Bijdrage Partij voor de Dieren - Limburgse Land- en Tuinbouw loont 2


13 mei 2016

Voorzitter,

Wie kent er niet uit de toneelstukken van William Shakespeare het citaat van Hamlet “te zijn, of niet zijn, dat is de kwestie”?

Ik zou met een (agrarische) variant hierop willen zeggen: de Limburgse land- en tuinbouw zal duurzaam zijn, of ze zal niet zijn. Dat is geen kwestie.

Maar dat is juist wat de PvdD-fractie mist in LLtB-2: een visie op duurzaamheid. Dat is niet alleen milieu, natuur en dierenwelzijn, maar ook economisch. Want het verder gaan op de huidige weg, van massaproductie tegen de laagste kosten, is geen optie. Dat hebben we overigens niet van onszelf. Het is de visie van de directeur van de Rabo Bank Weerterland (recent aangehaald door L1): het huidige verdienmodel, gericht op bulkproductie tegen een lage kostprijs, heeft zijn langste tijd gehad. De boer van de toekomst moet zich richten op onderscheidende producten en nichemarkten.

Een zo’n onderscheidend product is dat van biologische landbouw.

De gedeputeerde hield in de commissie vol dat er in LLtL-2 wel degelijk aandacht is voor de biologische landbouw, maar dat is niet wat wij uit de stukken lezen. Het is ook niet wat wij gehoord hebben van de bioboeren van de Mergelland-coöperatie, en van betrokken ambtenaren. Volgens hen is het beleid namelijk juist heel expliciet generiek: ieder agrarisch bedrijf kan aanvragen doen voor kennis en marktondersteuning, maar de biologische landbouw krijgt geen plus vanwege de milieuvoordelen. Daarom maken wij ons zorgen over het project “Bioboeren” dat door de Mergelland coöperatie is ingediend voor ondersteuning vanuit het LEADER programma. Komt dat project dan wel door de subsidieregels, die namelijk sterk gericht zijn op regionale economie, sociale cohesie e.d. Kan de gedeputeerde onze zorgen wegnemen? Komt het project voor subsidie in aanmerking? Graag duidelijkheid hierover.

We moeten niet alleen vooruit kijken, maar ook terugkijken. Is het beleid dat de provincie tot nu toe voert om schadelijke emissies van de landbouw terug te dringen effectief? En tegen welke kosten? In de commissie heb ik brede steun gekregen voor mijn vraag naar gegevens over de werking van de Schone Stallen regeling. Ik wil, voor alle duidelijkheid, die vraag nog eens toelichten: het gaat ons niet om gegevens over individuele aanvragen. Waar het om gaat zijn gegevens over de kosten op jaarbasis, en vooral ook een berekening van hoeveel emissies – fijn stof e.d. - ermee vermeden zijn, en dat vergeleken met de totale emissies in de regio. Een percentage dus om te kunnen beoordelen wat je hiermee als provincie bereikt als je het afzet tegen de totale emissies, en de kosten daarvan voor de provincie.

En dan de zogenaamde maatschappelijke verankering, het staat er zo mooi “ieder bedrijf een lust voor zijn omgeving”. Voorzitter, met dit programma, LLtL-2, is dat een illusie. Er zijn, en ik denk dan ook maar weer aan de Limburgse Rabobank, nu meer dan genoeg signalen dat we met de huidige lijn – alleen maar meer, meer, meer produceren, in steeds grotere stallen, tegen de laagste kosten – fundamenteel verkeerd zitten. Dan gaat het niet alleen om dierenwelzijn, maar ook om de mestproblematiek, de emissies van ammoniak en fijn stof, de grondwatervervuiling, de stank, de gezondheidseffecten, het landschapsbederf. Dat repareer je niet met een paar gesprekken met de omgeving.

Wij hebben dan ook geen behoefte aan een voortzetting van de proeftuinen, en het project Vinken en Vonken. Die zijn een mislukking. Daar hebben wij meerdere bronnen voor: burgers uit de omgeving, NB een eigen evaluatie van Netwerk de Peelhorst (op internet te vinden), maar ook de rapportage LLtL-1 zelf. Daar staat keurig, maar vernietigend: “De interesse van ondernemers om, bij bedrijfsontwikkeling, een dialoog te voeren met hun omgeving, blijft achter bij de verwachting. Partijen zijn in het algemeen onvoldoende overtuigd van het nut om aandacht te geven aan de dialoog bij de te volgen procedures”.

Voorzitter, het is duidelijk: die dialoog is een fopspeen. De boeren zijn niet geïnteresseerd. De omgeving ziet geen resultaat. We zijn de fase van het vrijblijvend praten, van de zoethoudertjes, echt voorbij. Als er geen duidelijke regels zijn vanuit de overheid, geloven de ondernemers het wel. Begrijpelijk, als je moet werken in een bulkmarkt gericht op de laagste kosten.

Wat we nodig hebben zijn duidelijke regels voor echte duurzaamheid, en een rem op de megastallen. Die er nu niet is want er kan nog steeds heel veel in de ontwikkelingsgebieden. Er liggen nog allerlei vaak verouderde bestemmingsplannen, die de bouw van vele nieuwe megastallen mogelijk maken. De provincie legt daar geen strobreed in de weg, en laat de bewoners in de steek. Wat gaat de provincie doen om die bouwmogelijkheden te beperken?

Er is meer wat de provincie kan doen. Ik denk dan aan de luchtkwaliteit. In de gemeente Nederweert is er – als enige in het land – nog steeds sprake van een al jaren durende overschrijding van de fijn stof normen, vanwege de vele intensieve veehouderijen in het gebied. De gemeente Nederweert wil dat zelf best aanpakken, maar kan het niet alleen. Dat blijkt uit hun reactie – ik zou willen zeggen, hun noodkreet – op de laatste NSL-rapportage (NSL is het landelijke programma voor luchtkwaliteit). De gemeente signaleert daarin dat behaalde reductie telkens weer wordt opgevuld met nieuwe/extra dieren. De gemeente wil niet langer dweilen met de kraan open, en vraagt om nieuwe instrumenten. Met name voor het actualiseren van verouderde vergunningen, het aanpakken van onbenutte vergunningsruimte en het bij vergunningen rekening houden met (hoge) achtergrondconcentraties. Wat gaat de provincie doen om de gemeente hierin te ondersteunen? Gaat u samen met de gemeente naar het ministerie om dit aan te kaarten?

Terugkerend naar de biologische landbouw, en de noodzaak van duurzaamheid: wij vinden dat die plus voor de biolandbouw er wel degelijk is. Maar niet iedereen in de commissie was het met ons eens, moet ik toegeven: er was in de commissie verschil van mening over hoe je de landbouw moet verduurzamen. En de rol van de biologische landbouw daarin. Die discussie moeten we zeker verder voeren, maar dan wel op basis van feiten. Zo was er in de commissie discussie over de effectiviteit van maatregelen. Zoals een overschakelingsregeling voor de biolandbouw: werkt die wel, kun je de problemen met staatssteun oplossen? Of moet je het zoeken in certificeren van grond, zoals in N-Holland?

Het is een ingewikkelde problematiek, en als je niet oppast beland je in feitenvrije discussies.



Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer