Over vermin­dering van de veestapel mag van CDA, VVD, PVV en D’66 niet worden gesproken


15 februari 2019

In de Statenvergadering van 15 februari diende de PvdD een motie in om het taboe op vermindering van de veestapel (varkens, runderen en pluimvee) bespreekbaar te maken. Meer niet, een voorzichtige motie eigenlijk.

We gaven daarvoor een uitgebreide onderbouwing, m.n. dat gebleken is (ook erkend door de minister) dat technische oplossingen niet altijd werken (luchtwassers!), dat fijn stof en CO2-emissies nog steeds stijgen, in natuurgebieden de kritische depositiewaarden bij lange na niet gehaald worden en methaanemissies met techniek niet of nauwelijks te bestrijden zijn. Blinde woede was ons deel, met name van CDA en VVD. Er werd helemaal niet op onze argumenten in gegaan, Yvon Jaspers werd erbij gehaald en zelfmoordgevallen. VVD en nota bene D’66 , die zich altijd afficheert als een groene partij, hielden zich muisstil maar stemden ook tegen.

Dit laat zien hoe groot de greep van de landbouwlobby is. Zelfs een uitnodiging om anders te denken gaat kennelijk al te ver. Maar stapje bij beetje komen we verder. We kregen ook steun, namelijk van SP, PvdA en Groen Links. We zullen ze eraan herinneren in de komende coalitie periode.

Een motie over het behoud van de middelen voor actieve soortenbescherming, en uitbreiding naar uniek Limburgse soorten, leidde tot een toezegging dat dit onderwerp expliciet in het “formatiedossier” komt. Dat geld was uitgetrokken voor de lopende periode, nadat wij bij de Natuurvisie gehamerd hadden op actief beleid hiervoor (en niet alleen maar bescherming tegen “aanslagen”). Er komt nu een opdracht aan de ambtenaren om op te schrijven wat er nodig is. We hebben de motie aangehouden, en andere partijen (die minder van de details weten) hebben onze argumenten gehoord. Alle partijen weten nu dat we hier bovenop blijven zitten.

In Limburg komen de meeste baby’s met geboorteafwijkingen ter wereld van het hele land. Met namen in regio Parkstad en Noord Limburg. De PvdD diende een motie in om vervolgonderzoek naar geboorteafwijkingen te doen. Bij het vervolgonderzoek worden alle belastende factoren, zoals bijvoorbeeld ook milieufactoren in samenhang onderzocht. Uiteindelijk schaarden alle fracties zich achter de motie.