Begro­tings­be­han­deling voor 2009


6 november 2008

Voorzitter,

Ik begin mijn bijdrage met de wijze waarop het college van GS de kwaliteit van het vergunningsverleningsproces wil verbeteren (p. 106 en 107 van de programmabegroting).

De doelstelling is dat in 2011 alle door de provincie verleende vergunningen en ontheffingen uitvoerbaar en handhaafbaar zijn en dat de klanten, ik lees dit als de vergunningontvangers, tevreden zijn.
Voorzitter, zou het niet een beter streven zijn als het college ging proberen om de vergunningen conform de vigerende Nederlandse wetgeving te laten plaatsvinden? Dat lijkt misschien voor de hand liggend, maar onze provincie heeft helaas een slechte reputatie op het gebied van het verstrekken van vergunningen die strijdig zijn met de wet en die daardoor bij de rechter geen standhouden.

Een kleine bloemlezing? Voorbeelden zijn er helaas genoeg. Ik noem er, vanwege de tijd, slechts twee uit de laatste drie maanden.

Voorbeeld 1: rechter vernietigt vergunning Sappi – uitstoot kankerverwekkend formaldehyde
Drie maanden geleden, op 30 juli werd ons provinciebestuur door de Raad van State flink op de vingers getikt omdat het de Maastrichtse papierfabriek Sappi toestaat om twintig ton van het zeer kankerverwekkende formaldehyde uit te stoten, ruim twee maal zo veel als de afgelopen jaren. Volgens de rechter ging de provincie zijn boekje te buiten door Sappi groen licht te geven en mag Sappi in de toekomst niet meer formaldehyde uitbraken boven Maastricht dan zij nu doet. Die zaak kwam aan het licht door een (ongesubsidieerde) milieuorganisatie. Ik ben blij en ik denk dat de bevolking van Maastricht ook blij kan zijn dat er zogenaamd ‘lastige’ milieuclubs zijn, die de provincie controleren. Ik kom daar later nog op terug.

Voorbeeld 2: rechter vernietigt vergunning ENCI – provincie overtreedt wet met termijn
Het tweede voorbeeld. Ook als het gaat om een bedrijf als ENCI heeft de provincie een scheve schaats gereden. Zo vroeg ENCI jaren geleden een milieuwetvergunning aan voor een periode van tien jaar. ‘Tien jaar, is dat niet erg kort?’ dacht de provincie en maakte er een vergunning voor onbepaalde tijd van. Helaas mag dat helemaal niet volgens de Nederlandse wet. De vergunning had nooit op die manier verleend mogen worden en dus werd het provinciebestuur teruggefloten door de rechter. Op 11 september vernietigde de rechter de deelrevisievergunning van ENCI. De provincie had bij het verlenen van de vergunning volgens de rechter een grote fout gemaakt door de vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen, terwijl vergunning voor 10 jaar was aangevraagd door ENCI. De rechter heeft dit de provincie zwaar aangerekend, blijkt uit zijn vonnis.

Onwil of onkunde?
Voorzitter, we hebben hier te maken met een college dat er een sport van lijkt te maken om belangrijke vergunningen op het gebied van milieu op verkeerde gronden te verlenen. We hebben te maken met een college dat zich alleen door de rechter laat terugfluiten, omdat het de geldende Nederlandse wetgeving als dat zo uitkomt aan zijn laars lapt. De milieuorganisaties, die de expertise hebben om de vergunningen te controleren, kunnen dan niets anders dan naar de rechter stappen. De Provincie zelf is doof voor elke kritiek. Milieuorganisaties doen het werk dat de provincie nalaat om te doen. En met succes, want de vergunningen van de provincie worden in veel gevallen vernietigd door de rechter.
Daar kunnen twee oorzaken voor zijn: 1) de provincie maakt willens en wetens een potje van de vergunningverlening, in de hoop dat er niet tegen de vergunningen wordt geageerd. In dat geval zijn de milieuorganisaties van groot belang voor het controleren van die vergunningen en om zonodig naar de rechter te stappen. 2) De tweede mogelijkheid is dat de provincie het eigenlijk ook niet weet en dat de verkeerde vergunningen worden verleend omdat de provincie niet bekend is met de geldende Nederlandse wet- en regelgeving. Ook in dat geval zijn de milieuorganisaties broodnodig.

Vernietigde vergunning: schuld van vergunningverlener of van de boodschapper?
Bovendien, en dat wil ik hier benadrukken, is het geld dat de milieuorganisaties van de provincie ontvangen geoormerkt; het wordt uitgegeven aan specifieke, vooraf bepaalde doeleinden. Procederen hoort daar niet bij. Dat gebeurt, als het al gebeurt, met geld van donateurs of leden. De plannen om die subsidie te stoppen zijn dus als niet meer of minder te karakteriseren als een vorm van chantage. De milieuorganisaties moeten afstand doen van hun wettelijke recht op procederen, anders worden gelden ingehouden, die besteed zouden worden aan heel andere zaken dan aan proceskosten. Het is alsof er zou worden voorgesteld dat de oppositie geen ondersteuning meer zou krijgen van de provincie als deze niet aardig genoeg zou zijn voor dit college.

Wiens schuld is het als de rechter dan de vergunning vernietigt? Is dat de schuld van de provincie, die klaarblijkelijk niet op de hoogte is van de juiste wetten of, nog erger, die wetten willens en wetens negeert bij het nemen van besluiten? Of is het de schuld van de milieuorganisatie die ziet dat de vergunning niet deugt en dat aan de rechter voorlegt?

Voorzitter, ik denk dat ons Provinciebestuur niet moet investeren in de klanttevredenheid van degenen die de vergunningen aanvragen en krijgen. Ik denk dat er moet worden geïnvesteerd in de kwaliteit van de vergunningverstrekking, want te veel vergunningen deugen eenvoudigweg niet. En, geachte voorzitter, dat is niet alleen de mening van de fractie van de Partij voor de Dieren, maar vooral, en daar gaat het hier om, de mening van onze zittende magistratuur.

Wanneer het college in haar vergunningverlening niet alleen de aanvragers zoveel mogelijk zou willen behagen, maar ook de wet zou respecteren en wanneer het college van plan zou zijn om de kwaliteit van de vergunningverlening te verbeteren, zou de inbreng van de milieuorganisaties juist gekoesterd moeten worden. Alleen al om die reden is het idee om milieuorganisaties te muilkorven een zeer slecht plan.

Cradle to Cradle
Dit college spreekt graag en veel over Cradle to Cradle. Deze programmabegroting vormt daar geen uitzondering op. Wel 51 keer wordt er melding gemaakt van Cradle to Cradle. Dat die term zo populair is bij dit college, is niet zomaar. Je kunt namelijk niet worden afgerekend op het gebruik van de term. Het college maakt dankbaar gebruik van het feit dat Cradle to Cradle niets meer is dan een filosofie, een denkrichting. Cradle to Cradle-criteria bestaan niet. Het is niet voor niets dat een van de bedenkers van het concept, de Duitse chemicus Michael Braungart, ervoor waarschuwde om Cradle to Cradle tot een keurmerk te maken. De term biedt geen enkel onderscheidend vermogen, er bestaat geen meetinstrument om te kunnen nagaan of een bedrijf of een activiteit Cradle to Cradle is en er bestaat ook geen Cradle to Cradle-autoriteit, die met enig gezag kan spreken over de al of niet terechte claims over Cradle to Cradle.

Je kunt met Cradle to Cradle dus alle kanten op.

En dat is wat dit college dan ook dankbaar doet. Maar liefst 51 keer, zoals ik net al zei.

Bio-industrie: Cradle to Cradle?
Ik geef daarvan een voorbeeld. In de programmabegroting wordt verschillende keren de ontwikkeling van Klavertje4, alleen de naam is groen, expliciet gekoppeld aan het Cradle to Cradle-concept. Dat mag, want het betekent niets, of had ik dat al gezegd? Maar een bedrijventerrein met 5 tot 8 varkensflats, want zo staat het in de plannen van Klavertje 4, heeft niets te maken met duurzaamheid, heeft niets te maken met de Cradle to Cradle-filosofie.

Toch noemt het college het zo. En dat doet het college niet zomaar. Want de term Cradle to Cradle mag dan op zich inhoudsloos zijn, ze suggereert des te meer. Het suggereert een zeker respect voor milieu, mens, dier, duurzaamheid. Wie waagt het om kritiek te hebben op een programmabegroting waar 51 keer wordt geroepen dat de doelstellingen zo Cradle to Cradle zijn? Zo heeft dit college het meermalen voor elkaar gekregen om varkensflats, bio-industrie in het kwadraat, met negatieve gevolgen voor dieren, milieu en mensen, als Cradle tot Cradleproject neer te zetten. En varkensflats, voorzitter, zijn juist in elk opzicht het tegendeel van Cradle to Cradle. Vorige week vrijdag hebben we daar weer voorbeelden van gezien. Varkensflats scoren op alle gebieden laag, ze leveren geen positieve bijdrage aan dierenwelzijn, ze kunnen een kweekvat zijn voor besmettelijke ziekten, ze drukken boeren, die niet mee kunnen of mee willen in de vergrotingsslag uit de markt. In het allergunstigste geval, als aan een hele reeks mitsen en maren wordt voldaan en als strenge milieumaatregelen worden genomen, kunnen varkensflats een reductie van ammoniakuitstoot betekenen. Maar als die milieumaatregelen bij bestaande bedrijven worden getroffen, heb je de milieuwinst ook. Per saldo leveren varkensflats dus niets op dan een vergrote bedrijfswinst voor de ondernemer.

Het is een gotspe om dit Cradle to Cradle te noemen. Toch doet de provincie dit. De reden daarvoor heb ik net genoemd.

Cradle to Cradle: weinig inhoud, veel suggestie
Noem iets Cradle to Cradle en de kritiek verstomt. Je kunt er niet op worden afgerekend, want het is een loos begrip. 't Is oude wijn in nieuwe zakken. Het klinkt sympathiek en alleen zeurpieten kunnen tegen zijn. Voorzitter, laat mij zo'n zeurpiet zijn. Of, positiever geformuleerd, laat mij het jongetje zijn uit het sprookje 'de nieuwe kleren van de keizer' van Hans Christian Anderson. De keizer laat zich voor de gek houden door een bedrieger, die de keizer voorhoudt dat deze kleren van de allerfijnste stof krijgt aangemeten. Zo fijn, dat alleen verheven mensen dit kunnen zien. De keizer zelf ziet geen kleren, maar hij is zo wijs om dit voor zich te houden. Je wilt toch niet te kijk staan als een proleet? Wanneer de keizer naakt over straat loopt en zijn bevolking alle moeite doet om niet in lachen uit te barsten, roept een jongetje: 'Maar de keizer heeft helemaal geen kleren aan!', waarna iedereen spontaan in lachen uitbarst en de keizer gekleed gaat in schaamte.

Voorzitter, dit college, dat zich graag verstopt achter de Cradle to Cradle-filosofie verstopt zich achter niets. Het is als de keizer die naakt over straat gaat en verwacht bewonderend te worden toegejuicht.

Het Limburgs Cradle to Cradle-beleid wordt bedacht, ontwikkeld en uitgevoerd op de PR-afdeling. Wordt hier gebakken lucht verkocht? Was het maar waar. Het is erger dan dat. Hier wordt een in-en-in verziekt systeem, waar dieren jaarlijks 500.000 kilo antibiotica krijgen toegediend om uitbraken van besmettelijke ziekten in te dammen, overgoten met een Cradle to Cradle-sausje. Dat gebeurt in een poging om deze bedorven waar op een smakelijke manier te presenteren. Maar van bedorven waar word je ziek, hoe smakelijk het er ook uitziet. Datzelfde geldt voor varkensflats.

Ziek van de bio-industrie: mrsa-uitbraken in ziekenhuizen en salmonella-besmettingen.
Dat je ziek wordt van de bio-industrie bedoel ik overigens in de meest letterlijke zin van het woord. Dierziekten horen bij de bio-industrie als water in een stortbak. Dat verandert niet met de komst van varkensflats of kippenbunkers. Het ongelimiteerde antibioticagebruik in de bio-industrie kweekt steeds gevaarlijkere ziekten, die ook naar de mens kunnen overspringen. Drie ziekenhuizen hebben in de laatste weken maatregelen moeten nemen tegen de gevaarlijke mrsa-bacterie, die ontstaan is door het gebruik van antibiotica in de bio-industrie. Nieuw is dat een deze dagen ook een salmonella-besmetting rondwaart, die inmiddels 150 personen ziek maakte. Het bijzondere is dat deze salmonella-bacterie ook ongevoelig is voor antibiotica. Ook deze besmettingen zijn bijna zeker te wijten aan de bio-industrie. Het voedingscentrum geeft tips om het vlees goed te bakken om salmonella-besmetting tegen te gaan. Ik heb een betere tip: maak zo snel mogelijk een einde aan de bio-industrie, voorkom de vestiging van varkensflats en kippenbunkers, dan komen we ook van de ziekten af die bij die systemen horen.

Provincie: word concreet en geef het goede voorbeeld.
Voorzitter, spreken over Cradle to Cradle, spreken over duurzaamheid heeft alleen betekenis als de woorden ook gevolgd kunnen worden door daden, hoe klein ook.
Ik wil deze begrotingsbehandeling aangrijpen om een voorstel te doen om als provincie de Cradle to Cradlefilosofie op een bescheiden manier te concretiseren, dichtbij huis. Letterlijk. Dicht bij dit huis om precies te zijn. In september van het volgend jaar wordt de catering aanbesteed aan een nieuwe cateraar. Dat lijkt een uitgelezen kans om te zorgen dat de provincie dan het goede voorbeeld geeft en zorgt voor een catering die voldoet aan de eisen die overheden in ieder geval zullen moeten gaan stellen als het gaat om duurzaam inkopen.

Wanneer het dit college ernst is met het implementeren van een duurzame levensstijl voor overheden en burgers, dan is het van het grootste belang om zelf het goede voorbeeld te geven en te zorgen voor een catering die producten aanbiedt met respect voor milieu en dierenwelzijn. Nu is dat niet het geval. Duurzame inkoop gaat verder dan het schenken van Max Havelaarkoffie.

Ik doe een pleidooi om er dan voor zorg te dragen dat de catering vanaf dat moment milieuvriendelijk en diervriendelijk is. Ik wil een motie indienen, waarin ik GS vraag, om bij het gunnen van de aanbesteding optimaal rekening te houden met dier, mens en milieu en daarom te kiezen voor dierlijke producten die 100% van biologische oorsprong zijn en voor producten van plantaardige herkomst, die geproduceerd worden volgens de eisen van de biologische teelt.


7 november 2008
Frank Wassenberg, Partij voor de Dierenfractie

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer