Vragen over Veehou­de­rijen die volgens RVO-cijfers meer stikstof uitstoten dan is vergund


Indiendatum: jan. 2020

Aan de voorzitter van de Provinciale Staten van Limburg

Geacht College,

Uit onderzoek van de Groene Amsterdammer dat veel veehouderijen de opgelegde ammoniakplafondsoverschrijden. De auteurs van het artikel constateren dat een derde van de door hen onderzochtemegastallen de vergunningsgrenzen overschrijdt. Uit de uitstootcijfers die door de ondernemer zijndoorgegeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) blijkt dat er meer ammoniak wordtuitgestoten dan de verleende vergunningen toestaan. De RVO-cijfers komen uiteindelijk in het Europeseuitstoot-register (E-PRTR) terecht.

1) Bent u bereid de vergunde stikstofplafonds van Limburgse veehouderijen naast de uitstootgegevensvan de RVO/E-PRTR te leggen, en dit vergelijk aan Provinciale Staten aan te bieden?

2) Welke oorzaken kunnen er zijn voor de geconstateerde overschrijdingen: het houden van meerdieren dan vergund, slecht werkende luchtwassers of zijn er nog andere oorzaken aan te wijzen?

3) In hoeverre raadplegen de Limburgse Omgevingsdiensten de uitstootgegevens van de RVO en hetEuropese uitstootregister, en op welke wijze worden deze betrokken bij de handhaving?

4) Bent u bereid de omgevingsdiensten op te dragen deze gegevens vanaf nu bij de handhaving tebetrekken?

5) In hoeverre heeft de provincie een beeld van ammoniakconcentraties in de buitenlucht(emissiewaarden)?

6) TNO kan met behulp van IASI- of CRIS-satellietgegevens kaarten maken van feitelijke ammoniakconcentraties, wat mogelijk is gemaakt door de Duitse regering. Is GS bereid TNO opdracht te gevendeze kaart ook voor Limburg te maken? Zo nee, waarom niet?

7) Is het huidige stikstofbeleid van de provincie gebaseerd m.b.t. veehouderijen gebaseerd opvergunde of daadwerkelijke uitstoot?

8) Bent u bereid het beleid bij te stellen voor zover het geen rekening houdt met het verschil tussenvergunde en daadwerkelijke uitstoot? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

Wij danken u bij voorbaat voor beantwoording van deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn.Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren

Indiendatum: jan. 2020
Antwoorddatum: 4 mrt. 2020

Vraag 1) Bent u bereid de vergunde stikstofplafonds van Limburgse veehouderijen naast de uitstootgegevens van de RVO/E-PRTR te leggen, en dit vergelijk aan Provinciale Staten aan te bieden?

Wij zien geen meerwaarde in het leggen van de uitstootgegevens van RVO/E-PTRR naast de vergunde emissies. Het indienen van de E-PRTR gegevens is maar voor een deel van de veehouderijen een verplichting. Daarnaast mogen de cijfers die agrariërs rapporteren aan de RvO in het kader van de AVG niet worden verstrekt, aangezien het hier gegevens betreft die gerelateerd worden aan persoonsgegevens.

Vraag 2) Welke oorzaken kunnen er zijn voor de geconstateerde overschrijdingen: het houden van meer dieren dan vergund, slecht werkende luchtwassers of zijn er nog andere oorzaken aan te wijzen?

Er kunnen diverse redenen zijn voor de geconstateerde overschrijdingen, waarvan u er al een aantal noemt. Ook het houden van andere diersoorten dan vergund kan een overschrijding veroorzaken.

Vraag 3) In hoeverre raadplegen de Limburgse Omgevingsdiensten de uitstootgegevens van de RVO en het Europese uitstootregister, en op welke wijze worden deze betrokken bij de handhaving?

Wij zijn niet bereid de omgevingsdiensten op te dragen om de uitstootgegevens van RVO bij de handhaving te betrekken. Onze omgevingsdiensten zijn gemandateerd voor de handhaving van de Wabo-taken. Ons college is bevoegd gezag voor de handhaving van de Wet natuurbescherming. De E- PRTR verplichting geldt voor (slechts) een deel van de veehouderijen.

Voor wat betreft E-PRTR gegevens is het relevant te melden dat het om gedateerde cijfers gaat en dat gedateerde gegevens omwille van zorgvuldigheid niet bij handhaving betrokken mogen worden. Verder geldt ook hierbij dat de cijfers die agrariërs rapporteren aan de RVO in het kader van de AVG niet mogen worden verstrekt, aangezien het hier gegevens betreft die gerelateerd worden aan persoonsgegevens.

Vraag 4) Bent u bereid de omgevingsdiensten op te dragen deze gegevens vanaf nu bij de handhaving te betrekken?

Zie antwoord vraag 3.

Vraag 5) In hoeverre heeft de provincie een beeld van ammoniak concentraties in de buitenlucht (emissiewaarden)?

De Provincie heeft dit beeld op grond van de door het RIVM gemaakte kaarten. Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties (GCN: Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) en deposities (GDN: Grootschalige Depositiekaarten Nederland ) in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. De emissies van álle sectoren vormden de input voor AERIUS Monitor.

Vraag 6) TNO kan met behulp van IASI- of CRIS-satelliet gegevens kaarten maken van feitelijke ammoniak concentraties, wat mogelijk is gemaakt van de Duitse regering. Is GS bereid TNO opdracht te geven deze kaart ook voor Limburg te maken? Zo nee, waarom niet?

Op dit moment is er geen aanleiding om deze opdracht aan TNO te verstrekken. Wij hebben voldoende aan het beeld dat via de RIVM kaarten jaarlijks wordt gegeven. In het recent vastgestelde Limburgs Aanvalsplan Stikstof is aangegeven dat we een gebiedsgerichte benadering volgen in en rondom de 21 stikstofgevoelige Limburgse Natura 2000-gebieden. In dit kader inventariseren we per Natura 2000- gebied welke bronnen een negatieve invloed hebben op de natuurkwaliteit om op basis hiervan de bronmaatregelen te kunnen treffen die nodig zijn. We zijn ons ervan bewust dat een gedegen monitoringssystematiek zowel op landelijk niveau maar ook voor regionale afwegingen van cruciaal belang is, evenals een goede afweging tussen het (‘live’) daadwerkelijk meten aan de bron (zoals in de Uitvoeringsagenda Vitale Veehouderij) en in het gebied van emissies en deposities versus het baseren op verwachtingen, modelberekeningen, inschattingen en opgavencijfers en normen in het vergunningenstelsel. Reden waarom dit ook in het Aanvalsplan is opgenomen.

Vraag 7) Is het huidige stikstofbeleid van de provincie gebaseerd m.b.t. veehouderijen gebaseerd op vergunde of daadwerkelijke uitstoot?

In de gebiedsanalyses die ten grondslag liggen aan het voormalige PAS is gebruik gemaakt van het AERIUS-model om het maatregelpakket te bepalen. In het Limburgse aanvalsplan stikstof “op weg naar een nieuwe balans” is aangegeven dat we in de gebiedsgerichte benadering gebruik maken van feitelijke emissies in combinatie met de vergunde emissies. We gaan bronmaatregelen nemen die nodig zijn voor natuurherstel én het mogelijk maken van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Vraag 8) Bent u bereid het beleid bij te stellen voor zover het geen rekening houdt met het verschil tussen vergunde en daadwerkelijke uitstoot? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

Zie antwoord vraag 7.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris