebben we het vandaag.

Een systeem waar ook beleggers steeds minder brood in zien. “Bedrijven die afhankelijk zijn van de vee-industrie lopen serieuze financiële risico's”, stelde een groep van veertig institutionele beleggers, al weer een jaar geleden. In een brief waarschuwden ze zestien internationale voedingsbedrijven als Unilever, Ahold Delhaize en Nestlé voor de gevolgen. ,,Onze huidige afhankelijkheid van de vee-industrie om aan de wereldwijd groeiende vraag naar eiwitten te voldoen, is een recept voor een financiële, sociale en milieu-crisis'', zegt Jeremy Coller namens de beleggers, die samen meer dan een biljoen euro beheren. Het gaat om onder meer Triodos Bank, Zweedse staatspensioenfondsen, de grote Britse verzekeraar Aviva en Robeco.

Een economisch systeem dat voortdendert richting steeds verdergaande schaalvergroting, met steeds meer milieuproblemen. En ook gevaren voor de volksgezondheid, we weten er alles van sinds de VGO rapportage. Waardoor er steeds weer noodverbanden moeten worden aangelegd, waarbij het middel (luchtwassers, mestverwerking) vaak weer erger blijkt dan de kwaal. Noodverbanden die dan weer gefinancierd moeten worden uit schaalvergroting etc. etc.

Voorzitter, het is deze vicieuze cirkel die we moeten doorbreken. Om dat te doen zullen we een taboe moeten aanpakken, namelijk het taboe op vermindering van de veestapel.

Ik citeer voormalig staatsecretaris Bleker, thans voorzitter van de branche organisatie van bedrijven in handel, import, export en transport van levend vee: „Er zijn gebieden in ons land waar maatschappelijk gezien sprake is van een te grote concentratie van varkenshouderijen, vooral in Oost-Brabant en het noorden van Limburg. Laat de sector en het ministerie dáár zorgen voor een warme sanering. Daar is het echt te intensief geworden.”

Onze buurprovincie heeft daartoe stappen gezet, nu alweer een half jaar geleden. En daarbij dat taboe op vermindering van dieraantallen niet geschuwd. Die ontwikkeling in de buurprovincie is de reden dat we nu dit debat hebben. Vanwege de motie die wij juni jl. samen met GL en de PVV hebben ingediend, en waarbij gevraagd is om een vergelijking van het Limburgse en het Brabantse beleid. Die vergelijking is er nu, in Bijlage 4 van de Accenten notitie. Met daarin het voorgenomen Limburgse beleid.

En wat blijkt, 5 maanden na de motie: de berg heeft een muis gebaard. De Limburger schreef het al: “Koerswijziging moet nog blijken”. De agrarische bladen, die schrijven over het Walhalla dat Limburg is - tegenover de hel in Brabant, die bladen kunnen gerust zijn.

Er wordt door deze gedeputeerde geen druk gezet op de sector, het is allemaal overleg en polderen en “verkenning van beleidsopties” wat de klok slaat. Voorzitter, het zijn niet de boeren die stil zitten, het is dhr. Mackus zelf.

Dit beleid is een regelrechte uitnodiging voor nog meer megastallen, nu de grond in andere provincies te heet onder de voeten wordt. GS erkennen het zelf: “het maatregelenpakket van Brabant kan aanleiding geven tot een toename van dieren in Limburg”.

En het kan snel gaan. U hebt het kunnen zien op de brug voor het Gouvernement, waar zojuist een inschrijfbureau voor megastallen is geopend. De belangstelling was groot!

Voorzitter, deze “accenten notitie” is een uitnodiging voor nog meer fijn stof en longaandoeningen, nog meer achteruitgang van de Peel, nog meer landschapsverwoesting, nog meer bodembederf, nog meer mestmachinaties, nog meer dierenleed in overvolle stallen waarin de lucht verpest is door luchtwassers, nog meer stalbranden. En dan heb ik het nog niet over broeikasgassen, sojaplantages in regenwouden en het energieslurpende gesleep van voedsel over de aardbol dat dit economische model, het kiloknallermodel, met zich mee brengt.

Voorzitter, wij hebben vandaag bij het Gouvernement een klein toneelstukje opgevoerd.

In de accenten notitie zien we een ander drama, en wel een schimmenspel. Met dhr. Mackus als regisseur. Titel: de “Grote vooruitschuif” show. Met als ondertitel: “Ik kies mijn eigen draagvlak”.

Want het is een schimmenspel dat voor onze ogen wordt opgevoerd met een zorgvuldig geselecteerd stel acteurs: de LLTB, gemeentes, experts, de Milieufederatie – maar niet met organisaties van omwonenden, niet met Werkgroep Behoud de Peel, niet met Werkgroep Behoud de Parel, niet met de Dierenbescherming en niet met de Kerngroep Limburg gezonder. Want dat zouden wel eens spelbrekers kunnen zijn.

We zien bij dit schimmenspel op het toneel een tunnel vol dampen, ammoniak en fijn stof, met aan het einde een vage inscriptie: “Afrekenbare tussendoelen in 2025”. Maar die bestemming zal nooit worden bereikt. Dat weten we, want voor het zover is komen de acteurs rochelend naar buiten rennen.

In de tunnel zien we ook zijgangen, waaruit mist naar buiten komt. Boven die zijtunnels hangen bordjes, met vage, nauwelijks leesbare opschriften: “Bestemmingen en vergunningen opschonen” – voor de gemeentes. “Monitoring manifest duurzame veehouderij” – voor de Milieufederatie. “Een vergunningen APK en vergunningen revisie” – voor de experts. In die tunnels mogen de acteurs ronddwalen, om althans het vege lijf te redden.

In de tekst van het drama (de regie-versie, waar de Partij voor de Dieren over beschikt) staan wel bepaalde

zinnen doorgekrast. Daar mag, kennelijk van de regisseur, niet over gesproken worden. Telkens is dat het woord ”geitenhouderij”.

Voorzitter, sommigen zullen misschien zeggen: de eerdere aktes in dit drama hebben wel degelijk wat opgeleverd. Dat is in ieder geval de toon van de Accenten notitie.

Maar het tegendeel is het geval. De fijn stof emissies stijgen nog steeds. De ammoniak emissies dalen de

laatste jaren licht, wordt er gezegd.1 Maar de Commissie voor Deskundigen Mestbeleid (geen radicaal groene club) heeft er vorig jaar al op gewezen, in de evaluatie van het mestbeleid, dat deze emissiereductie al jaren stagneert. Maar daar is nu bijgekomen dat het beeld op basis van metingen heel anders is! Uit metingen die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en het RIVM zeer recent publiceerde, maar ook uit satellietbeelden van de Vrije Universiteit blijkt dat de concentratie ammoniak het hoogste waren sinds 2005. De ammoniak in het milieu komt voor 90% uit de landbouw.

Verdere reducties van deze emissies, laat staan de reducties die nodig zijn om onze natuurgebieden te redden, vinden we niet terug in de accentennotitie. En dan is daar ook nog de aantasting van de bodemkwaliteit, de emissies naar het grondwater, het mestdossier dat zich - om in de beeldspraak te blijven - tot een regelrechte krimi heeft ontwikkeld.

Voorzitter, waarom noemen wij dit een schimmenspel? Het is een schimmenspel, met vage en halfslachtige “oplossingen” (ik kom daar in de tweede termijn nog op terug) om de werkelijke oplossing aan het zicht te onttrekken. De oplossing van het verminderen van de veestapel, waarop o.a. Werkgroep Behoud de Peel, met kracht van argumenten, en vandaag weer, al jaren op aandringt. De Werkgroep is beslist niet de enige, deze week nog sloot Vereniging Natuurmonumenten zich daarbij aan.

In het voorjaar 2018 krijgen we de uitwerking van deze notitie, wordt er gezegd in de notitie.

Moeten we dan niet het vertrouwen hebben dat dit provinciebestuur die “beleidsopties” ook echt gaat uitwerken – en tot een echte aanpak komt? Voorzitter, vertrouwen moet je verdienen. Dit provincie bestuur had dat vertrouwen al kúnnen verdienen. Door intensiever te controleren op luchtwassers, door net als andere provincies aan het Rijk toestemming te vragen om in de vergunningverlening meer, en ambitieuzere technieken toe te mogen staan. Door bij die vergunningen, net als Brabant, volksgezondheid mee te nemen. Door harder aan het oplossen van de fijn stof problemen in Nederweert te trekken. Allemaal gevraagd door ons, en ook door de Groen Links fractie. Allemaal afgewezen door dit college. Hoe kunnen wij dat vertrouwen dan hebben?

Voorzitter, we hebben niet alleen te maken met een schimmenspel, maar ook met een tragedie. Een tragedie, voor de dieren, het milieu, de omwonenden, de natuur, maar ook voor de boeren zelf. Die gevangen zijn en blijven - niet in het minst door hun eigen voormannen - in een failliet economisch model. En het drama begint inderdaad sinistere trekken te krijgen, nu de mestmaffia - die eerst nog achter de coulissen zat – ook werkelijk op het toneel is verschenen. Als sluitstuk van het economische model van de kiloknaller. Een economisch, moreel en maatschappelijk failliet model. Terwijl het ook anders kan, dat is juist in deze provincie gebleken, ik kom daar nog op terug.

Nu staat de klok op vijf voor twaalf voor de sector. Een sector, die de tekenen van de tijd nog steeds niet weet te verstaan. De tekenen van de tijd, zoals vertolkt door vele insprekers vandaag die, vanuit allerlei invalshoeken, hebben duidelijk gemaakt waarom zij vinden dat het niet zo door kan gaan. Ik wil nu, in mijn eerste termijn, de gedeputeerde met name vragen om op die insprekers in te gaan. Op wat er gezegd is over gevaren voor de gezondheid van mens en dier. Over de noodzaak van reductie van de veestapel.

Want die reductie van de veestapel is te realiseren. Door nu als provincie eindelijk die milieu-, gezondheids-, natuur- en dierenbeschermingseisen te stellen, die al lang nodig zijn De bedrijven die aan die eisen niet kunnen, of willen voldoen, kunnen dan vervolgens ondersteund worden om te stoppen of om te schakelen. Bijvoorbeeld door een transitiefonds in te stellen, zoals in onze buurprovincie.

En, het laatste nieuws: er is nu ook geld in Den Haag. Het regeerakkoord stelt 200 miljoen beschikbaar voor een “warme sanering” in de varkenshouderij. Maar niet voor niets. Want er staat bij: “prioritair voor Noord-Brabant”. Waarom voor Noord-Brabant? Omdat daar de problemen van de sector echt worden aangepakt.

Meneer Mackus, laat u deze Haagse geldstromen aan u voorbij gaan, met uw halfslachtige beleid? Dan zou u echt een stilzitter zijn!

Of gaat u naar Den Haag met een echte aanpak van de problemen? De keus is aan u,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren