Bijdrage PS 14-12: Einde­jaars­bij­stelling en omge­vings­ver­or­dening.


15 december 2018

Inbreng Eindejaarsbijstelling

Voorzitter, ik wil beginnen met een blijk van waardering. Bij het thema natuur, de soortenbescherming, zien we dat er rondom kasteel Daelenbroek 22 hectare nieuw leefgebied voor de unieke dagvlinder het Donker Pimpernel Blauwtje wordt gerealiseerd. Eerder hebben wij daarover schriftelijke vragen gesteld. Deze vlindersoort komt in Nederland alleen in Limburg voor, en nu nemen we als provincie onze verantwoordelijkheid. Dat is een compliment waard.

Minder aangenaam getroffen zijn wij door het voortdurende uitstel van de beheerplannen voor de Natura 2000 gebieden. Wettelijk moeten die binnen 3 jaar na aanwijzing van het gebied zijn opgesteld, en wat dat betreft lopen we in Limburg jaren achter. Het goede nieuws is dan dat GS aankondigt dat in de eerste helft van 2019 de achterstand zal zijn ingelopen.

De vraag is dan wel: is er ook geld om die plannen uit te voeren? Volgens de antwoorden op vragen die we bij de begroting gesteld hebben ontbreekt vanaf 2020 in de meerjarenbegroting het geld voor het verlengen van beheerovereenkomsten. Dit omdat dit college, naast het geld van het Rijk,z elf niet in natuur wil investeren. Er wordt zelfs gesuggereerd dat er in die overeenkomsten wel wat “getrimd” kan worden (“kritisch kijken naar de wijze van voortzetting”). Hoe verdraagt dat zich tot het gereed komen van de beheerplannen? En tot de wettelijke verplichtingen die er zijn om voor natura 2000 gebieden een gunstige staat van instandhouding te realiseren.

Wij constateren dat de partijen in GS dit tekort geheel en al over de schutting hebben gegooid naar de coalitie die na de verkiezingen zal worden gevormd. En die dit zal moeten uitonderhandelen, wellicht ten koste van andere groene wensen, zo gaat dat. Dat is een bepaalde politieke keuze, niet de onze.

Inbreng Omgevingsverordening

Voorzitter, de Limburgse groene ruimte is van grote waarde. Juist in een provincie met veel verspreide bebouwing een juweel dat we moeten bewaren. Daarom hebben we waardering dat GS de Ladder duurzame verstedelijking, die weliswaar al in de regelgeving van het Rijk is opgenomen, nu ook in de eigen provinciale verordening verankert. Expliciet geformuleerd, en niet alleen maar, zoals nu nog, via de formule “rekening houden met” (die landelijke ladder). Daarmee zijn we niet afhankelijk van de luimen en grillen van de Haagse politiek.

Ook een goede zaak dat de geitenhouderijen onder de definitie van intensieve veehouderij gaan vallen. Dat heeft alles te maken met een gelijke behandeling t.o.v. andere bedrijven(varkens, pluimvee etc.) in het ruimtelijke spoor. Waardoor geitenbedrijven in de ontwikkelings- en extensiveringsgebieden onder dezelfde regels gaan vallen. En met het dichten van een gat in de regelgeving, omdat bij het vaststellen van de Verordening indertijd geitenbedrijven nog niet de omvang hadden die ze nu hebben. Wij steunen daarom dit voorstel.